Volgens Twitter is het vandaag ‘Blue Monday’, de zogenaamd meest deprimerende dag van het jaar. Nu heb ik normaal gesproken niet zoveel met dat soort dagen – ik ben al lang blij dat ik op deze dag niet verplicht ben om iets met hoge korting te kopen – maar gisteravond kregen we een telefoontje, dat toch een donkere schaduw over de dag werpt …
” ’t Het nog nooit, nog nooit zo donker west Of ’t wer altied wel weer licht”
En zo was het ook vandaag. Het werd gewoon weer licht, tijdelijk was de lucht zelfs even helemaal helderblauw. Een groepje meeuwen kwam gewoon weer even kijken of de buurman van enkele huizen verderop misschien wat voor ze in de tuin had laten liggen …
Dus ja, het wordt altijd wel weer licht, zelfs op ‘Blue Monday’ …
Het eerste ritje van dit jaar bracht me op 3 januari meteen weer naar de Jan Durkspolder. Sinds een jaar of vijf vind ik de streek ten noorden van Drachten aantrekkelijker dan de zuidelijke regio. Rond de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder valt eigenlijk altijd wel iets te zien …
De laagstaande zon maakte het die dag niet gemakkelijk om vanuit de vogelkijkhut over de plas uit te kijken. In eerste instantie leek er niets noemenswaardigs te zien. Dat veranderde gelukkig na een minuut of vijf. Een paar kleine eendjes trotseerden de straffe tegenwind en kwamen vanaf de oostkant in beeld …
Het waren mooi zwart-wit getekende eenden, maar van de soortnaam had ik geen idee. Op dat moment stak de voorzienigheid me een handje toe. Een viertal wandelaars betrad de hut. Terwijl drie van hen aan de westkant gingen zitten, kwam de vierde bij het kijkvenster naast mij staan. Daar haalde hij een compacte verrekijker tevoorschijn …
“Niet veel te zien, hè …,” zei één van de drie. “Nee, alleen wat brilduikers,” antwoordde de man naast me. Kijk, dat soort mensen, daar heb je wat aan. “Dankjewel,” zei ik, “ik had ze al gespot, maar ik kende ze niet van naam.”Brilduikers dus, een soort die op de rode lijst staat, heb ik nadien ontdekt. De vier wandelaars hielden het meteen weer voor gezien en verlieten na een vriendelijke groet de hut om hun wandeling naar Earnewâld te vervolgen …
Nadat een slobeend nog even mooi voor mijn positie langs flitste, vond ik het ook welletjes. Mijn dag was met het vastleggen van de brilduiker als nieuwe soort en deze fraaie passage van de onderstaande slobeend (ook al een vogel die op de rode lijst staat) alweer helemaal goed …
Het heeft wat langer geduurd dan gehoopt, maar nu het laatste ijs uit de vijver ook op mijn weblog is verdwenen en ik voorlopig door mijn winterfoto’s heen ben, is het dan toch echt tijd om een beeld van het weer in en rond onze tuin in 2021 te schetsen.
Hoewel Nieuwjaarsdag hier zonnig verliep, was het in de rest van de maand vooral grijs, nat en te zacht. Alleen halverwege de maand was het even wat kouder en viel er wat sneeuw. We moesten echter tot de tweede week van februari wachten, voordat het echt koud werd. Een week lang was het even echt winter met sneeuw en matige tot strenge vorst. In ons tuintje ben ik niet verder gekomen dan -8,9°C, maar het was op diverse plaatsen genoeg voor veel sneeuw- en schaatspret …
Na die ene week in februari was het ook meteen klaar met de winter. Met ca. 255 mm neerslag en een gemiddelde temperatuur van 3,7°C kunnen we stellen dat het een natte en zachte winter was, die vast niet in het collectief geheugen zal blijven hangen.
