Nadat we eerst een kijkje hadden genomen bij de Leijen, hebben Jetske ik op de laatste vrijdag van oktober nog enige tijd in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder gezeten …
Aan de oostkant van de hut stond een blauwe reiger in de plas. Hij leek helemaal in beslag te worden genomen door de aanblik van een meeuw, die een stukje verderop ergens aan stond te rukken …
Hij leek er echt het zijne van te moeten weten, want heel stiekem kwam hij steeds een stapje dichterbij. De meeuw leek er niet van onder de indruk te zijn, want hij ging rustig door met zijn bezigheden …
Enige tijd later had hij datgene waaraan hij stond te plukken en te rukken op het droge gesleept. Daarmee leek de lol er ook meteen af te zijn. Maar nu was wel goed te zien wat hij daar had, het karkas van een gans. Nu maar hopen dat er geen vogelgriep in het spel is …
De meeuw stapte weg liet zijn buit achter. Even later schreed de blauwe reiger eraan voorbij zonder op of om te kijken. Vanaf dat moment lag de polder er weer stil en leeg bij …
Op één van de vele mooie oktoberdagen zag ik een torenvalk zitten op het platform van de windmotor in de Jan Durkspolder. Rustig liet ik mijn auto uitrollen tot vlak bij de windmotor …
Het valkje gaf me net genoeg tijd om een overzichtsfoto en twee ingezoomde foto’s te maken. Daarna vond hij het welletjes en steeg hij op om op jacht te gaan. Even kon ik hem nog volgen, daarna was het gedaan, want ik stond nogal in de weg op de smalle weg …
Nadat ik maandag rond het middaguur letterlijk en figuurlijk lekker was uitgewaaid bij de Leijen, ben ik nog even naar de Jan Durkspolder gereden. Daar zag ik voor het eerst sinds lange tijd weer eens een sprong reeën …
Vorig jaar zag ik zeker maandelijks wel ergens een aantal reeën lopen. Dat was dit jaar een stuk minder. Nu de maïs weer van het land is, laten de reeën zich weer wat gemakkelijker zien in weilanden en akkers …
En dan nog even dit …
Gisteravond kreeg ik via Twitter van een entomoloog een reactie op mijn vraag wat voor klein beestje er op de heidelibel zat, die ik hier dinsdag liet zien. Het blijkt te gaan om een halmvlieg (Chloropidae) …
Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …
Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …
Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …
De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …
Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’
Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …
Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …
“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …
Nadat ik de laatste restanten van de jeugdsoos had gefotografeerd, ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Er stond een groepje kieviten op het drooggevallen stuk aan het eind van de strook met gele lissen scheef voor de hut …
Recht voor de hut stonden nog meer kievieten en een aantal ganzen in het ondiepe water. Je kunt ze momenteel ook aantreffen in weilanden waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden …
Omdat er op dat moment verder weinig te zien was, heb ik mijn bezoekje aan de Jan Durkspolder afgesloten met een paar foto’s van deze verweerde stronken vlak naast de hut. Wat ik toen nog niet wist, is dat die stronken bij een volgend bezoek aan de Jan Durkspolder een belangrijke rol zouden spelen …
Tot nu toe is de maximumtemperatuur hier deze week nog niet hoger gekomen dan 27,4°C. Ik vrees echter, dat we hier vanaf vandaag of morgen ook aan de tropische temperaturen zullen moeten geloven …
Omdat het qua temperatuur nog goed te doen was, ben ik gisterochtend eerst nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden. Het was er goed uit te houden met een nog lekker fris noordoostelijk briesje dat door de luikjes van de hut blies. In eerste instantie was er weer niet veel meer te zien dan honderden ganzen in de verte …
Na een tijdje kwam er een vogel tevoorschijn van tussen de gele lissen in de buurt van de vogelkijkhut. Al snel verscheen er ook nog een soortgenootje …
Ik herkende de vogels niet meteen, even dacht ik dat het tureluurs waren, maar met het juiste licht op de poten en snavel was al snel duidelijk dat dat niet het geval was. Ik vermoedde dat het witgatjes waren, en dat werd later bevestigd door Obsidentify. Deze steltlopers had ik nog niet in mijn fotoarchief, dus ik ben blij met dit primeurtje …
Ik sluit af met een foto, waarop de witgatjes allebei op voorbeeldige wijze door het ondiepe water rond de hut waden …