Pronkende pantserjuffer

Deze pantserjuffer, een houtpantserjuffer om wat preciezer zijn, streek eind augustus op één van de warmste dagen op een geopend zaaddoosje van de blauwe iris neer. Daar ging hij mooi in de zon zitten pronken …

Klikken om te vergroten is toegestaan

Droogte aan de Rietweg

Na de tussenstop bij de kerk van Blankenham bleven we de oude, slingerende zeedijk nog enige tijd volgen. Bij Baarlo verlieten we de dijk om even later via de buurtschap Nederland de Weerribben weer ik te rijden. Aan de Rietweg (Google Maps) maakten we een laatste tussenstop …

Sprakeloos keken we om ons heen. Het normaal zo natte gebied aan beide kanten van de Rietweg was vrijwel helemaal drooggevallen. Tijdens onze ritjes door de Weerribben hebben Jetske en ik hier de afgelopen jaren diverse keren een tussenstop gemaakt om vogels te fotograferen …

Zo heb ik hier in 2017 een mooie serie gemaakt van een grote zilverreiger en twee lepelaars, die samen in beeld verschenen. Zoiets zat er vorige week niet in. Er was in de verste verte geen vogel te zien, om over watervogels of steltlopers nog maar te zwijgen …

Alleen hier en daar restte nog een laatste plas water, zoals aan de zuidkant van de weg op de plek waar wij stonden. Zonder regen zouden ook de laatste natte plekken snel verdampen …

Gelukkig is hier in Drachten sindsdien bijna 40 mm regen gevallen. Dat zegt in principe niets over de situatie in de Weerribben 50 km en zuidwesten van Drachten, maar daar zal vermoedelijk ook net genoeg regen zijn gevallen om enige verlichting te brengen. Maar het neerslagtekort is er nog lang niet mee weggewerkt.

Ik sluit deze serie, die begon met vertraging vanwege een kortdurende file, af met de foto van een heidelibel, die te midden van de droogte nog even in alle rust bij ons neerstreek in de berm van de Rietweg …

Bij de kerk van Blankenham

Nadat we die mooie serie van de weidebeekjuffers hadden gemaakt, stelde Jetske voor om via een toeristische route huiswaarts te rijden. Die route voerde voor een groot deel over de oude zeedijk, die het oude land beschermde tegen de Zuiderzee. Dat lukte niet altijd en overal. Als je over die oude dijk rijdt, zie je aan de noordoostelijk kant van de dijk meerdere kolken liggen, die zijn ontstaan door dijkdoorbraken …

Door het rond kolkende water zijn diepe gaten ontstaan. Bij het doorbreken van de dijk was de kracht van het water vaak zo groot, dat de dijk niet meer te dichten was. Om de kolk werd dan een nieuw stuk dijk aangelegd, vandaar ook dat de dijk voortdurend van links naar rechts door het land slingert …

Wat nu nog resteert zijn vaak kleine, diepe poelen. En de zee, die is tegenwoordig ver weg, aan de westkant van de dijk ligt nu de Noordoostpolder. Aan één van de oude kolken staat de uit 1892 daterende kerk van Blankenham (Google Maps). Toen we daar waren, vroeg ik Jetske om even te stoppen …

Een jaar of wat geleden hebben we hier ook een korte tussenstop gemaakt, maar toen zijn we aan de dijk gebleven. Ik had wel zin om de kerk nu eens van dichtbij te bekijken. De kerk is gebouwd nadat de originele kerk uit 1816 werd getroffen door blikseminslag en volledig afbrandde …

Normaal gesproken ben ik niet zo’n kerkganger, maar ik vind het altijd wel mooi om een oude kerk te bekijken. Het is alleen zo jammer dat je vrijwel nooit even ergens een kijkje binnen kunt nemen. Maar het rondje om de kerk, dat zeker de moeite waard was. Het viel alleen toch weer niet mee om daarna de dijk te beklimmen …

  • wordt vervolgd

Weidebeekjuffers … wat zijn ze mooi!

