Over turf en meer

Op de terugweg hebben we nog twee tussenstops gemaakt. Om te beginnen trakteerde Nils op een terras bij Vierhuis op koffie met appelgebak. Daarna reden we door naar Rotsterhaule, waar we even een zijsprongetje namen naar het natuurgebied het Easterskar. Net als veel andere natuurgebieden heeft het Easterskar zijn ontstaan te danken aan de turfwinning …

Het had niet veel gescheeld of natuurgebied het Easterskar had niet bestaan. In het kader van werkloosheidsbestrijding werd begin vorige eeuw namelijk veel ‘natuur’ ontgonnen voor de landbouw. Omstreeks 1960 stond het Easterskar op de planning om op de schop te gaan. De groeiende industrialisatie hield het project echter tegen. Het naastgelegen Westerskar was wel al ontgonnen, maar het Easterskar en haar domein van bijzondere planten, vogels, vlinders, reptielen en amfibieën bleef gespaard en werd eigendom van de provinciale vereniging voor natuurbescherming ‘It Fryske Gea’

Ik besloot dit zijsprongetje te maken, omdat we onderweg langs de geboorteplek van mijn moeder kwamen. Pake verdiende zijn brood als landarbeider in en rond het Easterskar. Mem kwam als zevende kind op de wereld in het kleine huisje op de foto hieronder. Zo’n groot gezin in zo’n klein huisje, daar kunnen we ons vandaag niets meer bij voorstellen. Op de rechter foto zie je het gezin nog voordat mijn moeder werd geboren.

Wij waren intussen aangekomen in de vogelkijkhut ‘Skiere Goes’ (‘grauwe gans’ voor niet-Friestaligen) in het natuurgebied. Rondom de hut was het rustig, in de verte dreef een aantal zwanen op het water en vloog een grote zilverreiger op …

Op het moment dat wij de hut betraden waren twee vogelaars met luide stem bezig om een derde vogelaar uit te leggen welke instellingen hij met zijn camera, met daarop een joekel van een zoomlens, het best kon gebruiken. De man bleef echter hardnekkig tegenstribbelen. Nils en Tijmen zagen de humor er wel van in. Pepijn begreep er niets van, vooral omdat ik net voordien had verteld dat je in een vogelkijkhut wat stil hoort te zijn om de vogels niet te verjagen. Toen hij erbij ging liggen, leek het mij de hoogste tijd om huiswaarts te keren …

Spreeuwen bezetten windmotor

De windmotor aan de Westersânning in de Jan Durkspolder dient bij rustig weer vaak als rustplaats voor vogels …

Waren het begin juli een paar kraaien, begin augustus hielden enkele spreeuwen de zaak bezet …

Last resorts: de Jan Durkspolder

Ik was onderweg naar de Jan Durkspolder, toen ik onderweg weer eens werd opgehouden door een paar reeën. Dat overkomt me de laatste tijd weer vrij vaak op verschillende plaatsen langs deze route. Maar voor alle duidelijkheid: ik heb het nog nooit als lastig ervaren. Integendeel, prettiger oponthoud is nauwelijks denkbaar …

Eenmaal op het laatste deel van de doodlopende Westersânning is aan de linkerkant van de weg de grote vogelkijkhut van de Jan Durkspolder te zien. Hij staat aan het eind van een smalle, ca. 100 m lange landtong te midden, omringd door water …

Waar de weg overgaat in een onverhard pad laat ik de auto achter. Na een klein stukje lopen over het pad genaamd de Geau, sla ik aan het eind van de schaduwen over het pad linksaf …

Een ongeveer 100 m lang paadje slingert omgeven door knotwilgen in de richting van de kijkhut. Ergens halverwege heb ik de foto met de springbalsemien gemaakt, die hier onlangs voorbij kwam onder de titel ‘Last Resorts (2)’. Voorbij de bocht in het pad voert een houten plankier naar de vogelkijkhut …

Vanuit de hut heb je door een groot aantal kijkluikjes rondom uitzicht over de watervlakte. Dit jaar viel het aantal mooie observaties vanuit die hut wat tegen. Dat is in voorgaande jaren wel eens beter geweest, maar desalniettemin is deze vogelkijkhut mijn 2e last resort, omdat ik er na 150 m lopen altijd een droge zitplek heb …

Ditmaal viel de oogst niet tegen. In de verte, eigenlijk net wat te ver voor mijn camera, zat een flinke roofvogel in het topje van een boom. Ik ben geneigd te zeggen dat het een grauwe kiekendief is, maar het kan ook een buizerd zijn …

Ik stond net op het punt om de terugtocht te aanvaarden, toen er aan de westkant van de hut voor het eerst dit jaar een lepelaar dichtbij de hut verscheen. Erg lang liet hij zich niet zien, maar mijn dag was alweer goed …

Tot zover mijn tweede last resort.

