Twintig jaar fotomaatjes

Zoals gebruikelijk begonnen we de dag met koffie. Voor de gelegenheid verraste Aafje ons ditmaal ook nog met oranjekoek. Jetske en ik vierden gisteren namelijk het feit dat we 20 jaar fotomaatjes zijn. Normaal gesproken treffen we elkaar om de 14 dagen. De ene keer komt Jetske naar Fryslân, de volgende keer reis ik af naar de Kop van Overijssel.

We zijn in deze uitzonderlijk mooie en lang zomer maar één keer op pad geweest in Overijssel. Sinds deze zomer zijn we hier samen veel mobieler, Jetske op de e-bike en ik op de Joiny. Toen de koffie en de koek op was, gingen we rond elf uur pad voor een rondje met het pontje …

De dag begon met een pechgeval. Deze keer niet met de Joiny, maar met Jetskes’ fiets, waarvan de ketting van het tandwiel raakte. Gelukkig gebeurde het meteen bij de eerste trappen. Jetskes’ fiets ging weer achter op de auto en ze kreeg Aafje haar e-bike mee …

Eenmaal onderweg wist ik mijn fotomaatje opnieuw te verrassen met mooie plekjes en paden. Via Opeinde en Oudega bereikten we de nieuwe uitkijktoren ‘de Wynwachter’ aan de Mûntsegroppe. Over een paar jaar staat de uitkijktoren op de oever van het nieuwe meer, dat momenteel wordt gegraven bij Oudega. Ik zal binnenkort wel wat meer vertellen over deze toren. Nu volsta ik met de mededeling dat het een prima plek was om onze broodjes te eten …

We vervolgden ons ritje in de richting van de Jan Durkspolder. Daar stelde ik aan het eind van de Geau voor om nog even een extra rondje naar Earnewâld te maken. We hadden de tijd tenslotte nog wel en er viel genoeg te zien onderweg. Aan het feit dat dat extra rondje en een tripje heen en weer naar de uitkijktoren ons tochtje in totaal ongeveer 10 km langer maakte, dacht ik op dat moment niet …

Tegen drieën bereikten we het pontje bij de Hooidammen. Eenmaal aan de overkant zetten we koers richting Drachten. Bij de Herkulesmolen ‘de Veenhoop’ maakten we een laatste tussenstop om nog een slokje te drinken. We waren bijna bij Smalle Ee, toen ik eens een blik op de km-teller van mijn Joiny wierp. ‘Komen we thuis, of maak je je zorgen?’ vroeg Jetske. ‘Komt goed’, antwoordde ik, ‘het is nu nog 5 km naar huis en er staat 42 op de telller. Volgens het boekje heeft hij een actieradius van 50-60 km* …’

Twee kilometer verder voelde ik de snelheid van de Joiny langzaam verminderen. We draaiden net voorbij het dorp De Wilgen het fietspad op, toen ik klaar was. Met 44 km op de teller en nog drie km te gaan was het gedaan met de accu van de Joiny. Jetske snelde me al vooruit om hulp te vragen bij de boerderij 200 m verderop …

We hadden op geen betere plek kunnen stranden. Vader en zoon Wijma – de één voormalig boer, de ander autodealer – wisten wel raad. Lang verhaal kort: de Joiny werd over een oprijplaat in een bestelbus gereden, waarmee ik een kwartiertje later heel vriendelijk thuis werd afgezet. Jetske, die intussen aan de praat was geraakt met de vrouw van de handelaar – ook een verpleegkundige – kwam enige tijd later op de fiets terug. Het was al met al weer een topdag, en ik heb nog weer wat bijgeleerd ook …

* Het bereik is afhankelijk van o.a. gewicht van de berijder, het wegdek en het weer. Intussen heb ik me verzekerd van pechhulp voor scootmobielen van de ANWB.

