Ecokathedrale fotokuier 30

Fryslân behoorde in de coronazomer van 2020 tot de veiligste gebieden van ons land. Voor Belgen was het dan ook een aantrekkelijke vakantiebestemming. Dat gaf een viertal Vlamingen de kans om in juli een bezoek te brengen aan de altijd rustige Ecokathedraal bij Mildam.

Met de Vlaamse blogster Lieve – in weblogland bekend als Oma Baard – had ik afgesproken om hen rond te leiden en van wat achtergrondinformatie te voorzien. Die taak werd echter spontaan en volkomen onverwacht overgenomen door een vrijwilliger van de Ecokathedraal. Dat vond ik niet erg, een beter verhaal over achtergrond en werkwijze in dit mooie en bijzondere project konden de Vlaamse gasten niet krijgen. En het gaf mij de vrijheid om wat foto’s te maken. Het was een fijne kennismaking en een genoeglijke middag …

Reeën in de wei

Had ik jullie al verteld, dat ik anderhalve week geleden de sprong reeën in de buurt van de Gariperwei weer heb getroffen? Het is wel zo!

In februari en maart zag ik ze een paar maal tussen de stoppels in een maïsakker, nu waren ze uitgeweken naar een sappig weiland daarnaast. Ik heb de auto maar even weer in de berm gezet, want hoewel ze vrij ver weg waren, geniet ik toch altijd weer van die ranke dieren …

Een zo te zien zwangere ree had me meteen in de gaten, de rest van het gezelschap ging onverstoorbaar door met de dagelijkse bezigheden. De bokken bleven grazen, een paar andere geiten lagen te rusten in het gras. Bambi was weer in het gezelschap van Stampertje …

Al snel kwamen ze allemaal in beweging en begonnen ze al grazend in de richting van de boomsingel te lopen. Voor mij was dat het sein om mijn weg te vervolgen …

Ecokathedrale fotokuier 29

In de loop van april 2020 begonnen we wat te wennen aan de coronacrisis. De anderhalvemetersamenleving had zijn intrede gedaan, en dat was ook in de Ecokathedraal intussen merkbaar.

Nadat we elkaar een aantal weken niet hadden gezien vanwege die ellende, besloten fotomaatje Jetske en ik op een mooie voorjaarsdag weer eens wat bij te praten in de Ecokathedraal. Natuurlijk maakten we ook even een rondje door de ontluikende natuur te midden van de gestapelde bouwwerken …

Een groot evenwichtskunstenaar

Ik sluit deze serie over de weidevogels af met een paar al wat oudere foto’s van de scholekster. Je kunt hem herkennen aan zijn zwartwitte kostuum, zijn rode ogen en de lange, sterke snavel. De scholekster heeft rozerode poten, waarvan hij er vaak maar eentje toont. Als je een scholekster op een dampaal ziet staan, dan staat hij vrijwel altijd op één poot …

De scholekster is de vierde van ‘de grutte fiif fan de Fryske greiden’ oftewel de vierde van ‘de big five van de Friese weilanden’. Een typische weidevogel is het overigens niet. Scholeksters broeden vooral in natuurgebieden en boerenland in het noorden en westen van ons land. Maar het zal de oplettende stadsbewoner niet zijn ontgaan dat ze ook steeds meer de stad opzoeken. Steeds vaker broeden ze op platte daken. Wil je de scholekster in stad of dorp helpen, dan kun je terecht bij ‘Scholekster op het dak’

De scholekster is de eerste in de rij van de afgelopen dagen, die nu eens niet zijn eigen naam roept. Hem hoor je vaak luidkeels en schel ‘(te)-piet (te)piet’ roepen …

Zwanenbalts, een gracieus liefdesspel

Ik kom tot een afronding van mijn eerste bezoek aan het plas-dras gebied in de Mieden onder de rook van Gerkesklooster-Stroobos …

Ik stond al op het punt om te vertrekken, toen ik een stukje verderop nog twee knobbelzwanen zag, die duidelijk in een amoureuze bui waren …

Even dreigde een derde partner zich met het spel te willen bemoeien, maar die werd snel afgewimpeld …

Daarna begonnen ze lieflijk en gracieus om elkaar heen te draaien, af en toe koppen en snavels even fijntjes langs elkaar wrijvend …

Uit de blikken op de laatste foto van de bovenstaande serie meende ik op te mogen maken, dat mijn aanwezigheid hier niet meer op prijs werd gesteld. Terwijl ik mijn camera weg legde, dobberde het amoureuze tweetal zachtjes kopjes wrijvend verder op de sloot …

De tureluur

De laatste vogelsoort die ik op die mooie en warme laatste dag van maart voor de lens kreeg, was de tureluur. Hij is een stukje kleiner en minder opvallend dan de grutto en de kievit, maar daarom niet minder mooi. Behalve aan zijn lange, knaloranje poten en snavel kun je hem ook herkennen aan zijn vrolijke roep. Met hoge tonen lijkt ook de tureluur zijn eigen naam te roepen … tuduluuluuuu (of zoiets)

Verder geldt voor de tureluur eigenlijk hetzelfde als voor de grutto en de kievit. Onze weidevogels hebben het allemaal moeilijk, ze hebben heel hard boeren nodig die mee willen denken met de vogel, boeren die hun landerijen vogelvriendelijker inrichten. Het grondwaterpeil moet omhoog en er moet veel meer plas-dras komen. Ook voor deze foeragerende tureluur en zijn soortgenoten is ‘Aanvalsplan grutto’ daarom van belang …

De hectiek van het zwanenleven

Toen ik zwaan PP91 hier een paar dagen geleden introduceerde schreef ik al, dat we deze af en toe zo fier voorwaarts stappende zwaan nog terug zouden zien. Wel, vandaag is het zo ver …

Veel gelegenheid om zo fraai en rustig rond te stappen, kreeg PP91 niet. Al vanaf het moment dat de twee zwanen in de sloot landden, werd PP91 op de huid gezeten door de andere zwaan. Ik kreeg dan ook al snel het idee dat het levenspartners waren. Half vliegend, half rennend stoven ze verschillende keren over land en water achter elkaar aan. Tussendoor werd af en toe een korte pauze ingelast om op adem te komen …

Tot een amoureus samenzijn van de twee kwam het niet, daarvoor moest ik me na verloop van tijd op een ander koppel richten. Maar dat is voor overmorgen …