Onze helleborus, die in een pot op één van de terrastafeltjes staat, bloeit al een tijdlang uitbundig …
Afgelopen week ben ik op een zonnig moment eens bij dat tafeltje met de helleborus gaan zitten om wat macrofoto’s te maken van de bloemen …
Na enige tijd zag ik bij één van de bloemen iets bewegen. Door er wat verder op in te zoomen werd al snel duidelijk dat er een kleine kudde bladluizen liep te grazen …
Op weg terug van de vogelkijkhut naar de auto hoorde ik iets verderop met korte stoten het geronk van een motorzaag. Bijna terug bij het pad kon ik ook mannenstemmen horen …
Een aantal vrijwilligers en een betaalde kracht van de Friese natuurbeschermingsorganisatie ‘It Fryske Gea’ waren een stukje verderop bezig met het knotten van de wilgen daar. Nadat ze eerder de wilgen langs het pad al onder handen hadden genomen, waren nu de wilgen in het rietland aan de andere kant van de sloot kennelijk aan de beurt …
Dus denk bij het passeren van zo’n oude knotwilg niet dat het maar een oude dode boom is, waarvan de gaten als prullenbak bedoeld zijn. Nee, die voor ons landschap zo kenmerkende oude knotwilgen zijn in de loop der jaren vaak met zorg gevormd in een hechte samenwerking van moeder natuur en een legertje hardwerkende krasse knarren …
Waar zouden we zijn zonder alle actieve vrijwilligers?
Ik vrees dat er zeer grote problemen zouden ontstaan op het vlak van natuur, cultuur, sport, verenigingswerk, zorg & welzijn, politiek, wijk- en buurtwerk, sociale hulpverlening, onderwijs & scholing. Ik durf de stelling wel aan dat onze samenleving goeddeels in zou storten zonder vrijwilligerswerk.
De week begon hier weer bewolkt en grijs. De plas rond de grote vogelkijkhut in de Jan Durkspolder was maandagochtend voor een groot deel bedekt met honderden smienten, die rustig op de kleine golfjes lagen te dobberen. Het was te donker om hun kleuren goed te kunnen bekijken, maar ze lieten hun kenmerkende fluittoon wel een paar maal mooi over het water klinken …
Aan de oostkant van de hut hadden een paar bergeenden het plekje van de onrustig wordende ganzen van vorige week ingenomen. Van voorjaarsonrust leek bij hen nog geen sprake te zijn. Ze zaten rustig hun verendek te verzorgen en wat om zich heen te kijken. Een passerende slobeend leek er het zijne van te denken …
Op 9 februari lag er ’s ochtends tegen twaalven nog een laagje ijs in de vijver. Dat was voor meneer Merel, die even in bad wilde, een lelijke tegenvaller. Twee jaar geleden was ik er getuige van, dat er eind februari een konvooi met twee ijsbrekers nodig was om de scheepvaart op het Prinses Margrietkanaal gaande te houden. Deze kleine merel stond er alleen voor om het ijs te breken …
Al die tijd stond ik met de camera op het statief op nauwelijks 3 meter afstand van de merel aan de andere kant van de vijver. Hij ging rustig zijn gang en liet daarbij mij mijn eigen ding doen …
Met merels die zoveel vertrouwen in me hebben, ga ik ervan uit dat we ook dit voorjaar weer jonge merels in de tuin mogen begroeten.
Terwijl ik vorige week donderdag rond het middaguur nog wat foto’s van het smeltende ijs in de vijver stond te maken, hoorde ik plotseling geritsel in het bladerdek in de tuin …
Toen ik opkeek in de richting van het geluid, zag ik dat een merel een meter of drie verderop naarstig op zoek was naar wormen of insecten onder de bladeren …
Een tijdlang scharrelde de vogel daar wat rond, daarna liep hij om een grote pol siergras heen in de richting van de vijver. Even leek hij te twijfelen, wat is er met dat water …? leek hij te denken …
Een moment later liep hij toch nog een stukje verder en ging op de kei in het water staan. Gelukkig stond al die tijd mijn camera al op het statief …
Met ganzen die elkaar het hof maakten en een ooievaar die parmantig door een weiland stapte, leek vorige week maandag het voorjaar even in de lucht te hangen …
Op de dagen daarna lag er echter weer een fragiel laagje ijs op de vijver in de tuin. Dat leverde me al snel weer een serie abstracte ijscreaties op. Van echte kou was geen sprake, en dat was ook goed te zien aan het dagelijks weer wegsmeltende ijs …
Op donderdag werd ik aan de rand van het ijs verrast door een merel, maar dat is voor morgen …
Zoals de grote zilverreiger in de Jan Durkspolder zijn kostje bijeen gaarde met vissen, was de eerste ooievaar die ik dit jaar zag, een kilometer verderop op zijn manier ook bezig om zijn maaltje bijeen te scharrelen …
Parmantig stapte hij een stuk door het weiland. Even later liep hij voorover gebogen verder. Met scherpe blik tastte hij het grasland af op zoek naar lekkers …
Zo nu en dan prikte hij even snel en fel met zijn scherpe snavel in de grond. Een vette hap heb ik hem niet zien vangen, maar omdat ik al snel in de weg stond en ruimte moest maken, heb ik hem niet lang kunnen observeren …