Een nieuwe stap in mobiliteit

Om toch maar mobiel te blijven, hebben we ons genoodzaakt gezien om maar weer te investeren. De iLark was geen serieuze optie meer om op te kunnen vertrouwen. Nadat we ons uitgebreid hadden georiënteerd op de mogelijkheden, hebben we afgelopen week zaken kunnen doen. Gisteren heb ik de maidentrip ermee gemaakt …

Het is geen e-bike, geen e-scooter en ook geen scootmobiel, maar het is een Joiny. De Joiny verenigt ze alle drie in één. En dat maakt dat hij – in tegenstelling tot de iLark – gebruikt mag worden op de openbare weg, op fiets- en wandelpaden en in winkels. Voordeel van de Joiny is dat de gebruiker op dezelfde ooghoogte zit als fietsers en wandelaars …

De Joiny is ontworpen door de Twentenaar Martin Vossebeld. Door de ziekte MS kon Martin niet langer fietsen. Hij zocht naar een vervoersmiddel dat tussen de e-bike en scootmobiel in lag. Een scootmobiel voelde voor Martin net als voor mij als een te passieve optie met zijn lage zit en het gevoel van ongelijkheid wanneer hij met vrienden of zijn partner op stap ging. Hij voelde zich fysiek nog te goed voor een scootmobiel en was vastberaden een actievere oplossing te vinden. Dat Martin industrieel ontwerper is geweest kwam daarbij goed van pas. Dat leidde tot dit resultaat …

Wat de Joiny bijzonder maakt is dat hij een gepatenteerd kantelsysteem met stabiele middenstand heeft. Dat zorgt ervoor dat de Joiny tijdens het rijden meebeweegt met de bestuurder. Hierdoor worden de krachten die bij
bochten optreden, gecompenseerd in plaats van versterkt. Dit is vergelijkbaar met het in de bocht hangen zoals bij een tweewieler. Bij traditionele scootmobielen moet de bestuurder vaak de schokken opvangen van een
star frame met hoog zwaartepunt …

De Joiny is een volledig Twents product, dat in samenwerking met Steggink Metaal uit Oldenzaal en in een eigen Joiny-assemblagehal wordt gemaakt.

Terug op de fiets

Jetske kwam gistermiddag op de proppen met een aantal foto’s, waarop ik op de fiets te zien ben. Voordat we in 2009 op Terschelling waren, had ik mijn fiets al een tijdlang aan de kant gezet, omdat mijn benen de trappers steeds moeilijk rond konden krijgen. De kennismaking met de gehuurde e-bike bracht daar verandering in. In die drie dagen op Terschelling heb ik meer gefietst dan de vier jaar ervoor. Deze foto laat zien, dat ik op die e-bike zelfs weer een surplace kon maken …  😉

Terug thuis hebben we de kogel binnen een maand door de kerk gejaagd. Mede omdat Aafje gebruik kon maken van een fietsplan op haar werk, konden we een mooie e-bike aanschaffen. Daarmee heb ik die zomer diverse ritjes rondom Drachten gemaakt. Erg ver begaf ik me nooit van huis. Hoewel het licht fietst op zo’n gloednieuwe e-bike, heb je met MS altijd een zeker gevoel van onzekerheid. Je weet nooit wanneer een vrijwel alle kracht absorberende vermoeidheid je kan overvallen. En dan is het ook op een e-bike zwaar trappen. Maar niet ver van huis heb ik die zomer weer diverse mooie plekjes bezocht waar ik al lang niet meer was geweest, omdat ze met de auto niet bereikbaar zijn …

Nadat ik een jaar later een schub kreeg – zeg maar een achteruitgang van de MS – waarvan ik nooit helemaal ben hersteld, kwam er een eind aan mijn fietsavonturen. Sindsdien gaat Aafje dagelijks op de e-bike naar haar werk en heb ik de beschikking over de auto. In 2011 heb ik op Terschelling nog eens een e-bike gehuurd, maar dat was geen succes. Daarom hebben we tijdens onze laatste korte vakantie op Terschelling in 2017 de auto maar meegenomen …

