Pinken en vlinders

Voordat ik aan een nieuwe meerdelige serie begin, ga ik nog even door met het opruimen van van mijn archief. Daarbij stuitte ik o.a. op het laatste deel van de wandel- en vaartocht die Jetske en ik eind juli hebben gemaakt naar de laatste baggelmachine in De Deelen. Op de terugweg zijn we bij Terband even gestopt om wat foto’s te maken van de pinken in een weiland met op de achtergrond een reuzenrad in aanbouw van de de firma Mondial

Onze aandacht werd echter al snel van de achtergrond naar de voorgrond getrokken. Aan de slootkant stonden weelderig bloeiende kattenstaarten ons zachtjes toe te wuiven …

Rond de kattenstaarten wemelde het van de vlinders, er fladderden vooral veel kleine vossen en bruine zandoogjes en enkele dikkopjes rond …

Behalve kattenstaarten stond er ook veel jacobskruiskruid aan de slootkant. Het lijkt me dat daar een koevinkje op zat. Toen ik even later in de auto wilde stappen, zat daar nog een vrouwelijk bruin zandoogje op de drempel …

En de pinken …? Die stonden ons intussen vanaf de andere kant van de sloot heerlijk nieuwsgierig op de vingers te kijken …

Een heidelibel op de pergola

Kijkend naar die prachtig blauwe lucht zouden deze foto’s vandaag gemaakt kunnen zijn …

Toch lag deze heidelibel al een maand geduldig in mijn nog steeds goed gevulde archief te wachten op het moment waarop ik hier ruimte had om ze te publiceren. Soms denk ik wel eens dat ik teveel foto’s maak en publiceer. Maar ach, een mens moet toch wat … 😉

Stare down met een kolos

Het was rustig in de Jan Durkspolder. Behalve wat grote grazers was er weinig leven te zien …

Terwijl ik naar het hek liep, had ik meteen de aandacht. Al snel kwam de grote kolos mijn kant op …

Bij het hek aangekomen leek hij me in eerste instantie sluiks vanuit een ooghoek op te nemen …

Dan liet hij alle schroom vallen en legde zijn kop op het hek. Wat volgde was een lange staredown

Zodra hij de blik afwendde, heb ik me tactisch teruggetrokken. Ik had de staredown dan wel gewonnen, maar je weet nooit wat zo’n beest zich nog in zijn kop haalt. En ik had wel mijn rode vest aan … 😉

Een slak op de afvalbak

Begin augustus zag ik tijdens een loopje door de tuin een kleine huisjesslak op de gft-container achter in de tuin …

Een groot fan ben ik niet van slakken, maar ik vind ze wel fotogeniek, zeker als ze nog zo klein en transparant zijn …

En klein was dit exemplaar zeker, gelukkig wijst een pijl het kleine ding behulpzaam aan …

Sierlijk en traag kroop hij over het handvat. Precies het tempo dat mij en mijn camera eigenlijk nog het best ligt …

Een eitje bij thuiskomst

Nog maar net terug van het uitstapje met de jongens, troonde Aafje me vorige week zaterdag aan het eind van de middag mee naar buiten. Bij het schoonmaken van het nestkastje in de hazelaar had ze iets gevonden wat ze me even wilde laten zien …

In het kleurrijke nestje lag nog een koolmeeseitje. Het verraste me eigenlijk niet eens heel erg. Ik had in het voorjaar wel af en toe een koolmeesje het kastje in en uit zien gaan, maar veel minder dan vorig jaar. Daarom kreeg ik al aan het eind van het voorjaar de indruk dat het niet tot een succesvol broedsel zou komen …

Het is goed te zien dat er behalve natuurlijk materiaal ook het nodige zwerfafval is gebruikt. Wel lekker kleurrijk, maar ook jammer naar mijn idee. Ik zie toch liever het mos en ander natuurlijk materiaal …

Na de schoonmaakbeurt heeft Aafje het kastje meteen weer opgehangen in de hazelaar. Zo is het in ieder geval weer beschikbaar voor tuinvogels die een beschut plekje zoeken in de komende winter …

Onze eerste mannenmiddag

Het uitstapje dat ik vorige week zaterdag met de jongens naar mijn geboortegrond maakte, was in feite onze eerste mannenmiddag. Maar daar waren we intussen ook wel aan toe. Pepijn zit tenslotte ook al in groep 8. Kleine jongens worden nu eenmaal snel groot …

Het was een middag die me een flinke dosis energie heeft gekost, maar dat was het dubbel en dwars waard. We hebben het alle vier een erg gezellig tripje gevonden. Ik heb wat aardige dingen uit mijn jeugd kunnen vertellen waar zeker Tijmen en Pepijn zich niet altijd evenveel konden voorstellen. Maar door het verhaal op locatie te doen, is er toch wel wat blijven hangen, schat ik zo in. Het is me alleen niet echt gelukt om uit te leggen wat turf was en hoe het ontstond. Maar dat pakken we op zodra ze hier weer eens op bezoek zijn, want we hebben nog een paar turfjes in het hok liggen …

Over turf en meer

Op de terugweg hebben we nog twee tussenstops gemaakt. Om te beginnen trakteerde Nils op een terras bij Vierhuis op koffie met appelgebak. Daarna reden we door naar Rotsterhaule, waar we even een zijsprongetje namen naar het natuurgebied het Easterskar. Net als veel andere natuurgebieden heeft het Easterskar zijn ontstaan te danken aan de turfwinning …

Het had niet veel gescheeld of natuurgebied het Easterskar had niet bestaan. In het kader van werkloosheidsbestrijding werd begin vorige eeuw namelijk veel ‘natuur’ ontgonnen voor de landbouw. Omstreeks 1960 stond het Easterskar op de planning om op de schop te gaan. De groeiende industrialisatie hield het project echter tegen. Het naastgelegen Westerskar was wel al ontgonnen, maar het Easterskar en haar domein van bijzondere planten, vogels, vlinders, reptielen en amfibieën bleef gespaard en werd eigendom van de provinciale vereniging voor natuurbescherming ‘It Fryske Gea’

Ik besloot dit zijsprongetje te maken, omdat we onderweg langs de geboorteplek van mijn moeder kwamen. Pake verdiende zijn brood als landarbeider in en rond het Easterskar. Mem kwam als zevende kind op de wereld in het kleine huisje op de foto hieronder. Zo’n groot gezin in zo’n klein huisje, daar kunnen we ons vandaag niets meer bij voorstellen. Op de rechter foto zie je het gezin nog voordat mijn moeder werd geboren.

Wij waren intussen aangekomen in de vogelkijkhut ‘Skiere Goes’ (‘grauwe gans’ voor niet-Friestaligen) in het natuurgebied. Rondom de hut was het rustig, in de verte dreef een aantal zwanen op het water en vloog een grote zilverreiger op …

Op het moment dat wij de hut betraden waren twee vogelaars met luide stem bezig om een derde vogelaar uit te leggen welke instellingen hij met zijn camera, met daarop een joekel van een zoomlens, het best kon gebruiken. De man bleef echter hardnekkig tegenstribbelen. Nils en Tijmen zagen de humor er wel van in. Pepijn begreep er niets van, vooral omdat ik net voordien had verteld dat je in een vogelkijkhut wat stil hoort te zijn om de vogels niet te verjagen. Toen hij erbij ging liggen, leek het mij de hoogste tijd om huiswaarts te keren …