Weerbeeld 2018: warm en droog

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: 2018 was het vijfde bijzonder warme jaar op rij. In onze tuin ben ik uitgekomen op een gemiddelde temperatuur van 11,2 °C, dat is ruim twee graden boven het langjarig gemiddelde van 9,1 °C in de periode 1971-2000. Met uitzondering van februari, maart en november waren alle maanden minstens een graad warmer dan normaal …

Kouder dan normaal was het alleen in februari en maart. In de laatste dagen van februari en de eerste dagen van maart kwamen we plotseling even echt in de greep van Koning Winter. Op 28 februari maakte ik met Jetske en rit door het noordoosten van Fryslân. Dik ingepakt stonden we op de pier van Holwerd naar het drijfijs op het Wad te kijken. Op de terugweg hebben we een tussenstop gemaakt bij de Ryptsjerksterpolder om nog even wat schaatsers te fotograferen bij de Ypey-molen. Meer details over de winter van 2017-2018 in onze regio kun je in dit logje vinden: ‘De late winter van 2018‘ …

Vanaf april was het gedaan met de kou in 2018. De eerste grafiek in dit logje laat duidelijk zien dat alle maanden vanaf dat moment duidelijk een stuk warmer verliepen dan normaal. Voor mij had het allemaal wel een tikje minder gemogen, want MS en warmte zijn bepaald geen vrienden. Maar goed, daarin was ik niet de enige. Ook voor Oskar was het met zijn dikke haardos vaak veel te warm. Maar dat was nog slechts klein leed. Het was zo warm en droog dat de koeien na verloop van tijd (overdag) verplicht op stal moesten, omdat het gras wekenlang niet groeide. Veehouders en akkerbouwers werden geconfronteerd met beregeningsverboden. Voor de toeristische sector en voor LF-2018 was het een fantastisch jaar …

2018 was niet alleen warm, het was dus ook uitzonderlijk droog. In vijf maanden regende het meer dan normaal, gedurende de rest van het jaar was het veel te droog. Normaal valt er in onze regio jaarlijks ca. 770 mm neerslag, in 2018 viel er echter niet meer dan 560 mm. Meer details over de zomer van 2018 kun je vinden in het logje ‘De zomerse weercijfers van 2018’

December was weliswaar nat en 2019 is niet uitzonderlijk droog uit de startblokken gekomen, maar voordat het in 2018 opgelopen neerslagtekort is weggewerkt, zal het wekenlang achtereen moeten regenen. Omdat buienluchten in fotografisch opzicht interessanter zijn dan strakblauwe luchten, heb ik nog even wat wolkenfoto’s uit mijn archief van 2018 opgediept. Ik heb er echt om moeten zoeken dit jaar …

IJsdagen, vorstdagen, warme, zomerse en tropische dagen, we hebben ze allemaal gehad in 2018. De koude dagen zijn snel opgeteld, want dat waren er aanzienlijk minder dan normaal. Het aantal warme, zomerse en tropische dagen was in 2018 ruim verdubbeld ten opzichte van de periode 1971-2000 …

Volgens het KNMI was 2018 met een gemiddelde temperatuur van 11,3 °C na 2014 (11,7 °C) landelijk het warmste jaar ooit gemeten. In ons tuintje werd 2018 met een gemiddelde temperatuur van 11,2 °C het warmste jaar, want de gemiddelde temperatuur lag een tiende graad hoger dan in 2014 …

Wil je meer weten over het weer elders in ons land, dan kan kun je daarvoor terecht in het jaarovericht van het KNMI: ‘Jaar 2018 – Extreem warm, extreem zonnig en zeer droog‘. Zonder de pretentie te hebben 100% correct te zijn (mijn weesretation is tenslotte niet geijkt) sluit dit ik overzicht af met één van mijn favoriete weerfoto’s van 2018, één van de vele lichte sneeuwbuien die op 27 februari over het noorden van Fryslân en het Wad trokken …

Weerbeeld oktober 2018

Oktober was al de zevende maand op rij die een stuk zachter was dan normaal. In ons tuintje kwam de gemiddelde temperatuur uit op 12,4 ºC tegen een langjarig gemiddelde van ca. 9,9 ºC over de periode 1971-2000. Vooral de tweede decade van oktober was het erg warm voor de tijd van het jaar. De hoogste temperatuur kwam uit op een zomerse 25,5 ºC op 13 oktober …

