In het Fochteloërveen

Een dag nadat ik mijn eerste roerdomp had gefotografeerd, hoopte ik stiekem op nóg een primeur. Met dat idee in mijn achterhoofd ging ik op pad met mijn oud-studiegenoot Andries, die me had uitgenodigd voor een rit langs en door het Fochteloërveen (kaartje OpenStreetMap).

Andries woont praktisch tegen het gebied aan. Voor hem is het dagelijkse kost om hier rond te struinen, altijd op zoek naar wat er zich laat zien. Als vogelaar is hij goed te vergelijken met mijn fotomaatje Jetske – iemand die nét even meer ziet, nét even eerder hoort. Dat beloofde wat …

Het Fochteloërveen zelf helpt daar ook een handje bij. Dit uitgestrekte Natura 2000-gebied van zo’n 2500 hectare, op de grens van Fryslân en Drenthe, is een van de laatste plekken in Nederland waar nog levend hoogveen voorkomt. Op sommige plekken ligt het veen nog metersdik. Het landschap oogt open en stil, maar schijn bedriegt, er leeft meer dan je in eerste instantie zou denken.

Volgens Andries is het gebied een paradijs voor reptielen, met alle drie de Nederlandse slangensoorten: de gladde slang, de adder en de ringslang. En alsof dat nog niet bijzonder genoeg is, komen hier in de zomer slangenarenden jagen. Ook kraanvogels en zelfs zeearenden broeden in het gebied …

Tijdens de rit, die door afwisselende landschappen voerde, diende zich na een tijdje het eerste succes zich al aan. Tussen het riet en de lage begroeiing lieten zich al snel twee soorten zien die voor mij allesbehalve vanzelfsprekend zijn: de blauwborst (foto linksonder) en de tapuit (foto 2 en 3 hieronder). Twee soorten die ik pas een paar keer eerder had kunnen vastleggen. De tapuit staat op de rode lijst als ‘bedreigd’, en nu zat hij daar gewoon. Het voelde alsof de dag nog maar net begonnen was, terwijl hij nu al niet meer stuk kon …

Na een eerste verkenning langs de noordkant van het gebied stuurden we via een zuidelijke lus richting de Bruustinger Plas (kaartje OpenStreetMap). Op zo’n honderd meter afstand lonkte een vogelkijkhut, maar we besloten lekker buiten te blijven …

– wordt vervolgd, want we waren nog op zoek naar een tweede primeur deze week …

Twee werelden

Zo lang Jetske bij de palenrij in gesprek bleef hangen, zat ik eerste rang voor twee totaal verschillende voorstellingen. Aan de noordkant was het een en al enthousiasme: twee honden die een bal achterna zaten alsof hun leven ervan afhing, en een vrouw die ze met zichtbaar plezier bleef uitdagen …

De bal werd gegooid, gemist, veroverd en opnieuw gegooid. En dat alles met een inzet en uithoudingsvermogen waar menig topsporter jaloers op zou zijn …

Aan de zuidkant ging het er een stuk rustiger aan toe. Na het nodige gepriegel had de boer eindelijk het hek aan de overkant van de Seewei open gekregen. Hij reed naar de juiste akker en begon daar met zijn trekker kalm zijn lijnen over het land te trekken. Geen gehaast, geen gedoe – gewoon gestaag doorwerken – zoals we dat ook de rietsnijders hebben zien doen. Alsof dat soort mannen een stilzwijgende afspraak heeft met weer en wind …

Het contrast kon bijna niet groter: voor me het onverstoorbare geploeter, achter me het fanatieke spring- en smijtwerk. En ik zat er precies tussenin, op mijn bankje, en vond dat eigenlijk de beste plek van allemaal. Gratis vermaak aan twee kanten, je zou er bijna kaartjes voor gaan verkopen …

De labrador en de vrouw

Aan de andere kant van de dijk daalden we langzaam weer af. Aan de voet van de dijk gingen onze wegen uiteen. Jetske liep meteen door naar het begin van de oude palenrij. Zelf liep ik eerst een stukje parallel aan de palenrij over het deels verharde paadje. Het heldere weer maakte dat Schiermonnikoog duidelijk afgetekend stond tegen de horizon. Net als de veerboot, die onderweg was van Schiermonnikoog naar Lauwersoog …

