Vreemd volk in it Skar

Aan het eind van het eerste, wel erg korte flitswintertje, neem ik jullie weer mee naar vorige week dinsdag. Het leek een mooie, licht bewolkte dag te worden. Na de koffie ben ik op pad gegaan en heb ik gewapend met mijn trekkingstokken voor het eerst sinds langere tijd weer eens een fotokuier gemaakt aan de zuidkant van het Weinterper Skar (Google Maps). Al terwijl ik over het fietspad liep, zag ik vreemd volk door het woeste heideland aan de kant van de N381 lopen …

Terwijl ik even later het fietspad verliet om over het zandpad het gebied in te lopen, verdwenen ze in het bosje iets verderop in het Weinterper Skar in. Halverwege het meest zuidelijke ven klom ik even over de wal tussen pad en ven om even aan de waterkant te kijken. Het wateroppervlak lag er als een spiegel bij.

Er stond water genoeg, ook verderop in het heideland links van het pad was het erg nat. Aan de rechterkant van het pad trof ik nog een spannende scène aan. Nadat ik daar met een wijde boog omheen was gelopen, kreeg ik het bankje tussen de twee vennetjes in zicht. Daarmee had ik mijn doel voor die dag bereikt. Daar begon het me ook te dagen wat voor volk er door het land struinde. Maar dat is voor later …

Terugblik juni 2022

Juni begon koel en wisselvallig, prima weer voor een fotokuier in het Weinterper Skar waar de natuur in mei en juni altijd het mooist is …


Er vlogen vrij veel waterjuffers rond, een enkeling wilde wel even poseren, maar ze maakten het me niet gemakkelijk met hun beweeglijkheid. De brede orchissen die ieder jaar tevoorschijn komen in het gebied, hebben wat meer geduld en nemen vaak echt even de tijd voor een fotosessie. In de tuin vormden de oranje klaproosjes op 7 juni een gewillig onderwerp. Zwaar van de regendruppels hingen ze zachtjes wiegend in de wind te drogen van het waterballet van de dag ervoor, waarbij 28 mm regen in de tuin was gevallen. In de Jan Durkspolder zat de kolonie lepelaars dit jaar aan de westkant tegenover de hut. Dat leek perspectief te bieden op foeragerende lepelaars rond de hut later in het jaar …

Tijdens een van de ritjes onderweg naar de ijsvogels stond het verkeer rond Drachten aan alle kanten vast door demonstrerende en blokkerende boeren. Uiteindelijk wist ik mijn doel natuurlijk wel te bereiken, en daar lukte het een uurtje later toch weer om een ijsvogel met een vers visje in beeld te vangen. In de ochtend van 30 juni verschenen er ’s ochtends onweersverklikkers aan het zwerk. ’s Avonds trokken er inderdaad onweersbuien over, maar van een fotogeniek onweer kwam het in mijn directe omgeving niet, wel viel er ’s avonds 18 mm regen …

Na een koele start liepen de temperaturen gaandeweg de maand steeds wat verder op. Dat gebeurde gelukkig niet in een egaal stijgende lijn, maar golfsgewijs. Op 23 juni kon ik de eerste tropische 30,1°C in de tuin noteren, daarnaast telde juni 3 zomerse dagen met een maximumtemperatuur van 25°C of hoger. De gemiddelde temperatuur kwam met 16,7°C ruim 2 graden hoger uit dan de gemiddelde 14,4°C in juni over de periode 1971-2000. Met in totaal 102 mm neerslag was het een natte boel, maar vanwege het buiïge karakter waarmee de regen viel, liepen de hoeveelheden regen over het land sterk uiteen …

Terugblik maart 2022

Na een grijze en donkere winterperiode brak het voorjaar in maart aan met volop zon. Het mooie weer wist me na enige tijd zelfs te verleiden tot een kuier in het Weinterper Skar …


Zoals de laatste jaren gebruikelijk is geworden, heb ik in het voorjaar ook weer een paar maal een ritje naar het kijkplatform in de Surhuizumermieden gemaakt. Dit is momenteel toch wel een van de beste plekken in de buurt om grutto’s te spotten, en dat lukte ook in 2022 meteen weer. Ook een graspieper wilde wel even poseren. In de tuin trof ik op een koude ochtend een zieltogende hommel aan. Met suikerwater was hij niet meer te redden, het arme beest had ook mijten …