In totaal heb ik in oktober 10 warme dagen (maximumtemperatuur 20,0 °C of hoger) en 1 zomerse dag (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger) kunnen noteren. Normaal kent oktober twee warme dagen, zomerse dagen zijn in oktober zeldzaam. De laatste dagen van oktober verliepen een stuk kouder dan we gewend waren. Op 28 oktober kwam het in een groot deel van het noorden en oosten van ons land tot de eerste nachtvorst. Ons tuintje is tot nu toe vorstvrij gebleven, verder dan 1,1 °C is het kwik er nog niet gezakt …

Het mooie weer verlokte een groep kieviten op 12 oktober tot een potje pootjebaden tussen de eenden in de Jan Durkspolder. Dat zijn zo te zien overigens geen gewone eenden, het lijken me eerder smienten …

Geheel in lijn met de meeste voorgaande maanden, was het ook in oktober weer te droog. In ons tuintje is in oktober maar 28 mm regen gevallen, tegen ca. 74 mm gemiddelde over de periode 1971-2000 …

Dat droge weer kwam de boeren in dit geval wel goed uit, denk ik. Akkerbouwers konden met hun zware machines het land op om te oogsten wat er te oogsten viel. De meeste veehouders hebben in oktober nog een keer een snee gras van het land kunnen halen, waarmee ze de eerder vanwege droogte gemiste grasoogst enigszins hebben kunnen compenseren …

Weerbeeld september 2018

Met een gemiddelde temperatuur van 15,9 °C tegen een langjarig gemiddelde van ca.13,7 °C was ook september in ons tuintje weer een warme maand. Omdat het zeker in het begin van de maand flink zonnig was, lukte het me zowaar om begin september in de tuin om een koolwitje te fotograferen. Eén van de weinige dit jaar …

De onderstaande grafiek laat mooi zien hoe de temperaturen op en neer gingen in september. Toch heb ik 13 warme dagen en 1 zomerse dag kunnen noteren, in de periode 1971-2000 waren dat er resp. 7 en 1. Het meest opvallend is dat het KNMI in De Bilt uitgekomen is op een gemiddelde temperatuur van 14,9 ºC. Dat is weliswaar warmer dan normaal, maar dat de gemiddelde temperatuur in De Bilt een graad lager ligt dan bij ons, dat komt niet zoveel voor. Kijkend naar de dagcijfers, denk ik dat dit verschil vooral is terug te voeren op de lagere minimumtemperaturen in De Bilt e.o. in de laatste week …

Na al die dagen met strakblauw luchten ben ik blij dat september een mooie afwisseling van zon en wolken bracht. En dat is zeker voor landschapsfoto’s, zoals op de onderstaande foto van de Jan Durkspolder, weer een groot pluspunt …

September was in onze regio de zoveelste droge maand dit jaar. In ons tuintje kreeg de regenmeter 36 mm regen te verwerken, tegen gemiddeld ongeveer 77 mm over de periode 1971-2000. In De Bilt viel 42 mm regen en het landelijk gemiddelde kwam uit op 58 mm. Het neerslagtekort is dus ook nu nog lang niet weggewerkt …

Ik sluit af met een mooie donkere wolkenpartij met daaronder een prachtige schittering op het wateroppervlak aan de zuidkant van de Jan Durkspolder …

De zomerse weercijfers van 2018

Nu september ten einde loopt is het tijd om nog eens terug te kijken op de lange, warme zomer van 2018 …

Alle drie de zomermaanden verliepen aanzienlijk warmer dan normaal. In juli was de gemiddelde temperatuur zelfs ruim 4 graden hoger dan normaal in de periode 1971-2000. Uiteindelijk kwam de gemiddelde temperatuur in ons tuintje deze zomer uit op 18,8 ºC, 3 graden hoger dan normaal in de periode 1971-2000.

Bij het KNMI in De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur deze zomer uit op 18,9 ºC tegen normaal 15,8 ºC. Daarmee was het de warmste zomer sinds minimaal 1706 …

Landelijk was er sprake van twee hittegolven. We spreken van een hittegolf wanneer er in De Bilt minimaal 5 zomerse dagen (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger) achtereen zijn, waarvan er minimaal drie tropische dagen (maximumtemperatuur 30,0 °C of hoger) zijn. De eerste landelijke hittegolf duurde van 15 t/m 27 juli, de tweede duurde van 29 juli t/m 7 augustus. In het zuiden en zuidoosten eindigde op 8 of 9 augustus een hittegolf die op 12 juli was begonnen, de langste regionale hittegolf ooit.

In ons tuintje heb ik volgens de bovenstaande definitie één hittegolf kunnen vastleggen: van 23 juli t/m 7 augustus. Omdat de buitenmodule van mijn weerstation zo ongeveer op het koudste plekje in de tuin staat, kom ik met een beetje rekkelijkheid net zo makkelijk tot een hittegolf van 15 juli t/m 9 augustus, zoals in het onderstaande grafiekje te zien is.

