Pas uitgeslopen libellen

Vandaag even wat foto’s uit de oude doos. Maandag had Bushcrafter een paar foto’s van de larvehuid van een uitgeslopen libel op zijn blog staan. Omdat dit een nieuw fenomeen voor hem was, heb ik even wat foto’s opgezocht uit mei 2008.

Jetske en ik – ja, zo lang en nog langer gaan wij als fotomaatjes door het leven – waren die dag samen in het Weinterper Skar op pad. Daar vonden we bij de dobbe een paar libellen die echt nog maar net waren uitgeslopen …

De meeste soorten libellen leven hooguit een paar maanden als volwassen insect. Voordat de libel zo’n mooi gevleugeld insect is, leeft hij eerst geruime tijd onder water als larve. Bij sommige soorten duurt dat stadium één tot twee jaar, bij andere soorten kan het wel vijf jaar duren. Al die tijd vervelt hij verschillende keren en gaat de larve als een geduchte jager en vreetmachine door het leven. Hij lust zo ongeveer alles van zoetwaterpissebedden en dikkopjes tot kleine stekelbaarsjes. Tegen het eind van de larvetijd kruipt hij omhoog langs een water- of oeverplant …

Als de larve een geschikte uitsluipplek heeft gevonden, houdt hij zich stevig vast en vervelt voor de laatste keer. De huid van kop en borststuk barsten open en heel langzaam komt de volwassen libel eruit. Wanneer kop, borststuk en poten eruit zijn, grijpt de libel zich vast en trekt zijn achterlijf uit de larvenhuid …

Als de libel uit de larvehuid is gekropen, pompt hij zijn achterlijf en vleugels op. Daarna moeten de vleugels nog drogen en uitharden, dat kan nog enige tijd duren. Uiteindelijk kiest de libel het luchtruim, waarna hij enkele weken of een paar maanden door het leven gaat als een geduchte vliegende jager …

We vonden die dag een paar verschillende soorten uitsluipende libellen. Op de eerste 4 foto’s is de smaragdlibel te zien, op de 5-delige serie hierboven staat een viervlek libel. Wil je alles weten over het uitsluipen, dan kun je hier terecht: de levenscyclus van libellen.

Kortom: het was een topdag voor het laag-bij-de-grondse werk. Dat kon toen nog. Tegenwoordig waag ik me daar maar zelden meer aan. Zo diep als Jetske ben ik dankzij het kantelbare schermpje van mijn camera nooit hoeven gaan. Door de knieën zakken lukt nu ook nog wel, maar ik moet vervolgens ook weer omhoog, en dat wordt met de week moeilijker. Gelukkig heb ik de foto’s nog …

Foeragerende ooievaars in de wei

Gisteren vertelde ik hier al, dat ik op weg terug naar huis langs een weiland kwam, waar een tiental ooievaars liepen te foerageren. Dit is geen uitzonderlijk beeld in deze contreien, want onder andere bij Beetsterzwaag en bij Earnewâld zijn talloze ooievaarsnesten te vinden …

Ook de ooievaar die over kwam vliegen, toen ik een uurtje daarvoor in het Weinterper Skar op het bankje zat, was waarschijnlijk naar dit weiland onderweg. Best kans dat hij nu ergens tussen de andere ooievaars stond …

Gelukkig liepen er dichter bij ook een paar ooievaars. Ik zocht een plekje waar ik ze – niet gehinderd door het struikgewas langs de weg – kon portretteren, terwijl ze zij aan zij door het weiland liepen. Nu eens ving de één een klein hapje, dan weer de ander …

Nog wat bloemen en beestjes

Nadat ik enige tijd lekker op het bankje in het Weinterper Skar had gezeten, scharrelde ik langzaam terug naar de parkeerplaats, terwijl ik hier en daar nog wat foto’s maakte. Behalve de brede orchis en de echte koekoeksbloem heb ik ook nog een exemplaar van de grote ratelaar kunnen kieken …

Op het pad naar de parkeerplaats was een kleine kikker onderweg van het bos naar het water. Nadat ik ook die had vereeuwigd, heb ik even de stap erin gezet, want mijn onderdanen begonnen intussen voorzichtig protest aan te kondigen …

Korte tijd later reed ik onderweg naar huis langs een weiland waar een tiental ooievaars aan het foerageren was. De meesten liepen vrij ver weg, maar er scharrelden ook een paar ooievaars dicht achter het struikgewas langs de weg. Morgen nog wat foto’s van dit tweetal …

Naar de orchideeën in It Skar

Tussen bewolkte en regenachtige dagen door heb ik in mei toch een aantal keren kunnen profiteren van veel betere omstandigheden. Zo heb ik op een mooie dag een fotokuier gemaakt in het Weinterper Skar om op zoek te gaan naar de brede orchis …

