’t Is wat het is

“En hoe houden we meneer K. in beweging?” vroeg de behandelend neuroloog dr. W. ons eind 2005, nadat Aafje en ik een jaar de tijd hadden gehad om te wennen aan de diagnose MS.
“Wel, daar heb ik het volgende op gevonden,” antwoordde ik, “ik ben een weblog begonnen. Dagelijks maak ik – met mijn fotocamera in de aanslag – ergens in de natuur een wandeling, een zogenaamde fotokuier. ’s Avonds publiceer ik één of meerdere foto’s met begeleidende tekst op mijn weblog. Dat moet me lichamelijk en geestelijk toch redelijk lenig houden, lijkt me zo …”

Mits ik me dagelijks aan die afspraak zou houden, kon de neuroloog goed met dat voorstel leven. Het alternatief was een programma in de sportschool, zei hij, en dat zag ik toch echt niet zitten. “Fietsen of lopen van niks naar nergens”, noemde ik het gezwoeg op hometrainers en loopbanden …

Bijna tien jaar heb ik me aan die afspraak kunnen houden, maar als gevolg van diverse lichamelijke klachten is er de laatste jaren geleidelijk de klad wat in gekomen. Het bloggen lukte nog wel, maar de fotokuiertjes namen in frequentie af en werden allengs wat korter. Vanaf het moment dat de acnes begin 2017 ondraaglijke vormen aannam, is er in alle opzichten sprake van een vrijwel gehele stilstand …

Tja, en stilstand is na verloop van tijd echt achteruitgang, dat heb ik intussen aan den lijve ondervonden. Aan kracht en conditie heb ik dit jaar fors ingeleverd, en mijn gewicht is meer toegenomen dan me lief is. Daar moet dus weer aan gewerkt worden. Omdat ik al kuierend momenteel nauwelijks los vertrouwd ben, staat er sinds enkele maanden dan toch een hometrainer in mijn hoek van de kamer …

Tot voor kort kon ik nog niet zoveel met die hometrainer, omdat mijn getergde buikwand bij het minste of geringste weer protesteerde. Omdat het sinds enkele weken lukt om de pijn m.b.v. een TENS-apparaat (tijdelijk) wat te onderdrukken, kan ik nu eindelijk een begin maken om de draad weer op te pakken …

Om toch niet ten onder te gaan aan het gevoel van niks naar nergens te fietsen, heb ik een hometrainer uitgezocht, waar de iPad aan gekoppeld kan worden. Die geeft m.b.v. Google Street View een weergave van zelf uit te zetten fietstochten. Zo heb ik gistermiddag nog even een ritje gemaakt, dat ik in mijn jongere jaren regelmatig maakte: van Oudehaske langs de oever van het Tjeukemeer naar mijn geboortegrond in Echten …

Zo lang de TENS zijn werk blijft doen, probeer ik de komende tijd mijn werk te blijven doen. Terwijl ik mijn virtuele tochtjes maak om aan te sterken, zal het op mijn weblog voornamelijk draaien om foto’s die ik dit jaar heb gemaakt tijdens de schaarse ritjes die ik daadwerkelijk heb gemaakt. Van narcis tot paddenstoel, van voorjaar tot herfst … Het zal allemaal voorbij komen. En als het meezit, kan ik tegen de tijd dat het winter is echt weer wat meer op pad.

’t Is wat het is …

Het raadsel van de takkenzooi

Vorige week publiceerde ik een logje met foto’s over een raadselachtige takkenzooi die ik begin oktober aantrof in de windmotor aan de Westersanning in de Jan Durkspolder. Wat was daar aan de hand …? Waren die takken er in geblazen door de wind? Was het ’t werk van baldadige jongelui …?

Nadat ik gistermiddag eindelijk weer eens met een voldaan gevoel terugkwam van een bezoekje aan het ziekenhuis, heb ik even een ritje gemaakt naar de Jan Durkspolder …

Een stukje noordelijker dan bij de Westersanning heb ik ditmaal de benen even gestrekt aan de Manjepetswei ter hoogte van de Alde Geau. Vanaf deze kant fotografeer ik de bewuste windmotor normaal gesproken alleen ’s winters wanneer er geschaatst wordt …

Zoals ook vanaf deze afstand goed te zien is, zijn de takken weer uit draaiende delen verdwenen. En intussen kan ik dankzij een reactie die dinsdagavond binnenkwam het raadsel rond de takkenzooi ook ontsluieren. De windmotor moest tijdelijk gecamoufleerd worden …