In totaal heb ik deze zomer 72 warme dagen (maximumtemperatuur 20,0 °C of hoger), 30 zomerse en 8 tropische dagen gemeten, tegen respectievelijk 49, 15 en 4 normaal. De warmste dag was 27 juli met een maximumtemperatuur van 35,4 °C. De minimumtemperatuur kwam die dag niet lager dan 21,9 °C, zodat we een ongekend hoge gemiddelde temperatuur van 28,7 °C hadden …

Behalve warm was het ook erg droog deze zomer. Normaal valt er in onze regio zo’n 200 mm regen in de zomermaanden. Dit jaar bleef de regenval beperkt tot 113 mm. Omdat ook het voorjaar al tamelijk droog was verlopen, liep het landelijk gemiddeld neerslagtekort begin augustus op tot meer dan 300 mm …

Aan de langdurige droogte kwam in ons tuintje op 9 augustus een eind. Op die dag viel er ruim 33 mm. Uiteindelijk kwam de hoeveelheid neerslag in augustus iets boven het langjarig gemiddelde uit. Omdat het ook in september weer aan de droge kant is gebleven, is het neerslagtekort nog lang niet weggewerkt. Maar het gras is al lang weer groen en groeit weer volop, dat dus wel …

Tot slot wil ik deze zomerse cijfers nog even in een ruimer perspectief plaatsen. Met een gemiddelde temperatuur van 18,8 °C was het met stip de warmste zomer die ik sinds 2003 in ons tuintje heb gemeten. Over de periode 2003-2018 komt de gemiddelde zomertemperatuur in ons tuintje uit op 16,8 °C, een graad hoger dan het langjarig gemiddelde van 15,8 °C over de periode 1971-2000 …

Het was zoals gezegd een droge zomer, maar het was niet de droogste zomer ooit gemeten. Die twijfelachtige eer is volgens het KNMI nog steeds weggelegd voor 1976. In mijn meetreeks was overigens ook 2003 droger dan 2018, zowel landelijk als in ons tuintje …

Meer gegevens omtrent het weer in de zomer van 2018 kun je vinden in dit artikel van het KNMI: 2018, de warmste zomer in minimaal 3 eeuwen

Weer en warmte in 2017

Gisteren heb ik hier de blik gericht op de neerslag in 2017, vandaag kijken we naar het temperatuurverloop. Wat in de onderstaande grafiek meteen opvalt, is dat de gemiddelde temperatuur alle maanden aanzienlijk hoger is uitgevallen dan het langjarig gemiddelde over de periode 1971-2000. Alle maanden …? Nee, alleen januari bleef als wintermaand nog dapper weerstand bieden …

Landelijk kwam de gemiddelde temperatuur in januari 2017 uit op 1,6ºC, maar in ons tuintje bleef het kwik steken op 1,1ºC. Het was de koudste januarimaand sinds 2010. Op 7 januari zorgde langdurige ijzel voor grootschalige gladheid. In de tweede helft van de maand ging het landschap schuil onder een dikke laag ruige rijp. Schaatsers tussen de berijpte rietkragen leverden prachtig plaatjes op …

Na enkele dagen was het alweer gedaan met het winterweer. In ons tuintje ben ik uiteindelijk niet verder gekomen dan 6 ijsdagen (max. temp. lager dan 0,0 °C), normaal zijn dat er gemiddeld 11. In totaal heb ik 40 vorstdagen (min. temp. lager dan 0,0 °C) kunnen noteren, tegen normaal ca. 63 …

In de rest van het jaar bleven de temperaturen ruim boven de gemiddelde waarden (zie ook de eerste grafiek). Vooral mei, juni en oktober verliepen erg warm. De hogere gemiddelde temperaturen kwamen naar mijn idee voor een belangrijk deel tot stand door hogere minimumtemperaturen. Wat verder opvalt, is dat 2017 vooral een groter aantal warme dagen kende (max. temp. 20,0 °C of hoger), terwijl in onze omgeving het aantal zomerse en tropische dagen (gelukkig) juist wat lager lag. Stranddagen met een temperatuur rond de 23 graden bevielen me begin juni uitstekend op Terschelling …

Uiteindelijk is de gemiddelde temperatuur in ons tuintje in 2017 uitgekomen op 10,7°C tegen een langjarig gemiddelde van 9,1 °C over de periode 1971-2000. Het KNMI in De Bilt kwam uit op 10,9 °C, tegen normaal ca.9,8 °C. Ja … het begint toch echt knap warm te worden langzamerhand …