Met fotomaatje Jetske ging ik tegen het eind van de maand naar ‘de Lokkerij’ (Google Maps), een ooievaarsstation in een beboste omgeving. Die dag liep ik ook voor het eerst flink tegen mijn grens aan, omdat mijn benen me nog maar nauwelijks konden dragen op weg terug naar de auto. Onderweg naar huis werd ons pad later op de dag gekruist door een overstekende trein. Dat is voor mij altijd een hoogtepuntje, want in een straal van 25 km rond mijn woonplaats Drachten rijdt nog steeds geen trein …

Maart was een uiterst zonnige maand. Ik telde 16 dagen zon, op 7 dagen was het licht bewolkt en op 8 dagen was het bewolkt of overwegend bewolkt. Volgens het KNMI was maart met gemiddeld over het land 250 uren recordzonnig. Met zoveel zon en veelal een zuidelijke stroming kon het niet missen of de gemiddelde temperatuur moest ook in maart weer hoog eindigen: 7,9°C in onze tuin (normaal ca. 5,0°C over de periode 1971-2000). Behalve zonnig was maart met welgeteld 9 mm ook bijna recorddroog. Bijna, want de laatste dag van de maand had nog een verrassing in petto: ’s avonds viel er ca. 3 cm sneeuw …

Met een vlieg op ’n bankje

Hoewel ik geen hoge verwachtingen had van mijn kuier in het Weinterper Skar, was het me bepaald niet tegengevallen …


Dat had natuurlijk te maken met het uitzonderlijk mooie novemberweer, maar ook met de nieuwe ontwikkelingen zoals de omgewaaide bomen en de verbossing …


Maar het was ook wel bijzonder om te ontdekken, dat de insecten weer lekker meewerkten aan een paar korte fotosessies. Eerst waren dat de libellen en het lieveheersbeestje bij de dobbe, en hier op het tweede bankje lieten libellen en strontvliegen zich mooi zien …

Het was mooi geweest. Ik stond op en zette nu echt koers naar de auto door bij de boom een stukje verderop rechtsaf te gaan …


Nog een snelle groet aan het paard van de buurvrouw van het Weinterper Skar, dat al jaren trouw zicht houdt op de parkeerplaats er tegenover …


Moe, maar zeker voldaan reed ik huiswaarts. Die avond sloeg het weer om, waarna er een paar regenachtige en donkere dagen volgden. Dat kwam mij wel goed uit, want na een paar flinke kuiers in de bossen rond Olterterp op maandag en deze wandeling in het Weinterper Skar, konden mijn benen wel een paar dagen rust gebruiken. 🙂

Van bankje naar bankje

Na nog een laatste blik over het water maakte ik me op om aan de terugweg te beginnen. Het zal wel enige tijd duren voordat ik hier weer kom. Tenzij het echt winter wordt natuurlijk, want dan kruipt mijn bloed nog wel eens waar het niet kan gaan …


Het was geen straf om terug te lopen, zo zag ik het gebied ook weer even vanaf de andere kant. Daarbij viel het me op dat de grond naast het pad aardig aan het verbossen is. De kale dode boom die er jarenlang alleen had gestaan, was nu gezellig omringd door jonge berkjes …

Rustig doorstappend kwam ik op het punt waar tot 6 jaar geleden de Nije Heawei liep. Op 21 november 2016 kwam daar voorgoed een eind aan. Op dit punt kon ik nu kiezen: direct linksaf naar de auto of nog even rechtdoor lopen naar het ‘Afanja-bankje’, dat ter compensatie van de verwijderde weg een stukje verderop was geplaatst. Dat het bankje – met dank aan een dwarse boswachter niet hier geplaatst is, maar 50 m verderop, zoals was afgesproken – begon zich nu toch wel te wreken …


Ik besloot toch nog maar even door te zetten, het was te mooi weer om al huiswaarts te gaan. Korte tijd later bereikte ik het bankje. Daar werd ik welkom geheten door twee libellen, die op de rugleuning op me zaten te wachten. De ene zat mooi in het midden op de onderste plank, de tweede zat helemaal rechts op de bovenste plank van de rugleuning …


Natuurlijk vlogen ze allebei op toen ik op het bankje plaats nam. Maar gelukkig waren ze beurtelings bereid om even later nog eens netjes te poseren voor mijn camera …