Fietsend langs de Waddenzee

– Een virtuele vakantie 22 –

Daar stonden we dan op zeeniveau. Links de zeedijk, rechts de Waddenzee, en vóór ons een eindeloos lijkend fietspad. Even diep ademhalen en daar gingen we. Na een paar kilometer stelde ik voor om even een tussenstop te maken, zodat we een paar zeegezichten konden scoren. Zo gezegd, zo gedaan. Nadat ik een paar foto’s had gemaakt, vervolgden we onze tocht …

◊

◊

Even bijtanken

– Een virtuele vakantie 18 –

Nat en verregend kwamen we ergens rond half twee ’s middags weer bij ons vakantieverblijf aan. En daar zijn we de rest van de middag gebleven ook, want het weer lokte geenszins om weer naar buiten te gaan. Na een warme douche en een paar uurtjes met een goed boek en een hapje en een snapje, besloten we ’s avonds wat te eten in het dorp Formerum.

Onderweg passeerden we net buiten Formerum de mooie oude boerderij op de foto hieronder. In het dorp kwamen we langs ‘de Koffiemolen’. Ons doel lag nog net wat verderop in het dorp: eetcafé ‘de Rustende Jager’ …

◊

◊

Langs de Badhuiskuil

– Een virtuele vakantie 16 –

De volgende korte tussenstop tijdens onze fietstocht was bij de Badhuiskuil. Daar staat een beeldje ter nagedachtenis aan de bioloog Victor Westhoff (1916-2001). Westhoff was een van de meest invloedrijke natuuronderzoekers en -beschermers in Nederland. Hij was er van overtuigd dat variatie en rijkdom in de natuur gedeeltelijk afhankelijk zijn van menselijk beheer. Veel van zijn onderzoek voerde hij uit op Terschelling. In de beginjaren van zijn onderzoek kwamen er in de Badhuiskuil vele zeldzame plantensoorten voor. Eind jaren tachtig waren al deze soorten verdwenen en alles bijna volledig dichtgegroeid. In 1989 besloot Staatsbosbeheer de Badhuiskuil tot aan de schone zandlaag uit te graven …

Toen Westhoff de Badhuiskuil tien jaar later opnieuw bezocht, vond hij hier dezelfde zeldzame planten weer terug. De Badhuiskuil is de historische proeftuin van de natuurontwikkeling in Nederland, waarvan Westhoff de geestelijk vader is. De Badhuiskuil is een natte duinvallei die is hersteld volgens zijn inzichten. Met een geweldig resultaat: verloren gewaande planten kwamen hier massaal terug. Dat was het grote voorbeeld voor de natuurontwikkeling die daarna in gang is gezet in de overige duinvalleien …

Terwijl we daar stonden verslechterde het weer verder. Een vieze motregen begon gestaag neer te dalen. Nadat we snel een paar foto’s hadden gemaakt zetten we onze tocht voort. Twee jaar later kreeg ik gelukkig de kans om Victor Westhoff in alle rust in vriendelijker omstandigheden vast te leggen …

Langs de Bessenschuur

– Een virtuele vakantie 15 –

Nadat ook Aafje en Jetske weer heelhuids beneden waren gekomen, vervolgden we onze fietstocht. Een halfuurtje later kwamen we langs de monumentale “Bessenschuur”. Naar verluidt is dit de enige originele cranberryschuur in Europa. Van oudsher is dit het middelpunt van de cranberryteelt op Terschelling.

We hadden intussen wel zin gekregen in een kop warme chocolademelk of iets in die trant, maar helaas … De deuren waren gesloten en daar leek op korte termijn ook geen verandering in te komen. Hoewel de wind – kijkend naar de vlaggen – leek aan te trekken, zat er niets anders op dan onze tocht maar zonder warmende tussenstop te hervatten …

◊

◊