Trossen los, koers west

Drachten probeert zich al een aantal jaren aan te prijzen als oostelijke toegangspoort tot de Friese Meren. Om de relatie met het water, die er sinds 1641 is, meer gestalte te geven, wordt al een aantal jaren gewerkt aan ‘Waterfront Drachten’. Dat is hard nodig, want tot nu toe heeft de gemiddelde watersporter hier niet zo gek veel te zoeken …

Wie eenmaal met zijn boot in Drachten ligt aangemeerd, is daar meestal snel uitgekeken. De best optie is vaak om de trossen meteen weer los te gooien en in westelijke richting te koersen, zoals deze zeilboot onlangs ook deed …

Ik houd er op zijn tijd wel van om een stukje te varen, ongeacht of dat nu op de Friese wateren is of in de Kop van Overijssel. Maar met het huidige weerbeeld lokt het me niet echt …

Simmer yn Fryslân

Deze Campi Houseboat, een varend vakantiehuisje, voer over de Wijde Ee tussen Smalle Ee en de Veenhoop, toen ik daar vorige week even aan de waterkant zat (Google Maps). Op het voordek zat een jonge deerne te lezen (foto 1). Welgeteld 58 seconden later was zij uit beeld verdwenen (foto 2). Toch jammer, ze zat net zo lekker in de zon. Wat was hier gebeurd …?

Maak het verhaaltje zelf verder af en kleur de plaatjes …

Wachten op hoog water

Op 16 september 2019 kreeg de dikke vrouw gezelschap van een dunne vrouw. Sindsdien staan er op de Waddenzeedijk bij Holwerd twee reusachtige vrouwen in de richting van de Waddenzee te turen. De ene is dun, de andere is ronduit dik en ze zijn allebei een meter of vijf lang. Beide dames kijken uit over de groene kwelders en de altijd veranderende Waddenzee met op die dag daarboven een vriendelijk blauwe lucht met talloze windveren. In de verte zien ze de aankomende en vertrekkende veerboten met reizigers van en naar Ameland gaan. Ze staan er bij mooi weer, maar ook bij regen en storm. De twee vrouwen op de dijk bij Holwerd wachten maar op één ding en dat is: hoog water

Wachten op hoog water is het eerste kunstzinnige dijkproject van ‘Sense of Place’ dat na jarenlange voorbereiding tot uitvoering kwam. De beide vrouwen zijn van metaal. En ze zijn echt groot, ik schat dat ze wel vijf meter hoog zijn. Als je je uitrekt kun je net hun uitgestoken hand aanraken, Jetske laat dat in de onderstaande fotoserie goed zien. De standbeelden van beide vrouwen zijn gemaakt door de Friese kunstenaar Jan Ketelaar uit Drachten. Jarenlang heeft hij in zijn Sluis fabriek op het westelijke industrieterrein van Drachten met de beide vrouwen geworsteld om ze naar zijn hand te zetten …

Sense of Place is een project dat is opgezet door Joop Mulder (de oprichter van het Oerol festival op Terschelling), waarin landschapskunst in het Friese waddengebied centraal staat. We hebben in Fryslân nog steeds veel ruimte, daarom is het de perfecte provincie voor landschapskunst in die ruimte. Sense of Place maakt met culturele landschapsprojecten de unieke waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie van het bijzondere UNESCO werelderfgoed Waddengebied zichtbaar. Langs de hele Waddenkust, van Den Helder tot de Dollard, op de eilanden en de vaste wal, zijn bijzondere projecten ontwikkeld  …

Jetske en ik waren die dag net op tijd om ongestoord een fotoserie van dit bijzondere wachtende koppel te kunnen maken. Vlak nadat ik de laatste foto hierboven had gemaakt, werd de dijk rondom de beelden in beslag genomen door een grote groep fietsers … ***

