Terugblik januari 2022

Met voorlopig alleen groezelig grijs weer in het vooruitzicht zie ik van fotokuiers voorlopig weinig komen. Mijn beweging pak ik wel in de tuin en op de hometrainer. Na een software-update kan ik daarmee m.b.v. de iPad over de hele wereld diverse fietstochten simuleren. Dat visuele aspect maakt de hometrainer ineens weer een stuk aantrekkelijker.

Het weblog zal voorlopig in het teken staan van een terugblik op 2022, te beginnen met de maand januari. Die maand begon verrassend goed en mooi. Tijdens mijn eerste ritje in het nieuwe jaar kwam ik meteen langs een sprong foeragerende reeën …


Verder was het niet echt een spannende maand. Van winterweer was met slechts 3 keer lichte nachtvorst geen sprake. Het enige ijs was in het vogelbadje in de tuin te zien. Daar en in de vijver ontplooiden de merels al verrassend veel activiteit. Mem (moeder voor niet-Friestaligen) ontplooide veel minder activiteit. Na een val in huis kwam ze in oktober 2021 in het ziekenhuis terecht. Terug naar huis bleek al snel geen optie te zijn, maar met het nodige geluk kwam er begin 2022 een plekje vrij in een verzorgingstehuis in Drachten. Daar heeft ze intussen helemaal haar draai gevonden. In fotografisch opzicht werd de maand afgesloten met een aantal nonnetjes en een prachtige bijzon …

Met uitzondering van 33 mm regen op 2 januari kende de maand in weerkundig opzicht geen uitschieters. In totaal viel er in januari 2022 87 mm regen in onze tuin. Dat is ca. 30 mm meer dan het langjarig gemiddelde, dat verschil zat dus in die ene dag. Met maar 3 echt zonnige dagen was het een saaie en grijze maand. De gemiddelde temperatuur kwam uiteindelijk uit op 5,1°C, ruim 3 graden warmer dan het lokale langjarig gemiddelde in januari over de periode 1971-2000 …

De earste riders yn’e JD-polder

Aangekomen in de Jan Durkspolder was de vogelkijkhut wat beter te zien. Net als de uitkijktoren ‘Romsicht’, die wat verderop staat. Verder viel er ten zuiden van de Westersânning niet veel te zien …


De earste riders (de eerste schaatsers) in de Jan Durkspolder waren zoals gebruikelijk aan de noordkant van de Westersanning te zien. Omdat er nog steeds maar een paar cm ijs lag, waren er nog maar weinig schaatsers die zich op de ijsvlakte waagden …

Het waren er weliswaar nog niet zoveel, maar ze waren er allemaal: de schaatsende fotografe, de man die zijn stijlvolle pootje-over kunsten toonde en de veteraan die heel verstandig met een helm op voorbij schaatste …

En er waren natuurlijk weer momenten van weerzien met oude bekenden op de schaats of zomaar een praatje met een toevallige passant. Er gebeurt wat met mensen zodra er ijs ligt, ze worden ineens een stuk vrolijker en vriendelijker. Er wordt niet alleen gevallen, maar vooral ook gelachen en mensen groeten elkaar zoals dat in de jaren ’60 en ’70 nog gewoon dagelijks gebruik was …

De basis voor dat bijzondere sfeertje is volgens mij deels te vinden in het landschap, dat feeërieke trekjes krijgt wanneer de kou behalve ijs op sloten en plassen ook een laagje rijp over het landschap heeft gelegd …

Torenvalk gaat op jacht

Op één van de vele mooie oktoberdagen zag ik een torenvalk zitten op het platform van de windmotor in de Jan Durkspolder. Rustig liet ik mijn auto uitrollen tot vlak bij de windmotor …


Het valkje gaf me net genoeg tijd om een overzichtsfoto en twee ingezoomde foto’s te maken. Daarna vond hij het welletjes en steeg hij op om op jacht te gaan. Even kon ik hem nog volgen, daarna was het gedaan, want ik stond nogal in de weg op de smalle weg …

Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’

Grillige stronken en …

Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …


Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …


“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …

Pas als je klikt, zie je het echt goed. 🙂

  • morgen meer

Pootjebadende kieviten

Nadat ik de laatste restanten van de jeugdsoos had gefotografeerd, ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Er stond een groepje kieviten op het drooggevallen stuk aan het eind van de strook met gele lissen scheef voor de hut …

Recht voor de hut stonden nog meer kievieten en een aantal ganzen in het ondiepe water. Je kunt ze momenteel ook aantreffen in weilanden waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden …

Omdat er op dat moment verder weinig te zien was, heb ik mijn bezoekje aan de Jan Durkspolder afgesloten met een paar foto’s van deze verweerde stronken vlak naast de hut. Wat ik toen nog niet wist, is dat die stronken bij een volgend bezoek aan de Jan Durkspolder een belangrijke rol zouden spelen …

Witgatjes in de polder

Tot nu toe is de maximumtemperatuur hier deze week nog niet hoger gekomen dan 27,4°C. Ik vrees echter, dat we hier vanaf vandaag of morgen ook aan de tropische temperaturen zullen moeten geloven …

Omdat het qua temperatuur nog goed te doen was, ben ik gisterochtend eerst nog maar eens naar de Jan Durkspolder gereden. Het was er goed uit te houden met een nog lekker fris noordoostelijk briesje dat door de luikjes van de hut blies. In eerste instantie was er weer niet veel meer te zien dan honderden ganzen in de verte …

Na een tijdje kwam er een vogel tevoorschijn van tussen de gele lissen in de buurt van de vogelkijkhut. Al snel verscheen er ook nog een soortgenootje …

Ik herkende de vogels niet meteen, even dacht ik dat het tureluurs waren, maar met het juiste licht op de poten en snavel was al snel duidelijk dat dat niet het geval was. Ik vermoedde dat het witgatjes waren, en dat werd later bevestigd door Obsidentify. Deze steltlopers had ik nog niet in mijn fotoarchief, dus ik ben blij met dit primeurtje …

Ik sluit af met een foto, waarop de witgatjes allebei op voorbeeldige wijze door het ondiepe water rond de hut waden …