Een meeuw, een reiger en een dode gans

Nadat we eerst een kijkje hadden genomen bij de Leijen, hebben Jetske ik op de laatste vrijdag van oktober nog enige tijd in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten …


Aan de oostkant van de hut stond een blauwe reiger in de plas. Hij leek helemaal in beslag te worden genomen door de aanblik van een meeuw, die een stukje verderop ergens aan stond te rukken …

Hij leek er echt het zijne van te moeten weten, want heel stiekem kwam hij steeds een stapje dichterbij. De meeuw leek er niet van onder de indruk te zijn, want hij ging rustig door met zijn bezigheden …

Enige tijd later had hij datgene waaraan hij stond te plukken en te rukken op het droge gesleept. Daarmee leek de lol er ook meteen af te zijn. Maar nu was wel goed te zien wat hij daar had, het karkas van een gans. Nu maar hopen dat er geen vogelgriep in het spel is …

De meeuw stapte weg liet zijn buit achter. Even later schreed de blauwe reiger eraan voorbij zonder op of om te kijken. Vanaf dat moment lag de polder er weer stil en leeg bij …

Issus coleoptratus

Zoals ik hier gisteren al vertelde en toonde, heb ik de laatste twee weken regelmatig even een wat foto’s van de verkleurende bladeren van de druif gemaakt. Zo ook vorige week zaterdagmiddag, maar toen zag ik nog wat anders dan alleen de bladeren. Op een van de bladeren zag ik een heel klein beestje kruipen …


Nadat ik er een paar foto’s van had gemaakt, ben ik m.b.v. Obsidentify en internet op zoek gegaan naar wat ik nu eigenlijk had gefotografeerd. Het lijkt te gaan om de Issus coleoptratus, een algemeen voorkomend insect van amper 5 mm, dat ook in onze tuin schijnt te leven leeft van de sappen van planten. Hoe algemeen voorkomend ook, hij heeft geen Nederlandse naam. Kijkend naar het ‘borsteltje’ aan de achterkant, gaat het hier om een nimf (een jong dier).

Voor geïnteresseerden: veel meer informatie en vooral prachtige macro’s van dit beestje kun je hier vinden: ‘Een dinosaurus gespot in Schiedam …’

Een zwetende zwam

Een week of drie geleden zag ik tijdens een boswandeling bij Heidehuizen een paar paddenstoelen met een gele hoed op een paar afgezaagde stukken boomstam staan …


Dichterbij gekomen, zag ik dat ze nog meer glommen dan porseleinzwammen. Kwam het door de regen die er diep in de nacht was gevallen? Ik kon het me nauwelijks voorstellen, want dat was al ruim 7 uur geleden. Het moest dus ergens anders door veroorzaakt Rond die tijd las ik in een logje van Edward McDunn iets over ‘Guttatiedruppels’


Daar ben ik eens verder naar op zoek gegaan. Bij ‘Nature Today’ las ik: ‘Na een flinke regenbui is de natuur nat en hangen er overal druppels. Maar als het niet geregend heeft, is het een bijzonder en opvallend gezicht: een houtzwam waarbij grote druppels “zweet” aan de groeirand hangen. Deze druppelvormige vochtuitscheiding komt zowel bij sommige bladplanten, zoals Vrouwenmantel, als bij sommige paddenstoelen voor. Het verschijnsel wordt guttatie genoemd en ontstaat als de paddenstoel in de groei grote hoeveelheden vocht opzuigt en het overschot aan water kwijt moet. Het resultaat zijn dan grote druppels vocht aan de rand van de groeiende zwam. Is het vocht dat de zwam opzuigt gekleurd door stoffen die erin zitten, dan kunnen de druppels deze kleur ook aannemen. Bij sommige paddenstoelen kunnen de druppels zelfs bloedrood kleuren …’


Die guttatiedruppels waren niet het enige wat deze paddenstoel, waarvan ik geen idee heb hoe hij heet, als extraatje te bieden had. Toen ik door de knieën ging om even onder het rokje te gluren, zag ik er ook nog een grote naaktslak op zitten (foto linksonder). Op de tweede foto hieronder zie je hoe de paddenstoel er 10 dagen later uit zag …

Een potige tafelgast

Terwijl ik op één van de laatste zonnige en aangename oktoberdagen koffie zat te drinken op het terras, kwam er over de terrastafel bezoek aan stiefelen …


Een hooiwagen maakte even een ommetje over het tafeltje. Hoewel hij één van zijn acht poten miste, was het nog steeds een potige jongen. Op een warm plekje ongeveer in het midden van de tafel liet hij zich als een Citroën DS door zijn hydraulische vering zakken om de warmte van het hout ten volle te benutten. Dat bood mij de gelegenheid om rondom wat foto’s van hem te maken …

Glimmertjes in het bos

Wat ik zelf ook altijd een mooie paddenstoel vind, is de porseleinzwam met zijn glimmende hoed. Rond meerdere stammen van de oude beuken bij Heidehuizen heb ik er onlangs tamelijk veel zien staan. ‘Soort zoekt soort’ hoor je el eens, zo is het de porseleinzwammen in ieder geval wel, want ze klitten graag in een groepje bij elkaar, zoals op de foto hieronder …


Zo vond ik ze niet op hun mooist, daarom heb ik net zo lang – diep voorover gebogen – staan draaien, zoeken en kijken om de juiste uitsnede te vinden. Dit is ‘m geworden met dank aan het volledig kantelbare schermpje van mijn camera. Kijk eens hoe gaaf ze nog zijn, en er kleeft nog geen vliegje op vast …

Torenvalk gaat op jacht

Op één van de vele mooie oktoberdagen zag ik een torenvalk zitten op het platform van de windmotor in de Jan Durkspolder. Rustig liet ik mijn auto uitrollen tot vlak bij de windmotor …


Het valkje gaf me net genoeg tijd om een overzichtsfoto en twee ingezoomde foto’s te maken. Daarna vond hij het welletjes en steeg hij op om op jacht te gaan. Even kon ik hem nog volgen, daarna was het gedaan, want ik stond nogal in de weg op de smalle weg …

Toch nog te vroeg

Woensdagmiddag bedacht ik me dat het een mooie dag was om wat kleurige herfstfoto’s te maken in de Ecokathedraal bij Mildam. Ik was er helemaal klaar voor …

Maar de Ecokathedraal was er duidelijk nog niet klaar voor. Waar de herfstkleuren normaal gesproken het mooist zijn, overheerste nu nog vooral fris groen blad boven en tussen de gestapelde bouwwerken. Nee, de herfsttinten liet ook hier nog even op zich wachten. Eigenlijk lieten alleen wat zwammen op de resterende delen van een ooit gevelde boom iets van de nakende herfst zien …

Of het daarmee een mislukte missie was …?

Nee geenszins, want ik ben ditmaal weer tot de bekende ‘Rustplaats’ gekomen, en dat was me al een paar keer niet gelukt. Nadat ik mijn benen op Louis le Roys’ oude stekje even tot rust had laten komen, ben ik via een wat andere route weer naar voren gelopen.

Voor de herfstkleuren zal ik volgende week nog een keer terug moeten. Maar wees gerust, dat is geen straf …