*** Ik lijk de laatste tijd een abonnement te hebben op plotselinge drukte op plaatsen waar het normaal gesproken lekker rustig is. Dat overkwam me de afgelopen weken ook al, toen we met Dirk en zijn eega in de Ecokathedraal waren. Daar renden plotseling twee groepen kinderen op luidruchtige wijze heen en weer, terwijl je er normaal gesproken alleen de vogels hoort fluiten. Enkele dagen later stroomde er ook nog eens een bus vol oudjes leeg om een bliksembezoek te brengen aan de Zwartendijksterschans, terwijl Jetske en ik daar net in alle rust aan de lunch zouden beginnen … 😉

De weidevogels zijn terug

Nadat ik een aantal foto’s van de ijsvogels had gemaakt, ben ik even doorgereden naar het vogelkijkplatform in de Surhuizumermieden gereden. Nu ik wist dat de ijsvogels nog op hun plekje zaten, was het tijd om ook even te checken of de weidevogels intussen al terug waren op een van hun plekjes …


Ze zaten zoals gebruikelijk na hun lange reis uit zuidelijker oorden weer ver weg. De meesten zaten in de natste delen van het land lekker wat in en bij het water om weer aan te sterken na de lange reis. Er zaten ook ditmaal weer vooral grutto’s. Verder zag ik er wat kieviten, een enkele tureluur en er leken ook nog ’n paar kemphanen te zitten …

Een van de grutto’s leek even genoeg te hebben van de nattigheid. Terwijl hij de weidegrond afspeurde naar wormen, kwam hij even wat dichterbij. Wanneer ze straks op vrijersvoeten zijn en zich verspreiden over de landerijen, hoop ik in de loop van het voorjaar weer eens een paar mooie foto’s van een grutto op een paal of een hek te kunnen maken …

Van wild water naar winter

Het was weer een wonderlijk weerweekend. Ik zie me daarom genoodzaakt om het vervolg over de kuier bij de Leyensloane even uit te stellen. Vrijdag stond er een fotokuier met mijn fotomaatje Jetske op het programma. Omdat er voor de hele dag regen en natte sneeuw werd verwacht, stelde ik voor om weer eens naar de Orchideeënhoeve bij Luttelgeest te gaan …


Zo gezegd, zo gedaan. Nauwelijks gehinderd door natte sneeuwbuien reed ik naar Jetskes’ huis, waarna we samen onze weg vervolgden. De overgang van de vieze kou buiten naar de subtropische jungle binnen was groot, vooral de cameralenzen hadden de nodige tijd om te wennen aan de nieuwe omstandigheden. Een tijdlang zwierven we over soms moeilijk begaanbare paden en bruggetjes. We vermaakten ons prima en onze camera’s werkten op volle toeren …

Na verloop van tijd was het voor mijn onderdanen echter genoeg geweest. Terwijl ik een paar maal een plekje zocht om even te zitten, zette Jetske daar vandaan haar zwerftocht naar onbekende delen korte tijd voort. De omstandigheden noopten ons om eerder dan gehoopt huiswaarts te keren, maar het waren een paar mooie en gezellige uurtjes. In de polder waren de weersomstandigheden op de terugweg nog ongewijzigd, maar onderweg naar huis begon de A7 al aardig wit te kleuren. Voordat de sneeuw tegen de avond echt bleef liggen, was ik gelukkig al thuis …


Vanaf het eind van de middag tot halverwege de avond sneeuwde het lekker door. Als gevolg daarvan droeg de tuin al snel een fraai winterkleed. Ik vond het maar niks, na die mooie omstandigheden aan de Leyensloane zat ik helemaal niet meer te wachten op sneeuw …

Maar ja, je bent een kind van de winter of je bent het niet. En dus begon het ’s avonds toch wel dusdanig te kriebelen dat ik nog even een rondje met de camera door de tuin heb gemaakt. Ik sluit af met dit winterse beeld van de hazelaar. Morgen open ik met de besneeuwde hazelaar tegen een helder blauwe lucht …

Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’