Buien boven de polder

Bijna terug bij de auto heb ik nog even een kort rustmomentje gepakt op de grote rood met witte paddenstoel, die scheef tegenover de boerderij ‘Heydhuysen’ staat. Ik zat te twijfelen of ik nog even door zou rijden naar Bakkeveen of dat ik huiswaarts zou gaan. Ik besloot het laatste te kiezen, want mijn benen zaten aan hun taks na twee fotokuiers …

Nog maar net onderweg stelde ik mijn plan bij. Zodra ik buiten het bos meer zicht kreeg op de lucht en de horizon, zag ik dat de lucht betrokken was geraakt en dat er vanuit het noorden donkere wolken opdoemden. Daarom besloot ik de openheid van het polderland bij Oudega en Earnewâld nog maar even op te zoeken. Enige tijd later stond ik in de Jan Durkspolder …

Terwijl ik me bezighield met het jongvee op de voorgrond en de ontwikkelingen in de lucht op de achtergrond, slikte ik mijn medicijnen, dronk ik wat water en nuttigde ik een stuk koek …

Na ongeveer een kwartier gingen plotseling de hemelsluizen open en verdween het jongvee in een gordijn van water. Zodra het enkele minuten later weer droog was, startte ik de auto om een stukje in de richting van Earnewâld te rijden …

– wordt vervolgd

Eindelijk een vliegenzwam

Ik begin het laatste deel van mijn fotokuier bij Heidehuizen met een paar foto’s van het fietspad. Er lag een gevaarlijk glibberig laagje bladeren, maar gelukkig liet de bladblazer zich nog niet horen …

Daarna verliet ik het pad om mijn weg te vervolgen door het bosperceel links van het pad. Veel paddenstoelen vond ik niet meer, de mooiste waren een setje elfenbankjes. Maar ook een mooi oplichtend takje met herfstbladeren en een kikker, die plotseling voor mijn voeten weg sprong, stemden me vrolijk …

Nadat ik al de hele herfst tevergeefs op zoek was geweest naar een mooie vliegenzwam, vond ik uiteindelijk dit kleine ding nog. Eind goed, al goed. Daarmee kon ik die zoektocht nog ruim voor het eind van de herfst afronden. Tevreden liep ik terug naar de auto …

Herfst bij ‘Heydhuysen’

Nadat ik een rondje had gelopen in de parktuin bij Huize Olterterp, ben ik in de auto gestapt om nog even naar Heidehuizen te rijden. Onderweg heb ik op de Poostweg een korte tussenstop gemaakt om de onderstaande foto te maken …

Korte tijd later heb ik de auto met beleid geparkeerd in de zachte berm naast het smalle weggetje waar ik nog even het bos in wilde. Daarna liep ik voor de boerderij ‘Heydhuysen’ uit 1920 langs naar het bospad. Nu de meeste bladeren weer zijn gevallen, is de boerderij weer beter zichtbaar …

Eenmaal in het bos heb ik meteen het pad verlaten om eens te kijken of er nog paddenstoelen te vinden waren. De eersten had ik al snel gevonden. Ze stonden op hetzelfde plekje als vorig jaar aan de voet van een boom, maar ze hadden hun mooiste tijd intussen al gehad. Veel andere paddenstoelen lieten zich tussen de dikke laag bladeren op de grond lastiger vinden, maar ik heb er toch weer wat kunnen verzamelen …

Ook deze mooi bemoste voet van een van de lokale woudreuzen was nog wel even een foto waard. Terwijl ik daarna langs de andere kant rustig kijkend en zoekend terug liep, vond ik nog wat mooie paddenstoelen en een kikker. Maar die zijn voor morgen …

– wordt vervolgd

Een stoel en wat paddenstoelen

Ik liep nog wat verder de Engelse landschapstuin bij Huize Olterterp in. Hier en daar hingen nog wat takken met mooie herfstbladeren te pronken in de zon …

De afgelopen jaren is er fasegewijs groot onderhoud uitgevoerd aan de tuin. Van de voet van een omgezaagde stam is daarbij een stoel gemaakt …

Ik liep nog even door tot aan de vijver, waar het landhuis weer mooi in werd weerspiegeld. Rond het gebouw waren schilders actief …

Voorgaande jaren heb ik veel paddenstoelen aangetroffen in de tuin. Dat viel me nu wat tegen, waarschijnlijk was ik er wat te laat voor. Toch heb ik er hier en daar nog een paar aangetroffen …

Teruglopend naar de auto heb ik nog wat gekleurde bladeren aan één van de bomen in de tuin gefotografeerd. Daarna ben ik in de auto gestapt om even door te rijden naar Heidehuizen …

