Kris kras door de kathedraal

Zodra we de Porta Celi gepasseerd zijn, beginnen we aan onze tocht die kris kras door de Ecokathedraal voert. We klimmen en dalen, terwijl we links en rechts langs indrukwekkend hoge torens komen. Aafje kijkt zich de ogen uit …

Bij de overgang van het voorste naar het achterste deel van de Eockathedraal lopen we langs een muurtje met keurig gerangschikte zeshoekige tegels, die er duidelijk nog niet zo lang liggen. Aan de andere kant van het pad gaat de bovenkant van een ouder stapelwerk schuil onder een dikke laag mos …

Hoe verder je de Ecokathedraal in loopt, hoe mooier het spel tussen de natuur en de door mensenhanden gestapelde bouwwerken is. Op de eerste foto hieronder staat een van de oudere kleine bouwwerken. Vooral met wat zonlicht erbij is dit in elk jaargetijde een plekje. Het is spannend om te zien of en wanneer de natuur het bouwwerk echt uiteen drukt. Maar ook de omliggende, deels of intussen volledig ingepakte bouwwerken zijn de moeite van het bekijken waard …

– wordt vervolgd –

Die Ecokathedraal, wat is dat eigenlijk?

Het was alweer enige tijd geleden dat ik hier aandacht heb geschonken aan de Ecokathedraal. Er zullen sindsdien allicht nieuwe volgers zijn bijgekomen die geen idee hebben wat die Ecokathedraal nu eigenlijk is en waar het over gaat. Daarom heb ik een al eerder gepubliceerd logje even wat opgefrist. Laat ik beginnen te zeggen dat ik mijn hart er in zekere zin al bijna 20 jaar geleden heb verloren. Er heerst een soort van dynamische rust, die het heerlijk maakt om er af en toe even lekker rond te slenteren tussen de voortdurend veranderende bouwwerken en natuur …

Het idee van een Ecokathedraal is ontsproten een het brein van kunstenaar, filosoof en landschapsarchitect Louis le Roy (1924-2012). Le Roy kreeg in 1966 van de gemeente Heerenveen de opdracht om een strook grond van een kilometer lang en 20 meter breed aan de Kennedylaan in die plaats in te richten als openbare ruimte …

Le Roy begon er stenen los op elkaar te stapelen tot muurtjes en andere constructies. Al snel verschenen er spontaan allerlei planten zoals klaprozen en brandnetels tussen de muurtjes. Na verloop van tijd verdwenen die eerste pioniersplanten en kwamen er diverse andere planten voor in de plaats. Regelmatig werd er overbodig geworden bestratingsmateriaal aangevoerd, waarmee Le Roy verder kon bouwen aan zijn eerste ‘ecokathedrale plantsoen’. Een tijdlang bouwden buurtbewoners enthousiast mee, maar na verloop van tijd raakte het project wat in de versukkeling. In 2005 heeft de gemeente het opnieuw leven ingeblazen. Sindsdien is er weer regelmatig aan gewerkt en is de ‘kleine Ecokathedraal’ weer tot bloei gekomen …

Nadat het eerste ecokathedrale proces aan de Kennedylaan vorm had gekregen, wilde Le Roy meer en groter werken. Daarom heeft hij omstreeks 1974 bij het dorp Mildam een stuk weiland van ca 4 hectare gekocht. Hij begon er op willekeurige wijze wat bomen en struiken te planten en zaden uit te strooien. Daarna werd er tot op de dag van vandaag regelmatig een vrachtwagen restmateriaal van stratenmakers uit de omgeving gestort op de plek, die langzaam zou uitgroeien tot de Ecokathedraal. Le Roy verwerkte het aangevoerde materiaal in eerste instantie helemaal alleen, en later samen met enkele volgelingen. Volledig met handkracht werden er in de loop der jaren stukje bij beetje allerlei muurtjes, torens en op tempels lijkende constructies gebouwd, Volgens Le Roy moet er zeker duizend jaar aan de Ecokathedraal worden gebouwd, net als bij middeleeuwse kathedralen het geval was …

