Zilverreiger verschalkt ’n visje

Vorige week werd ik bij het verlaten van de kijkhut verrast door een goudhaantje, dat niet wilde meewerken aan een kleine fotosessie. Ditmaal trof ik er een grote zilverreiger aan …

Terwijl ik over het door wilgen en struiken omgeven paadje in de richting van de auto liep, zag ik links aan de overkant een grote zilverreiger door het water waden. Ik zette mijn trekkingstokken tegen een boomstam en had net een gaatje in de begroeiing gevonden om de reiger te kunnen fotograferen, toen hij toesloeg. Hij kwam weer boven met vaag zichtbaar een flinke spartelende vis in zijn snavel, die al snel in de diepte van zijn lange hals verdween …

Na de maaltijd draaide de grote witte vogel zich om, waarna hij zijn weg in noordelijke richting vervolgde. Ik besloot voldaan hetzelfde te doen, want die kant moest ik op om bij de auto te komen …

Smienten zo ver ’t oog reikt

De zon leek er door te komen, toen ik gistermorgen na de koffie in de auto stapte om een ritje naar de Jan Durkspolder en omgeving te maken. Terwijl ik over de Westersanning reed (Google Maps), zag ik al dat de plas rond de grote vogelkijkhut van voor tot achter vol lag met smienten …

Zo stil mogelijk liep ik korte tijd later over het door wilgen en riet omgeven paadje naar de hut. Het af en toe net wat te luide getik van mijn trekkingstokken op het beton deed de dichtstbij zijnde eenden echter al snel opvliegen …

Zo druk als het op het water was, zo stil was het ook nu weer in de kijkhut. Het voordeel daarvan was, dat de eenden zich al snel weer rustig met wind en water in de richting van de hut lieten dobberen. Het was weer een mooi begin van de dag …

Twee bruine kiekendieven

Maandagmiddag stond er een harde wind, maar de zon scheen regelmatig vriendelijk tussen de wolken door. Omdat ik geen zin had om met die wind met de iLark op pad te gaan, werd het voor het eerst sinds langere tijd een autoritje naar de Jan Durkspolder en de Hooidammen. Toen ik bij de Hooidammen vandaan kwam, besloot ik onderweg naar huis nog even een tussenstop te maken bij de picknicktafel ter hoogte van de windmotor Barfjild aan de Wolwarren …

Al na een paar minuten werd mijn aandacht getrokken door een over het rietland vliegende bruine kiekendief in de verte. Eenmaal hoger in de lucht voegde zich een tweede kiekendief bij hem. Of het spel of strijd was, weet ik niet, maar een tijdlang ontspon zich een boeiend schouwspel in de lucht. Het viel niet mee om hun capriolen, die af en toe nog eens versneld werden door de harde wind, met redelijke zoom te volgen. Dit is een deel van het resultaat …

De Wieden in

Nadat we half juni voor het eerst samen een dagje op fiets en iLark op pad waren geweest, maakten fotomaatje Jetske en ik op de laatste dag van de record warme maand juni voor het eerst sinds 2016 weer eens een vaartocht door de Wieden. Rond 10:45 uur gooiden we de trossen los …

Ik kreeg een plekje in het midden van de boot toegewezen, waarna Jetske de motor startte. Jetske, die in haar tienerjaren als het zo uitkwam al als stuurvrouw aan het roer van een rondvaartboot stond, kent de wateren in de Weerribben en de Wieden op haar duimpje. Het voordeel daarvan is, dat ze me met dit vaartochtje weer langs mooie, hier en daar onverwachte plekjes wist te voeren …

In rustig tempo tuften we de Wieden in. Nadat we een tegemoetkomende kano waren gepasseerd, doken we een stuk bos in. Daar zat o.a een jonge spreeuw in een boomtop. Eenmaal aan de andere kant van de bosschages voeren we na enige tijd onder een bruggetje door het lintdorp Dwarsgracht binnen …