Terug bij Huize Olterterp

Na meer dan een week zagen we gisterochtend eindelijk de zon weer. Ik besloot na de koffie meteen de koe bij de hoorns te vatten en naar de bossen van Olterterp-Beetsterzwaag te rijden. Onderweg kom je dan automatisch langs de landschapstuin van Huize Olterterp, waar It Fryske Gea haar hoofkwartier heeft. Daar maakte ik de eerste stop …

Hoewel veel bomen hun bladeren al waren verloren en de kleurenpracht in de afgelopen grijze week goeddeels was verdwenen, lukte het toch om nog wat mooie krentjes uit de pap te vissen. Ik liep eerst maar eens naar het heuveltje voor in de tuin met het kunstwerk van beeldhouwer Anne Woudwijk …

Anne Woudwijk was kennelijk al bezig met de (terugkeer van) de wolf naar ons land, voordat daar echt sprake van was. De titel van het kunstwerk is ‘Wanneer de maan het landschap verandert, huilen de wolven’. Samen met nog twee andere kunstwerken, die Park Huize Olterterp in één rechte lijn verbinden met de natuurgebieden het Ketliker Skar en de Lendevallei, vormt het een ‘Ode aan de wolf’...

Vanaf het heuveltje heb je mooi zicht op de door het park slingerende paden. De Engelse landschapstuin is ontworpen door de tuinarchitecten Lucas Pieter Roodbaard en Gerrit Vlaskamp. Morgen lopen we wat verder het park in …

wordt vervolgd

Wat vogels en een vrijwilliger

De reeën waren een mooie onderbreking geweest tijdens ons ritje naar de Jan Durkspolder. Terwijl we in rustig tempo voort hobbelden over het heuvelachtige wegdek van de laatste 400 van de Geau, zag ik in de verte al een grote zilverreiger bij de vogelkijkhut staan. “Wedden dat hij straks weg is,” zei ik tegen Jetske, toen we uitstapten …

En zo was het ook. Terwijl wij de vogelkijkhut betraden, ging de zilverreiger er vandoor. Door een kijkopening aan de oostkant van de hut zag ik aan het kleine stipje in de verte, dat hij nu plekje langs de weg had opgezocht. Gelukkig stond er aan de weestkant van de hut ook een grote zilverreiger. En meer nog, er stond ook een blauwe reiger aan de waterkant …

De vogels zaten ver weg, maar we deden het ermee. Intussen was er een man binnen gekomen die ik herkende als een vrijwillig medewerker van It Fryske Gea. Hij was op ronde om te checken of zijn wildcamera’s er nog staan. Toen ik een praat je had aangeknoopt, bleek het een smakelijke verteller te zijn, die een aantal interessante zaken wist te vertellen over de otters in het gebied. Aan het eind van ons gesprek vroeg hij of we de blauwe kiekendief, die sinds kort terug is nog hadden gezien. Hij had hem vanuit zijn positie verderop in het veld in de buurt van de hut rond zien vliegen …

Wij hadden hem helaas niet gezien, maar ik heb nu in ieder geval weer iets om de komende tijd af en toe eens naar uit te kijken. De laatste vogels die we die dag zegen, waren een paar aalscholvers die aan ons voorbij zwommen. Kennelijk waren we ze wat te enthousiast aan het portretteren, want het duurde maar even voordat ze op de wiek gingen …

In de warme auto kwamen we onderweg naar huis weer op temperatuur. Het was een kille en grijze dag geweest, maar we kwamen weer niet met lege handen thuis. Het komt regelmatig voor. dat ik na onze gezamenlijke fotoritjes een week of twee vooruit kan, met dit grijze tochtje ben ik na drie blogjes wel klaar …

Drie reeën in de polder

We vervolgden onze weg naar de Jan Durkspolder. Op het laatste stuk let ik altijd even extra op, omdat ik hier regelmatig een sprong reeën in het land zie staan …

Ook vrijdag zag ik de eerste schim van een ree al staan, ruim voordat hij binnen het bereik van onze camera’s was. Ik vertelde Jetske dat ze nog wel even wat verder konden rijden, zodat we ze voorbij een bosschage beter in beeld konden krijgen …

Eenmaal daar bleken er meerdere kleine groepjes reeën te lopen. Wij richtten onze camera’s op het groepje van drie dat zich het dichtst bij ons bevond. Eén van de reeën bleef ons voortdurend in de gaten houden. Omdat we rustig bij de auto bleven staan, gaven de reeën ons alle gelegenheid om een mooie fotoserie te maken …

– wordt vervolgd