Bij het Yeb Hettinga Museum

Tegenover de ingang van de begraafplaats vinden we het Yeb Hettinga Museum. Yeb Hettinga (1938-1999) verzamelde in zijn vrije tijd o.a. oude landbouwwerktuigen. Ook zocht hij samen met zijn dorpsgenoot Wietse Leistra, die in het bezit was van een metaaldetector naar oude voorwerpen. Na verloop van tijd had hij een ruime collectie aan munten en kledinghaakjes uit 1700 en allerlei andere voorwerpen …

In 1986 kocht Hettinga Camstra State, een sterk verwaarloosde, maar historische boerderij in Firdgum. In een deel van het pand richtte hij een mini-museum in. Later kocht hij het uit 1900 daterende schooltje in Firdgum, tegenwoordig is zijn verzameling daar te bezichtigen …

Het museum was helaas gesloten toen wij er waren. Maar dat wil niet zeggen dat we er voor niks naar toe gelopen waren. Op het terrein van het museum staat in het kader van Sense of Place ook een Zodenhuis. Dit Zodenhuis is in de periode 2012-2015 gebouwd in het kader van een samenwerkingsproject van het museum en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Morgen kom ik daar op terug …

Onderweg naar het Zodenhuis liepen we weer enige vertraging op, omdat Jetske weer een beestje had gevonden. Ditmaal ging het om een kleine vos …

Ik heb me intussen niet verveeld hoor. We zijn er allebei al sinds 2006 aan gewend om ons eigen onderwerp uit te zoeken, wanneer de ander geconcentreerd bezig is. Dat vosje was mij te klein om het nog steeds grijze weerbeeld op te fleuren, ik koos voor de pompoenen …

Morgen gaan we het hebben over de geschiedenis van het Zodenhuis.

Intermezzo bij de paardjes

Aan de andere kant van de toren en de begraafplaats lag een stukje land waar een paardje al grazend rondjes liep …

Als Jetske onderweg een leuk beestje ziet, dan maakt ze daar graag even tijd voor …

Zei ik paardje …? Er stonden zelfs twee van die mooie kleine paardjes …

Natuurlijk ging Jetske ook daar nog even mee in gesprek, daarna stuurde ze deze kleine Amerigo naar mij toe …

Morgen vervolgen we onze weg naar het lokale museum.

Rond de toren van Firdgum

Zodra de mesttransporteur zijn vrachtje kwijt was, konden we onze weg vervolgen. Al snel zagen we vanuit de verte de toren van Firdgum fier boven het akkerland uit torenen. Hier had ik onze eerste stop gepland …

Firdgum is een klein terpdorp aan de Noord-Friese waddenkust met naar schatting 29 woningen en 70 inwoners (gegevens 2021). Het dorp wordt vooral omgeven door akkerbouwbedrijven. Tegenwoordig gaan vooral (poot)aardappelen uit Firdgum en omgeving de hele wereld over. Maar ook graan en suikerbieten doen het hier goed …

Terwijl Jetske en ik op zoek naar mooie standpunten wat rond stapten, ontdekte ik een smal, vanwege de helling moeilijk begaanbaar paadje tussen het akkerland en de terp. Hoofdschuddend kwam Jetske achter me aan. Hoe heb je het weer voor elkaar gekregen …? zei ze lachend …

Maar het leverde aan de voet van toren en terp toch wel een paar fraaie plaatjes op. Tot 1794 stond er een uit de 13e eeuw daterende hervormde kerk op de terp. De kerk werd in 1794 afgebroken, omdat hij te bouwvallig en te gevaarlijk werd om er nog diensten in te houden …

Na de afbraak van de kerk is de toren blijven staan en nog steeds rijst hij als een baken op de deels afgegraven terp omhoog. De van kloostermoppen opgetrokken toren, is in 1922 en later halverwege de jaren 80 nog eens gerestaureerd. In de toren hangt nog steeds een klok uit 1471. Tegenwoordig is de toren eigendom van de gemeente, die ook zorg draagt voor beheer en onderhoud …

