Terug bij Westhoek

Op ons tripje door de westelijke Waddenstreek zijn we heel toepasselijk aangekomen bij Westhoek. Ik begin met een paar foto’s van een strak, deels overdekt zithoekje naast de parkeerplaats bij de kwelder (Google Maps). Het is ontworpen door Henk Rusman en geplaatst ter herinnering aan het opheffen van de gemeente Het Bildt. De naam van het kunstwerk is ‘Súdwester’. Ik vind het alleen op mijn minst raar dat Westhoek zonder W is geschreven en Het Bildt zonder t

Het Bildt maakte ooit deel uit van de Middelzee en is een van de oudste Nederlandse polders. Hertog George van Saksen liet het gebied in 1505 inpolderen door Hollanders. De bewoners van dit gebied worden Bilkerts genoemd, ze zijn deels van Friese en Hollandse oorsprong en spreken een eigen karakteristieke taal, het Bildts. Op 1 januari 2018 is de gemeente Het Bildt samen met drie andere gemeenten opgegaan in de nieuwe gemeente Waadhoeke

Tijd om de dijk te beklimmen, we waren tenslotte gekomen om aan de andere kant van de dijk vogels te fotograferen. Maar eerst kwamen we langs het monument ter herinnering aan de ‘Poerdersramp’ in september 1935 …

Over het monument en de ramp heb ik op 14 oktober al het een en ander verteld. Maar ook op de website van The Friezinn is er aandacht voor in het hoofdstuk ‘Sterke verhalen’

Nadat de plaatjes op de dijk waren gemaakt, daalden we de dijk af en liepen we de kwelder op. Daar wachtte ons een teleurstelling …

Bildtstars en Eigenheimers

Langzaam maar zeker naderden we het uiteindelijke doel van onze trip door het westelijke deel van de Friese Waddenstreek. Gelukkig ligt er hier en daar een uitwijkplekje langs de weg om tegemoetkomend verkeer op de smalle oude dijk te laten passeren. Op de onderstaande foto draaien we net vanaf de westkant de Oudebildtdijk op. Het huis hier rechts is met nr. 1229 het laatste huis langs de ruim 12 km lange dijkweg (Google Maps). Ik kom hier later nog op terug, we gaan het eerst hebben over aardappeltelers en andere boeren …

Bildtstars en Eigenheimers’ is een foto- en verhalenroute langs de Waddenkust. Reusachtige portretfoto’s van aardappelboeren sieren de boerderijdaken, muren en schuren, Van ver turen de geportretteerde boeren je over de velden aan. Op deze manier wil ‘Sense of Place’ de boeren en hun families een gezicht geven. Soms alleen, soms met hun familie, maar altijd in de dagelijkse kledij en zonder opsmuk. ‘Het landschap is de mensen en de mensen zijn het landschap‘, aldus fotograaf Linette Raven, die de foto’s heeft gemaakt. ‘Je moet die mensen alleen nog even leren kennen …

Terwijl we over de Oudebildtdijk reden, kwamen we bij Westhoek langs een boerderij met een zo’n grote foto (Google Maps). We staan hier bij de boerderij van Jan Andringa en Rinske Elsinga. Op de akkers hier bij Westhoek verbouwen de Andringa’s op 70 hectare waddentarwe, brouwgerst, graszaad, uien en pootaardappelen. Het pootgoed is het meest intensieve gewas, dat vanuit miniknollen in vijf jaar wordt opgekweekt voor de buitenlandse markt …

Ook vader en moeder Andringa waren al boer aan de voet van deze oude dijk. In de balken van de schuur zijn nog sporen te zien van de dorsmachine, die werd aangedreven door een paard. Jan en Rinske kwamen hier in 1986. Ze doen alle werkzaamheden zelf. De vier kinderen helpen soms bij grote drukte mee, maar hebben geen grote passie voor het boerenleven. Nu de Andringa’s de pensioengerechtigde leeftijd naderen, bouwen ze ’t bedrijf langzaam af …

Wij maakten ons op voor de laatste etappe, bij dat witte gebouwtje in de verte – Waddenherberg The Friezinn – slaan we linksaf om vervolgens na 300 m een parkeerplekje te zoeken …

De Stelling Koehoal

Niet ver bij het beeld van ‘de Waadfisker’ vandaan staat een half in de dijk weggewerkt gebouwtje (Google Maps). Het betreft een oude Duitse bunker, die in 1941-’42 is gebouwd. De bunker maakte onderdeel uit van een kleine luchtverdedigingsstelling.

