Een kuier naar de kerk

Vorige week woensdag was een mooie najaarsdag om weer eens een kuier te maken bij Olterterp …


Terwijl ik over de Achterwei liep, schemerde de Sint Hippolytuskerk, voorzichtig door de beginnende herfstkleuren …

Tussen de stammen van de oude beuken die het kerkhof omringen, waren ook de eerste oude en nieuwere grafmonumenten in de verte te zien …

Tussen nog goeddeels groen loof, hier en daar afgewisseld door een struikje in kleurige herfsttooi, kwam de rond 1500 gebouwde kerk steeds meer in zicht …

Al snel stond ik voor het hekje dat me nog van de kerk en het omringende kerkhof scheidde …

  • wordt vervolgd

IJsbaan de Wite Mar

Nog zo’n plekje waar ik al enige tijd niet meer in mijn uppie naar toe gewandeld ben, is de Wite Mar (Google Maps) tussen Olterterp en Beetsterzwaag. Het Witte Meer, zoals de naam in het Nederlands luidt, is een bosmeertje dat zijn naam te denken heeft aan de witte zandlaag die de bodem bedekt …


Het grootste deel van het jaar is het er lekker rustig. Als je er in voorjaar of zomer op een bankje gaat zitten, hoor je rondom vooral het gekwinkelier van vogels en het gekwaak van de vele kikkers die zich in en rond het water ophouden. Ook komen er ca 20 verschillende soorten libellen en waterjuffers voor rond het meertje. Maar de Wite Mar is veel meer, het is vooral ook de mooiste ijsbaan van Fryslân


De Wite Mar is bij hoog water amper een meter diep en heeft een lengte van ongeveer 250 m en een breedte van 150 m. De bomen die aan alle kant rondom het ven staan, maakt er in echte winters een prachtige ijsbaan van, waar je als schaatser maar zelden last hebt van tegenwind. En ik kan het weten, want ik heb er meerdere rondjes geschaatst …

‘IJsclub iisnocht’ uit Beetsterzwaag werd al in 1875 opgericht. Bij de oprichting telde de vereniging 47 leden die ieder één gulden en zestig cent contributie afdroegen. Nu, bijna 150 jaar later, telt de vereniging ruim 700 leden …


In 2019 heeft de ijsclub het initiatief genomen om een 160 m lang vlonderpad aan te leggen langs de westelijke over. Dat maakt het voor de schaatsers makkelijker om op het ijs te komen, zonder dat het ijs langs de kant wordt vertrapt. Voor wandelaars is er daarmee een mooie nieuwe wandelroute ontstaan …

Terwijl ik er vorige week lekker op een zonnig bankje wat zat te mijmeren, trok er op enig moment een rilling over mijn rug. Het hondje en de wandelaars waren al lang weer uit zicht verdwenen. Ik was weer helemaal alleen bij de Wite Mar. Maar was ik wel alleen …?

De grafheuvel Van Boelens

Nadat ik het poortje heb geopend, is de kleine begraafplaats, die is gesticht door schatrijke en notabele Ambrosius Ayzo van Boelens (1766-1831). toegankelijk. Het verhaal gaat dat hij het liefst in een kerk begraven had willen worden, maar dat mocht sinds 1825 niet meer. Hij heeft deze kleine begraafplaats waarschijnlijk gesticht om niet begraven te hoeven worden tussen de gewone burgerij …


Nadat ik mijn camera aan het gietijzeren hek had gehangen, begon ik diep voorover gebogen hier en daar een steen te ontdoen van de herfstbladeren. Al snel begonnen mijn rug en mijn bovenbenen tegen me samen te spannen. Daarom heb ik uiteindelijk niet alle stenen schoon geveegd. Nadat ik mijn rug weer wat had gerecht, ben ik wat foto’s gaan maken. Om te beginnen de steen van de stichter Ambrosius Ayzo van Boelens. Hij had geen hoge adellijke titel, maar wist zich vooral een plaats tussen de notabelen te verwerven vanwege zijn grote rijkdom. Hij schopte het uiteindelijk tot lid van de Tweede Kamer en werd in 1831 grietman van Opsterland. Hij liet in de omgeving honderden hectares bos met vijverpartijen aanleggen. Olterterp en Beetsterzwaag daar het huidige prachtige natuurgebied aan hebben overgehouden …