Morgen hebben we een ontmoeting aan de andere kant van de toren …

Oponthoud door mesttransport

Op de eerste vrijdag van september zijn Jetske en ik weer een dagje samen op pad geweest. Ondanks het (nog) grijze weerbeeld had Jetske wel zin om weer eens aan het Wad te kijken. Ik stelde voor om dan nu maar eens in de noordwesthoek van Fryslân te beginnen en daar vandaan oostwaarts te rijden. En zo geschiedde …

We hadden de snelweg ter hoogte van Franeker nog maar net verlaten, of we kwamen in de buurt van Tzummarum al stil te staan bij het lossen van een vracht mest. We besloten van de nood een deugd te maken en stapten uit om wat foto’s te maken. De chauffeur dacht nog een minuut of tien nodig te hebben, die tijd kwamen we wel door …

We stonden bij een akker waarvan de graanoogst al binnen was gehaald. Door even door de knieën te zakken, kon ik de illusie creëren dat we ons in zuidelijke streken in een glooiend landschap bevonden. De spits van de kerk van Tzummarum leek tot net boven het maaiveld te reiken …

Niets was echter minder waar. Als de wereld ergens vlak is, dan is het wel hier op de Friese kleigronden in het noorden van de provincie. Hier en daar zien een terp of een oude dijk in het landschap. Rondom plaatsen als Tzummarum en rond boerderij zie je in deze streek nog wel wat bomen en boomsingels staan, maar afgezien daarvan kun je hier op veel plaatsen kilometers ver om je heen kijken …

Over de zomer van 2021

Dat het weer in ons land vrijwel altijd en overal onderwerp van gesprek is, staat al jarenlang vast. Gemopper over het weer hoort daar ook altijd bij, maar er is maar zelden zo vaak en zo veel geklaagd en gemopperd over het weer als in de zomer van 2021, geloof ik. Maar als je het in wat breder perspectief plaatst, dan was die zomer van 2021 zo slecht nog niet …

Laten we eerst eens kijken naar de gemiddelde temperatuur in de drie zomermaanden. In ieder van die maanden lag de gemiddelde temperatuur nog altijd een stuk hoger dan in de periode 1971-2000, want die periode is nog altijd mijn referentiepunt. De gemiddelde zomertemperatuur kwam in ons tuintje uit op 18,0ºC tegen 15,8ºC in de periode 1971-2000. Bij het KNMI in De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur uit op 17,7ºC tegen 16,6ºC in 1971-2000. Zie ook de grafiek linksonder …

Gemopper over de temperatuur vind ik dan ook overdreven. Als het om de hoeveelheid neerslag gehad, is het een heel ander verhaal. De beelden van de watersnood in Zuid-Limburg en delen van o.a. België en Duitsland staan velen nog wel bij, denk ik. Hier bij ons was het in alle drie de zomermaanden te nat, de grafiek rechtsboven spreekt boekdelen. Uiteindelijk was er aan het eind van de zomer 347 mm water door de regenmeter gelopen, bijna het dubbele van de gemiddelde hoeveelheid van 200 mm in de periode 1971-2000. Het KNMI in De Bilt noteerde 244 tegen normaal ca. 200 mm. Maar ach, die regen heeft vanuit fotografisch oogpunt ook weer zijn voordelen …

Ook als ik de temperaturen van deze zomer vergelijk met die van mijn metingen in de tuin sinds 2003, doet 2021 het nog niet zo slecht. Sinds 2003 heb ik hier maar vijf zomers gehad, die warmer waren dan de 18,0ºC van de zomer van 2021. Ook in De Bilt was het slechts vijf keer warmer. Bij ons verliepen welgeteld 13 zomers met een lagere gemiddelde temperatuur, in De Bilt was dat 10 keer het geval. Zie verder de grafiek linksonder …

