Vorige week zaterdag heb ik samen met mijn fotomaatje Jetske een paar uurtjes op en rond het ijs doorgebracht. We besloten eerst maar eens bij de Headammen te kijken. Dat is de locatie die ik begin februari in het logje ‘Wachtend op de winter’ al omschreef, en waarvan ik verwachtte dat we er de eerste schaatsers zouden zien. Toen we bij Opeinde over de brug kwamen, zag ik dat alleen eenden en wat meeuwen zich op het ijs van het Opeinderkanaal waagden …

Op de Wolwarren maakten we een korte tussenstop om een paar foto’s te maken van de windmotor bij de ijsvlakte waar we 5 jaar geleden samen op de valreep een paar schaatsers hadden gefotografeerd. Nu was de maagdelijk witte vlakte leeg. Kijkend daar de stroom auto’s die ons tegemoet kwam, vermoedde ik dat dit de vroege schaatsers waren, die terugkeerden vanaf de Headammen …
Korte tijd later zagen we dat de gemeente Smallingerland het parkeren uitstekend had geregeld om een chaos op en langs de smalle weg te voorkomen. Nadat een vriendelijke verkeersregelaar ons een plekje had gewezen, gingen we te voet op weg naar het ijs …
Niet veel later bereikten we de Aldheadamsleat in Nationaal Park de Alde Feanen. Eenmaal voorbij het bordje ‘Rustgebied’ was het even gedaan met de rust. Maar wat was het een mooie – tijdelijke – verstoring van de rust …

– wordt vervolgd –







Gistermiddag hebben Aafje en ik nog even een ritje door het sneeuwrijke lage midden van Fyslân gemaakt. Onderweg besloot ik o.a. even een tussenstop te maken bij de spoorbrug Grou over het Prinses Margrietkanaal. Na alle ijspret van gisteren deed het me pijn in ’t hart, maar we hadden geen beter moment kunnen treffen. Er naderde net een klein konvooi van twee ijsbrekers en twee vrachtschepen die zich door het ijs ploegden …
En vandaag kwam er met
Op mijn weblog houdt de winter voorlopig nog wel even aan. Ik heb als kind van de winter weer een fantastische week gehad, waarin ik meer dan 1100 foto’s heb gemaakt. Al hetgeen hierboven kort is weergegeven, zal hier de komende tijd nog uitgebreid voorbij komen. De liefhebbers van voorjaar en zomer zullen het geduldig moeten uitzitten of voorlopig hun heil elders zoeken … 😉
Terwijl ik gistermiddag achter de pc zat, zag ik dat het heel licht begon te sneeuwen. Met de macro-voorzetlens op mijn camera ben ik naar buiten gelopen, waar ik vervolgens enige tijd bezig geweest ben om wat van die hele kleine sneeuwvlokjes in beeld te vangen. De meeste sneeuwvlokjes bestonden op dat moment gelukkig uit één enkele ijskristal, dat maakte het in feite gemakkelijker om ze in beeld te kunnen brengen. Sommige waren onderweg naar beneden al begonnen samen te klonteren tot een wat grotere sneeuwvlok, dan zijn de structuren veel minder goed zichtbaar …
IJskristallen ontstaan in koude lucht waar veel water in zit. De watermoleculen hechten zich aan stofdeeltjes die in de lucht zweven. Sneeuw bestaat uit aan elkaar geklonterde ijskristallen. Door botsingen onderling van de ijskristallen op hun weg naar beneden groeien deze ijsdeeltjes tot sneeuwkristallen. Ongeveer 4.000 van deze uiterst minieme kristallen zijn nodig voor de vorming van één sneeuwvlok. Wanneer de lucht onder de wolk onder het vriespunt ligt, hebben we op de grond sneeuw. Is de lucht in de onderste honderden meters boven nul dan hebben we regen. Dit is het resultaat van die koude lucht gisteren, en er waren geen twee ijskristallen gelijk aan elkaar …
Zondagochtend rond koffietijd was er nog maar een klein rond wak overgebleven. Halverwege de middag was dat wak nog wat kleiner geworden, daarom heb ik het vastgevroren sneeuwijs – kwalsterijs noemen we dat hier ook wel – er maar een afgeschept met behulp van de sneeuwschuiver …
Vanmorgen kon ik weer opnieuw aan de slag, want de vijver lag nu echt bijna helemaal dicht …