Al zo lang ik blog, en dat is toch al een jaar of 18, kom ik regelmatig in het kleine natuurgebied het Weinterper Skar ten zuidoosten van Drachten. Vooral in mei en juni is het er dankzij de brede orchis en vele andere plantensoorten vaak erg mooi. Af en toe een foto makend, scharrelde ik naar het eerste Afanja-bankje. Terwijl ik daar van het uitzicht genoot, vloog er een ooievaar over …

– morgen meer …

Moeraskartelblad en meer moois

Afgelopen vrijdag zijn Jetske en ik weer samen op pad geweest. Drachten was ditmaal de uitvalsbasis. We waren het er al snel over eens dat het maar weer eens een weidevogeldagje moest worden. Maar ik stelde wel voor om eerst even een kijkje te nemen in het Weinterper Skar …

Dat er het nodige vocht in het gebied is opgeslagen, was goed te zien aan de slenk waar het kristalheldere water vlot doorheen stroomde …

Er groeide een grote hoeveelheid rode planten met lange stelen en kleine roze bloemetjes. Jetske pakte Obsidentify erbij om uitsluitsel te krijgen over de naam van de plant. Het blijkt te gaan om moeraskartelblad, waarschijnlijk een ver familielid zijn van het hier al langer bekende en veel kleinere heidekartelblad

We liepen in de richting van het blauwgrasland langs het noord-zuid pad. Daar hoopten we al een enkele vroege brede orchis te vinden, maar dat was wat optimistisch gedacht. We liepen een stukje in zuidelijke richting naar het alweer van afstand lonkende ‘Afanja-bankje’ …

Terwijl ik mijn onderdanen even rust gaf op het bankje, scharrelde Jetske rond met de ‘Merlin Bird app’ om te kijken of er nog interessante vogeltjes te horen waren. Dat leek nogal tegen te vallen, maar er vloog wel een ooievaar in glijvlucht over ons heen …

Op weg terug naar de auto zagen we nog een vlinder. Fladderen even dachten we dat het een witje was, maar Jetske zal al gauw dat het een oranjetipje was. Het beestje streek neer op een paardenbloem en bleef daar net lang genoeg zitten om ons beide een paar foto’s te laten maken …

Schoorvoetend naderende schapen

Na het eerste deel van mijn fotokuier nestelde ik me op het bankje bij het middelste vennetje in het Weinterper Skar. Het water lag erbij als een spiegel. Als onderdeel van de poëzieroute die door het gebied loopt, staat er aan de rand van het vennetje een bordje met daarop het gedicht ‘Aan een vijver’ van Rutger Kopland …

Intussen hoorde ik hoe er in de verte cijfers werden opgenoemd. De schapen waren kennelijk samengedreven om te ze kunnen controleren en inventariseren. Toen de hekken enige tijd later werd opengezet, kwam de kleine kudde schoorvoetend dichterbij. Ze vertrouwden me duidelijk niet en verzonnen een list. Door de droge greppel en over de daarachter liggende wal langs de boskant liepen ze zekerheidshalve met een wijde boog om me heen …

Terwijl grijze wolken intussen langzaam weer de overhand kregen in de lucht, begaf ik me op weg terug naar de auto. Bijna op de helft heb ik bij het zuidelijke ven nog even weer halt gehouden om nog even te genieten van het roerloze wateroppervlak. Een kwartiertje later was ik terug bij de auto. Blij toe, want langer had deze kuier ook niet moeten zijn …

Vreemd volk in it Skar

Aan het eind van het eerste, wel erg korte flitswintertje, neem ik jullie weer mee naar vorige week dinsdag. Het leek een mooie, licht bewolkte dag te worden. Na de koffie ben ik op pad gegaan en heb ik gewapend met mijn trekkingstokken voor het eerst sinds langere tijd weer eens een fotokuier gemaakt aan de zuidkant van het Weinterper Skar (Google Maps). Al terwijl ik over het fietspad liep, zag ik vreemd volk door het woeste heideland aan de kant van de N381 lopen …

Terwijl ik even later het fietspad verliet om over het zandpad het gebied in te lopen, verdwenen ze in het bosje iets verderop in het Weinterper Skar in. Halverwege het meest zuidelijke ven klom ik even over de wal tussen pad en ven om even aan de waterkant te kijken. Het wateroppervlak lag er als een spiegel bij.

Er stond water genoeg, ook verderop in het heideland links van het pad was het erg nat. Aan de rechterkant van het pad trof ik nog een spannende scène aan. Nadat ik daar met een wijde boog omheen was gelopen, kreeg ik het bankje tussen de twee vennetjes in zicht. Daarmee had ik mijn doel voor die dag bereikt. Daar begon het me ook te dagen wat voor volk er door het land struinde. Maar dat is voor later …