Vorige week zondag heb ik weer eens een uitgebreide fotokuier gemaakt in de Ecokathedraal bij Mildam. Het was eigenlijk al te lang geleden dat ik er voor het laatst was. Om diverse redenen kwam het er het afgelopen half jaar niet van. Het voordeel daarvan is dat er nu weer wat nieuwe zaken waren te ontdekken. Dat begon al met het nieuwe bord dat op de parkeerproblemen bij de Ecokathedraal wijst …
De zithoek in het voorportaal van de Ecokathedraal is in de afgelopen tijd ook onderhevig geraakt aan verandering. Spontaan opgekomen beplanting is begonnen om het bankje van een nieuwe stoffering voorzien …
Ook aan de voorzijde van de majestueuze ‘Porta celi’ zag het beeld er anders uit. De bouwwerken direct links en rechts van het pad stonden er vorig jaar ook al. Maar daarachter, helemaal links in beeld, zag ik wel iets nieuws …
Ik besloot niet onder de poort door te lopen, in plaats daarvan volgde ik de nieuwe doorgang die links van het pad was ontstaan. Er bleek een vrij nauwe gang achter te liggen …
Aan het eind van de gang ging het pad trapsgewijs naar beneden …
Eenmaal weer op vaste bosgrond heb ik me eerst maar eens gericht op de nieuwe halfronde muur die daar naast de koepel op sierlijke wijze was opgetrokken …
Tegenover het oude stoomgemaal staat het nieuwe elektrisch aangedreven gemaal Ter Idzard (Google Maps). Het kleurt goed in het momenteel groen-gele landschap rondom …
Verder valt er in het kader van dit blog niet zo gek veel meer te vertellen dan dat het een capaciteit heeft van 200 m3 per minuut. Het is vrijwel niks als je het vergelijkt met de 4000 m³ die het Woudagemaal per minuut kan wegzetten, maar onze vijver zou toch in luttele seconden leeg zijn, vrees ik …
Het belang van gemalen met voldoende capaciteit werd in de natte maand maart 2019 weer eens aangetoond. Terwijl gemaal Ter Idzard gerenoveerd werd, kwam de regen met bakken uit de lucht. Ik had hier in maart ruim 130 mm regen. Het gemaal kon met de resterende capaciteit de overvloedige regenval niet meer aan. In allerijl werd het internationaal gerespecteerde pompenbedrijf Van Heck uit het nabije Noordwolde ingeschakeld om water af te voeren naar de Tjonger. Daarmee werd het Friese laagland in de Veenpolder behoedt voor natte voeten …
Op dit moment hebben we echter te maken met droogte. Vooral in de landbouw hebben ze er belang bij om regelbare stuwen zo laag mogelijk in te stellen. Hoe eerder het water weg is, hoe eerder men met zware machines aan het werk kan. Van die redenering moeten we maar eens af, het water moet veel beter en langer vastgehouden worden …
Ik sluit af met een blik in de verte, links het stoomgemaal en rechts daarvan het nieuwe gemaal. Wat hebben de bewoners een van het oude gemaal een prachtig uitzicht over de landerijen. En het rook er heerlijk bij die eerste snede pas gemaaid gras …
Zondag heb ik voor het eerst dit jaar weer eens een bezoekje gebracht aan de Ecokathedraal. Omdat het mooi weer was, heb ik onderweg daar naar toe eerst een omweg gemaakt, die onder andere langs het oude stoomgemaal van ter Idzard (Google Maps) voerde …
Het gemaal is in 1900 gebouwd en staat op de gemeentelijke monumentenlijst. Zodra het klaar was, nam het gemaal het werk over van een aantal molens, die het polderland tot dat moment droog hadden gehouden. Delen van enige molens werden gebruikt als bouwmateriaal voor het gemaal …
Op zijn beurt is dit stoomgemaal sinds 1977 vervangen door een modern elektrisch aangedreven gemaal. Het oude stoomgemaal dient tegenwoordig als woonhuis. Sinds 2017 heeft het pand nieuwe bewoners, die er wat moois van proberen te maken. ‘Er zijn allerlei mogelijkheden, dus we fantaseren nu nog over van alles, zoals het inrichten van een kleine theetuin of een open atelier in de machinekamer.’ In dit artikel vertelden ze er meer over: ‘Slapen in de machinekamer – wonen in een stoomgemaal in Friesland …’
In januari van dit jaar werd bij RTV Drenthe een documentaireserie getiteld ‘Het mysterie van Darp’ uitgezonden. Nadat Jetske me daarover had getipt, heb ik die serie gevolgd. Behalve dat er boeiende verhalen werden verteld over zaken die zich in de periode 1961-1990 rond de ‘Atoomsite’ bij de Amerikaanse basis bij Havelterberg hebben afgespeeld, zagen Jetske en ik er ook iets in wat we er tijdens ons bezoek in 2014 niet hadden gezien …
