De Blauwe steen

Nadat de afgelopen week natuurfoto’s hier centraal stonden, is het nu weer tijd voor wat anders. Het is dit jaar 350 jaar geleden dat de jonge Republiek der Nederlanden in het rampjaar 1672 van drie kanten werd aangevallen door de Engelsen, de Fransen en de bisdommen van Münster en Keulen. In Drachten en omgeving was daar weinig van te merken, toch zijn er ook hier een paar herinneringen aan die tijd te vinden.

Al sinds mensenheugenis ligt er in de berm van de Aldegeasterdyk tussen Oudega en Nijega een zwerfsteen (Google Maps). ‘De Blauwe stien’ valt niet op door zijn formaat, maar vooral door de diepe krassen en inkervingen die in alle richtingen in de steen zitten en door de wat afwijkende kleur van de steen …


Er gaan een paar legendes rond over ‘de Blauwe stien‘. Volgens sommigen zou het te maken kunnen hebben met heidense riten die zich eeuwen eerder afgespeeld zouden hebben op de plek waar nu in Oudega de Sint Agathakerk staat. Ook werd beweerd dat de krassen in de steen ‘merkteekens waren die geplaatst waren door dienaaren van zon- en maanvereering’. Bijzonder is dat ‘de Blauwe stien’ al op een kaart in de Schotanus Atlas uit1664 staat ingetekend ten noordoosten van Oldegae

Volgens een ander verhaal deden troepen van Bernhard von Galen – de bisschop van Münster, beter bekend als Bommen Berend – op 26 juli 1672 via de Suderheide uitvallen richting Drachten. Het hoofdleger van Bommen Berend trok richting Suameer, maar stuitte daar op de legers van generaal Van Aylva en trok zich terug. Vanaf het hoofdleger scheidden zich groepen plunderaars af richting west en oost …


Bij Nijega ging een gedeelte naar het westen over de afsplitsing van de Hogeweg naar Oudega. Oudega was als residentie van de grietman interessanter om te plunderen dan het armlastige Drachten. De inwoners van Oudega hadden onder leiding van grietman Haersma van Oudega ter hoogte van ‘de Blauwe Stien’ de weg doorgraven. Doordat de vele regen van die zomer de omliggende landerijen zo doordrenkt had met water, was er voor de Munsterse plunderaars geen doorkomen aan. Volgens de legende waren de troepen zo verbolgen over hun verlies dat zij hun woede en frustratie koelden op ‘de Blauwe Steen. Vandaar de krassen in de steen …

Of was het maar gewoon een grenspaal, een markeringsplek om de dorpsgrenzen aan te geven tussen Oudega en Nijega? Dit laatste lijkt het geval te zijn. Onderzoek heeft in 1987 uitgewezen dat de krassen in de steen ‘gewone’ gletsjerkrassen zijn. Hoe diep die sporen ook zijn, sporen van menselijke bewerking met zwaarden, beitels of wat dan ook zijn niet op de steen aangetroffen …


  • dit verhaal krijgt morgen nog een staartje

De kikker en de heidelibel

Om maar te beginnen waar ik gisteren was gebleven: nee, ik zat niet helemaal alleen bij de Witte Mar. Maar van het zwarte monster dat de wal op probeerde te kruipen, had ik niets te vrezen. En verder was ik omringd door ‘goed volk’. Om te beginnen hield ’n kikker in het voorbij gaan even halt vlak voor het bankje waar ik lekker in de zon zat …


Terwijl de kikker zijn weg langs het water vervolgde, werd het gezelschap zowaar nog wat mooier. Een minuut of wat later streek er een zwarte heidelibel bij me op het bankje neer. Nadat ik hem even aan mijn aanwezigheid had laten wennen, kon ik voorzichtig bewegend een paar foto’s van hem maken …

Het was toch weer een kleine overwinning om in mijn eentje naar de Wite Mar te lopen. Om dat te vieren, kan de laatste foto van de zwarte heidelibel worden vergroot tot 1920×1200 pixels door erop te klikken …


Fijne zondag verder!

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lang vlonderpad aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?

Een ontsnapt hapje

Vandaag nog eens een serie van een meeuw bij de Leijen. Dit is echter al een wat oudere serie uit juni 2019. Wat sfeer en weer betreft passen deze foto’s uitstekend bij het weerbeeld van gisteren en vandaag in Fryslân …


Deze meeuw wist vlak voor de vogelkijkhut een visje te vangen. Toen hij de vis eenmaal boven water had, leek het een flink maaltje te zijn. Dat stond de vis duidelijk niet aan. Nadat hij zich even voor dood had gehouden, sloeg hij een paar maal met kop en staart heen en weer, waarna hij in de diepte verdween. De meeuw bleef alleen en hongerig achter …

Aan de andere kant van de Leijen blies de grasdrogerij in Opeinde intussen weer een wit wolkenspoor langs het verder donkere wolkendek …

Een meeuw op een paaltje

Gebruik makend van het feit dat ik dankzij de nieuwe medicatie een stuk steviger en stabieler liep, heb ik begin oktober weer eens een fotokuiertje naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen gemaakt. Daar had ik me alleen een tijdje niet meer aan gewaagd, omdat je er over een smal, vaak tamelijk glibberig paadje langs het water moet lopen. Nu durfde ik het aan om er weer eens op eigen gelegenheid naar toe te gaan …


Er zaten twee echte vogelaars met grote toeters op hun camera’s geschroefd in de kijkhut. Eén van hen vertelde dat ik net te laat kwam, omdat er een paar maal een ijsvogeltje op één van de palen had gezeten. Ik kreeg niet meer te zien dan een meeuw, die het plekje op de paal had overgenomen. Maar daar was ik ook al blij mee, temeer daar ik blij was om te horen dat er recentelijk regelmatig een ijsvogeltje bij de hut te zien was. Dat biedt binnenkort hopelijk weer nieuwe kansen …

Renspin op een memoblokje

Terwijl ik met het één of ander bezig was op de pc, zag ik in mijn rechter ooghoek plotseling naast me op het bureau iets bewegen …


Op het gele post-it memoblokje dat daar altijd voor het grijpen ligt, zat een klein spinnetje. Gelukkig heb ik niet alleen buiten mijn camera meestal voor het grijpen liggen, binnenshuis is dat niet anders …

Al snel had ik een kleine fotoserie gemaakt van deze kleine renspin. Daarna heb ik eens even flink geblazen, waarna hij er als een haas vandoor ging …

Klikken om de foto te vergroten is toegestaan …

Liever geen bloemen

Na de lange droge zomer van 2022 trof ik eind september op een mooie ochtend een pas gestorven wesp aan op de één van de terrastafels …


Tien jaar eerder had ik al eens een serie macrofoto’s gemaakt van een dronken wesp in close-up, nu kreeg ik de kans om dat met een dode wesp te doen …

De laatste foto kan worden vergroot door erop te klikken, zodat er gelegenheid is om afscheid kunt nemen. Dag wesp …

– liever geen bloemen –