Een primeurtje: de blauwborst

Nadat we een tip hadden gekregen dat het Stroïnkgemaal open was voor publiek, hebben Jetske en ik in het kader van de Nationale Molendag zaterdag een bezoek gebracht aan het Stroïnk gemaal bij Blokzijl en spinnenkopmolen de Wicher bij Kalenberg. Verslag en foto’s daarvan zullen op enig moment hier wel verschijnen. Vandaag beperk ik het tot de primeur, waarmee de dag werd afgesloten. Omdat ze eerder in de week al wat verkennend werk had gedaan, wist Jetske me te verblijden met de blauwborst. We zaten al een tijdje tactisch opgesteld te wachten, toen hij zich plotseling liet zien …

“Daar is hij, Jan …,” hoorde ik Jetske fluisteren …


“Ja, ik heb hem al gezien, maar wat heeft hij een vervelend donker plekje opgezocht …,” reageerde ik zachtjes …


Amper een halve minuut later vloog hij op om een paar meter verderop neer te strijken op een af en toe flink heen en weer waaiende rietstengel. Ruim vijf minuten liet hij zich bewonderen, daarna verdween hij uit ons zicht …

Korte tijd later liet ook het vrouwtje zich nog even zien. Van haar heb ik maar één acceptabele foto kunnen maken, zodat ik nog eens in de herkansing zal moeten. Maar dat is over het algemeen geen straf …

Bij de Bonnebuskepetten

Nadat ik de foto’s van de reigers en de kolganzen had gemaakt, heb ik een korte fotokuier gemaakt over de Bûtendiken (Google Maps) langs de Bonnebuskepetten


Je zou kunnen denken dat het een riviertje is, dat zich door het landschap slingert. Niets is echter minder waar, wat je ziet is een stukje van de gedeeltelijk dicht gegroeide Bonnebuskepetten. Dat zijn de petgaten van Bonne Bus, die hier begin vorige eeuw in de grond wroette als turfarbeider en kleine veenbaas …

Op deze plek deed zich overigens vorige woensdagnacht een bijzonder schouwspel voor. Kort na middernacht waren er in de lucht meerdere lichtzuilen te zien. Dit komt eigenlijk nooit voor in Nederland. Dergelijke lichtzuilen komen voornamelijk voor in landen als Noorwegen, Zweden, Finland en Canada. Het is geen wonder dat het daar vaker voorkomt dan in landen zoals Nederland. Het moet namelijk erg koud zijn voordat deze ijskristallen ontstaan. Echt heel koud was het woensdagnacht echter niet, de thermometer gaf zo’n 3°C aan. Waarschijnlijk was het in een hogere luchtlaag wel erg koud, waardoor de ijskristallen konden ontstaan. Ik had het graag met eigen ogen willen zien, nu zullen het moeten doen met deze foto’s van Wâldnet

Langs het hoge riet

Vorige week woensdag was het mooi weer om weer eens een wandeling bij de Leijen te maken. Bij gebrek aan winterweer was ik er al een tijdlang niet meer geweest. Sommige plekken hebben met grijs en donker weer weinig te bieden, de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ (Google Maps) bij de Tike is voor mij zo’n plek …


Ik was nog mooi op tijd om over het paadje langs het manshoge riet in de richting van de hut te kunnen lopen. De lokale rietsnijder die dit rietland pacht was intussen begonnen om zijn materieel aan te voeren, had ik onderweg gezien. In de loop van deze week zal het rietland hier waarschijnlijk weer een haal ander beeld bieden. Dan zal het mooie wuivende riet, dat zich onder invloed van zon en wind steeds weer anders toont, tot op enkele centimeters boven de grond zijn verdwenen …

Aangekomen in de vogelkijkhut is dit het beeld door één van de geopende kijkluikjes. In de verte is het steeds verder uit elkaar vallende boomeilandje te zien …


Door wat verder voorover te buigen en wat in- en uit te zoomen, is dit van links naar rechts het beeld over het meertje de Leijen. Op de omgevallen boom zat een eenzame aalscholver, verder was het rustig op het water. Toch kwamen er na enige tijd later diverse vogelsoorten voorbij …

– wordt vervolgd