Zo goed en zo kwaad als het ging bewoog ik me tussen de twaalf graven die er binnen de krap bemeten begraafplaats liggen. Er liggen veertien personen begraven, onder wie twee kinderen. De kleine Ambrosius Aizo van Boelens, een kleinzoon van Ambroisus Ayzo, werd maar een jaar oud. Hij deelt zijn graf met Akke de Boer, zij was mogelijk een dienstbode en is de enige niet-Boelens op de begraafplaats. Het andere kind, ook een jongetje, stierf drie dagen na zijn geboorte naamloos. Hij ligt bij zijn 37-jarige moeder Gerridina Frederike Johanna Jacoba de Blecourt, vrouw van Georg Hendrik van Boelens …

De familienaam Van Boelens is inmiddels uitgestorven. De vrouwen in de familie zorgden wel voor nageslacht, maar die dragen een andere achternaam. Het spoor loopt naar verluidt dood bij Anna Francina Sandberg. Zij liet in haar testament opnemen dat bij haar overlijden de Stichting Annette van Boelens moest worden opgericht en dat haar zuster Berendina haar deel middels uitkoop kon ontvangen. Om die uitkoop te kunnen financieren moest de pas opgerichte Stichting Annette van Boelens geld lenen. De hoge successierechten en de crisis van de dertiger jaren leidden in 1934 uiteindelijk tot de verkoop van alle landgoederen. Die kwamen in het bezit van een verzekeringsmaatschappij, het huidige Aegon …


De kleine begraafplaats bleef eigendom van de Annette van Boelensstichting. Van de vrijkomende rente worden tot op de dag van vandaag beheer en onderhoud betaald. Pas toen ik thuis her en der wat zat te lezen over de grafheuvel van de Van Boelens, ontdekte ik dat er maar één grafsteen is waarop het familiewapen van de Van Boelens te zien is. Laat ik nou net geen foto hebben van het betreffende graf van Ambrosius’ zoon Boelardus Augustinus. Er zit niets anders op dan dat ik ooit nog eens terug ga om dat gemis goed te maken. En dat zal ik dan zeker niet met tegenzin doen, want het is een fijn plekje om eens in alle rust wat te mijmeren …

Bron: De krant van toen

Een bijzonder stukje bos

Wat kan een foto van een platte steen met een vreemde lange krabbel je veel kanten op leiden, hè. Eerst was er alleen de steen. Daarna volgden het mooie landhuis in het parklandschap en het gehuil van wolven in drie natuurgebieden van It Fryske Gea …

Maar ik bedacht me nog wat … waar zouden de oude adellijke eigenaren van het landhuis gebleven zijn? Rond 1832 was vrijwel de hele omgeving van Beetsterzwaag – Olterterp in handen van slechts vier adellijke families, waaronder de familie Van Boelens. Ik wist dat er ergens in de buurt een familiegraf van de familie Van Boelens moest zijn. Afgelopen week ben ik daar maar eens naar op zoek gegaan. Daarbij kwam ik in een bijzonder stukje bos in de omgeving terecht …

Nadat ik het sierlijke, goed onderhouden hek rond het stukje bos had geopend, volgde ik een paadje dat naar een heuvel in het midden leidde. De najaarszon flakkerde door het al uitdunnende bladerdek van een paar majestueuze bomen aan de voet van de heuvel …

Op de stam van één van de dikke beuken sprak het verleden een woordje mee. Inhoudelijk viel daar echter weinig van te maken …

Toen ik me omdraaide zag ik in het midden van de heuvel een hek tussen de bladeren door schemeren. Het kon niet missen, dit moest het familiegraf Van Boelens zijn …

Eenmaal bij het hek was al snel duidelijk dat er van de graven weinig te zien was, ze gingen grotendeels schuil onder een laagje herfstbladeren. Omdat het poortje aan de andere kant zat, liep ik om het hekwerk heen …