De stelling telde in de oorlogsjaren in totaal 4 bunkers, 3 stenen gebouwen, een grote houten barak, parkeerterreinen, wachtposten en een geschutsplateau voor 4 stuks artilleriegeschut aan de zeekant van de zeedijk. Het gehele gebied was ruim afgezet met een prikkeldraadversperring en landmijnen …

Wetterskip Fryslân wilde de bunker (nr. 2 op het onderstaande kaartje) afbreken. Na lobbywerk van o.a. de Stichting Bunker Koehoal, heeft het waterschap de bunker in 2009 overgedragen aan de stichting. Voorwaarde was dat men de vervallen bunker zou restaureren en dat er een zinvolle herbestemming aan gegeven zou worden …

De bunker is in 2011 gerenoveerd en is nu ingericht als een klein educatie- en documentatiecentrum over de Tweede Wereldoorlog in de regio. Af en toe wordt de bunker opengesteld voor publiek. Jetske heeft nog even naar binnen gegluurd, maar veel viel er niet te zien. Het hele verhaal over de stelling kun je hier lezen: Bunker Koehoal

Naast de bunker ben ik voor het eerst die dag de dijk opgeklommen. Dat wil zeggen, ik ben de oude dijk op gegaan. Op de foto’s hieronder kun je twee dijken zien. Op de eerste foto zie je rechts de oude dijk waar ik op sta, die dijk loopt recht vooruit het beeld uit. Op beide foto’s zie je aan de linkerkant de nieuwe, hogere en bredere dijk, die in de jaren 70 is aangelegd. Tussen beide dijken in zie je hier dus een stuk land dat al voor de jaren ’70 is aangewonnen …

We vervolgen onze weg rechts langs de oude zeedijk …

Schaapachtige boa heeft ’t nakijken

De volgende stop was bij de buurtschap Koehool (Google Maps), het kleine vissersdorpje waar na de dijkverhoging van de jaren ’70 nog maar een paar van de originele huisjes zijn overgebleven …

Jetske had het verhaal van ‘de Waadfisker’ natuurlijk al gelezen op mijn blog, maar foto’s van het monument had ze er nog niet gemaakt. Dat heeft ze bij deze gelegenheid wel goedgemaakt …

Omdat ik het beeld en het verhaal al kende, ging mijn aandacht op dat moment vooral uit naar de andere kant van de weg. Daar speelde zich wel een aardig tafereeltje af …

Een vriendelijk groetende wandelaar liep samen met zijn niet aangelijnde hond de dijk op. Daarbij negeerde hij twee borden waarop te lezen was dat honden alleen aangelijnd de dijk op mogen. Dat is op zich tot daar aan toe, maar ik vond het vooral lullig dat hij ook de schaapachtige boa bij ’t hek het nakijken gaf …

Nadat Jetske in fotografische zin rond ‘de Waadfisker’ aan haar trekken was gekomen, besloten we een stukje verderop nog even een kijkje te nemen bij het witte gebouwtje, dat in de verte tegen de dijk lijkt te zijn aangeplakt …

Het zwarte schaap

De kudde schapen die ons in het blogje van gisteren in volle vaart tegemoet kwam sjokken bestond uit twee delen. Op de laatste foto van gisteren waren de schapen te zien die over de weg liepen. Een ander deel liep over de zeedijk. Daar boven op de dijk zag ik een zwart schaap lopen. Jetske had aan een enkel woord en mijn wijzende hand genoeg om de auto opnieuw in de berm te zetten …

