De schat in de Panhuyspoel

Terwijl ik vanuit de Jan Durkspolder over de Alle Om Slachte in de richting van Earnewâld reed, zag ik vaag een regenboog verschijnen. Om daar beter zicht op te krijgen, draaide ik rechtsaf het Nonnepaed op. Dat gaf me de kans om door ’t geopende autoraam de eerste foto te maken van de vage regenboog boven een weiland met schapen …

Terwijl ik langzaam oostwaarts reed, werd de regenboog steeds beter zichtbaar. Wat verderop maakte ik nog een paar foto’s met wat koeien onder de regenboog. De laatste stop maakte ik ter hoogte van zandwinput de Panhuyspoel. Al snel werd duidelijk dat ik daar geen kans maakte om de goudschat te vinden, die lag op de bodem …

De andere kant van de regenboog eindigde in de buurt van de gaswinlocatie aan het eind van de weg. Daar kwam ik amper minuut later aan. Net te laat. Vlak voor mijn ogen loste het uiteinde van de regenboog in het niets op …

Buien boven de polder

Bijna terug bij de auto heb ik nog even een kort rustmomentje gepakt op de grote rood met witte paddenstoel, die scheef tegenover de boerderij ‘Heydhuysen’ staat. Ik zat te twijfelen of ik nog even door zou rijden naar Bakkeveen of dat ik huiswaarts zou gaan. Ik besloot het laatste te kiezen, want mijn benen zaten aan hun taks na twee fotokuiers …

Nog maar net onderweg stelde ik mijn plan bij. Zodra ik buiten het bos meer zicht kreeg op de lucht en de horizon, zag ik dat de lucht betrokken was geraakt en dat er vanuit het noorden donkere wolken opdoemden. Daarom besloot ik de openheid van het polderland bij Oudega en Earnewâld nog maar even op te zoeken. Enige tijd later stond ik in de Jan Durkspolder …

Terwijl ik me bezighield met het jongvee op de voorgrond en de ontwikkelingen in de lucht op de achtergrond, slikte ik mijn medicijnen, dronk ik wat water en nuttigde ik een stuk koek …

Na ongeveer een kwartier gingen plotseling de hemelsluizen open en verdween het jongvee in een gordijn van water. Zodra het enkele minuten later weer droog was, startte ik de auto om een stukje in de richting van Earnewâld te rijden …

– wordt vervolgd

Een stoel en wat paddenstoelen

Ik liep nog wat verder de Engelse landschapstuin bij Huize Olterterp in. Hier en daar hingen nog wat takken met mooie herfstbladeren te pronken in de zon …

De afgelopen jaren is er fasegewijs groot onderhoud uitgevoerd aan de tuin. Van de voet van een omgezaagde stam is daarbij een stoel gemaakt …

Ik liep nog even door tot aan de vijver, waar het landhuis weer mooi in werd weerspiegeld. Rond het gebouw waren schilders actief …

Voorgaande jaren heb ik veel paddenstoelen aangetroffen in de tuin. Dat viel me nu wat tegen, waarschijnlijk was ik er wat te laat voor. Toch heb ik er hier en daar nog een paar aangetroffen …

Teruglopend naar de auto heb ik nog wat gekleurde bladeren aan één van de bomen in de tuin gefotografeerd. Daarna ben ik in de auto gestapt om even door te rijden naar Heidehuizen …

Terug bij Huize Olterterp

Na meer dan een week zagen we gisterochtend eindelijk de zon weer. Ik besloot na de koffie meteen de koe bij de hoorns te vatten en naar de bossen van Olterterp-Beetsterzwaag te rijden. Onderweg kom je dan automatisch langs de landschapstuin van Huize Olterterp, waar It Fryske Gea haar hoofkwartier heeft. Daar maakte ik de eerste stop …

Hoewel veel bomen hun bladeren al waren verloren en de kleurenpracht in de afgelopen grijze week goeddeels was verdwenen, lukte het toch om nog wat mooie krentjes uit de pap te vissen. Ik liep eerst maar eens naar het heuveltje voor in de tuin met het kunstwerk van beeldhouwer Anne Woudwijk …

Anne Woudwijk was kennelijk al bezig met de (terugkeer van) de wolf naar ons land, voordat daar echt sprake van was. De titel van het kunstwerk is ‘Wanneer de maan het landschap verandert, huilen de wolven’. Samen met nog twee andere kunstwerken, die Park Huize Olterterp in één rechte lijn verbinden met de natuurgebieden het Ketliker Skar en de Lendevallei, vormt het een ‘Ode aan de wolf’...

Vanaf het heuveltje heb je mooi zicht op de door het park slingerende paden. De Engelse landschapstuin is ontworpen door de tuinarchitecten Lucas Pieter Roodbaard en Gerrit Vlaskamp. Morgen lopen we wat verder het park in …

wordt vervolgd

Wat vogels en een vrijwilliger

De reeën waren een mooie onderbreking geweest tijdens ons ritje naar de Jan Durkspolder. Terwijl we in rustig tempo voort hobbelden over het heuvelachtige wegdek van de laatste 400 van de Geau, zag ik in de verte al een grote zilverreiger bij de vogelkijkhut staan. “Wedden dat hij straks weg is,” zei ik tegen Jetske, toen we uitstapten …

En zo was het ook. Terwijl wij de vogelkijkhut betraden, ging de zilverreiger er vandoor. Door een kijkopening aan de oostkant van de hut zag ik aan het kleine stipje in de verte, dat hij nu plekje langs de weg had opgezocht. Gelukkig stond er aan de weestkant van de hut ook een grote zilverreiger. En meer nog, er stond ook een blauwe reiger aan de waterkant …

De vogels zaten ver weg, maar we deden het ermee. Intussen was er een man binnen gekomen die ik herkende als een vrijwillig medewerker van It Fryske Gea. Hij was op ronde om te checken of zijn wildcamera’s er nog staan. Toen ik een praat je had aangeknoopt, bleek het een smakelijke verteller te zijn, die een aantal interessante zaken wist te vertellen over de otters in het gebied. Aan het eind van ons gesprek vroeg hij of we de blauwe kiekendief, die sinds kort terug is nog hadden gezien. Hij had hem vanuit zijn positie verderop in het veld in de buurt van de hut rond zien vliegen …

Wij hadden hem helaas niet gezien, maar ik heb nu in ieder geval weer iets om de komende tijd af en toe eens naar uit te kijken. De laatste vogels die we die dag zegen, waren een paar aalscholvers die aan ons voorbij zwommen. Kennelijk waren we ze wat te enthousiast aan het portretteren, want het duurde maar even voordat ze op de wiek gingen …

In de warme auto kwamen we onderweg naar huis weer op temperatuur. Het was een kille en grijze dag geweest, maar we kwamen weer niet met lege handen thuis. Het komt regelmatig voor. dat ik na onze gezamenlijke fotoritjes een week of twee vooruit kan, met dit grijze tochtje ben ik na drie blogjes wel klaar …

Wat aalscholvers en ’n kievit

Nadat we uitgebreid met zijn drieën hadden bijgepraat met koffie en koek, stapte Aafje tegen het eind van de ochtend op de fiets om boodschappen te gaan doen. Fotomaatje Jetske en ik stapten in de auto om een ritje door de omgeving te maken. Jetske stelde voor om eerst maar even bij de Leijen te kijken, misschien zouden de baardmannetjes zich daar nu wel willen laten zien …

Ongeacht of we liepen of stil bleven staan, er was geen vogel te horen of te zien, terwijl we langs het rietland in de richting van de vogelkijkhut liepen. Diep in de kraag weggedoken kwamen we bij de vogelkijkhut aan. Behalve grijs was het ook echt waterkoud. Warmer dan 4°C was het zeker niet …

De enige vogels die we vanuit de hut te zien kregen, waren enkele aalscholvers die in de laatste boom zaten die nog rest van het eilandje midden in de Leijen …

We hadden het al snel bekeken in de hut. Terug bij de auto besloten we eerst onze broodjes maar eens op te eten. Meestal leven we tijdens onze tochtjes op water en (goed belegde) broodjes. Gisteren verraste Jetske me met een beker vers geperst sinaasappelsap. Daarna besloten we nog maar even naar de Jan Durkspolder te rijden. Jetske kreeg bij Earnewâld nog een zeearend in beeld …

Ik stelde me een 3 km verderop tevreden met een kievit, die in een weiland langs de Alle om Slachte stond. Het zal een noorderling zijn, die hier hoopt te kunnen overwinteren. Als je goed kijkt, kun je bij gebrek aan zon nog net iets van de glans van zijn verendek zien …

– wordt vervolgd

Windmotor met weerspiegeling

Ik ontdekte nog een paar zonnige foto’s uit eind oktober. Nadat het ’s ochtends grijs en bewolkt was, brak de lucht halverwege die middag nog even open …

Ten noorden van Earnewâld heb ik op dat moment even een korte tussenstop gemaakt om een paar foto’s te maken van de windmotor aan de Hooiweg met zijn weerspiegeling …