Juffers bij het Witte Meer

De laatste tussenstop tijdens onze tocht op fiets en iLark maakten Jetske en ik bij het Witte Meer, ook wel bekend als de ijsbaan van Beetsterzwaag. In het recente verleden moest ik eerst een kleine 500 meter lopen, voordat ik het meertje had bereikt. Tegen die tijd begonnen mijn onderdanen al flink tegen te sputteren, en bleef ik in de buurt van de bankjes aan de noordwest kant van het water. Nu ik er met de iLark kon komen, kon ik ook eindelijk een fotokuier maken over het nieuwe vlonderpad …

Dat leverde de nodige foto’s van waterjuffers en libellen op. Wat de waterjuffers betreft werd het beeld vooral bepaald door watersnuffels, zie de eerste drie foto’s hieronder. Verder heb ik nog een tangpantserjuffer en een vuurfuffer in beeld weten te vangen. Morgen komen de libellen aan de beurt … *

* naamgeving onder voorbehoud, want dat blijf ik moeilijk vinden …

Het rondje voltooid

Ik pak de draad van het verhaal nog een keer op bij de wirwar van wortels en mossen naast het vlonderpad dat door een moerasachtig deel van De Deelen voert. Mossen zijn een belangrijke schakel in ecosystemen: ze produceren zuurstof, beschermen tegen erosie, scheppen een gunstig microklimaat voor het ontkiemen van allerlei soorten zaden en vruchten en bieden leefruimten aan vele kleine insecten …


Ook de mens heeft in de loop der jaren veel gebruik gemaakt van mossen voor o.a. brandstof, vloerbedekking, matrasvullingen, isolatiemateriaal en tegenwoordig ook de bloemsierkunst. Van dichtbij bekeken zijn het vaak verrassend mooie plantjes, maar ik kon er hier niet dicht genoeg bij komen voor een paar mooie macrofoto’s …

Nog even over het laatste deel van het vlonderpad en een stukje door het struikgewas, daarna kwam ik weer uit op de parkeerplaats. Maar dan wel aan de andere kant van de parkeerplaats. Bij Staatsbosbeheer gaat men er kennelijk van uit dat alle wandelaars aan deze kant beginnen. Hier staat namelijk een informatiebordje over het drijvende vlonderpad en over ‘de wonderlijke wereld van mos’. Als ik het had geweten, was ik aan deze kant begonnen …

Het was in ieder geval een prima ervaring en een aangenaam weerzien met De Deelen. Onderweg naar de auto aan de andere kant van de parkeerplaats hield ik nog even halt bij het tweede petgat. In de verte ligt het drijvende vlonderpad …

Ik sluit af met een dromerige weerspiegeling van het bruggetje drijvende vlonderpad en de bomen aan het eind van het petgat. Ik denk, dat ik hier in de loop van het jaar nog wel een paar keer een kuier zal maken …

Mossen en varens

Nadat ik het bruggetje achter me had gelaten, had ik weer enige tijd vaste grond onder mijn voeten, zoals dat bij de meeste paden gebruikelijk is. Al snel werd het het pad echter vervangen door een vlonderpad dat er al jaren ligt …


Dat is op zich geen probleem, maar echt breed is dat vlonderpad niet. Ik loop dan wel een stuk stabieler dan een halfjaar geleden, maar op een pad van drie planken breed voel ik me toch niet echt op mijn gemak. En dat werd er niet beter op, toen ik halverwege het eerste deel van het pad, (foto linksonder) achter me meerdere keren het langgerekte ‘kieuwww … kieuwww’ van de buizerd hoorde. Ik bleef even staan en draaide me voorzichtig om. Er cirkelden twee buizerds boven me. Vlak voordat ik er een foto van kon maken, naderde er vanaf de andere kant een wandelaar. “Moai no …,” zei hij. Gelukkig kon ik me vasthouden aan een berkje langs het pad, terwijl we langs elkaar schuifelden …

Het vlonderpad, dat uit meerdere delen bestaat, voert door een moerasachtig deel van het gebied. Het is een plek waar vooral varens en diverse mossen het goed doen …

De wortels van struikgewas dat gewend is het de voeten in het water te staan vormen in drogere tijden mooie plekjes waar mossen zich kunnen vestigen …

Ik sluit dit deel vandaag af met een klein natuurlijk stilleven. Morgen bereiken we het eindpunt …


wordt vervolgd

Een drijvend bruggetje

Aan het eind van het pad langs het eerste petgat gekomen, kon ik maar één kant op: linksaf over het korte bruggetje naar het tweede petgat …


Daar kon ik kiezen uit twee mogelijkheden. Ik kon meteen linksaf slaan en dan langs het tweede petgat terug naar de parkeerplaats lopen. Dat was de kortste en makkelijkste route. De tweede keuze was om het tweede petgat over te steken over het nieuwe bruggetje …