De slakkenopruimingsdienst

Twee merels scharrelden onlangs tussen de buien door bij de vijver rond …

Ze waren duidelijk op zoek naar iets eetbaars. Een lekkere vette huisjesslak leek uitkomst te brengen …

Mevrouw merel nam hem in haar snavel en gooide hem omhoog …

Na een zachte landing in het mos, was de schaal na de eerste worp echter nog niet gebarsten …

Opnieuw nam ma merel de slak in haar snavel. Hongerig en gespannen keek haar jong toe …

Met een sierlijk boogje wierp ze het slakkenhuisje voor de tweede keer omhoog …

Waarna het met een subtiel plonsje in de vijver belandde …, de jonge merel keek beteuterd toe…

“Kom jongen, we gaan weer eens gezellig samen wormen zoeken …,” meende ik ma merel nog te horen fluiten, terwijl ze over het paadje naar achteren liep …

Al grote jonge ooievaars

Omdat ik in de Jan Durkspolder al snel was uitgekeken, ben ik even doorgereden naar Earnewâld om te kijken hoe het er met de ooievaars gesteld was. Terwijl het voor veel weidevogels een heel goed voorjaar was, zijn op diverse plaatsen in het land jonge ooievaars dit voorjaar slachtoffer geworden van regen en kou. Bij een paar van de nesten die vanaf de weg goed te zien zijn, lijkt dat hier bij Earnewâld gelukkig wat mee te vallen …

Op het paalnest tegenover de gaswinlocatie aan de Dominee Bollema van der Veenweg stond één de ouders met twee al grote jongen, die speciaal voor de fotograaf wel even een grappige pose wilden aannemen …

Ongeveer driehonderd meter verder naar het noorden stonden drie jongen op een paalnest …

Bij afwezigheid van de ouders leek het erop dat de al flink uit de kluiten gewassen jongen elkaar aan het voeren waren …

Witte(re) wolken

Nadat ik de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had verlaten, ben ik nog even een stukje in de richting van de windmotor gelopen. Daarbij vielen opnieuw de grote witte wolkenmassa’s op, die ik eerder vanuit de hut weerspiegeld in het water had gefotografeerd …

Die wolken leken me aan de bovenkant zó wit, dat ze me deden denken aan stukken die ik wel heb gelezen over geo-engineering. Dat is het opzettelijk grootschalig ingrijpen in de natuurlijke systemen van de aarde, met als doel klimaatverandering, en meer specifiek de opwarming van de aarde tegen te gaan. Men denkt hierbij b.v. aan het witter maken van wolken, zodat ze het zonlicht tegenhouden kan worden door het weerkaatsen …

Het gaat hier om technieken die huiveringwekkende gevolgen kunnen hebben, want je weet niet wat je mogelijk losmaakt aan natuurkrachten. Op dit moment is het nog science fiction, maar er wordt al wel mee geëxperimenteerd. Voor meer informatie verwijs ik graag naar een 8 minuten durend gesprek bij ‘EenVandaag’ uit mei 2018 en een artikel in ‘De Tijd uit augustus 2019 …

Een slaapverwekkende vertoning

Gisteren liet ik hier het uitzicht vanuit de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder naar het oosten zien, vandaag richten we de blik even naar het westen …

Als we even inzoomen, zien we in de verte een deel van de lepelaars, die hier hun zomerse domicilie hebben. Veel leven vertoonden ze niet. En dat was met de eenden. die voor de wal in het water dobberden, al niet anders …

Ergens midden in het water lagen een paar kuifeenden te slapen. Eén van hen hief zijn kop even sierlijk op, daarna zette ook hij zijn siësta voort …

Het was kort gezegd echt een slaapverwekkende vertoning. Daar kon die ene wakkere lepelaar ook niets aan veranderen, toen hij besloot in zuidelijke richting weg te vliegen …