Zodra een deel van het terrein ‘af’ is, wordt het met rust gelaten door de bouwers. De bouwwerken worden overgedragen aan de natuur, waarna de bouwers elders aan de slag gaan. Na verloop van tijd wordt er weer naast en op de door de natuur veroverde bouwwerken verder gebouwd. Op deze manier zijn mens en natuur hier intussen al ruim 50 jaar bezig met elkaar. Dit zijn de eindeloze processen waar Le Roy in zijn denkwijze op doelde …

We moeten onze maatschappij anders inrichten, vond Le Roy. We moeten af van de altijd maar in volle vaart op groei gerichte economie. We moeten in een natuurlijker ritme gaan leven en werken. Daarbij was Le Roy niet zomaar een dromer. Hij was realistisch genoeg om te weten dat de huidige economie en de inrichting van onze maatschappij niet snel en makkelijk te veranderen zijn. Maar het kan geen kwaad om te werken aan een tegen de stroom in zwemmende cultuur, om zo aan verandering te werken. Je kunt zeggen wat je wilt, maar in feite was Le Roy zijn tijd aardig vooruit …

Als je tegenwoordig de Ecokathedraal betreedt, kom je eerst in een relatief nieuw en geordend deel. Zodra je verder het bos in loopt, verandert dat beeld. Over slingerende en kronkelende paden vervolg je je weg. Steeds verder dring je een vreemde wildernis binnen. Op zomerse dagen hoor je rondom insecten zoemen. Diverse vogels zingen hun riedeltje en hoog in de bomen hoor je af en toe een specht timmeren. Nu eens ga je omhoog, dan weer omlaag. Je loopt tussen deels door planten en struiken overwoekerde bouwwerken door. In de verte meen je de restanten van een oude beschaving te zien. En jawel, ineens sta je tussen hoog oprijzende torens en tempels. Even waan je je in een oude stad van de Inca’s of de Azteken …

Intussen schijnen er ruim 2.500 vrachtladingen stratenmakerspuin te zijn verwerkt. Onder het motto ‘Afval bestaat niet’ heeft Louis le Roy hier zelf 40 jaar lopen slepen en stapelen met bakstenen, stoeptegels, trottoirbanden en ander bestratingsmateriaal. Tegenwoordig draagt de Stichting Tijd het gedachtegoed van Louis le Roy verder uit. Ook beheer en eigendom van de Ecokathedraal zijn door de familie overgedragen aan de Stichting Tijd …

En voor wie er nog geen genoeg van kan krijgen, op deze pagina heb ik een aantal video-opnamen verzameld, waarop je onder andere Louis le Roy zelf aan het werk ziet:

‘Louis le Roy en zijn Ecokathedraal op video

– wordt vervolgd –

Parkeerprobleem bij de Ecokathedraal

Vorige week ben ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens samen met Aafje bij de Ecokathedraal bij Mildam geweest. De afgelopen jaren ging ik er meestal alleen of samen met Jetske naar toe. Een paar maal heb ik er ook een rondgang mogen maken met bevriende medebloggers. Vorige week was Aafje dan weer aan de beurt, want nu is er tijd voor …

Pas toen we uitgestapt waren, zag ik het onderstaande bordje hangen. Parkeren bij de Ecokathedraal is altijd al een probleem geweest, maar nu het perceel aan de overkant van de weg verkocht lijkt te zijn, wordt dat probleem nog nijpender. Tot op zekere hoogte heb ik er ook wel begrip voor, dat er bij voorkeur geparkeerd moet worden bij het sportpark, maar voor mij is dat geen optie …

Als ik vanaf De Wissel naar de Ecokathedraal moet lopen, dan hoef ik de kathedraal vervolgens niet meer in te gaan. Dat staat de MS me dan niet meer toe. Tot het tegendeel is bewezen, ga ik er daarom maar vanuit dat ik met mijn gehandicaptenparkeerkaart gewoon kan blijven parkeren. Want het zou toch wel zonde zijn om een lange rij bezoeken, die al in 2002 is begonnen om die reden te beëindigen …

Maar nu eerst terug naar het bezoek van vorige week. Hoewel we nog maar een deel van de nieuwste bouwwerken bij de entree hebben bekeken, keek Aafje zich er de ogen uit. Het was zelfs de eerste keer dat ze onder de Porta Celi door liep, kleinzoon Tijmen was haar hierbij zelfs voor geweest …