Lezer M. Wijma schreef dinsdagavond: “Er is daar een film opgenomen ‘Redbad‘. Die film is in de tijd dat er nog geen windmolens waren. Zo hebben ze geprobeerd om hem wat te camoufleren. Er zijn daar ook alle hekjes, telefoonkastjes langs de weg, gemaal, etc gecamoufleerd met riet, takken zo dat het niet opvalt in de film …”

Stom!!! Dat wist ik immers ook wel. Ik had nota bene ’s avonds bij Omrop Fryslân TV een item gezien over de opnamen van de spektakelfilm ‘Redbad’ waar in totaal ruim 600 figuranten en 150 paarden meewerkten. “Het is een jongensdroom, vroeger speelden we altijd al riddertje” en “Once in a lifetime” waren een paar reacties van de deelnemende figuranten.

Ja … #metoo

Terwijl de slotmuziek van ‘Pauw’ gisteravond al klonk, kreeg Jeroen Pauw van een van zijn tafelgasten de vraag of hij in het kader van #metoo zelf ooit een intieme ervaring had gehad. “Vele”, antwoordde hij met een knipoog, waarna hij vervolgde met: “maar als je een ongewenste intieme ervaring bedoelt … ja, die heb ik ook eens gehad …” Terwijl hij in enkele bewoordingen de gebeurtenis en de situatie schetste, herinnerde ik me ineens dat ik ook ooit een dergelijke ervaring had opgedaan …

We schrijven zomer 1978. Ik was jong, ik had geen verkering en ik wilde wel eens wat. Daarom besloot ik dat jaar in de vakantie, in navolging van andere mensen die daar ervaring mee hadden opgedaan, liftend Europa in te trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat ik geen zin had om wellicht meteen al bij een bekende in de auto terecht te komen, legde ik op een zaterdagochtend de eerste etappe naar Heerenveen af met de bus. Daar ging ik met mijn rugzak en een kartonnen bordje met de tekst “VER WEG” aan de kant van de weg staan …

Om een lang verhaal kort te maken: het werd een onvergetelijke vakantie, waarin ik diverse spannende ervaringen heb opgedaan, mooie en minder mooie. Eén van de minst prettige ervaringen deed zich op de terugweg voor.

Vanuit Briançon in de Franse Alpen kreeg ik die donderdag de hele dag alleen maar liften die me maar kleine stukjes huiswaarts voerden. Pas ’s avonds laat kreeg ik net ten zuiden van Lyon een lift die me in één keer mee kon nemen tot Parijs … en wat voor een lift … Er was een grote, niet onooglijke Amerikaanse wagen voor me gestopt. Een oudere man, grijs en kalend – hij zal toen misschien een paar jaar ouder zijn geweest dan ik nu ben – zwaaide de deur aan de passagierskant open. Natuurlijk kon ik meerijden tot Parijs, zei hij lachend op mijn kartonnetje wijzend. Met een joviaal gebaar maakte hij duidelijk dat ik mijn rugzak wel op de achterbank kon leggen. Daar gingen we …

Terwijl we over het Franse asfalt zoefden, voelde ik me de koning te rijk … in één ruk in een grote Amerikaan door naar Parijs, dat schoot tenminste op. Lang duurde die vrolijkheid echter niet. Ik was moe, waardoor een gesprek in het Frans op dat tijdstip niet zo goed meer wilde vlotten. Terwijl ik even wat weg dommelde, voelde ik ineens wat op mijn linker bovenbeen … Wat zouden we nou beleven …?

Nadat ik de hand van de man met een krachtig uitgesproken “Mais non, la main pas la! Comprend!?” had weggeduwd, begon de man tegen me te zemelen … “Aah, mais tu est un grand jeun garçon …”  Toegegeven, ik zag er natuurlijk niet slecht uit in die tijd – zie bovenstaande foto  – maar dit zag ik toch niet zo zitten. Maar het duurde niet lang of ik voelde de rechterhand van de man opnieuw over mijn bovenbeen strelen. Met een tik op zijn vingers maakte ik hem nogmaals duidelijk dat ik hier niet van gediend was. Opnieuw was een slijmerig Frans gemurmel mijn deel.

