Terug naar ’t Skar

Had ik al verteld, dat ik een week nadat ik er met mijn fotomaatje was, nog eens terug ben gegaan naar het Weinterper Skar? Op 20 mei konden we er maar met moeite enkele orchissen vinden. Een week later waren ze als paddenstoelen uit de grond geschoten …

Het veld waar ze van oudsher in grote aantallen stonden te pronken, zag er nog steeds dor en doods uit. In het veld naast de parkeerplaats kon je echter nauwelijks een stap tussen de boterbloemen zetten zonder een brede orchis te raken …

Niet meer wat ’t was

Als je goed je best doet, dan lukt het in deze tijd van het jaar nog wel om een mooi kleurrijk, maar virtueel veldboeket samen te stellen in het Weinterper Skar …

En als je geluk hebt, dan vind je misschien nog wel een paar brede orchissen ook. Kijk maar eens naar de eerste twee foto’s hieronder. Maar het is niet meer wat ’t was. Kijk maar eens naar de derde foto uit begin juni 2013 …

Tot 2016 kon je hier eind mei – begin juni vaak geen stap zetten zonder een orchis te raken. Zo zaten Jetske en ik woensdag wat te mijmeren over de teloorgang van ons eens zo geliefde Weinterper Skar …

Want voor de echte koekoeksbloemen geldt al precies hetzelfde. Misschien waren we net wat aan de vroege kant, maar ook de koekoeksbloemen waren bijna op één hand te tellen. Hoe anders was dat op de 3e foto uit 2015 …

Op dit moment ziet het er dor en doods uit, zoals te zien was op de eerste foto in het logje ‘In de pluisjes’. En zeg nou zelf, dit koppel had er in 2015 toch een sprookjesachtig mooi plekje voor hun bruidsreportage aan …

* Wie wil weten hoe ik tegenwoordig mijn macrofoto’s maak, kan terecht bij mijn fotomaatje Jetske. Zij heeft zojuist haar eerste serie over onze fotokuier van woensdag gepubliceerd: ‘Brede orchis in het Weinterper Skar’.

 

Op zoek naar insecten

Voordat Jetske en ik elkaar bij de pluizenbollen van de paardenbloemen weer tegen het lijf liepen, tipte zij me over het fluitenkruid langs het pad naar de dobbe. Jetske had daar wat waterjuffers voor de lens gehad …

Die waterjuffers waren kennelijk gevlogen tegen de tijd dat ik daar even rond keek. De mooie witte schermbloemen waren leeg en ze bleven leeg. Helemaal vruchteloos was mijn zoektocht echter niet. Op een bramenstruik zag ik een bloedcicade lopen. De doornen weerhielden me ervan om hem beeldvullend in beeld te krijgen …

Jetske had intussen blijkbaar aan de zuidkant weer wat gevonden. Ze was vast niet voor niks weer in het gras naast het pad neergeknield …

Ik richtte mijn aandacht eerst nog even op een boterbloem met een spuugbeestje. Ik kan er niks aan doen, maar zodra ik het schuim van een spuugbeestje zie, moet ik onwillekeurig denken aan “Het spuugbeestje in de achtertuin van Jan Wolkers”…

Omdat ik een spuugbeestje uiteindelijk toch minder interessant vind dan Jan Wolkers, voegde ik me al snel weer bij mijn fotomaatje. Zij bleek druk bezig te zijn om een Sint Jacobsvlinder te portretteren. We zijn gewend om dergelijke vondsten met elkaar te delen, maar zekerheidshalve probeer ik op zo’n moment vaak al een paar foto’s te maken, voordat Jetske plaats voor me maakt. Dat bleek in dit geval maar goed te zijn ook, want amper twee tellen later vloog de bijzondere vlinder op om vrijwel meteen uit beeld te verdwijnen …

In de pluisjes

Terwijl Jetske zich nog enige tijd met de brede orchissen vermaakte, nam ik even plaats op het eerste echte Afanja-bankje langs het pad. Terwijl ik de omgeving nog eens in me opnam, kwam ik opnieuw tot de conclusie dat het tegenwoordig eigenlijk maar een dooie boel was in het Weinterper Skar. Waar je enige jaren geleden de insecten bij wijze van spreken van je af moest slaan, moest je ze tegenwoordig zoeken …