Het zwarte schaap deed me meteen denken aan ‘Het schaap Veronica’ van Annie M.G. Schmidt. Zij schreef in de loop van ruim zevenenhalf jaar (14 januari 1950 – 10 augustus 1957) 76 gedichten over dit fictieve, sprekende schaap. Hier kun je ‘Het hele schaap Veronica’ lezen …

Zelf had ik in mijn jonge jaren eerlijk gezegd meer met het zwarte schaap Veronica. Daarbij gaat het om het sprekende schaap, maar om de toenmalige piratenzender Veronica, het zwarte schaap onder de radiozenders

Het blijft een bijzonder beeld zo’n zwart schaap tussen al die blondines. Zo statig als de kudde hier op de zeedijk aan ons voorbij trok, was het helemaal een mooi plaatje …

Daar gaat ze, dat ene zwarte schaap, samen met de rest van de kudde trok ze verder westwaarts. Jetske en ik vervolgden onze weg in oostelijk richting …

Bij de Dyksputten

De volgende stop vond plaats bij één van drie zogenaamde ‘dyksputten’ (Google Maps). Aan de rand van de zeedijk liggen oude kleiputten, dyksputten genoemd in het Fries. De dyksputten zijn overblijfselen van de kleiwinning eind 18e, begin 19e eeuw. De opgegraven klei werd gebruikt voor de ophoging van de toenmalige zeedijk. De eerste dijkjes werden hier al rond 1200 na Christus aangelegd met gebruik van plaggen (daar waren ze weer!) en zeewier. In de eeuwen daarna zijn die dijkjes regelmatig doorgebroken, weer hersteld en opgehoogd. Pas vanaf ongeveer 1500 was er sprake van een echte aaneengesloten zeedijk …

Na de afgravingen eind 18e, begin 19e eeuw bleven lage, aflopende graslanden over. De putten waren eerst 5 tot 7 meter diep, intussen zijn ze zo ver dichtgeslibt dat er nog maximaal 3 meter water staat. In 1984 zijn de dyksputten overgedragen aan de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea

Rond het water ontstonden kleine strandjes. Plevieren en strandlopers maken dankbaar gebruik van deze strandjes tijdens hun speurtocht naar voedsel. Bij vloed en slecht weer zijn deze putten geschikt als veilig toevluchtsoord voor de vogels die de onstuimige Waddenzee verlaten. Ze doen dan ook dienst als hoogwatervluchtplaatsen. En die zullen ze afgelopen week weer nodig hebben gehad, denk ik. Met springtij en een harde noordwesten wind, er zal veel water op de kust gestaan hebben …

Terwijl ik het mezelf gemakkelijk had gemaakt op dit bijzondere bankje, scharrelde Jetske zoals gebruikelijk wat in de omgeving rond. Nadat ze weer was opgedoken uit de slootkant, besloten we weer een stukje verder te rijden …

We zaten nog maar net in de auto of er kwam alweer een kudde schapen in volle galop voorbij gesjokt …

Een torenvalk op de zeedijk

In een kalm tempo reden we verder langs de zeedijk. Bij het zien van een verleidelijk op een paal zittende torenvalk liet Jetske de auto rustig uitrollen tot we naast de torenvalk tot stilstand kwamen. Tegelijkertijd en had ze het raampje aan haar kant zachtjes naar beneden laten suizen, zodat ik de kans kreeg om de torenvalk netjes te fotograferen. Wonderlijk genoeg wilde de vogel daar zelf ook wel even aan meewerken …

Jetske had pech, haar camera lag onhandig ver weg achter in de auto. Een moeizame poging om het apparaat te bereiken had tot gevolg dat de vogel zich van zijn paal verhief om iets verderop in het gras neer te strijken. Ook daar bleef hij voor Jetske niet lang genoeg zitten …

Zodra de vogel was gevlogen kon Jetske haar camera pakken en op een wat handiger plekje wegleggen. De houten paal met porseleinen potjes die we vervolgens aan mijn kant van de weg aantroffen, was voor Jetske onvoldoende aanleiding om ook meteen gebruik te maken van haar nu voor het grijpen liggende camera, meen ik me te herinneren …