Ik koos voor de derde optie: eerst maar even lekker zitten op het bankje, dat ’s zomers lekker in de schaduw staat en nu in half zon, half schaduw. Daar vandaan kon ik mooi een blik werpen op het nieuwe bruggetje. Het mag volgens Staatsbosbeheer overigens niet meer de naam bruggetje hebben, het wordt nu een drijvend vlonderpad genoemd …

Hoe dan ook, er was weer een mogelijkheid om het petgat over te steken en daar moest ik dan maar gebruik van maken. Zacht wiebelend liep ik, kleine golfjes veroorzakend, naar de overkant. Halverwege heb ik nog even halt gehouden om een paar foto’s te maken …

Wiebelend en wel kwam ik aan de overkant, dat kon ook weer afgevinkt worden. Dan nu via het bekende pad terug naar af. Dat was ook nog wel even een uitdaging …


– wordt vervolgd

Mooi weer bij ’t Witte Meer

Nadat de beide vrouwen en het paard uit zicht waren verdwenen, twijfelde ik even over wat te doen. Ik had wel zin om te proberen bij het vennetje verderop langs het fietspad te komen. Uiteindelijk durfde ik het niet aan, want dat vergde nog wel een erg stevige wandeling …


In plaats daarvan besloot ik terug te lopen naar de auto en vervolgens naar de parkeerplaats aan de Poostweg te rijden. Daar vandaan zou ik misschien even naar het Witte Meer kunnen lopen. Terwijl ik daar korte tijd later liep, had ik het geluk om nog een paar zonneharpen mee te kunnen pakken …

Het zacht zoemende geluid van een draaiende pomp, dat alleen vlak bij de containers te horen was, verried dat het Witte Meer weer klaargemaakt werd om ijs en weder dienende binnenkort weer te kunnen functioneren als de mooiste ijsbaan van Fryslân. Daartoe wordt water opgepompt uit een beek in de omgeving. Bij de foto rechtsonder stroomt dat water het Witte Meer in…

Terwijl ik lekker in de zon op een van de bankjes was gaan zitten, liepen een paar vrouwen het vlonderpad op. Een stukje verderop gingen ze gezellig samen zitten praten …

Ik had het daar verder al snel bekeken en besloot terug te lopen naar de auto. Toen ik even later uitkwam op een van de brede lanen die het bos doorsnijden, stond ik opnieuw in dubio: rechtstreeks naar de auto of toch nog even …

Bezoekerscentrum de Wieden

Omdat de andere drie al bezigheden voor de middag hadden gevonden, trokken Aafje, Pepijn en ik voor een natuurwandeling naar het Bezoekerscentrum De Wieden bij St. Jansklooster …

Vorig jaar heb ik hier samen met mijn fotomaatje een uitgebreide fotoserie gemaakt van de koninginnepage. In de tuin vormden nu de bijzonder getinte irissen het hoogtepunt …

We hadden een goed moment gekozen, want het was lekker rustig bij het Bezoekerscentrum. Om de kans op vlinders wat groter te maken, had het alleen net wat warmer en zonniger mogen zijn …

Omdat mijn onderdanen weer niet erg krachtig waren, heb ik bij het bruggetje aan het begin van het een kilometer lange vlonderpad afscheid genomen van Aafje en Pepijn …

Terwijl zij aan hun rondwandeling begonnen, nam ik wat foto’s van het gemengde kleurenpalet van echte koekoeksbloemen en boterbloemen in de verte …

Toen Aafje in de verte begon te vertellen over de bloempjes en de beestjes ter plekke, heb ik me tactisch teruggetrokken tot bij een van de picknicktafels aan de andere kant van het water …

Bij het Witte Meer

Zoals ik gisteren al vertelde, had ik gehoopt even lekker in de zon op één van de vele bankjes langs de ijsbaan te kunnen zitten, maar dat viel even lelijk tegen. Alle bankjes stonden met hun pootjes in het water. Het eerste bankje viel meteen al af …

Er was overigens ook wat nieuws te zien: er lag een vlonderpad langs de rechteroever van het Witte Meer. Hoe lang het er ligt, weet ik niet, want zo vaak kom ik hier tegenwoordig niet meer …

Terwijl ik mijn zoektocht naar een rustpuntje voortzette, liet Jetske met haar opwaaiende blonde kuif mooi zien, dat we hier voor de luwte niet naar toe hadden hoeven gaan …

Gelukkig had ik mijn hoge wandelschoenen aangetrokken ’s ochtends. Stapje voor stapje waadde ik na enige tijd toch maar voorzichtig naar een bankje. Daar kon ik, met het hoofd lekker in de zon en mijn voeten in het koele water, vooral mijn bovenbenen even tot rust laten komen …

Nadat ik voor mezelf een notitie had vastgelegd om in de loop van voorjaar of zomer nog eens terug te komen om het vlonderpad te verkennen, maakten we ons op voor de kuier terug naar de auto.