Roze en gele waterlelies

Op een van de warmste dagen in juni ben ik ’s ochtends al mooi op tijd op pad gegaan voor een ritje door het bos. Bij twee vennetjes heb ik een tussenstop gemaakt om zittend op een bankje in de schaduw te genieten van de rust en het geluid van omringende vogels …

Waterlelies zijn geen ongewoon verschijnsel in dergelijke vennetjes. Zo mooi roze als de waterlelies in één van de vennetjes waren, had ik ze hier nog niet eerder gezien …

Op nog geen 300 meter van het bovenstaande vennetje dreven er op het wateroppervlak van een ander vennetje gele waterlelies …

Kikkerconcert bij het Witte Meer

De gele lis in onze tuin laat het dit jaar helaas afweten. Misschien moeten we hem eens terugbrengen naar de ingegraven emmer, waar we hem jaren geleden eens hebben geplant. Gaandeweg de tijd is hij stukje bij beetje uit die emmer ontsnapt, en heeft hij wortel geschoten in drogere grond. Bij het Witte Meer trof ik dit goedmakertje aan …

Ook zag ik tijdens mij gang over het vlonderpad een kikker op een stuk hout in het water zitten. Hij liet voorbeeldig zijn profiel zien. Hij was mooi, maar stil …

Dat geldt niet voor vele tientallen van zijn soortgenoten die elders in het meertje lagen te kwaken dat het een lieve lust was …

Een mooie middenberm

Nadat we ter hoogte van de Lippenhuisterbrug wat libellen hadden gefotografeerd, vervolgden Jetske en ik onze weg in zuidelijke richting over de Ald Hearrewei. Die Ald Hearrewei (vertaald: Oude Herenweg) bestaat uit weinig meer dan een eeuwenoud zandpad en een schelpenpad voor fietsers. Het pad krijgt zijn charme van een mooie kruidenrijke middenberm, die van noord naar zuid vol bloemen staat …

Links en rechts omgeven door struikgewas voert het pad dwars over de Liphústerheide. Bij een klein vennetje naast het pad, maakten we weer even tijd voor een tussenstop om wat foto’s te maken (Google Maps). Nadat we wat orchissen, kleine ratelaars en een paar passerende fietsers hadden gefotografeerd, konden we ook nog een glimp van een ringslang vastleggen …

Langs de Bonnebuskepetten

We blijven nog even aan de waterkant. Bij de Bonnebuskepetten tussen Smalle Ee en de Veenhoop ben ik de afgelopen jaren nooit verder gekomen dan het maken van wat foto’s vanaf de noordkant aan de Bûtendiken. Vorige week ben ik over het 700 meter lange schelpenpaadje in de lengterichting langs het meest oostelijke petgat gereden (Google Maps). Door de dichte oeverbegroeiing heb je er maar op een paar plekken zicht op het petgat …

Bij een van de weinige open plekken halverwege het schelpenpaadje heb ik even een tussenstop gemaakt. Dat werd kennelijk nogal als storend ervaren door de familie grauwe gans. Pa en ma gans stuurden de laatste twee jongen die nog over waren snel onder de oeverbegroeiing aan de andere kant. Pa wachtte vervolgens zoals het hoort in de achterhoede tot het hele spul veilig was. Ik bleef in alle rust achter met de waterlelies en de gele plompen …

Oud boerenland

De brug naar de Jan Durkspolder was ook dinsdag nog niet open, daarom ben ik nog maar eens doorgereden naar het plekje waar ik vorige week het gruttopaar met hun kuiken had gefotografeerd. Ik werd meteen weer opgewacht door een paar rondvliegende grutto’s. Nadat de zaak weer wat tot rust was gekomen, mocht ik dit plaatje schieten …

In de verte zag ik iemand met een verrekijker lopen. Toen ik hem even later beter in beeld kreeg, zag ik dat hij een aantal stokken in zijn hand had. Dat maakte meteen duidelijk dat het de zogenaamde nazorger van het gebied is. Met de stokken heeft hij de nesten in het land gemarkeerd om ze te beschermen tegen de noodzakelijke werkzaamheden van de boer. Ze zoeken en markeren nesten, en ze tellen en registreren aantallen vogels, eieren en kuikens …

Half maart schreef ik hier een stukje over een bordje met het opschrift ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpen ruige mest en weidegang van de koeien de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels

De nazorg concentreert zich rond steeds minder geschikte plekken voor weidevogels. De grootste aantallen vogels zitten over het algemeen daar waar de boer iets extra’s doet voor de weidevogels. Hier op dit stukje oud boerenland, dat intussen eigendom is van de Friese vereniging voor natuurbeheer It Fryske Gea, wordt dat in de praktijk gebracht. De nieuwe droge mest ligt al klaar voor verspreiding over het land als de jongen straks zijn uitgevlogen. De grutto’s varen daar echt wel bij in deze weilanden, waar regelmatig de roep van één of meerdere grutto’s over het land klinkt…

Als de nazorger het weiland heeft verlaten en als ook de fotograaf geen bedreiging blijkt te zijn, is de alarmfase voorbij en strijken de grutto’s weer neer op hun uitkijkpost op een paal of ergens tussen grassen, bloemen en zuring …

Boshyacinten in de tuin

In het late voorjaar heb ik het vooral in reacties op andere blogs verschillende keren gehad over de boshyacinten in onze tuin. Hoe wel ze intussen al lang en breed zijn uitgebloeid, ben ik er nu pas aan toe om daar eens wat foto’s van te tonen. De eerste foto is gemaakt in de voortuin, daar heeft een tijdlang een kleine zee aan blauwe, witte en roze boshyacinten staan pronken. …


De resterende foto’s heb ik de achtertuin gemaakt. Daar staan hier en daar wat boshyacinten, zodat er wat meer ruimte is om enkele exemplaren eruit te lichten. Intussen zijn zowel de voortuin als de achtertuin voorlopig over hun hoogtepunt heen. De droogte zal de rest wel doen …

Grutto’s met een kuiken

Nadat ik donderdagochtend in de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ aan de Leijen een tijdlang had zitten genieten van de zwarte sterns, ben ik zoals ik wel vaker even doorgereden naar de Jan Durkspolder …

Daar kon ik echter niet komen, omdat de brug afgesloten was. Waarschijnlijk is de gammele polderbrug eindelijk vervangen. Dat hoop ik deze of volgende week te ontdekken. Omdat ik in de Jan Durkspolder niet terecht kon, heb ik een ommetje gemaakt naar de hooilanden ten noorden van Earnewâld. En daar kreeg ik geen spijt van …

Ik was het doodlopende weggetje nog maar nauwelijks honderd meter in gereden of er vloog al een grutto op, die meteen een paar maal luid roepend laag over de auto dook. Ik wist genoeg en zette de auto meteen in de berm. De grutto landde eerst pal naast me op een dampaal. Daarna dook hij het lange gras in. Even later kwam hij tevoorschijn met zijn partner en hun kuiken. Is het niet prachtig!?

Ieder aan een kant van hun kuiken hielden de ouders de omgeving scherp in de gaten. Lang duurde de show niet, al snel leidden pa en ma hun kuiken weer naar het lange gras. Hopelijk redt dit kuiken het om volwassen te worden, want de kuikenoverleving van grutto’s moet omhoog


Mijn dag kon al na het zien van de zwarte sterns bij de Leijen al niet meer stuk, het treffen met dit prachtige drietal dat ook op de Rode Lijst staat, maakte het helemaal af! 🙂