Henk Jonkvorst vroeg donderdag: “Het schijnt ook een bovengemiddeld zonnig jaar te zijn geweest, maar ik weet eigenlijk niet of een weerstation ook zon-uren bijhoudt.”
Het gemiddelde weerstation meet geen zonneschijnduur, daarvoor is een pyranometer nodig, en die heb ik niet. Voor informatie daarover ben ik aangewezen op het KNMI, en dat weet te melden dat 2017 met landelijk gemiddeld 1764 uur zon zeer zonnig was. Normaal is 1644 uur. Veel maanden waren zonniger dan normaal, vooral januari en maart sprongen eruit. December was de enige echt sombere maand. Voor mijn gevoel heb ik de zon intussen al zeker twee maanden niet meer echt gezien of gevoeld …

Om de een of andere reden heb ik zelf niet het idee dat 2017 extreem zonnig was. Enerzijds zal dat te maken hebben met het feit dat ik vorig jaar veel minder dan anders op pad ben geweest. Anderzijds heb ik het gevoel dat echt heel zonnige en warme dagen relatief weinig voorkwamen in 2017, en dat we vooral te maken hadden met wisselende bewolking. Dit alles voor wat het waard is.

Goed regenmeterweer

Eerlijk is eerlijk, ik heb het niet zo op regenachtige dagen, en al helemaal niet midden in de zomer. Maar dat het gisteren zo lang en af en toe zo hard regende, dat de vijver ’s middags zelfs even buiten zijn oevers trad, kwam me toevallig wel even goed uit …





Mijn oude, uit 2003 stammende TFA weerstation vertoonde al langere tijd kuren, maar die beperkten zich in eerste instantie tot de luchtdrukmeting, en daar viel mee te leven. Toen het apparaat in de eerste helft van juli regelmatig waarden als maximumtemperaturen van 50 ºC en minimumtemperaturen ruim onder nul liet zien, werd het toch echt tijd om aan vervanging te denken. Nadat ik me al geruime had georiënteerd op diverse weerstations, liet ik mijn keuze vallen op een Netatmo weerstation met een regenmeter …





Vorige week had ik me al bezig gehouden met het kalibreren van de buitensensor van het weerstation, dat twee weken geleden werd geleverd. De regenmeter werd vorige week zaterdag geleverd, en die heb ik zondag geïnstalleerd. De regensensor werkt met een magneetsensor aan de binnenkant. De grote transparante trechter op de bovenstaande foto vangt de regen op, waarna deze in de regensensor op een wipje valt. De snelheid van het wipje geeft aan hoeveel regen er gedurende een bepaalde tijd valt. De sensor heeft een gevoeligheid van 0,2 tot 900 mm per uur. Het water wordt aan de onderkant automatisch weer afgevoerd, zodat ik er ’s avonds laat niet meer uit hoef om de regenmeter te legen …   🙂





Zowel de temperatuursensor als de regenmeter geven hun gegevens draadloos door aan het basisstation in de woonkamer. Daar zijn de gegevens vervolgens m.b.v. iPad, iPhone en/of pc uit te lezen. Hieronder de belangrijkste gegevens van gisteren: de bovenste grafiek toont de temperatuur, die uiteen liep van 12,5 tot 16,2 ºC. De onderste grafiek laat mooi zien dat het bijna de hele dag heeft geregend en dat er in ons tuintje in totaal 35,3 mm is gevallen …





Kijkend naar het 2 kilometer verderop staande neerslagstation van het KNMI doet mijn regenmeter het zo gek nog niet, want daar werd van maandag 27 juli 8:00 uur tot dinsdag 28 juli 8:00 uur 37 mm afgetapt. En dan heb ik mijn regenmeter nog niet eens volgens de regels der kunst gekalibreerd …





Omdat mijn nieuwe station veel meer in huis heeft dan alleen temperatuur- en neerslagmeting, kom ik binnenkort nog wel eens terug op de werking en mogelijkheden van het weerstation.

