Wachtend op vogels

We beklommen het verhoogde uitkijkpunt. Daar werden we welkom geheten door een echte vogelaar met een vogeltelescoop statief en een camera. Hij had daar die ochtend al ruim 3 uur zitten kijken en genieten. Hij had onder andere een paar keer een zeearend en een havik gezien …

Op het water was het op dat moment uitermate rustig. Er dobberden alleen een paar eenden en in de verte zag ik een paar grondelende zwanen …

Hoewel het in de lucht ook niet echt druk was, kon ik toch een groepje ganzen en een vlucht watersnippen vastleggen. De andere man wees ons nog op twee buizerds, die in de verte in een boom zaten ..

Veel meer leven viel er op dat moment niet te bespeuren, daarom heb ik mijn camera nog maar even op een paar rietpluimen in tegenlicht gericht …

Nog een laatste foto van het uitkijkpunt Ezumakeeg Noord, daarna maakten we nog een kort ritje door het Lauwersmeergebied …

– wordt vervolgd

Tussenstop bij Ezumakeeg

Vanuit Drachten zetten we vrijdagochtend na de koffie koers richting Peazens-Moddergat aan de Waddenzee. Sinds in 2016 de Central As (N356) tussen Nijega en Dokkum in gebruik is genomen, is die rit en mooi stuk ingekort. Vlak voordat we bij Peazens waren, stelde Jetske voor om nog even een afslag naar het Lauwersmeer te nemen …

Korte tijd later reden we in rustig tempo over een smal weggetje. Al snel vroeg ik Jetske om even te stoppen, zodat ik een paar foto’s kon maken van de ganzen, de paarden en de glanzende rietkraag in de verte aan de rechterkant van de weg …

Nog maar net weer onderweg, stopte Jetske nogmaals. Ditmaal zat er aan de linkerkant van de weg een torenvalk in de top van een boom. Een tijdlang keek hij de andere kant op. Toen hij zijn kop uiteindelijk in onze richting draaide, leek hij zo van de lens van mijn camera te schrikken, dat hij subiet op de wiek ging …

Niet veel later kwamen we aan bij het uitkijkpunt Ezumakeeg Noord. Daar verlieten we de auto om even te kijken of er nog bijzondere vogels te zien waren …

Vanaf het verhoogde uitkijkpunt was dit het uitzicht over het Lauwersmeergebied …

– wordt vervolgd

De specht is terug

Maandenlang had hij zich elders opgehouden, maar uitgerekend toen ik vorige week weer wat meer aan huis was gebonden, liet de grote bonte specht zich ineens weer zien in onze tuin. Hij schijnt een voorkeur te hebben ontwikkeld voor de prunus. Dat is met al zijn kleine twijgjes en takken een lastige boom, maar zondag kon ik hem er toch herkenbaar op de foto zetten …

Later die dag maakte hij het nog wat makkelijker voor me. Nadat hij vanuit de prunus komend een de mussen bij de pindakaaspot vandaan had gejaagd, ging hij zelf enige tijd lekker op het dak van het fietsenhokje zitten …

Wat vogels en een vrijwilliger

De reeën waren een mooie onderbreking geweest tijdens ons ritje naar de Jan Durkspolder. Terwijl we in rustig tempo voort hobbelden over het heuvelachtige wegdek van de laatste 400 van de Geau, zag ik in de verte al een grote zilverreiger bij de vogelkijkhut staan. “Wedden dat hij straks weg is,” zei ik tegen Jetske, toen we uitstapten …

En zo was het ook. Terwijl wij de vogelkijkhut betraden, ging de zilverreiger er vandoor. Door een kijkopening aan de oostkant van de hut zag ik aan het kleine stipje in de verte, dat hij nu plekje langs de weg had opgezocht. Gelukkig stond er aan de weestkant van de hut ook een grote zilverreiger. En meer nog, er stond ook een blauwe reiger aan de waterkant …

De vogels zaten ver weg, maar we deden het ermee. Intussen was er een man binnen gekomen die ik herkende als een vrijwillig medewerker van It Fryske Gea. Hij was op ronde om te checken of zijn wildcamera’s er nog staan. Toen ik een praat je had aangeknoopt, bleek het een smakelijke verteller te zijn, die een aantal interessante zaken wist te vertellen over de otters in het gebied. Aan het eind van ons gesprek vroeg hij of we de blauwe kiekendief, die sinds kort terug is nog hadden gezien. Hij had hem vanuit zijn positie verderop in het veld in de buurt van de hut rond zien vliegen …