– wordt vervolgd –

Buitenstvallaat – het begin

De foto’s en het verhaal van ‘De Jonge Trijntje’ brachten me in gedachten terug naar het Buitenstvallaat (Google Maps), waar het skûtsje ruim 100 jaar geleden is gebouwd. In 2008 heb ik daar eens een fotokuiertje gemaakt. De foto’s die dat heeft opgeleverd, heb ik wat afgestoft om jullie een idee te geven van de situatie ter plekke …

Buitenstvallaat is een buurtschap aan de westkant van Drachten. De eerste keer dat ik hier kwam, was ik nog een maar een kind. In 1970 heb ik samen met een paar vriendjes de Hooidammentocht geschaatst. Deze tocht van 20 km van Drachten naar de Hooidammen (vice versa) werd indertijd door de Politie Personeelsvereniging Smallingerland georganiseerd voor de jeugd tot 15 jaar. Start en finish lagen bij de brug De Pijp en de tocht leidde over de Drachtstervaart o.a. langs Buitenstvallaat naar de Hooidammen …

Behalve een sluis, een paar huizen en enkele boerderijen was er in de wijde omgeving in de toen ’s winters nog vaak bar koude witte wereld weinig te zien. Of het moet al zijn dat er toen nog een paar kalkovens stonden. Ik geef het toe, dat er ook een oude skûtsjewerf lag, daar was ik me toen nog niet van bewust. De oude sluiswachterswoning is één van de pronkstukjes die  nu nog resten …

Hier ligt echt een belangrijk stukje geschiedenis voor Drachten. Vanaf dit punt werd in 1641 begonnen met de aanleg van de Drachtstervaart. Om dat mogelijk te maken is hier een sluis of vallaat aangelegd. Het oude Buitenstvallaat is het beginpunt van de Drachtstervaart die in 1641 is aangelegd in opdracht van koopman en veenbaas Passchier Bolleman. Dat vormt eigenlijk ook het beginpunt van Drachten. De vaart maakte de afvoer van turf uit de omgeving mogelijk en dat bracht allerlei activiteit naar Drachten …

Er is sinds die tijd veel gebeurd. Buitenstvallaat ligt tegenwoordig ingeklemd tussen Drachtster nieuwbouwwijken en het dorp De Wilgen. Dit is nog het enige authentieke stukje van de oude vaart uit 1641, waarvoor naar verluidt 800 arbeiders tewerkgesteld werden. Het deel van de vaart vanaf de Hogeweg tot in het centrum van Drachten werd in de jaren 60 gedempt en in 2016 heropend …

Ik heb me voorgenomen om over niet al te lange tijd nog eens een fotokuiertje te maken bij Buitenstvallaat. Wil je nu nog meer weten over Buitensvallaat, kijk dan eens naar de geactualiseerde pagina over de buurtschap, van Frank van den Hoven op de website plaatsgids.nl. Daar kun je overigens informatie vinden over de kleinst mogelijke buurtschappen in ons land …

Jetske bij ‘De Jonge Trijntje’

Terwijl ik me bezighield met de spiegelende gevel van het oude arbeidsbureau, had mijn fotomaatje haar aandacht gericht op een skûtsje dat in de Drachtstervaart voor de wal lag. En niet zo maar een skûtsje, ‘De Jonge Trijntje’ is één van de boegbeelden van ‘het Drachten-van-de-skûtsjes’. Jetske leek het met bijzondere aandacht te bekijken …

‘De Jonge Trijntje’ is in 1909 in opdracht van Jan Martens Jagersma gebouwd op de skûtsjewerf van Jan Oebeles van der Werff aan het Buitenstvallaat in Drachten. Beurtschipper Jan Martens Jagersma vernoemde het skûtsje naar zijn enige dochter Trijntje. De schipper onderhield tot 1920 een geregelde beurtdienst tussen Drachten en Groningen en omstreken. In 1920 nam zijn zoon het over met een motorschip. Het skûtsje werd verkocht en maakte vervolgens onder verschillende namen omzwervingen door Nederland en België …

