Rietsnijders in de verte

Gisteren vertelde ik hier wat over de eerste keer dat ik in het rietland van de Weerribben was. Sindsdien ben ik vooral in de periode januari – april talloze malen op ‘werkbezoek’ geweest bij de rietsnijders in die contreien. Dat is één van de zaken waarbij de coronacrisis zand in de machine heeft gestrooid …

Helemaal zonder rietsnijders hoef ik het echter niet te doen dit jaar. Toen ik onlangs was afgereisd naar de noordkant van de Rypstjerksterpolder (deze tongbreker mag wat mij betreft door niet-Friestaligen worden uitgesproken als Rijperkerkerpolder … 😉 ) om foto’s te maken van de eerste grutto’s, waren rietsnijders in de verte bezig met het snijden van het riet en het verbranden van de ruigte. Meer dan wat verre sfeerplaatjes zit er niet in dit jaar. Ik doe het ermee …

Ze zijn er weer … koeien!

Tijdens mijn ritje op weg naar de rust in de Jan Durkspolder, zag ik gisterochtend de eerste koeien van dit jaar weer buiten lopen. Ze liepen weer in dezelfde wei waar ik dat jaarlijkse primeurtje wel vaker heb gehad …

De aanblik van een koppel gemengd bont vee onder een strakblauwe hemel, en dan ook nog eens in een weiland dat wordt omgeven door boomsingels, maakt mij in deze duistere tijd extra blij …

Lockdown yn Fryslân

In keamer mei útsjoch … – … Een kamer met uitzicht … – … A room with a view

Een kleurige kievit

Enkele dagen voordat de coronacrisis ons land vrijwel helemaal tot stilstand bracht, heb ik een rondje gemaakt door de Mieden onder de rook van Gerkesklooster-Stroobos. In die buurt hoopte ik de eerste teruggekeerde weidevogels te kunnen kieken …

Het was leeg, stil en koud de weilanden. Zelfs het plasdrasgebied lag er volledig verlaten bij …

Volledig verlaten …?
Nee. toch niet helemaal. Ik had hem al een paar maal horen roepen, maar het duurde even voordat hij zich liet zien: de ljip, bij jullie beter bekend als de kievit (Vanellus vanellus). Parmantig stapte hij met zijn wapperende kuif door het natte land, af en toe even voorover buigend om zijn snavel in de grond te prikken. En als een volleerd model showde hij uiteindelijk ook de mooie glanzende kleuren op zijn verendek nog even …

De vijver komt tot leven

Al vanaf begin februari kwam de tuin her en der weer tot leven. Alleen rond de vijver was het tot dusver nog rustig gebleven, maar ook daar is de winterrust intussen voorbij. De krabbescheer is bezig aan zijn reis naar boven en de gele plomp laat het begin van zijn mooie groene pompeblêden weer zien …

Aan de andere kant van de vijver heb ik deze week heksenbol, die ik vorig jaar van Jetske heb gekregen, weer op zijn houder gezet. Een eerste close-up kon niet uitblijven in verband met de mooie kleurencombinatie met het geel en groen van de narcissen op de achtergrond …

Aan de kant van het terras staat de dotterbloem met zijn voeten in het water. De eerste knoppen van de fel gele bloemen torenen intussen fier boven het terras uit …

Maar de mooiste verrassing was toch wel, dat ik eergisteren de eerste salamander weer zag zwemmen. Ik hoop tenminste dat het de eerste is en dat er net als vorige jaar weer een stuk of vier te zien zullen zijn. Dat geeft dan misschien nog wat afleiding zo lang we ons in huis en tuin moeten zien te vermaken …

Terug naar de dobbe

Op de dag waarop ik hier schreef over de fotokuier die mijn fotomaatje en ik in 2006 hebben gemaakt naar de dobbe in het Weinterper Skar, ben ik de uitdaging aangegaan om daar voor het eerst sinds lange tijd weer eens een kijkje te nemen. De laatste keer was volgens mij in maart 2016. Daarna raakte ik ruim drie jaar aan de sukkel met chronische pijnklachten en gestaag afnemende spierkracht in mijn benen. Nu de spieren weer wat meer getraind zijn, stond de kuier voor dit voorjaar op de rol samen met Jetske, maar we weten wat er gebeurde …

De paden op, de lanen in … Eerst het pad op de eerste foto in westelijke richting. Onderweg even een korte stop om mijn blik even over het weer groen wordende veld te laten glijden. Kalm zoekt de weerspiegelende streep water in de slenk zijn weg naar het laagste punt. Tijd om in noordelijke richting af te buigen. Stevig doorstappend bereikte ik verrassend gemakkelijk het eens zo geliefde bankje bij de dobbe …

Ik schrijf ‘eens’, want sinds Staatsbosbeheer in 2007 in haar onmetelijke wijsheid heeft besloten, om de boomsingel die aan de westelijke kant de dobbe van het achterliggende weiland scheidde volledig te kappen, voelt het niet meer als mijn geliefde plek. Het verwijderen van de boomsingel heeft er een vaak kille, winderige vlakte van gemaakt …

Afijn, niet getreurd, het was mooi weer en onder die omstandigheden is het in de zon nog steeds goed toeven op het bankje. Veel viel er niet te zien, want de flora moet nog uit de winterslaap komen. Wel dobberden er twee kuifeenden op het water aan de verste kant van de dobbe …

Het zat lekker op het bankje, maar te lang zitten leek me bij de heersende temperaturen niet wijs. En dus begon ik een kwartiertje later aan de terugreis. Die viel me een stukje zwaarder dan de heenreis, maar dat was wel conform de verwachtingen. Het belangrijkste is, dat het na vier jaar eindelijk weer eens gelukt is om de dobbe op eigen kracht te bereiken. En dat is winst!