Groenbemesters

Nadat ik gisteren weer een dagje met Jetske op pad was, begin ik de dag vandaag eens rustig met wat bloemen. Geen boeketje uit de natuur of de tuin, maar Afrikaantjes die als groenbemester op een akker staan. Jetske en ik kwamen er tijdens ons ritje in en rond het Drents Friese-Wold langs …

Tot nu toe kende ik groenbemesters eigenlijk alleen van de wandelingen, die Willy regelmatig maakt tussen de glooiende Vlaamse akkers in zijn omgeving. Nadat ik eerder deze week al een veld met een andere groenbemester zag in de buurt van Wijnjewoude, troffen we gisteren deze akker aan. Ik vind het een mooie stap voorwaarts, want het zal tot minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen leiden …

Laatste stop – De Deelen

We naderen het eind van ons ritje. Als je bij het Tripgemaal bent, ben je na 2,5 km ook bij het natuurgebied De Deelen met zijn rietlanden, petgaten met relatief veel open water en stroken met bomen en struikgewas …

Voordat we terug gingen naar Drachten, konden we daar nog net even een tussenstop maken. We liepen samen een stuk over het paadje op de rechteroever van het tweede petgat …

Een opvliegende grote zilverreiger was ons te snel af, maar een zwaan die aan de overkant van het petgat driftig zat te poetsen, had geen aandacht voor ons …

Terwijl Jetske nog een stukje verder naar achteren liep, scharrelde ik terug naar de picknicktafel bij het parkeerterrein. Ondanks het vervaarlijke gekraak van het bruggetje, wilde een heidelibel nog wel even op de foto. Ook de in de zon glanzende rietpluimen ontgingen me niet …

Omdat het petgat er nog steeds bladstil bij lag, heb ik nog maar weer even een paar weerspiegelingen geschoten. Het verveelt nooit …

En zo hebben we die dag een aantal korte, maar mooie fotokuiertjes gemaakt bij Landgoed Oranjewoud, de begraafplaats van Brongergea, het Tripgemaal en De Deelen. Het was weer een prachtige dag …

Dankjewel fotomaatje!

Van Brongergea naar Gersloot

Nadat we waren uitgekeken bij de begraafplaats van Brongergea stelde ik voor om bij gebrek aan een bankje daar, onze broodjes te nuttigen in het zithoekje van de Ecokathedraal bij Mildam. Daar waren we tenslotte toch bij in de buurt …

We hebben verder geen rondgang door de Ecokathedraal gemaakt, dat kan later wel weer eens. Na de lunch zetten we koers naar het Tripgemaal en natuurgebied De Deelen. Onderweg hebben we nog een paar korte tussenstops gemaakt, eerst om een paar foto’s van de wolkenpartijen boven Bontebok te maken …

Daarna maakten we een korte stop op de Kanaalsweg om daar een paar foto’s te maken van een woonboerderijtje aan het Stroomkanaal bij Gersloot. Vijf jaar geleden heb ik ook eens een fotoserie gemaakt van het kenmerkende gammele bruggetje over het Stroomkanaal …

Nog eens 500 meter verderop hebben we wat foto’s gemaakt van de perfecte weerspiegelingen op het plotseling strakke wateroppervlak van het Stroomkanaal …

We waren nog maar net weer op weg, toen Jetske riep: ‘O, kijk eens …, palen met porseleinen potjes.’ En dus werd de auto weer in de berm gezet. Dat kwam mooi uit, want ik had toch al in gedachten om nog even een stop te maken bij het Tripgemaal voor een korte fotosessie …

– wordt vervolgd

De begraafplaats van Brongergea

Opgravingen hebben onlangs geleerd dat er rond 1100 al mensen begraven werden op het kerkhof. Daarom lijkt het aannemelijk dat er rond die tijd ook al een kapel gestaan moet hebben. Ene Bronger zou hier een kapel gesticht hebben, die in de veertiende eeuw een zelfstandige parochie werd: Brongergea. Gezien de grootte van het kerkhof is dat eerst waarschijnlijk een kleine kapel geweest …

Voordat we de begraafplaats betreden, wordt mijn aandacht ook hier weer getrokken door een zwerfsteen met een gedicht. Ditmaal betreft het een gedicht van de Friese schrijver/dichter Theun de Vries

Naast de ingang staat verder een imposant informatiepaneel over de geschiedenis van Brongergea door de eeuwen heen …

Als we ons hebben ingelezen, doe we het hek open en lopen we de begraafplaats op …

– wordt vervolgd

Mooie optrekjes

Oranjewoud staat bekend om zijn mooie landhuizen en andere aardige stulpjes. Dit optrekje met oprijlaan en snelle dure auto staat tegenover het landgoed dat we hier gisteren hebben bekeken …

