Sinds half augustus ben ik een keer of drie, vier even bij het prieeltje op de oever van de Leijen bij Doktersheide geweest. Elke keer zwom er een futenkoppel met een jong in de buurt van de op palen staande hut …
Over het algemeen gaven ze me niet zoveel kans om ze netjes op de foto te zetten, want zodra ze door hebben dat er één of meerdere personen in de hut zijn, zoeken de futen meestal een plekje ergens in de rietkraag …
De eerste drie foto’s heb ik op 23 augustus gemaakt. Nadat één van de ouders in rustig tempo met het jong bij de hut langs was gezwommen, kwam de andere ouder er even later als een heuse racefuut in hoog tempo achteraan …
Op 14 augustus was ik er getuige van dat één van de ouders met een pas gevangen visje in de snavel voorbij zwom, de andere fuut en het jong lieten zich op die dag niet zien …
De laatste halte van onze rondrit was bij de vogelkijkhut die in de volksmond bekend staat als het prieeltje aan de westelijke oever van de Leijen bij Doktersheide …
Voor mij werd het na onze voorgaande avonturen bij Earnewâld al een hele wandeling, maar Tijmen ging huppelend over het vlonderpad …
Omdat hij op palen in het water staat en er geen ramen met luikjes in zitten zoals in ander vogelkijkhutten, vond Tijmen vond het maar een rare vogelhut. Bovendien was de reling rond het uitkijkplateau zo hoog, dat Tijmen er alleen op zijn tenen staand overheen kon kijken …
Daar had Tijmen echter al snel wat op gevonden, terwijl ik op één van de bankjes onder het dak ging zitten, nestelde Tijmen zich lekker op de vlonder, zodat hij vrij zicht had over het meertje …
En zo hadden we allebei een prima plekje om wat van het uitzicht te genieten, terwijl we genoten van de laatste versnaperingen die ik voor ons had meegenomen …
Het was het einde van een prachtige middag, waar we allebei nog wel eens aan terug zullen denken. En het zal ook vast niet ons laatste uitstapje in de natuur geweest zijn …
Voor het eerst in ruim een maand is er afgelopen nacht en vanmorgen eindelijk weer eens regen van betekenis gevallen. Op dit moment zit er 10 mm in de regenmeter, en daar zal vandaag en morgen nog wel wat bij komen. Dat kan allemaal helemaal geen kwaad, want landbouw en natuur waren hard aan wat vocht toe.
Nu nog wat hogere temperaturen, want daar zijn me zijn allen ook hard aan toe na een erg koude maart. En dat terwijl maart zo veelbelovend van start ging. Na een paar grijze dagen met ’s nachts lichte vorst liepen de maximumtemperaturen op 5 en 6 maart op tot ruim 15 graden, in het zuiden van het land werd het zelfs ruim 18 ºC. Samen met mijn fotomaatje heb ik op 6 maart dan ook voor het eerst dit jaar lekker in de buitenlucht in het rietland zitten lunchen …
Daarmee hadden we de warmte meteen gehad voor de rest van de maand. De temperaturen daalden pijlsnel naar waarden die veel meer aan winter deden denken dan aan voorjaar. In totaal heb ik 25 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C) kunnen noteren, normaal zijn dat er in maart ca. 9. Wat vrijwel nooit voorkomt in maart, zijn ijsdagen (dagen waarop de maximumtemperatuur niet boven het vriespunt komt), in de afgelopen maand deed dit fenomeen zich tweemaal voor …
Door de krachtige tot stormachtige oostenwind was het vooral voor het gevoel bijzonder koud. Tussen 22 en 26 maart lagen de gevoelstemperaturen ook overdag veelal tussen -10 en -15 graden, waarden die eind maart zelden voorkomen. De laagste werkelijk gemeten temperatuur was -13,3 graden op 13 maart in het Limburgse Ell. In ons tuintje was de laagste temperatuur in maart -6,4 °C …
Volgens het KNMI is maart sinds 1987 niet zo koud geweest. De laatste decade was de koudste in ruim honderd jaar sinds de meetgegevens bekend zijn. In De Bilt kwam de gemiddelde temperatuur uit op 2,5 °C, tegen normaal over de periode 1971-2000 ca. 5,8 °C. In ons tuintje was het in maart gemiddeld 1,0 °C tegen normaal ca. 5,0 graden. Kortom: ons gevoel heeft ons niet bedrogen, het was ècht koud in maart. Kijk maar eens naar de gemiddelde maarttemperaturen in ons tuintje sinds 2003 …