Wij hadden hem helaas niet gezien, maar ik heb nu in ieder geval weer iets om de komende tijd af en toe eens naar uit te kijken. De laatste vogels die we die dag zegen, waren een paar aalscholvers die aan ons voorbij zwommen. Kennelijk waren we ze wat te enthousiast aan het portretteren, want het duurde maar even voordat ze op de wiek gingen …

In de warme auto kwamen we onderweg naar huis weer op temperatuur. Het was een kille en grijze dag geweest, maar we kwamen weer niet met lege handen thuis. Het komt regelmatig voor. dat ik na onze gezamenlijke fotoritjes een week of twee vooruit kan, met dit grijze tochtje ben ik na drie blogjes wel klaar …

Wat aalscholvers en ’n kievit

Nadat we uitgebreid met zijn drieën hadden bijgepraat met koffie en koek, stapte Aafje tegen het eind van de ochtend op de fiets om boodschappen te gaan doen. Fotomaatje Jetske en ik stapten in de auto om een ritje door de omgeving te maken. Jetske stelde voor om eerst maar even bij de Leijen te kijken, misschien zouden de baardmannetjes zich daar nu wel willen laten zien …

Ongeacht of we liepen of stil bleven staan, er was geen vogel te horen of te zien, terwijl we langs het rietland in de richting van de vogelkijkhut liepen. Diep in de kraag weggedoken kwamen we bij de vogelkijkhut aan. Behalve grijs was het ook echt waterkoud. Warmer dan 4°C was het zeker niet …

De enige vogels die we vanuit de hut te zien kregen, waren enkele aalscholvers die in de laatste boom zaten die nog rest van het eilandje midden in de Leijen …

We hadden het al snel bekeken in de hut. Terug bij de auto besloten we eerst onze broodjes maar eens op te eten. Meestal leven we tijdens onze tochtjes op water en (goed belegde) broodjes. Gisteren verraste Jetske me met een beker vers geperst sinaasappelsap. Daarna besloten we nog maar even naar de Jan Durkspolder te rijden. Jetske kreeg bij Earnewâld nog een zeearend in beeld …

Ik stelde me een 3 km verderop tevreden met een kievit, die in een weiland langs de Alle om Slachte stond. Het zal een noorderling zijn, die hier hoopt te kunnen overwinteren. Als je goed kijkt, kun je bij gebrek aan zon nog net iets van de glans van zijn verendek zien …

– wordt vervolgd

Een torenvalk op een paaltje

We waren net begonnen aan de weg terug naar noordelijker oorden, toen het zachtjes begon te regenen …

Net als twee weken geleden stond er ook nu op de terugweg aan de rechterkant van de weg een roofvogel te wachten. Twee weken geleden was het een prachtige buizerd, ditmaal stond er een mooi torenvakje op een paaltje …

Ook in deze regio zijn de boeren zo te zien nog steeds bbboos …

Torenvalk aan de maaltijd

De laatste keer dat ik een tijdlang in de berm had gestaan bij de windmotor in de Jan Durkspolder, was op 12 augustus. Toen stond ik er te wachten op poollicht. Vorige week dinsdag stopte ik er, omdat ik hoopte dat één van de jagende torenvalken weer op de windmotor zou landen. Het werd echter nog mooier …

Ik stond er nog maar net, toen één van de torenvalken op het hek bij de windmotor neerstreek met een prooi in zijn snavel. Gelukkig voor de tere zieltjes onder ons, is de prooi op de meeste foto’s nauwelijks te zien, omdat er heel subtiel twee rietstengels langs de paal heen en weer wuifden …

De torenvalk leek weinig moeite te hebben om zijn hapje weg te werken. Nadat hij nog eens grondig had gecheckt of er niets was blijven liggen, zat hij een moment ontspannen in de zon. Precies 2:48 minuten, nadat ik de eerste foto had gemaakt, vloog de torenvalk op …

Hij ging weer op het hekwerk van de windmotor zitten, waar ik hem eerder ook al had gezien. Alsof hij me nu pas in gaten kreeg, keek hij me voorafgaand aan het afscheid enige tijd recht in de ogen …