Nadat we eerst een kijkje hadden genomen bij de Leijen, hebben Jetske ik op de laatste vrijdag van oktober nog enige tijd in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten …
Aan de oostkant van de hut stond een blauwe reiger in de plas. Hij leek helemaal in beslag te worden genomen door de aanblik van een meeuw, die een stukje verderop ergens aan stond te rukken …
Hij leek er echt het zijne van te moeten weten, want heel stiekem kwam hij steeds een stapje dichterbij. De meeuw leek er niet van onder de indruk te zijn, want hij ging rustig door met zijn bezigheden …
Enige tijd later had hij datgene waaraan hij stond te plukken en te rukken op het droge gesleept. Daarmee leek de lol er ook meteen af te zijn. Maar nu was wel goed te zien wat hij daar had, het karkas van een gans. Nu maar hopen dat er geen vogelgriep in het spel is …
De meeuw stapte weg liet zijn buit achter. Even later schreed de blauwe reiger eraan voorbij zonder op of om te kijken. Vanaf dat moment lag de polder er weer stil en leeg bij …
Op één van de vele mooie oktoberdagen zag ik een torenvalk zitten op het platform van de windmotor in de Jan Durkspolder. Rustig liet ik mijn auto uitrollen tot vlak bij de windmotor …
Het valkje gaf me net genoeg tijd om een overzichtsfoto en twee ingezoomde foto’s te maken. Daarna vond hij het welletjes en steeg hij op om op jacht te gaan. Even kon ik hem nog volgen, daarna was het gedaan, want ik stond nogal in de weg op de smalle weg …
Vandaag nog eens een serie van een meeuw bij de Leijen. Dit is echter al een wat oudere serie uit juni 2019. Wat sfeer en weer betreft passen deze foto’s uitstekend bij het weerbeeld van gisteren en vandaag in Fryslân …
Deze meeuw wist vlak voor de vogelkijkhut een visje te vangen. Toen hij de vis eenmaal boven water had, leek het een flink maaltje te zijn. Dat stond de vis duidelijk niet aan. Nadat hij zich even voor dood had gehouden, sloeg hij een paar maal met kop en staart heen en weer, waarna hij in de diepte verdween. De meeuw bleef alleen en hongerig achter …
Aan de andere kant van de Leijen blies de grasdrogerij in Opeinde intussen weer een wit wolkenspoor langs het verder donkere wolkendek …
Gebruik makend van het feit dat ik dankzij de nieuwe medicatie een stuk steviger en stabieler liep, heb ik begin oktober weer eens een fotokuiertje naar de vogelkijkhut ‘de Blaustirns’ bij de Leijen gemaakt. Daar had ik me alleen een tijdje niet meer aan gewaagd, omdat je er over een smal, vaak tamelijk glibberig paadje langs het water moet lopen. Nu durfde ik het aan om er weer eens op eigen gelegenheid naar toe te gaan …
Er zaten twee echte vogelaars met grote toeters op hun camera’s geschroefd in de kijkhut. Eén van hen vertelde dat ik net te laat kwam, omdat er een paar maal een ijsvogeltje op één van de palen had gezeten. Ik kreeg niet meer te zien dan een meeuw, die het plekje op de paal had overgenomen. Maar daar was ik ook al blij mee, temeer daar ik blij was om te horen dat er recentelijk regelmatig een ijsvogeltje bij de hut te zien was. Dat biedt binnenkort hopelijk weer nieuwe kansen …
In 2009 is de Catspoolder ingericht als natuurgebied en is de bemaling stopgezet. Het waterpeil gaat er nu op en neer met dat van het riviertje de Lende, dat er langs loopt. De polder dient nu ook als waterberging. In de zomer wordt het gebied losgekoppeld van de Lende, waardoor het waterpeil zakt en de grond deels kan indrogen. Om de vallei nat te houden, is een ingenieus systeem van sloten, stuwen en kleppen uitgedacht dat moet voorkomen dat het gebied helemaal verdroogt. Het gebied trekt vooral water- en moerasvogels …
Hoe mooi een vogelkijkhut ook is, het gaat erom wat je er te zien kunt krijgen. En dat valt bij de ‘Catskieker’ niet tegen. Je hebt er een mooi uitzicht over een flinke plas. Recht voor de hut staat een rijtje dode bomen en boomstronken. In de top van de hoogste boom zat een gestaag toenemend aantal aalscholvers te vergaderen. Op een strookje droge grond scheef voor de hut zaten vogels van diverse pluimage, waaronder meeuwen, kieviten, verschillende ganzen en ook hier enkele aalscholvers. Het was allemaal niet spectaculair, maar we hebben ons er bij heerlijk najaarsweer een uurtje prima vermaakt …
Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …
Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …
Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …
De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …
Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’
Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …
Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …
“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …