Langs ’t pontje van Jonen

Na de koffie zetten we onze vaartocht door de Wieden voort. Je zou je af en toe bijna schuldig voelen om de perfecte weerspiegeling verderop te verbreken, maar Jetske hield standvastig koers …

Typerende landschapselementen trokken in het rietland rondom aan ons voorbij, variërend van nog glanzende windmotors tot oude houten tjaskermolens ,,,

Vanaf de Cornelisgracht draaiden we na verloop van tijd linksaf de Walengracht op. Daar passeerden we even later het fietspontje van Jone. Voor € 1,30 kun je je hier over laten zetten, en dat scheelt al snel 17 km fietsen …

Op verschillende plaatsen zagen we dat een kleine, lichte trekker met brede banden een ponton op of af werd gereden. Deze trekkers worden gebruikt om de hooilanden tussen de rietvelden te maaien. Licht materieel is in dit natte gebied onontbeerlijk, en het zou in mijn ogen als voorbeeld en alternatief moeten dienen voor het zware materieel van de gemiddelde boer, om vernatting van het land mogelijk te maken …

Maar er wordt niet alleen hard gewerkt in Nationaal Park Weerribben-Wieden. Ook voor spelevaren is er alle ruimte in dit prachtige gebied, getuige de bootjes die her en der voor de wal lagen …

Daar bij die baggeraar

Bijna aan de zuidkant van het dorp naderen we een lange voetgangersbrug over de Dwarsgracht. Vlak vóór die brug nemen wij een afslag naar rechts om in westelijke richting over de Cornelisgracht richting Jonen te varen …

Terwijl aan bakboord voor de tweede keer die dag een kano passeert, zien we op de rechteroever een bronzen beeld staan. ‘De Baggeraar’ (Google Maps) is gemaakt door beeldend kunstenaar Janno Petter, die tot zijn dood aan de Dwarsgracht woonde …

Het beeld stelt een veenarbeider met een baggerbeugel voor, een soort net aan een lange stok. Daarmee kon het veen, tot een diepte van twee meter onder water, van de bodem worden getrokken. Het natte veen werd op stroken land (de z,g, legakkers of ribben) gelegd om in te dikken. Tussendoor werd het natte veen een aantal keer aangestampt en na een week werd het tot turven gesneden. Die turven moesten weken drogen, totdat ze in luchtige ronde hopen konden worden gestapeld om verder te drogen …

Het moet loodzwaar werk geweest zijn, je ziet aan de baggeraar hoeveel kracht er nodig is om die natte veenbagger boven water te krijgen. En dan te bedenken dat mijn eerst bekende voorouder uit deze regionen afkomstig was. De familie is hier vandaan met de vervening meegetrokken en vervolgens in Fryslân terecht gekomen, vermoed ik. Een veenbaas zal die eerst bekende voorouder vast niet geweest zijn …

Nadat we Dwarsgracht achter ons hadden gelaten, zagen we op de linkeroever een zwanenpaar met een jong in het lange gras staan. Het zouden niet de laatste zwanen van de dag zijn. Voor ons was het tijd om een stukje verderop even voor anker te gaan en koffie te drinken …

De Wieden in

Nadat we half juni voor het eerst samen een dagje op fiets en iLark op pad waren geweest, maakten fotomaatje Jetske en ik op de laatste dag van de record warme maand juni voor het eerst sinds 2016 weer eens een vaartocht door de Wieden. Rond 10:45 uur gooiden we de trossen los …

Ik kreeg een plekje in het midden van de boot toegewezen, waarna Jetske de motor startte. Jetske, die in haar tienerjaren als het zo uitkwam al als stuurvrouw aan het roer van een rondvaartboot stond, kent de wateren in de Weerribben en de Wieden op haar duimpje. Het voordeel daarvan is, dat ze me met dit vaartochtje weer langs mooie, hier en daar onverwachte plekjes wist te voeren …

In rustig tempo tuften we de Wieden in. Nadat we een tegemoetkomende kano waren gepasseerd, doken we een stuk bos in. Daar zat o.a een jonge spreeuw in een boomtop. Eenmaal aan de andere kant van de bosschages voeren we na enige tijd onder een bruggetje door het lintdorp Dwarsgracht binnen …

Een hoogtepuntje

Voor de derde maal in korte tijd kwam ik tijdens het ritje met Jetske langs de uitkijktoren ‘de Skarrekiker’ aan het Himrikerpaed (Google Maps). We maakten er ieder ons eigen hoogtepuntje van …

Voor Jetske werd het letterlijk een hoogtepuntje. Nadat ze de constructie van het bouwwerk goed had bekeken, klom ze ondanks haar hoogtevrees naar de bovenste verdieping om daar vandaan wat foto’s van het uitzicht over de Hemrikkerscharren te maken. Ik nestelde me intussen op een bankje in de schaduw onder de toren om daar met wat foto’s van de lijnen en vlakken van het bouwwerk mijn eigen hoogtepuntje te creëren …

Een mooie middenberm

Nadat we ter hoogte van de Lippenhuisterbrug wat libellen hadden gefotografeerd, vervolgden Jetske en ik onze weg in zuidelijke richting over de Ald Hearrewei. Die Ald Hearrewei (vertaald: Oude Herenweg) bestaat uit weinig meer dan een eeuwenoud zandpad en een schelpenpad voor fietsers. Het pad krijgt zijn charme van een mooie kruidenrijke middenberm, die van noord naar zuid vol bloemen staat …

Links en rechts omgeven door struikgewas voert het pad dwars over de Liphústerheide. Bij een klein vennetje naast het pad, maakten we weer even tijd voor een tussenstop om wat foto’s te maken (Google Maps). Nadat we wat orchissen, kleine ratelaars en een paar passerende fietsers hadden gefotografeerd, konden we ook nog een glimp van een ringslang vastleggen …

Nieuwe paden

Met dit hek, dat bijna op het hoogste punt van it Reaklif langs het IJsselmeer staat, sluit ik op symbolische wijze een hoofdstuk af. Sinds september 2006 zijn fotomaatje Jetske en ik steeds samen op pad geweest met de auto en de benenwagen. Aan die situatie is met de komst van de iLark een eind gekomen …

Afgelopen vrijdag hebben Jetske en ik na bijna 17 jaar voor het eerst samen een fietstocht gemaakt, Jetske op de fiets en ik op de iLark. Het werd een mooi ritje van ongeveer 23 km over asfalt- en schelpenpaadjes langs zandpaden door het bos- en heiderijke gebied ten zuiden van Drachten. Jetske zei na afloop verrast te zijn, dat ik al die jaren zoveel moois voor haar verborgen had gehouden … 😉

Uitzicht op en vanaf it Reaklif

We laten het monument van de Slag bij Warns letterlijk en figuurlijk achter ons, wanneer we de weg oversteken om daar te kunnen genieten van het uitzicht over het IJsselmeer …

In noordelijke richting zien we de Marina Stavoren Buitenhaven. Op het IJsselmeer waren intussen aan alle kanten verschillende zeilboten te zien …

Jetske had zin om af te dalen en even naar de waterkant te lopen. Daar was het mij intussen te warm voor en ook de vermoeidheid in mijn benen deed zich gelden …

Maar gelukkig weet ik hoe het er daar beneden uitziet. In september 2010 ben ik helemaal tot het eind van de strekdam gelopen. Op de foto linksonder ben ik aan het eind van dam even door de knieën gegaan om een foto van het IJsselmeer te maken. Daarna heb ik me omgedraaid om een paar foto’s te maken van Aafje op de top van it Reaklif, midden: uitgezoomd – rechtsonder: ingezoomd …

Met de vissers van de Friese kliffen is het intussen afgelopen, er schijnt nog één visser actief te zijn met als thuishaven het kleine haventje van Laaksum. De boeren zijn echter nog altijd volop actief op en rond de kliffen. Ook die dag ronkte er weer meerdere keren een zware trekker met een gierwagen over de smalle kustweg op it Reaklif. De trekker met de camera volgend, zag ik dat Jetske inmiddels een stuk verderop weer ophoog was geklommen …

Ze was in gesprek geraakt met twee stellen vrolijke Friese vrienden, die een dagje gevieren met eendoppad waren. Zo’n eend valt natuurlijk altijd op, chauffeur en passagiers hadden er geen bezwaar tegen dat we een paar foto’s maakten van het eendje, ze gingen er zelfs even goed voor staan …

“Nou, daar gaan we hoor …” riep de chauffeur ten afscheid. Alleen het kenmerkende geluid van het wegrijdende eendje is de moeite al waard. Terwijl zij in de richting van Oudemirdum vertrokken, maakten Jetske en ik ons op om naar Stavoren te rijden …