Gisteren heb ik voor het eerst sinds mei weer een kijkje genomen in de Ecokathedraal bij Mildam. Ik volg dit project, dat begin jaren ’70 in gang is gezet door Louis le Roy, al ruim 20 jaar. Het is mooi om te zien hoe de los gestapelde stenen en tegels langzaam maar zeker worden opgenomen in de natuur …
Omdat ik vanwege een probleem met mijn onderrug nog niet los vertrouwd ben, loop ik momenteel met een stok. En dat is bij het fotograferen verdraaid lastig. De hele Ecokathedraal is echt te groot voor mij nu, daarom heb ik me beperkt tot het voorste deel. Hier is de laatste tijd weer veel bijgebouwd, zodat steen en beton hier nog de toon aangeven …
Maar geen zorgen, in het vervolg zal het later deze week al snel groener worden tussen steen en beton. Want groen was toch nog de overheersende kleur in de Ecokathedraal …
De laatste bladeren van de hazelaar dwarrelden dit jaar rond 10 december naar beneden. De meesten vonden probleemloos een zacht plekje bij hun voorgangers ergens in de tuin …
Enkele bladeren waren wat minder gelukkig en kwamen pas in de koudste nachten van het jaar terecht op één van de scherpe punten van de yuca achter vijver. Daar heb ik op 10 en 13 december wat foto’s van gemaakt …
Een foto van het eerste ijs van de winter van 2022-’23 in de tuin herinnerde me eraan, dat het nu toch de hoogste tijd wordt om me een dagje op het dichten te gaan richten …
Een boom langs het fietspad bij Heidehuizen had wel vaker mijn aandacht getrokken. Vorige week ben ik er eens even wat langer bij blijven staan om er wat foto’s van te maken …
Half september liet ik jullie al kennismaken met Huize Olterterp, het hoofdkwartier van de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea (Google Maps). Omdat de oude parktuin in de herfst vaak mooi kleurt, ben ik er dinsdagmiddag weer eens naar toe gereden. Ik zag het al toen ik uit de auto stapte, van uitbundige herfsttinten was hier nog geen sprake …
Maar nu ik er toch was, besloot ik er toch ook maar even een fotokuier te maken. Wat me ook meteen opviel was dat er een grote boom was geveld op het heuveltje waar ook de eerste ‘Wolvenroep’ van beeldhouwer Anne Woudwijk ligt. Ik kan bevestigen dat de steen er nog ligt …
Wat herfstkleuren betreft, werd ik er zoals gezegd niet verwend. Hier en daar zag ik wat geel en bruin tussen het nog overheersende groene blad, en ook de varens langs de vijver deden hun best. Wel zag ik een klein stukje verderop de eerste paddenstoel in het gazon opduiken …
En dan komt het oude landhuis ‘Huize Olterterp’ in zicht. Het originele landhuis van de familie Van Boelens is in 1907 vervangen door het huidige optrekje. Van een lezer kreeg ik n.a.v. mijn vorige bezoek aan het landgoed een foto van het originele landhuis toegezonden, waarvoor dank …
Om geen paddenstoelen te vertrappen, liep ik intussen voetje voor voetje over het gazon. Tussen de afgevallen bladeren schoten aan alle kanten paddenstoelen door het gras omhoog …
Nadat ik het poortje heb geopend, is de kleine begraafplaats, die is gesticht door schatrijke en notabele Ambrosius Ayzo van Boelens (1766-1831). toegankelijk. Het verhaal gaat dat hij het liefst in een kerk begraven had willen worden, maar dat mocht sinds 1825 niet meer. Hij heeft deze kleine begraafplaats waarschijnlijk gesticht om niet begraven te hoeven worden tussen de gewone burgerij …
Nadat ik mijn camera aan het gietijzeren hek had gehangen, begon ik diep voorover gebogen hier en daar een steen te ontdoen van de herfstbladeren. Al snel begonnen mijn rug en mijn bovenbenen tegen me samen te spannen. Daarom heb ik uiteindelijk niet alle stenen schoon geveegd. Nadat ik mijn rug weer wat had gerecht, ben ik wat foto’s gaan maken. Om te beginnen de steen van de stichter Ambrosius Ayzo van Boelens. Hij had geen hoge adellijke titel, maar wist zich vooral een plaats tussen de notabelen te verwerven vanwege zijn grote rijkdom. Hij schopte het uiteindelijk tot lid van de Tweede Kamer en werd in 1831 grietman van Opsterland. Hij liet in de omgeving honderden hectares bos met vijverpartijen aanleggen. Olterterp en Beetsterzwaag daar het huidige prachtige natuurgebied aan hebben overgehouden …
Zo goed en zo kwaad als het ging bewoog ik me tussen de twaalf graven die er binnen de krap bemeten begraafplaats liggen. Er liggen veertien personen begraven, onder wie twee kinderen. De kleine Ambrosius Aizo van Boelens, een kleinzoon van Ambroisus Ayzo, werd maar een jaar oud. Hij deelt zijn graf met Akke de Boer, zij was mogelijk een dienstbode en is de enige niet-Boelens op de begraafplaats. Het andere kind, ook een jongetje, stierf drie dagen na zijn geboorte naamloos. Hij ligt bij zijn 37-jarige moeder Gerridina Frederike Johanna Jacoba de Blecourt, vrouw van Georg Hendrik van Boelens …
De familienaam Van Boelens is inmiddels uitgestorven. De vrouwen in de familie zorgden wel voor nageslacht, maar die dragen een andere achternaam. Het spoor loopt naar verluidt dood bij Anna Francina Sandberg. Zij liet in haar testament opnemen dat bij haar overlijden de Stichting Annette van Boelens moest worden opgericht en dat haar zuster Berendina haar deel middels uitkoop kon ontvangen. Om die uitkoop te kunnen financieren moest de pas opgerichte Stichting Annette van Boelens geld lenen. De hoge successierechten en de crisis van de dertiger jaren leidden in 1934 uiteindelijk tot de verkoop van alle landgoederen. Die kwamen in het bezit van een verzekeringsmaatschappij, het huidige Aegon …
De kleine begraafplaats bleef eigendom van de Annette van Boelensstichting. Van de vrijkomende rente worden tot op de dag van vandaag beheer en onderhoud betaald. Pas toen ik thuis her en der wat zat te lezen over de grafheuvel van de Van Boelens, ontdekte ik dat er maar één grafsteen is waarop het familiewapen van de Van Boelens te zien is. Laat ik nou net geen foto hebben van het betreffende graf van Ambrosius’ zoon Boelardus Augustinus. Er zit niets anders op dan dat ik ooit nog eens terug ga om dat gemis goed te maken. En dat zal ik dan zeker niet met tegenzin doen, want het is een fijn plekje om eens in alle rust wat te mijmeren …