Aan het eind van de Lindelaan staat het statige Landgoed Oranjestein. Op de plek waar eens de rentmeesterswoning van het stadhouderlijk lusthof zich bevond, liet de Leeuwarder koopman Pieter Cats in 1820 een buitenplaats bouwen. Het oude gedeelte van de prachtige tuin die het neoclassicistische huis omringt, werd in 1822 ontworpen door de gisteren ook al genoemde tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard

Oranjestein staat aan de Marijkemuoiwei. Een stukje verderop aan die straat passeren we dit kleine huisje in het bos. Klein, maar fijn. Maar verkijk je er niet op, want er zit wel een EIGEN WEG bij …

En nog weer wat verderop staat de Oranjerie van Oranjestein. Na een wandeling door de tuin is hier gelegenheid om te aandacht te besteden aan de inwendige mens. Dat zat er nu niet in, want de Oranjerie was gesloten en heeft maar beperkte openingstijden …

Enkele minuten later reden we Brongergea binnen, tussen de 14e en de 16e eeuw was het een kerkdorp, dat van groter belang was dan Oranjewoud. Na verloop van tijd verloor Brongergea aan betekenis en werd het dorp voorbijgestreefd door dorpen als De Knipe en Mildam. Tegenwoordig is Brongergea een kleine buurtschap onder de rook van Oranjewoud …

wordt vervolgd

Bij Landgoed Oranjewoud

We lieten de vijver uit het vorige logje achter ons en liepen over de Lindelaan in de richting van het gebouw, dat we door het geboomte hadden zien schemeren. Terwijl we naar de ingang liepen, herkende Jetske aan de rechterkant van het toegangshek een Ginkgo biloba

Eenmaal recht voor de poort kon het niet meer missen waar we waren aangeland. Het stond er duidelijk op, we stonden voor Landgoed Oranjewoud, een wit gepleisterd in neo-classicistische stijl opgetrokken landhuis met een prachtige tuin. Tot 1803 stond hier het Paleis Oranjewoud of Lustslot Oranjewoud van de Oranje-Nassaus

Nadat dat slot was afgebroken, liet Hans Willem de Blocq van Scheltinga in 1829 op de plaats van het oude zomerslot het huidige blokvormige gebouw van zeven raamvakken oprichten. De opgaande middenpartij met fronton en portiek is geflankeerd door lagere vleugels. Aan de oostzijde is in 1845 een vleugel uitgebouwd. Zijn kleindochter Maria, getrouwd met Charles graaf van Limburg Stirum, had geen kinderen …

De graaf was militair, maar hij verliet de dienst om zich te wijden aan het beheer van Huize Oranjewoud. Zijn gezondheid was slecht en hij overleed in 1931 op de leeftijd van 54 jaar. Na het overlijden van Maria in 1942 kwam het landgoed door vererving terecht bij Martinus de Blocq van Scheltinga (1900-1961) …

Hij bewoonde met zijn gezin Oranjewoud tot 1954. In dat jaar werd het Instituut voor Landbouwcoöperatie eigenaar. Na eerst te zijn overgegaan in handen van de Friesland Bank, is het Landgoed Oranjewoud met de tuin eromheen nu in bezit van de stichting FB Oranjewoud. Er worden tegenwoordig vooral zakelijke bijeenkomsten gefaciliteerd …

Tot slot nog een laatste foto van een kleurrijk hoekje in de tuin. De tuin en overtuin werden in landschapsstijl aangelegd, mogelijk door de vermaarde tuinachitect L.P. Roodbaard

– wordt vervolgd

In een parklandschap

Na de fotosessie met de koeien vervolgden we onze weg. Jetske vroeg waar we eigenlijk naar toe gingen. ‘Naar Brongergea,’ reageerde ik met een glimlach, vermoedend dat ze daar nog nooit van had gehoord. Dat bleek wel te kloppen, maar om er te komen moesten we eerst door voor Jetske wel bekend gebied …

Even dacht mijn fotomaatje dat we naar de Ecokathedraal zouden gaan, die afslag lieten we echter links liggen. Om bij Brongergea te komen, moesten we eerst door het parklandschap Oranjewoud. Bij een vijver met de eerste herfstkleuren op de oever zocht Jetske een parkeerplekje. Vooral de vijver met zijn super strakke weerspiegeling was een fijn object …

Op een van de oevers stond een bankje aan de rand van het water. Een stukje daarachter lag bij een dikke boom een zwerfsteen met een tegeltje waar een gedicht op stond …

Het bankje bood uitzicht op een eilandje in de vijver met een eendenverblijf. Daarachter schemerde in de verte een wit bouwwerk door bomen en struikgewas …

Een wandel- en fietspad voerde via een bruggetje naar beboste verten in het parklandschap …

– wordt vervolgd