  • wordt vervolgd

Firtuele koelte út Fryslân

Gistermiddag bleef de maximumtemperatuur hier steken bij 29,7°C. Vandaag lijken we ook hier in het noorden de tropische 30°C flink te gaan overschrijden. Om het in mijn computerhoekje draaglijk te houden (starttemperatuur vandaag 23,5°C), heb ik de onderstaande foto momenteel op mijn bureaublad staan. Om het virtuele verkoelende effect dat daar vanuit gaat nog wat te versterken, kan ik zo nodig nog een ventilator strategisch opstellen, ten einde een verkoelend noordwestelijk briesje om me heen te laten blazen.

Voor de gelegenheid stel ik de onderstaande foto vandaag beschikbaar in groot formaat (1920×1200 px). Met de rechter muisknop kun je hem in groot formaat bekijken en/of downloaden …

* Hoe je het ook doet, hou ’t hoofd koel!

Alle begin is moeilijk

Nadat we de nodige foto’s hadden gemaakt van de ooievaars in het bosachtige deel van ‘de Lokkerij’ zijn Jetske en ik enige tijd bij het veld met de paalnesten gaan zitten …

Vooral het geklepper, dat regelmatig opklonk van één of meerdere nesten was fascinerend. Het geklepper begint vaak al, wanneer een partner naar het nest komt vliegen. Na de landing wordt er niet alleen geklepperd, maar ook stijlvol gedanst. Met de snavels dicht bij elkaar tonen de geliefden elkaar hun genegenheid. Het is niet voor niks dat ooievaars monogame partners zijn, die elkaar in principe hun leven lang trouw blijven …

Dat alles bij elkaar vroeg niet alleen om beeld, maar ook om geluid. Tijd voor een actiefilmpje …

Daarmee kom ik aan het eind van dit verrassende bezoek aan ‘de Lokkerij’. Met dank aan mijn fotomaatje!

Zo zie ik ze niet vaak

Tijdens mijn reguliere ritjes zie ik vooral rondom Earnewâld regelmatig ooievaars, maar in zo’n bosrijke omgeving als hier bij ‘de Lokkerij’ zag ik ze niet eerder. De naam ‘Lokkerij’ betekent trouwens niet dat de ooievaars hier naar toe werden gelokt. De naam houdt verband met de familie Lokken, die in de boerderij waarin nu het ooievaarsstation gevestigd is, generaties lang het boerenbedrijf uitoefende. Lokkerij betekent dus: ‘de boerderij van Lokken’

Ik vond het fascinerend om te zien hoe de ooievaars daar in het bos bouwmateriaal bijeen sprokkelen om hun boomnesten te bouwen. Dat sprokkelen is één ding, maar dan moet het spul vervolgens ook nog naar huis worden gebracht. Dat betekent in dit geval opstijgen tussen de bomen door, daarna wordt buiten het bos met een wijde boog hoogte gemaakt …

Eenmaal op de juiste hoogte keert de ooievaar met zijn vracht terug naar het bos. Vervolgens is het de kunst om strak tussen de bomen door te manoeuvreren om het bouwmateriaal uiteindelijk netjes af te leveren bij moeder de vrouw op het nest in aanbouw. Er is nog wel het nodige werk aan de winkel voor dit koppel, want meer dan een paar takjes liggen er zo te zien nog niet. Maar ze vliegen af en aan, dus ze doen wel hun best …

De meeste ooievaars op boom- en paalnesten rondom hebben het er beter voor staan. Vooral veel van de oude boomnesten zijn indrukwekkend. Aan veel van die nesten wordt al jarenlang gewerkt, en daar zijn ook al vele generaties uit voortgekomen …

Maar niet iedereen maakt zich even druk om een nest. Dit koppel stond lekker rustig naast elkaar in de zon. Het fundament ligt er, en daar lijkt het nog even bij te blijven. Misschien zijn ze ook nog simpelweg te jong om al aan broeden te beginnen. Je weet ’t niet …