Een woestenij onder glas

Stukje bij beetje zwierven mijn fotomaatje en ik door de verschillende delen van het kassencomplex van de oude Tuinbouwschool Frederiksoord. Nu eens was het donker en reikten de planten tot aan het glazen dak, dan weer bevonden we ons even in een open ruimte met meer licht en overzicht …

Eigenlijk zou een uitrusting met helm, touwen en een kapmes verplicht gesteld moeten worden bij het betreden van de kassen. Eenmaal raakte ik verstrikt in een enorme, wild woekerende bramenstruik. Een deugdelijke uitrusting had ik natuurlijk niet bij me, maar gelukkig lukte het om de uitlopers van die gemeen prikkende bramenstruik klein te krijgen met behulp van mijn trekkingstokken …

Een overdekte wildernis

Nadat Jetske zich weer bij me had gevoegd ter hoogte van de leiperenallee, vervolgden we onze weg weer samen. Al snel ontdekten we een stukje verderop langs het pad de onderstaande deur. Eens even door de ontbrekende ruitjes kijken wat daar achter verborgen zat. Even voelen aan de deur volstond om te merken, dat die niet was afgesloten …

Zodra we de deur hadden geopend, stapten we een wonderlijke overdekte wildernis binnen. Al wat ik had verwacht, dit toch niet. Geruime tijd dwaalden we van de ene kas naar de andere …

– wordt vervolgd

Een verrassende fotokuier

Mijn fotomaatje Jetske heeft zowel mij als zichzelf gisteren weer weten te verrassen met een fotokuier op een heel bijzonder plekje …

We traden een onverwachte wereld binnen waar we ons geruime tijd hebben vermaakt. Ik heb daarbij voor het eerst gewandeld en gefotografeerd met een paar van de fysiotherapie geleende trekkingstokken. Het was even wennen, maar de eerste ervaring was positief, want zowel rug als benen lijken het er net wat langer bij uit te kunnen houden. Wordt vervolgd …

Waar we waren …? Dat vertel ik in de loop van volgende week nog wel. Eerst een prettig weekend gewenst!

Uitwaaien bij de Leijen

Nadat we uitgebreid hadden zitten bijpraten, besloten fotomaatje Jetske en ik gistermiddag toch nog maar even naar buiten te gaan. Omdat Jetske zin had om even ergens aan de waterkant uit te waaien, reden we even naar de Leijen. …

Omdat een kuier door drassig rietland er voorlopig nog niet in zit, kozen we deze keer niet voor de vogelkijkhut bij Doktersheide. In plaats daarvan reden we even naar het Paviljoen en het strandje bij Rottevalle …

Daar troffen we gelukkig net een droog halfuurtje, waarin we echt even konden uitwaaien. Daarna moesten we ons toch nog even haasten om droog bij de auto te komen …

Op de begraafplaats – epiloog

Voor wie na het logje van gisteren denkt, dat het alleen maar kommer en kwel is op de kleine begraafplaats op de terp bij Nes, zo erg is het nu ook weer niet …

Er liggen ook nog genoeg mooie, goed onderhouden graven van ruim 100 jaar oud, zoals o.a. het onderstaande rijtje van de dynastie van de Bottema’s uit Aldeboarn …

Ik was intussen terug gescharreld naar de ingang van de begraafplaats. Daar staat een bankje dat uitzicht biedt over de begraafplaats. Ik was blij dat ik weer even kon zitten. De toch niet zo erg hoge terp, had me meer kracht gekost, dan ik vooraf had ingeschat. Vanaf het bankje ging mijn blik automatisch naar de grote steen, die onder een glazen plaat naast het pad ligt…

Het blijkt te gaan om de laatste brokstukken van de grafsteen van Reyner van der Elburg, die het klooster dat hier tot het begin van de 17e eeuw heeft gestaan, bestuurde van 1526 tot 1546. Gelukkig staat er een bordje met tekst en uitleg naast de brok steen, want de glasplaat boven de steen is zo vies en vuil, dat er van de steen niets te zien is. Ik zou de beheerder van de begraafplaats daarom willen adviseren om het goede voorbeeld m.b.t onderhoud te geven door die glasplaat regelmatig even schoon te maken …