Behalve koud was maart ook droog. Normaal valt er in maart ca. 60 mm neerslag, in de afgelopen maand viel er slecht 25 mm, waarvan de helft op één dag viel. Zaterdag 9 maart was een gedenkwaardige dag, in het hele land regende het zonder onderbreking 24 uur aaneen. Niet eerder, sinds het begin van deze metingen in 1930, heeft het zo langdurig geregend volgens het KNMI. De weinige neerslag die er in de rest van de maand viel, viel meestal in de vorm van sneeuw of natte sneeuw. Op 11 en 12 maart viel in het zuiden van het land plaatselijk zo’n 15 cm. Dat bleef ons in het noorden gelukkig bespaard …
Het meest opmerkelijke beeld van de afgelopen maand vond ik toch wel de bevroren vlakte van de Leijen. Op 26 maart was het meer voor de tweede keer dit jaar bevroren zo ver het oog reikte …
Het was één van die dagen waarop een ijskoude noordoostenwind over de vlakte blies, met gevoelstemperaturen van -10 tot -15 graden tot gevolg. Lang hielden mijn fotomaatje en ik het dan ook niet uit bij het prieeltje aan de westkant van de Leijen, de temperaturen van 5 en 6 maart liggen ons toch beter …
Was het dan alleen maar kommer en kwel in maart? Nee hoor, voor het eerst sinds jaren zaten er in de afgelopen weken regelmatig wat sijsjes in ons tuintje. Bij gebrek aan vrolijke voorjaarsbloeiers gaven zij de maand hier voor een belangrijk deel kleur, daarom morgen nog wat sijsjes tegen een vriendelijk blauwe lucht in de hazelaar …
Vandaag stond er weer een fotokuierje met mijn fotomaatje op het programma. Nadat we onder het genot van een kop koffie hadden bijgepraat en overleg hadden gehad over locatie en onderwerp, tuften we aan het eind van de ochtend naar de westkant van de Leijen bij De Tike. Ik had gehoopt dat we daar misschien wat door wind, water en vorst gecreëerde ijzige kunstwerkjes in de rietkraag konden fotograferen …
Nadat we bij Doktersheide (kaartje Google Maps) de auto achter ons hadden gelaten, zei ik tegen Jetske, dat het me alleszins meeviel met de wind en de temperatuur. Dat het voorjaar ook hier nog niet had toegeslagen, was echter al snel duidelijk, de vaart naar de Leijen lag bijna helemaal dicht met een mooi laagje ijs …
Toen we even later over het laatste stuk van het vlonderpad naar het prieeltje op de oever van de Leijen liepen, kregen we de volle laag van de recht van voren komende oostenwind. Op dat moment begon de gevoelstemperatuur al snel te dalen …
Van ijzige kunstwerkjes in de rietkraag was geen sprake. Tot mijn niet geringe verbazing zagen we dat het meer vrijwel helemaal bevroren was. Zo ver het oog reikte strekte zich een groezelige ijsplaat over de Leijen uit, ook het eilandje dat voor het prieeltje in het meer ligt was weer geheel ingesloten door ijs …
Heel apart om dit beeld hier op 26 maart aan te treffen. Op 17 januari zag ik hier een eerste schaatser over een toen veel mooiere ijsvloer glijden, die was toen voor mijn gevoel aan de vroege kant. Het was wel aardig geweest om hier nu een extreem late schaatser aan te treffen, maar dat zat er toch niet in, en laten we hopen dat het er ook niet meer van komt …
Erg lang hielden we het daar pal op de koude oostenwind niet uit. Aan de onderstaande rietpluimen is goed te zien hoe zeer de wind nog over de vlakte blies. Nadat we allebei de nodige plaatjes hadden geschoten, wisselden we een blik van verstandhouding …, tijd om terug te gaan naar de auto …
Voordat we daar aan toe waren, ontdekte Jetske echter een plekje waar het heerlijk toeven was. In de zon en in de luwte van wat struikgewas hebben we nog een tijdje heerlijk zitten kletsen en genieten van de zon. Op zo’n plekje uit de wind merk je dan ineens hoeveel kracht de zon alweer heeft, en dan krijgt het begrip windchillfactor ook ineens echt betekenis …
Helemaal bijgekomen van de kou aan de rand van de ijsvlakte vervolgden we een kwartiertje later met een tevreden gevoel onze weg naar de auto.