De lange winter van 2012-2013

Ik realiseer me ineens dat ik het overzicht van de in feite nog steeds doorsudderende winter van 2012-2013 nog niet heb samengesteld en gepubliceerd. Dat is dan een mooi klusje voor deze zonnige, maar koude Tweede Paasdag. Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om mijn persoonlijke waarnemingen gedurende de meteorologische winter van december 2012 t/m februari 2013 …





De winter begon keurig volgens de kalender met wat lichte vorst in de eerste nachten van december en een eerste laagje sneeuw op Sinterklaasavond. De eerste helft van december verliep winters met temperaturen onder het langjarig gemiddelde, met een fijn laagje sneeuw leverde dat veelal fotogenieke winterlandschapjes op. Lang duurde de eerste winterpret echter niet, half december viel de dooi in, waarna een zachte tweede helft van de maand volgde. De Kerstdagen verliepen grijs met een gemiddelde temperatuur van 7 graden. Dit was dan ook de kerstversiering in ons tuintje …





Tot half januari bleef het zacht, daarna volgden twee weken waarin Koning Winter echt de scepter zwaaide. Op 10 januari begon een lange vorstperiode. Vanaf die dag heb ik in ons tuintje zeventien opeenvolgende vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C). Enkele dagen later kwam het kwik ook overdag niet meer boven nul. 13 januari was de eerste ijsdag (maximumtemperatuur lager dan 0,0 °C) in een reeks van in totaal dertien ijsdagen. Tot strenge vorst kwam het slechts eenmaal met een laagste temperatuur van – 11,6 ºC. Op 27 januari viel de dooi in, waarna eind januari en begin februari relatief zacht verliepen. Maar ook februari zou verderop in de maand met een gemiddelde temperatuur van 1,1 ºC tegen normaal ca. 2,3 ºC koud uitpakken  …





Uiteindelijk kwam de gemiddelde temperatuur in ons tuintje uit op 1,6 °C tegen normaal over de periode 1971-2000 2,6 °C. Bij het KNMI in De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur uit op 2,9 °C tegen normaal ca. 3,3 °C. In totaal heb ik in ons tuintje 49 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C) geteld, normaal zijn dat er gemiddeld zo’n 40 …





En toch … toch was de winter van 2012-2013 eigenlijk helemaal niet zo koud. Als we hem in het rijtje van de afgelopen 11 winters zetten, dan zien we dat de winters van 2010-2011 en zeker die van 2009-2010 toch nog aanzienlijk kouder waren dan de afgelopen winter …





In de afgelopen winter heb ik in ons tuintje slechts twee nachten met strenge vorst kunnen noteren. Dat heeft er in combinatie met de sneeuw, die regelmatig her in het land viel, voor gezorgd dat er maar weinig geschaatst kon worden. Eigenlijk kon er in de afgelopen winter alleen veilig geschaatst worden op ondergelopen polders, zoals de Jan Durkspolder en de Ryptsjerksterpolder. Maar daar werd er vooral in de tweede helft van januari door jong en oud dan ook volop van geprofiteerd …





Met gemiddeld over het land 221 mm neerslag had de winter vrijwel de normale hoeveelheid neerslag van 208 mm. Vooral december was een zeer natte maand, terwijl januari en vooral februari droger verliepen dan normaal. In ons tuintje heb ik 216 mm neerslag afgetapt, tegen normaal over de periode 1971-2000 ca. 185 mm …





Het zuidwesten van het land was het natst. In het Zeeuwse Westdorpe werd 271 mm afgetapt. Het droogste KNMI-station was De Kooy met 151 mm. In De Bilt werd 254 mm geregistreerd tegen 203 mm normaal.
Regelmatig viel de neerslag in de vorm van sneeuw die ook bleef liggen. In Drachten e.o. hebben we vergeleken met andere delen van het land in de afgelopen winter betrekkelijk weinig sneeuw gehad. Gemiddeld over het land lag er op achttien dagen sneeuw, het langjarig gemiddelde bedraagt 13 dagen. Van de afgelopen vier winters waren ook die van 2009-2010 en 2010-2011 sneeuwrijk. Kijken we naar de neerslagcijfers van de afgelopen 13 winters, dan is de winter van 2012-2013 een goede middenmoter …





Ik denk, dat we ons de winter van 2012-2013 vooral zullen herinneren als die lange ‘koude’ winter waar maar geen eind aan leek te komen. Het woord ‘koud’ heb ik daarbij maar even tussen aanhalingstekens geplaatst, want zoals hierboven al te zien was, was de afgelopen winter helemaal niet zo gek koud. Maar het duurt allemaal wel erg lang nu maart in ons tuintje de afgelopen maand 4 graden kouder was dan normaal over de periode 1971-2000. Mijn laatste voetafdruk in de sneeuw dateert van 14 maart, en dat is voor mijn gevoel laat genoeg in het jaar …





Enfin, hoewel het ook in de afgelopen nacht weer ruim 5 graden heeft gevroren, vliegen de merels hier intussen af en aan met wormen om hun luid piepende kroost groot te brengen. Laten we dat maar beschouwen als een hoopvol teken, eens zal het toch ècht voorjaar worden.