Onze nieuwsgierigheid was gewekt en dus trokken we vorige week opnieuw naar Havelterberg. We hadden er een goeie dag voor gekozen. Er hing een grijs wolkendek en het was kil. Voeg daarbij dat de kans op het gebruik van kernwapens sinds de Cuba Crisis niet meer zo groot is geweest, dan is duidelijk dat we nauwelijks een beter moment hadden kunnen kiezen. Nadat we de ge- en verboden aangaande het betreden van militair oefenterrein in ons hadden opgenomen, passeerden we de slagboom. Op het punt waar het pad zich in drieën splitst kozen we opnieuw voor het middelste pad …
Zodra we de zandvlakte betraden, zagen we de oude wachttoren in de zuidwestelijke hoek staan. De toren was omgeven door een roestig hekwerk. Wat zeg ik? Toen we dichterbij kwamen, zagen we dat het zelfs een dubbel hek is met bovenop een rol prikkeldraad. Het is nog net geen NATO-prikkeldraad, maar afschrikwekkend is het wel. Zoals hier in de actieve tijd van de site sprake was van een dubbele bewakingsring om het hele complex heen, zo is dat nu bij de laatste wachttoren het geval …
Het geheel zag er meteen een stuk minder vriendelijk dan zonder de hekken. Als het de bedoeling is dat de hekken het verhaal achter dit bijzondere relikwie van de Koude Oorlog sterker maken, dan is dat wat mij betreft wel geslaagd. De hekken lijken daarnaast een uitstekend middel te zijn tegen verdere bekladding van de toren, want er is in de afgelopen 8 jaar zo te zien weinig of geen graffiti meer bij gekomen …
Met toch wat een kil Koude-Oorlog-gevoel liepen we over de zandvlakte terug naar de auto. We hadden geen spijt van ons tweede bezoek aan dit teken des tijds. Laten we hopen dat de kernwapens die momenteel elders nog in omloop zijn, in hun bunkers blijven liggen en tijdig voorgoed gedemonteerd en onschadelijk gemaakt worden …
Naar aanleiding van een uitzending van ‘Andere tijden’ getiteld ‘Waken over kernkoppen’ hebben mijn fotomaatje Jetske en ik eind maart 2014 een fotokuier gemaakt op de z.g. oude ‘Atoomsite’ (Google Maps) bij Havelterberg …
Nu de verhoudingen op het wereldtoneel ineens volstrekt anders zijn dan 8 jaar geleden, besloten we er vorige week nog eens een kijkje te nemen. Voordat ik daarvan morgen verslag doe, verwijs ik vandaag ter inleiding even naar het logje van 8 jaar geleden …
Toen ze terugkwam van de parkeerplaats was Jetske voorzien van haar kniebeschermers. Zelf gooide ik mijn viskrukje over de schouder, en zo waren we helemaal klaar voor de macrosessie waar we eigenlijk voor gekomen waren. Landgoed Dickninge staat namelijk vooral bekend om de groei en bloei van de zeldzame holwortel, eind maart – begin april …
Dickninge is een landgoed van ongeveer 75 hectare in het uiterste zuidwesten van de provincie Drenthe. Het ligt op de westelijke oever van het riviertje de Reest, dat de grens tussen Drenthe en Overijssel vormt (Google Maps). Het ruisen van een achter het struikgewas liggende vistrap in het riviertje staat garant voor een prettig achtergrondgeluid als je de landschapstuin in loopt …
De holwortel behoort tot de stinzenplanten. Dat is een groep planten die van oorsprong in een regio alleen als ingevoerde sierplantensoort voorkwam in landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen en dergelijke. De holwortel is waarschijnlijk al zo’n 700 jaar geleden door kloosterlingen naar Dickninge gebracht, naar het klooster dat hier indertijd stond. Sindsdien heeft het plantje het landgoed centimeter voor centimeter veroverd. Ook bekendere voorjaarsbloeiers als het sneeuwklokje en het lenteklokje zijn stinzenplanten. Het woord stinzenplant (stinsenplant) komt trouwens van het Friese woord stins, dat stenen huis betekent. Er wordt een versterkt en met stenen gebouwd huis mee bedoeld. Dat waren vooral de woningen van adellijke of anderszins aanzienlijke heren, die dikwijls landgoederen bezaten …
Ik had op dat moment niet echt de rust om me op macrofotografie te concentreren. Als je echt mooie macrofoto’s van de holwortel en de er omheen vliegende hommels en bijen willen zien, dan moet je even hier bij mijn fotomaatje kijken. Omdat ik er voor het eerst was, heb ik nog wat rondgestruind om wat fragmenten van de Engelse landschapstuin te bekijken en te kieken. Ik houd wel van die kronkelende paden. Hoewel het hoogtepunt van de bloei van de holwortel al voorbij was, vond ik geheel erg mooi …
Omdat het derde bruggetje op onze route slecht begaanbaar was, besloten wij na verloop van tijd weer op onze schreden terug te keren. Jetskes’ aanbod om de auto weer op te halen en me dan weer op te pikken, sloeg ik ditmaal af. Mijn benen waren gelukkig weer net wat sterker gebleken dan bij onze vorige fotokuier. En zo lukte het om onderweg ook nog even een paar foto’s te maken van ‘huize Dickninge’. Maar verder werden we toch echt geacht niet te gaan …