Terwijl Jetske nog wat rond scharrelde tussen de grafstenen, bleef ik op het bankje zitten om kracht te verzamelen voor de kuier naar de auto. En dat was nodig ook, zou later blijken. Nadat Jetske korte tijd later bij me was komen zitten, hebben we nog wat zitten praten over de begraafplaats. Maar uiteindelijk kwam toch het moment om terug te lopen naar de auto. De eerste 50 m tot voorbij het hek ging dat nog wel, maar daarna was het plotseling helemaal op. Ineens had ik aan mijn stok niet meer genoeg en had ik de steun van mijn fotomaatje aan de linkerzijde even hard nodig. Gelukkig stond de auto niet ver weg. Nogmaals dankjewel voor je steun weer, Jetske …

Intussen gaat het alweer een stuk beter, ik ben deze week zelfs al even aan de wandel geweest in de Deelen. Weliswaar maar een klein stukje, maar dat ging prima. Prettig weekend!

Stukjes en beetjes in Nes

Terwijl mijn fotomaatje en ik vrijdagmiddag enige tijd rond struinden op de begraafplaats van Nes (Google Maps), viel het ons op dat er veel vernielde of verwaarloosde graven lagen. En dat was niet alleen ons opgevallen, bij elk van die graven stond een bordje met het verzoek om contact op te nemen met de beheerder …

Ik heb me verder niet verdiept in de ouderdom van de graven, daar kwam ik op dat moment niet aan toe. Niet omdat de tranen me bijna in de ogen stonden bij zoveel stukjes en beetjes grafsteen, maar omdat mijn benen me in de steek begonnen te laten …

Nadat ik een rondje om de klokkenstoel had gemaakt, ben ik van de top van de terp afgedaald naar het omringende paadje. Daar realiseerde ik me, dat de terp net wat te hoog was voor de combinatie van mijn MS en de nog verse zenuwbeknelling in mijn onderrug …

– morgen de epiloog

Bij de klokkenstoel van Nes

Nadat ik vorige week maandag een eerste kuier naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder had gemaakt, ben ik vrijdag weer even op pad geweest met mijn fotomaatje Jetske. Ik stelde voor om even een kijkje te nemen op de begraafplaats met de witte klokkenstoel van Nes (Google Maps). Niet dat het zo’n spectaculaire begraafplaats is die je beslist gezien moet hebben, maar hij is klein en er staat een bankje. En dat zijn voor mij momenteel weer heel belangrijke ingrediënten. Ruim voordat we er zijn, rijst de tot Watertorenhotel omgebouwde watertoren in de verte op …

Nes is een dorp in de gemeente Heerenveen dat, gescheiden door de A32, ten oosten van Akkrum ligt. Eeuwenlang was het een heel klein dorpje. Zo’n 20 jaar geleden had Nes nog altijd maar ca. 200 inwoners. Sinds de bouw van een nieuwe woonwijk op een kunstmatig eiland rond de eeuwwisseling, is het dorp snel gegroeid tot ruim 1000 inwoners nu …

De begraafplaats ligt vlak ten zuidoosten van het dorp op een hooggelegen terp. De terp, waarop de klokkenstoel staat, is een overblijfsel van het Nesserklooster. Dit klooster is rond 1243 door de Ridderlijke Duitsche Orde gesticht. De kloosterlingen zijn erg belangrijk geweest voor Nes en omgeving. Het klooster had er vele gronden in eigendom. Het klooster is aan het begin van de 17e eeuw verdwenen. De kloosterkerk is wel langer blijven bestaan. Toen ook de kerk in verval raakte, is ook deze afgebroken. De terp was oorspronkelijk veel groter, maar is na 1850 grotendeels afgegraven …

In de klokkenstoel hangt een luidklok uit 1950 met een onder-diameter van 90 cm. en een gewicht van 480 kg. De tekst op de kok luidt:

oer de deaden, goeden en kweaden, bidt myn brounzen lûd foar ’t lêst: jow har, God, de iivge rêst

‘over de doden, goeden en kwaden, bidt mijn bronzen geluid voor het laatst: Geef hen, God, de eeuwige rust’

– morgen nog wat stukjes en beetjes

Bron: akkrum.net