Haiko van der Werff, de achterkleinzoon van Jan Oebeles, zette vanaf 1 januari 2001 het bedrijf van zijn overgrootvader aan het Buitenstvallaat voort onder de naam ‘Scheepsbouw O.H. van der Werff’. Haiko zag een droom uitkomen, toen ‘De Jonge Trijntje’ in 2010 werd teruggevonden in Zwolle en hij de kans kreeg om het te restaureren. Het beurtvaart skûtsje werd aangekocht door Stichting De Jonge Trijntje met de bedoeling om het schip als cultureel erfgoed in de oorspronkelijke staat terug te laten brengen, En zo was de cirkel rond, het skûtsje werd volledig gestript en in de originele staat teruggebracht op de werf waar het 100 jaar eerder was gebouwd …

’s Zomers ligt het skûtsje aan het Buitensvallaat voor de scheepswerf van Haiko van der Werff. Er wordt dan met ploegjes gezeild, kinderen worden er onderwezen over de zeilvaart vroeger en er wordt onderhoud gepleegd. In de winter ligt het skûtsje in de Drachtstervaart of in de passantenhaven in het centrum van Drachten …

Een speelse spiegelwand

Omdat we toch op het Moleneind waren, wilde Jetske meteen wel even bij het passantenhaventje kijken, dat het centrum van Drachten rijk is sinds de vaart weer is geopend. Daarbij kwamen we langs het oude arbeidsbureau. Tegenwoordig is Grafisch Centrum Drachten hier gevestigd …Verder valt er weinig over te vertellen, maar toen we daar eenmaal stonden, vielen de weerspiegelingen van de in een ronding geplaatste ramen me op. Daar heb ik even wat mee staan spelen …

Bij ‘It Bleekerhûs’

Gisteren kwam Museum Dr8888 ter sprake, omdat het verdwenen gewaande beeld ‘Vader en moeder met slingerend kind’ daar tegenwoordig blijkt te staan. Het museum is sinds 1996 gevestigd in het voormalig minderbroedersklooster in het centrum van Drachten. Daar heb ik nog geen foto’s van in mijn archief. Waar ik wel foto’s van heb, is het gebouw waar het museum ooit is begonnen als oudheidskamer ‘It Bleekerhûs’. Vlak voordat ik vorige week dinsdag werd gebeld door de gemeente, was ik daar namelijk met Jetske geweest …

Het ‘Bleekerhûs’ is in 1806 gebouwd als dokterswoning voor dokter Hendrik Willem Bleeker, die het pand gebruikte als woon- en praktijkruimte. Bleeker schijnt een bijzonder mens te zijn geweest. Van 1904 tot 1944 oefende hij zijn praktijk uit en nog altijd gaan er verhalen over hem in omloop. Hij was niet alleen arts, maar naar verluidt was hij ook drankbestrijder, leraar aan de Rijkskweekschool en mede-oprichter en docent van de Volksuniversiteit …

De dokterswoning was ook het eerste onderkomen van oudheidskamer (later museum) ‘It Bleekerhûs’. Voor zover ik me kan herinneren, richtte de oudheidskamer zich in eerste instantie vooral op de turfwinning, die zo belangrijk is geweest voor het ontstaan van Drachten. Maar er kwam in ‘It Bleekerhûs’ ook geleidelijk meer aandacht voor het belang van de kunststromingen De Stijl en Dada voor Drachten …

Voor nieuw beleid en uitbreiding van de collectie kwam meer ruimte beschikbaar, toen de oudheidskamer in 1979 naar het historische grietenij- en gemeentehuis aan de overkant van de straat kon verhuizen. Dat was ook het moment waarop de oudheidskamer ‘It Bleekerhûs’ werd omgedoopt tot ‘Streekmuseum Smallingerland’ …

In ‘It Bleekerhûs’ is tegenwoordig een tandartsenpraktijk gevestigd. Sinds de verhuizing van het museum naar het klooster in 1995, zat in het oude gemeentehuis (zie foto hierboven) grandcafé ‘Smelnehûs’, maar dat heeft vorig jaar de deuren helaas noodgedwongen moeten sluiten.