En daarmee was het nog niet helemaal voorbij. Geduldig bleef ik lekker in de zon zitten wachten of er verder nog wat zou verschijnen dat de moeite waard was …

Weerzien met de dobbe

Voorbij de randwal kreeg ik de dobbe, zoals ik deze favoriete pingoruïne gemakshalve altijd noem, in beeld. Hoe voorzichtig ik ook liep, een attente reiger had me alweer opgemerkt en vloog krijsend en krassend op …


Enige tijd geleden heb ik hier al eens beschreven hoe pingoruïnes tijdens en na afloop van de laatste ijstijd ontstonden in onze omgeving. Onlangs heb ik er ook een 3:30 minuten durend filmpje over gevonden …

Nadat ik een kort verkennend kuiertje langs de waterkant had gemaakt, ben ik eens even lekker in het najaarszonnetje op het vertrouwde bankje gaan zitten. Op dat bankje heb ik in de loop der jaren meerdere prettige ontmoetingen gehad met juffers, libellen, kikkers en salamanders, die zich daar vaak mooi voor mijn camera lieten zien …


Gelukkig was er nog niets veranderd. Al snel kroop er een Aziatisch lieveheersbeestje over de rugleuning van het bankje mijn kant op. En het lieveheersbeestje was niet het enige insect dat op die mooie novembermiddag nog actief was. Heidelibellen vlogen af en aan en het duurde niet lang of er streek weer eentje op mijn linkermouw neer …

Mijn dag was alweer goed en daar konden ook de wandelaars, die wilden weten of er ook vis in dit water zat, niets meer aan veranderen. Ik heb ze naar waarheid geantwoord, dat ik het niet wist. “Ik zit nu eenmaal liever met mijn camera aan de waterkant dan met een hengel,” voegde ik eraan toe …


Nadat de mannen hun weg vervolgden ben ik nog even blijven zitten. Erg lang duurde dat overigens niet, het was dan wel mooi novemberweer, met ca. 12ºC was het toch wat te fris om er nog lang te blijven zitten …

Stormschade in ’t Skar

In een klein stukje bos in het Weinterper Skar zijn onlangs kennelijk meerdere bomen omgewaaid. Het is ook een perceel waar in het verleden wel vaker bomen zijn omgewaaid. Verderop in het bos lijkt weinig aan de hand. Als ik er op een goeie dag nog eens terug kom, wil ik daar zeker eens verder naar kijken …


Omdat ik hier al meer dan twee jaar niet meer langs gekomen ben, heb ik geen idee wanneer de bomen zijn omgewaaid. Dat maakt ook niet zoveel uit, maar het doet toch altijd even pijn om een gevelde boom te zien. Laat staan om meerdere omgewaaide bomen tegelijk zo te zien. Maar ook dit is de natuur en ik zie bomen liever zo omgaan dan met de kettingzaag. Van een van de omgewaaide bomen langs het pad heb ik de kluit met de wortels eens wat nader bekeken. Ik verwonderde me er ook in dit geval weer over dat bomen eigenlijk vaak helemaal niet zo diep lijken te wortelen. Of ligt dat aan mij …?

Ik hoop eigenlijk dat Staatsbosbeheer deze bomen mooi laat liggen, zodat het stukje bos zich verder op natuurlijke wijze kan ontwikkelen. En dat verwacht ik eerlijk gezegd ook wel. Als je goed kijkt, dan zie je dat er in dit stukje bos al eerder bomen zijn omgewaaid. Dat is al langer geleden, en dat is goed te zien aan de kluit van die bomen. Die kluiten zijn intussen flink overwoekerd en gaan helemaal op in de rest van het bos …

Afijn, het was tijd om mijn weg te vervolgen, want ik was hier naar toe gegaan voor de dobbe. Terwijl ik verder liep, zorgde de zon ervoor dat het bruine bladerdek op de bosbodem even mooi werd uitgelicht…


Korte tijd later verliet ik het pad in westelijke richting en liep ik over het smalle paadje in de richting van het water. Op de onderstaande foto zie je de originele randwal van de pingoruïne, zoals die ca. 10.000 jaar geleden achterbleef na afloop van de laatste ijstijd. Dat betekent dat ik intussen vlakbij de dobbe ben …