Enkele minuten nadat we bij de pizzeria in Kuinre waren vertrokken, zette Jetske de auto alweer stil aan het begin van een bospad …

Ze stelde me al snel gerust, er stond geen boswandeling meer op het programma die middag. Datgene waar we voor gekomen waren, bevond zich op slechts enkele meters van de auto. Door een brede duiker werd vanaf de andere kant van de weg water aangevoerd, dat vanaf dit punt door ’n snel stromende afwateringssloot werd weggevoerd …

Hier had mijn fotomaatje enige tijd geleden weidebeekjuffers ontdekt. Zelf had Jetske ze al eerder gefotografeerd in Drenthe, maar voor mij was dit nog een ontbrekende soort in mijn fotoarchief. De weidebeekjuffer komt in ons land algemeen voor in het oosten, midden en zuiden, bij voorkeur rond schone, langzaam stromende beken …

In Fryslân heeft het diertje zich tot dusver niet laten zien, maar er is hoop! De weidebeekjuffer is in de afgelopen jaren vanuit het oosten en zuiden steeds verder opgerukt naar het noorden en westen. Met een beetje geluk is het nog maar een kwestie van tijd voordat ik er dichter bij huis eentje kan fotograferen. Ze kunnen me niet snel genoeg deze kant op komen, want wat zijn het een prachtige beestjes met die blauwe metallic glans over hun lichaam en de grote vleugels …

Het viel trouwens nog niet mee om ze wat strak op de foto te krijgen. Ze dansten vooral onrustig als vlinders door de lucht. En ook als ze even gingen zitten, had ik er nog een flinke klus aan. De onregelmatige wind liet de lange veerkrachtige bladeren, waarop ze af en toe even neerstreken, soms flink op en neer dansen. Maar na een halfuurtje had ik zowel in de vlucht als zittend op een blad een mooie serie van deze al zo lang gewenste soort gemaakt. Dankjewel, fotomaatje …

  • wordt vervolgd

Pauzeperikelen

Na de fotosessie met de Kempense heidelibellen liepen we in alle rust in de richting van de parkeerplaats. Jetske stond als eerste bij de auto. “Kom je nog …? We hebben meer te doen vandaag …,” zei ze met een brede lach …

“Zorg er eerst maar voor dat ik weer voldoende hoofdruimte heb …,” antwoordde ik op mijn beurt met een knipoog. De kofferruimte opende zich, waarna het dak zacht zoevend open schoof en netjes werd opgeborgen. Zo waren we er helemaal klaar voor om onze weg op deze zoveelste stralende zomerdag te vervolgen …

Jetske had nog een tweede verrassing in petto die dag, maar voordat we daar aan toe waren koersten we eerst in bedaard tempo naar Kuinre. Daar zochten we in de buurt van de Oude Haven van Kuinre eerst een plekje in het bos voor de lunch. Terwijl we in de schaduw van de bomen onze broodjes aten bij een picknicktafel, passeerden er een paar amazones, voor het overige was het er heerlijk rustig …

Waar wat naar binnen gaat, moet af en toe ook wat naar buiten. Om het anders uit te drukken: ik was na de broodjes toe aan een sanitaire stop. Gelukkig wist Jetske ook hier wel raad op. Zonder dralen dropte ze me korte tijd later bij de enige pizzeria in de wijde omgeving, terwijl ze zelf de auto parkeerde op het pleintje tegenover de pizzeria. Zodra ik koffie voor ons op het terras had laten aanrukken, repte ik me naar boven. Opgelucht was ik net terug, toen een koetsje met een tweespan strak langs ons tafeltje reed …

We hadden een fijn plekje in de schaduw en het was er goed toeven, maar er stond meer op het programma. Daarom reden we na de koffie toch maar terug naar we vandaan kwamen, de Hopweg ten westen van Kuinre. Daar presenteerde Jetske wat mij betreft het fotografisch hoofdgerecht van de dag …

  • wordt vervolgd

De Kempense heidelibel?

Nadat ik het geaderd witje had gefotografeerd, ging ik net als Jetske op zoek naar de de Kempense heidelibel. Dit is een zeer zeldzame libel, die als ernstig bedreigd op de Rode Lijst staat. In ons land komt hij eigenlijk alleen voor in de Kempen en hier in de Weerribben. Al snel zag ik op een paar plaatsen een rode libel op het gemaaide gras zitten. Of er op de eerste foto ook echt een Kempense heidelibel staat, weet ik niet zeker. Het zou met zijn zwarte poten ook een Bloedrode heidelibel kunnen zijn. Wie het weet, mag het zeggen …

Mooier dan op de eerste foto lukte het me niet om libellen vast te leggen op het gemaaide gras. Daarom besloot ik naar de bosrand te lopen. Met wat geluk zou ik op ooghoogte een Kempense Heidelibel kunnen vinden tegen een wat rustiger achtergrond …

Ik was weer niet ongelukkig die dag. Al snel kon ik niet ver van elkaar verwijderd heidelibellen op een takje fotograferen. Ik had weliswaar al een foto van de Kempense heidelibel in mijn archief, maar vooral de laatste twee foto’s waren toch wel een stukje mooier. Nu maar hopen dat het Kempense heidelibellen waren, dan kon ik die alvast afvinken, daarmee was mijn dag al geslaagd. Maar de dag was nog niet voorbij, nog lang niet …

  • wordt vervolgd