Dat geldt trouwens ook voor de maand maart, want dat was met uitzondering van enkele dagen ook een kleurloze en saaie maand. Alleen op de laatste twee dagen van maart werd het warmer dan 20°C. Daarna was de warmte ook meteen weer voorbij. De hoogste temperatuur die ik hier in april op de thermometer zag verschijnen was 19°C. De hagelstenen waaiden ons tot half april om de oren …
Mei was voor het gevoel met 11,2°C niet alleen een frisse, maar vooral ook een erg natte maand. Met 116 mm regen viel er in onze tuin meer dan tweemaal zoveel regen als normaal. En om het meteen maar duidelijk te stellen: ook juni, juli, augustus en oktober verliepen veel natter dan normaal. Tegelijkertijd was het in die maanden wel steeds warmer dan normaal (‘normaal’ gaat bij mij over de periode 1971-2000) …
Aan de temperaturen lag het de afgelopen zomer niet zo zeer in onze contreien. De gemiddelde temperatuur kwam over de zomermaanden uit op 17,9°C tegen normaal ca. 15,8°C over de periode 1971-2000. Voorwaar niet slecht! Door het uitblijven van hoog zomerse en tropische temperaturen heb ik het persoonlijk als een prima zomer ervaren. Alleen met 316 mm regen over die periode, tegen normaal ca. 198 mm, was er weinig reden tot uitbundig zomervertier …
September was met slechts 37 mm voor de verandering een aangenaam droge maand, maar dat werd in oktober onmiddellijk weer afgestraft met 116 mm regen tegen normaal ca. 74 mm. De herfstmaanden verliepen in lijn met het grootste deel van het jaar zacht, pas op 22 november kon ik de eerste lichte nachtvorst noteren …
Ook december verliep hoofdzakelijk grijs en was met 4,3°C weer een zachte maand. Maar met een gemiddelde temperatuur van -3,3°C hadden we hier wel de koudste kerstdagen in 25 jaar. Van een witte kerst kwam het niet, maar een zonnige kerst is ook wat waard …
Uiteindelijk is de gemiddelde temperatuur in ons tuintje uitgekomen op 10,5°C tegen normaal ca. 9,1°C over de periode 1971-2000. Er viel 959 mm neerslag tegen normaal ca. 770 mm over de periode 1971-2000. En zo zien de temperatuur- en neerslagcijfers sinds 2003 er ongeveer uit …
Tot slot nog wat cijfertjes. De hoogste temperatuur werd met 31,7°C bereikt op 17 juni. De laagste temperatuur van het jaar was -8,9°C op 13 februari. De natste dag was 25 juli met 64 mm …
Hoe kan ik deze licht winterse serie, waar ik op 21 december mee ben begonnen, beter afsluiten dan met het laatste ijs op de vijver …
Ook daar ging de kwaliteit van het ijs na de kerst snel achteruit. Kijk maar eens naar de veranderingen, linksonder 26 december en rechtsonder 27 december …
Maar ach, daar staan dan ook weer andere zaken tegenover. De vissen vertoonden meteen meer actie, en daarmee verscheen er toch weer wat kleur in de vijver …
Het kerstwintertje van 2021 was voorgoed voorbij, toen onze vijver op oudjaarsdag buiten zijn oevers trad …
Het hard bevroren ijs dat op Tweede Kerstdag nog zo’n mooie glanzende herfstcompositie vormde in het vogelbadje, veranderde een dag later in een bordje met papijs …
Het mooiste was er duidelijk wel af, maar toch vond ik het nog steeds een boeiend geheel …
In het grotere houten vogelbad elders in de tuin was de situatie al niet veel anders …
Rondom verscheen water op het ijs, daardoor ontstonden er aan de rand zachte weerspiegelingen …
In het midden van het opbollende oppervlak werden tot slot mooie breuklijnen zichtbaar …
Waar zon is, is schaduw, zo ook bij de lampionnetjes. Ook deze tweede serie heb ik tijdens de kerstdagen gemaakt. Ditmaal heb ik de camera vooral gericht op lampionnetjes, die al wat verder in verval geraakt waren. Dat was niet zo moeilijk, want in totaal hangen er nu nog steeds 28 lampionnetjes in verschillende stadia. Die doorzichtige lampionnetjes zijn met dat ‘omhulsel van kant’ niet alleen zelf mooi, ook hun schaduw mag er zijn …