Een loopje naar het begin van het pad leverde dan ook weinig meer op dan wat uitgebloeide paardenbloemen. Omdat je er altijd het beste van moet zien te maken, streek ik even bij een paar pluizenbollen neer …

Ik heb het in de loop der jaren al vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd één van de meest ondergewaardeerde bloemen van ons land. Zeker wanneer je er eens goed voor gaat zitten, zijn ze in alle fasen het bekijken waard …

Intussen had mijn fotomaatje blijkbaar haar fotosessie met de orchissen afgerond, want terwijl ik geconcentreerd bezig was om wat van de pluisjes te maken, zag ik haar ineens weer in beeld verschijnen …

Orchissen ‘in beweging’

Hoewel ik na enig zoekwerk toch nog een paar echte koekoeksbloemen en zelfs twee brede orchissen had gevonden, liep ik enige tijd later toch enigszins teleurgesteld terug naar de auto. Ik was in het verleden beter gewend hier. Vlak voordat ik bij de parkeerplaats was, besloot ik nog even een paar stappen zijwaarts te maken. ’t Idee was om nog even wat plaatjes te scoren van de zee aan boterbloemen daar…

De boterbloemen werden al snel bijzaak. Zodra ik een paar voorzichtige stappen in het veld met de boterbloemen had gezet, zag ik het paars van een brede orchis tussen het groen en geel door schemeren. En al snel werd duidelijk dat er nog veel meer stonden. Ik kon maar tot één conclusie komen: de orchissen waren het oude pad overgestoken om zich opnieuw te vestigen aan de andere kant. En zo te zien hebben ze het daar prima naar de zin …

Op zoek naar de orchis

Half mei had ik al een kuiertje in het Weinterper Skar gemaakt, omdat ik hoopte dat misschien de eerste orchissen te vinden zouden zijn. Dat was wat al te optimistisch, maar met de heiderinkelbel en de wetterpinksterblom was ik toen ook erg blij. Vorige week ben ik in de herkansing gegaan voor de orchissen …

De plek waar ik ze hoopte te zien bood geen erg hoopvolle aanblik. Tot drie jaar geleden liep hier de Nije Heawei. De berm van die smalle landweg bood jaarlijks rond deze tijd een feestelijk aanblik, omdat er steevast een keur aan orchissen tot bloei kwam. Nu niet meer. Het veld ten noorden van de weg ging daar in mei/juni vaak schuil onder een zacht golvende roze zee van van echte koekoeksbloemen. Ook daar was nu niets van te zien. Zou ik dan ook nu nog te vroeg zijn …?

Ik besloot eerst maar eens even te genieten van rust en uitzicht op het ‘Afanja-bankje’ langs het pad. Nadat mijn onderdanen hun kracht hadden hervonden, besloot ik enige tijd later net als twee weken eerder toch maar weer met enige rekkelijkheid der regels behoedzaam wat dieper in ’t groen op zoek te gaan. Dat leverde me na enig zoeken toch nog een paar orchissen en enkele echte koekoeksbloemen op …

– morgen nog wat van dit moois –

De wetterpinksterblom in bloei

Nog voordat ik dinsdag aan de heiderinkelbel toe was, werd ik verrast door een ander bijzonder bloemetje. Het slootje bij de parkeerplaats aan de oostkant van het Weinterper Skar stond vol met waterviolier, in het Fries de wetterpinksterblom …

Deze mooie wit-roze bloemetjes, die van hele natte voeten houden, bloeiden vroeger in een slootje aan de zuidkant van It Skar. Sinds Staatsbosbeheer enkele jaren geleden in al haar wijsheid heeft besloten om alle sloten in het gebied te dempen, had ik ze niet meer gezien …

‘De soort is een indicator voor kwel en verdraagt veel schaduw. De waterviolier is de enige Nederlandse vertegenwoordiger van het geslacht Hottonia, dat wereldwijd nog één andere soort telt: Hottonia inflata uit Noord-Amerika. Het geslacht is vernoemd naar Pieter Hotton (1648-1709), Leids hoogleraar en de voorganger van Boerhaave,’ aldus Wikipedia over de waterviolier …