Intussen nam ik de situatie eens in ogenschouw. Nog bijna 400 km tot Parijs … Dat kwam niet goed op deze manier natuurlijk. Gelukkig werd op de bebording langs de weg intussen aangegeven dat we een benzinestation met restaurant naderden. Mezelf groter en sterker voordoend dan ik in werkelijkheid was, zei ik gebiedend: “Arête la, s’il vous plaît.” Dat leek de man nog niet meteen van plan te zijn, maar nadat ik het nog eens had herhaald, nam hij gelukkig toch de afrit. Zodra we stil stonden, overwoog ik even of ik de contactsleutel van de auto te pakken moest zien te krijgen. Dat bleek echter gelukkig niet nodig. De man bleef wat beteuterd en overdonderd zitten, zodat ik rustig uit kon stappen. Terwijl ik me door het achterportier naar binnen boog om mijn rugzak van de achterbank te pakken, had de man zich omgedraaid. Op zijn knieën zittend boog hij zich over de rugleuning heen met de bedoeling om mij te omhelzen en te kussen …

Nadat ik mezelf èn mijn rugzak in veiligheid had gebracht, heb ik het achterportier dicht gegooid. Daarna ben ik door het nog steeds geopende voorportier nog even lekker in het Fries tegen hem tekeer gegaan en heb ik hem op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat hij heel snel moest maken dat hij weg kwam. En dat deed hij!

In het vervolg van de terugreis waren de goden me gunstig gezind. Ik was nog maar nauwelijks bekomen van de schrik, toen ik opnieuw een lift kreeg. Ditmaal was de chauffeur een vriendelijke dertiger die goed Engels sprak, en de wagen … een gele sportwagen, een tweezitter waarbij mijn rugzak maar net in de bagageruimte paste. Maar het was gezellig en een paar uur werd ik op een gunstige plek aan de noordoost kant van Parijs gedropt. Daar kreeg ik vrijwel aansluitend een lift die me in één keer naar Den Haag bracht. Het liften moe, heb ik daar vandaan de trein naar Fryslân gepakt.

Dus, ja … #metoo
Maar verder was het een geweldige vakantie!

Een stijlvol bankje

Enkele minuten nadat ik een paar foto’s had gemaakt van de takkenzooi in de windmotor aan de Westersanning bij Oudega zag ik opnieuw een opvallend onderwerp opdoemen. In de berm van de Manjepetswei tussen Oudega en Earnewâld stond ineens een kleurrijk bankje …

Dat herinnerde mij er ineens aan dat 2017 is uitgeroepen tot het ‘Stijljaar‘. Door heel Nederland wordt aandacht besteed aan het jubileum van De Stijl. Omdat er in de geschiedenis van De Stijl een prominente plaats is voor Drachten, had ik me begin dit jaar voorgenomen om daar in mijn weblog ook af en toe wat aandacht te besteden, maar dat is er vanwege mijn gezondheidsperikelen helaas niet van gekomen …

Dit bankje heeft in opdracht van Doarpsbelang Aldegea in mei een kleurrijke make-over gekregen van cliënten van dagbesteding Tierelantuintje. Met de strakke lijnen en de herkenbare primaire kleuren van De Stijl brengt Oudega een mooie ode aan kunstenaar Theo van Doesburg die Drachten met zijn abstracte kunst internationaal op de kaart zette …

Theo van Doesburg had zijn eerste grote opdracht in Drachten. In 1921 mocht hij de kleurschema’s ontwerpen voor zestien middenstandswoningen in de Torenstraat. In deze straat, die in de volksmond de ‘Papegaaienbuurt’ wordt genoemd, zijn die stijlkleuren nog steeds terug te zien. Museum Dr8888 heeft een van de woningen teruggebracht in de originele staat en geopend voor het publiek. Als ik eraan denk, zal ik in de resterende maanden van het jaar proberen hier nog eens wat van de Stijlelementen in Drachten te tonen …

Takkenzooi in de polder

Hoe hij er op dit moment bij staat, weet ik niet, maar begin oktober zag de windmotor aan de Westersanning in de Jan Durkspolder er tamelijk wonderlijk uit …

Iets of iemand had er een grote takkenzooi van gemaakt, want het apparaat was behangen met takken en twijgjes …

Wat kan hier nou de bedoeling van zijn …? Het komt het draaien vast niet ten goede …

Wie het weet mag het zeggen!

Vreemd licht in de lucht

Er hing gisteren een vreemd licht in de lucht, de weinige wolkjes die er waren kregen een gouden randje …

Wanneer er geen wolkjes waren, hing er voortdurend een oranje gloed rond de zon …

Geen moment werd de lucht zo mooi helder blauw als de voorgaande dagen …

Al ruim 2 uur voor zonsondergang kleurde de zon alsof hij op het punt stond achter de horizon te verdwijnen …

De oorzaak van dit alles: rookwolken afkomstig van de grote natuurbranden die al dagenlang woeden in Spanje en Portugal, en zand of stof uit de Sahara zijn met een zuidwestelijke wind vooral door toedoen van orkaan Ophelia naar onze regionen gevoerd. Hoog in de lucht deed dit alles verwoede pogingen om de zon bij ons te verduisteren …