Begin oktober 2019 ben ik voor de derde keer dat jaar naar de Ecokathedraal geweest. Na de sneeuwwandeling in januari heb ik in er juli nog een rondgang gemaakt met matroos Beek en haar kapitein. Tot mijn spijt heb ik die dag – geheel tegen mijn gewoonte in – meer lopen praten dan dat ik heb gefotografeerd.
Ik ben deze fotokuier in oktober begonnen, waar ik in januari was geëindigd: in de stenen iglo. Nadat ik die weer even van binnen had bekeken, heb ik de Porta Celi – de hemelpoort – eens vanuit een ander perspectief gefotografeerd. Het zonlicht kierde op verschillende plaatsen in het bos mooi door het al voorzichtig uitdunnende bladerdek. Licht en schaduw speelden in stilte hun spel op en rond de betonnen objecten. De bekende ‘RUSTPLAATS’ waar naar verluidt ook Louis le Roy zelf wel eens zat te mijmeren, werd het eindpunt die dag.
Na de rust en nog even een blik in de richting van de ‘Inca-tempels’ iets verderop werd het tijd om de terugweg te aanvaarden. Het was een vermoeiende kuier, maar het prettige weerzien maakte het opnieuw alleszins de moeite waard …
Hij leek onderweg te zijn naar zijn favoriete visstekje. Van de grauwe ganzen die zich daar luidruchtig ophielden was hij niet gediend. Vriendelijk edoch dringend verzocht hij ze op te krassen …

Ginds staat de vogelkijkhut met zijn poten in het water. Het was me te koud en te grijs om er naar toe te lopen, vooral ook omdat er vrijwel geen vogels te zien waren …
Toen ik mijn camera op een windmotor aan de zuidkant van de polder richtte, kwam er ergens halverwege een blauwe reiger uit het riet tevoorschijn …

Toen ik mijn camera die kant op had gedraaid, zag ik dat er een paar hazen waren verschenen. De reeën waren zogezegd ‘het haasje’, ze moesten hun dis delen met de hazen. En daar hadden ze duidelijk geen enkel probleem mee …