De belangrijkste attractie van Peazens-Moddergat is voor mij al jarenlang de oude palenrij, die zich ruim 400 uitstrekt in het Wad. Terwijl ik mijn ogen en mijn camera langs de palenrij liet gaan, verscheen er op een bepaald moment een zwarte hond in beeld. Zo te zien was het een labrador, een mooie gitzwarte labrador-retriever met de Friese vlag aan zijn tuigje. Aan een lange lijn volgde er op enige afstand een vrouw die goed kleurde bij de hond. Samen verdwenen ze in de verte …

Voor mij was dat het sein om me weer eens wat dichter bij de oude palenrij te wagen …

De eerste kieviten

Bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was weinig te beleven, daarom ben ik vrijwel meteen doorgereden naar de Hooiweg aan de andere kant van Earnewâld. Bij een langzaam uit elkaar vallend hek van It Fryske Gea zette ik de auto even half in de berm om mijn medicijnen te nemen en een stukje koek te eten …

Na enige tijd zag ik verderop een kievit neerstrijken. Toen ik even later dichterbij kwam, zag ik dat het er zelfs twee waren. Het vrouwtje deed alsof ze aan het broeden was. Daar geloofde ik echter niks van, zo dicht bij de weg. Niet veel later vlogen ze allebei op om hun heil ergens anders te zoeken. Maar mijn eerste kievit van het jaar was weer binnen …

Oude en nieuwe petgaten

Al vanaf de middeleeuwen tot kort na de Tweede Wereldoorlog werd er in dit gebied turf gewonnen. Nadat de turf gestoken was, bleven lange stroken water over, de zogenaamde petgaten of zoals ze hier genoemd worden: ‘weeren’. De uitgestoken turf werd te drogen gelegd op legakkers of ‘ribben’, dat zijn lange stroken land tussen de petgaten. Ten westen van onze locatie waren in de rietlanden veel oude petgaten te zien …

Ten oosten van ons plekje was het een heel andere situatie. Daar wordt al zeker een jaar of 15 gewerkt aan het herstel van het oude landschap. Jetske en ik hebben in maart 2013 eens een fotoserie gemaakt van die grootschalige werken vanaf de kant van Wetering. Op de eerste twee onderstaande foto’s is iets van dat grootschalige werk van toen te zien. In maart 2025 zijn we er weer eens langs gereden, dat is te zien op de derde foto hieronder …

In weilanden en rietvelden die hun natuurlijk waarden hadden verloren, is sindsdien ruimte gemaakt voor het water en nieuwe natuur. Tussen hier en het lintdorp Wetering, dat op de onderstaande foto’s aan de horizon te zien is, zijn veel oude petgaten opnieuw uitgegraven om het oude landschap te herstellen. Vooral die nieuwe petgaten waren die dag samen met de lucht verantwoordelijk voor de mooie blauwe tinten …

– wordt vervolgd

Errie achter de grote rietmaaier

Gisteren heb ik een aantal foto’s getoond van het werk van rietsnijder Errie met de grote blauwe rietmaaier. Vandaag doe ik dat nog eens dunnetjes over met een dronevideo van een paar minuten …

– wordt vervolgd

Daar komen de rietsnijders

We zaten nog maar net, toen we de auto van Klaas Jan zagen naderen over het fietspad dat zich tussen de afgezaagde boomtoppen door slingerde …

Op de aanhangwagen stond een grote handmaaier. Terwijl Klaas Jan hem van de wagen reed, vertelde hij dat zijn oom Errie (the man in black) een verbetering op de machine had aangebracht. Een soort zelf bedachte update zeg maar …

Na een pittige wandeling over de geurige kragge voegden Jetske en ik ons enige tijd later bij de mannen in het achterliggende rietland. Daar startte Klaas Jan meteen de rietmaaier om hem onder het toeziend oog van nieuwsgierige collega’s aan een eerste proefrit te onderwerpen …

Het was al snel duidelijk dat de machine perfect werkte. De golden retriever Rhena zag dat het goed was. Terwijl zij een lekker plekje zocht om te gaan liggen, bracht ik mijn drone in stelling …

– wordt vervolgd