Een eend, een nijlgans en een grote zilverreiger zaten onlangs in de buurt van Earnewâld zo mooi op een rijtje, daar moest ik wel even een foto van maken …

Een eend, een nijlgans en een grote zilverreiger zaten onlangs in de buurt van Earnewâld zo mooi op een rijtje, daar moest ik wel even een foto van maken …

Oktober was al de zevende maand op rij die een stuk zachter was dan normaal. In ons tuintje kwam de gemiddelde temperatuur uit op 12,4 ºC tegen een langjarig gemiddelde van ca. 9,9 ºC over de periode 1971-2000. Vooral de tweede decade van oktober was het erg warm voor de tijd van het jaar. De hoogste temperatuur kwam uit op een zomerse 25,5 ºC op 13 oktober …

In totaal heb ik in oktober 10 warme dagen (maximumtemperatuur 20,0 °C of hoger) en 1 zomerse dag (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger) kunnen noteren. Normaal kent oktober twee warme dagen, zomerse dagen zijn in oktober zeldzaam. De laatste dagen van oktober verliepen een stuk kouder dan we gewend waren. Op 28 oktober kwam het in een groot deel van het noorden en oosten van ons land tot de eerste nachtvorst. Ons tuintje is tot nu toe vorstvrij gebleven, verder dan 1,1 °C is het kwik er nog niet gezakt …

Het mooie weer verlokte een groep kieviten op 12 oktober tot een potje pootjebaden tussen de eenden in de Jan Durkspolder. Dat zijn zo te zien overigens geen gewone eenden, het lijken me eerder smienten …

Geheel in lijn met de meeste voorgaande maanden, was het ook in oktober weer te droog. In ons tuintje is in oktober maar 28 mm regen gevallen, tegen ca. 74 mm gemiddelde over de periode 1971-2000 …

Dat droge weer kwam de boeren in dit geval wel goed uit, denk ik. Akkerbouwers konden met hun zware machines het land op om te oogsten wat er te oogsten viel. De meeste veehouders hebben in oktober nog een keer een snee gras van het land kunnen halen, waarmee ze de eerder vanwege droogte gemiste grasoogst enigszins hebben kunnen compenseren …

Aan alles komt een eind, zo ook aan het zorgeloos zitten genieten van het uitzicht over de Jan Durkspolder. Maar gelukkig was de terugweg naar de auto ook allerminst saai of vervelend. Er viel nog genoeg te genieten onderweg, zoals van dit koppeltje eenden, dat zich met een aalscholver op de uitkijk uitgebreid zat op te poetsen …

Verderop dartelde een groepje vogels door het struikgewas. Een mooi gezicht, maar ze scheepten mij wel op met de vraag wat voor vogeltjes het zijn. Ik vermoed dat het vinken zijn, maar het kunnen net zo goed kepen zijn, die wat vroeg vanuit Scandinavië deze kant op zijn gekomen. Dat laatste heeft eerlijk gezegd mijn voorkeur. Maar er is vast wel een vogelaar onder de lezers die me hierbij kan helpen …
Intussen heeft Erica van ‘Mijn vogeltuin’ me ervan verzekerd dat het om de keep gaat. Dank daarvoor!
Er fladderden voor een oktoberdag ook erg veel vlinders in het rond. Ik heb onder andere een geaderd witje en een kleine vuurvlinder gezien, maar de kleine vos was de enige die wel even wilde poseren …
Bijna weer terug bij de auto kreeg ik de bevestiging van mijn theorie dat je uiteindelijk ook vanaf deze kant van de Geau weer terecht komt bij dezelfde boer(in) … 😉

Nou ja, vol is misschien een klein beetje overdreven, maar zaten in elk geval veel meer grote zilverreigers in dat ene weiland dan normaal te doen gebruikelijk is. Ik heb er zeker 34 kunnen tellen …
Het waren er voor mij in ieder geval genoeg om de auto even veilig weg te zetten, zodat ik in alle rust even wat foto’s kon maken …
Het was alleen wat jammer dat ze bijna allemaal achterin het weiland stonden. Zelfs met de 50 x zoom viel er dit grijze weer weinig van te maken. Maar ach, het gaat om ’t idee …

Op één van de weinige grijze dagen die we begin september hadden, reed ik in westelijke richting tussen Warten en Grou over It Leechlân, toen ik aan de linkerkant van de weg een weiland zag met een nogal opvallende bevolking. Daar moest ik eigenlijk toch wel even een foto van maken. Omdat er zowel van voren als van achteren meerdere auto’s naderden, vond ik het echter niet verantwoord om ter plekke te stoppen. Er zat niets anders op dan maar even door te rijden en bij de Greate Kritewei rechtsaf te slaan en daar ergens te keren …

Zo gezegd, zo gedaan. Bij de eerste de beste boerderij draaide ik de auto. Tot mijn grote vreugde viel ik daarbij weer met mijn neus in de boter. In de verte zat een grote, goeddeels witte buizerd aan de waterkant op een paaltje. Op de eerste foto is hij slechts te zien als een stipje, maar met de 50 x zoom van de Powershot kon ik hem toch weer mooi in beeld vangen. Na die ene foto vond de buizerd het om wat voor reden dan ook welletjes. Met krachtige vleugelslag verhief hij zich van het paaltje om vervolgens op statige wijze weg te wieken …

De bonus had ik voor vandaag al binnen, nu terug naar It Leechlân om de vangst te vervolmaken …
– wordt vervolgd –
De meeste foto’s die ik vanuit de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder maak, geven een beeld van het oostelijke en het zuidelijke deel van de plas. Onlangs heb ik eens een paar foto’s in westelijke richting gemaakt …

Daar was een juveniele lepelaar – wadend door het water – op zoek naar voedsel …

Enkele meters verderop dobberde een eend op het licht rimpelende wateroppervlak …

Zonder ’t zich bewust te zijn, vormden ze samen – parallel foeragerend – een mooi fotogeniek diner voor twee …

Nadat alle vogels verschrikt waren opgevlogen was het een kakofonie van geluid in de lucht, niet alleen veroorzaakt door het gekrijs van de vogels, maar ook en vooral van het naderende geluid van geheel andere aard …

In eerste instantie ging ik ervan uit dat er weer één of meerdere legerhelikopters naderden. Die hadden de voorgaande dagen al heel wat mensen en dieren hier in het noordoosten de stuipen op het lijf gejaagd door in het kader van de legeroefening Falcon Autumn regelmatig akelig laag over de landerijen te vliegen. In dit geval was het geen legerhelikopter, maar het was wel een vergelijkbare herriebak die naar mijn idee ook veel te laag vloog …

Zodra de helikopter was verdwenen, namen de aalscholvers hun plek op de landtong weer in, die lieten zich niet gek maken. De andere vogels bleven zekerheidshalve nog enige tijd rondcirkelen …

Pas toen de kust na enige tijd echt weer veilig leek, keerden ook de ganzen terug naar hun plekje op het water …
Daarna zag ik de lepelaars verschijnen, waarvan ik dacht dat ze al naar (nog) warmere oorden waren vertrokken …

Het zijn niet de allermooiste foto’s, maar omdat het de eerste keer was dat ik zo’n grote groep lepelaars zag vliegen, neem ik ze toch maar even mee in dit logje …

De lepelaars streken tussen de ganzen neer, waar de meesten eerst hun veren schikten voordat ze begonnen te foerageren …

Uiteindelijk keerde rust weer teug in de Jan Durkspolder …