Dat de zomer nat was, wordt ook over deze periode bevestigd. Alleen in de zomers van 2004 en 2013 viel er meer regen in onze tuin, zoals te zien is in de grafiek rechtsboven. Dus, was de zomer nat? Ja, de zomer was behoorlijk nat. Was dat erg? Voor mij niet echt, maar vooral voor de kampeerders onder ons was het wat dat betreft een slechte zomer. Voor de gemiddelde tuin en voor de natuur was het een top-zomer met niet teveel felle zon en eindelijk een fijne aanvulling van het neerslagtekort van de afgelopen jaren …

Tot slot kijken we nog even naar het verloop van de maximumtemperaturen in de zomer van 2021. Ik heb 58 warme dagen geteld (=20 graden of warmer), in de periode 1971-2000 waren dat er gemiddeld ca. 49. Verder heb ik 11 zomerse dagen kunnen noteren (=25 graden of hoger), tegen normaal 15. Tot slot telde de afgelopen zomer slechts 1 tropische dag (=30 graden of hoger) tegen normaal over de periode 1971-2000 ca. 3. De gemiddelde maximum temperatuur is uitgekomen op 21,4ºC. In De Bilt waren er deze zomer 70 warme dagen, 17 zomerse dagen en 1 tropische dag. Normaal zijn dat er resp. 64, 22 en 5 …

In het grafiekje rechtsboven is de verdeling van de neerslag in ons tuintje over de afgelopen zomer te zien. De wolkbreuken van 5 juni en 25 juli zijn met resp. 54 en 64 mm beeldbepalend. Dergelijke stortbuien hebben we liever niet te vaak, want de waterafvoer kan dat allemaal niet snel genoeg verwerken. En dat geeft nogal wat stank en viezigheid …

Tot zover mijn persoonlijke overzicht van de zomer van 2021. Door het uitblijven van hittegolven of anderszins langdurige warme perioden vond ik het een prima zomer. En daar wil ik dan ook maar mee afsluiten. De zomer is intussen na een warme week met echt zomerse temperaturen, die ik hier in juli en augustus niet op de thermometer heb gezien, tamelijk geruisloos overgegaan in de herfst …

Zwaluwen rond de kijkhut

Op één van de vele donkere augustusdagen ben ik nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden …

Rondom bepaalden dreigende wolkenformaties het beeld …

Veel vogels waren er niet te zien, maar met veel geduld en nog meer mislukkingen, kreeg ik uiteindelijk toch een aantal keren een voorbij vliegende zwaluw in beeld …

Maar lekker droog zittend, heb ik vanuit de vogelkijkhut toch vooral ook genoten van de wolkenmassa om me heen …

Toen ik terugkwam bij de auto leek de stier, waarmee ik anderhalve week geleden bij het hek had gestaan, in de luwte van de boom weer op me te wachten. Omdat de volgende bui zich in de verte alweer aandiende, heb ik hem maar mooi laten staan …

Pinken en vlinders

Voordat ik aan een nieuwe meerdelige serie begin, ga ik nog even door met het opruimen van van mijn archief. Daarbij stuitte ik o.a. op het laatste deel van de wandel- en vaartocht die Jetske en ik eind juli hebben gemaakt naar de laatste baggelmachine in De Deelen. Op de terugweg zijn we bij Terband even gestopt om wat foto’s te maken van de pinken in een weiland met op de achtergrond een reuzenrad in aanbouw van de de firma Mondial

Onze aandacht werd echter al snel van de achtergrond naar de voorgrond getrokken. Aan de slootkant stonden weelderig bloeiende kattenstaarten ons zachtjes toe te wuiven …

Rond de kattenstaarten wemelde het van de vlinders, er fladderden vooral veel kleine vossen en bruine zandoogjes en enkele dikkopjes rond …

Behalve kattenstaarten stond er ook veel jacobskruiskruid aan de slootkant. Het lijkt me dat daar een koevinkje op zat. Toen ik even later in de auto wilde stappen, zat daar nog een vrouwelijk bruin zandoogje op de drempel …

En de pinken …? Die stonden ons intussen vanaf de andere kant van de sloot heerlijk nieuwsgierig op de vingers te kijken …