Watersnippen en een sperwer

Het was weer een bijzonder uurtje in de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Het was er druk, maar wel gezellig druk. De sfeer werd voor een belangrijk deel bepaald door een (echt)paar vogelaars, die ieder vogeltje zagen vliegen of lopen. En dat niet alleen, ze konden ze ook allemaal op naam brengen …


Zo zagen ze op een bepaald moment aan de westkant van de hut een aantal vogels zitten, waar ik alleen maar groen zag. Ik heb geruime tijd moeten zoeken en turen, pas toen ze wat meer uit het groen tevoorschijn kwamen, zag ik drie watersnippen zitten. Want dat bleken het te zijn, watersnippen en geen grutto’s. Maar eerlijk is eerlijk, die fout zou ik mogelijk ook gemaakt hebben zonder de deskundigen aan mijn zijde …

Want deskundig was dit stel zeker, en ze werkten perfect samen. Wanneer de één op grote afstand iets zag, wist de ander op basis van enkele simpele aanwijzingen de vogel vaak al heel snel te lokaliseren en te herkennen. En niet alleen dat, ze deelden hun waarnemingen ook steeds met de andere aanwezigen in de hut. Zij wezen ons ook op de goed gecamoufleerde watersnippen dicht bij de hut. Een van de watersnippen die zo mooi bij de stronken zaten, maakte na verloop van tijd een klein uitstapje om een stukje verderop te gaan foerageren …

De finale van de vogelshow werd die dag verzorgd door een sperwer, die neerstreek aan de westkant van de hut waar eerder de drie watersnippen zaten. Ik kan het me verbeelden, maar ik kreeg sterk de indruk dat hij wat beteuterd om zich heen keek, alsof hij zich afvroeg waar zijn lunch was gebleven. Sneu of niet, ik was er wel blij mee, want mijn eerste en laatste foto’s van een sperwer dateerden van maart 2012. Dat waren overigens wel bijzondere foto’s, want die sperwer zat in de hazelaar in onze tuin …

Ik sluit dit hoofdstuk af met een waarneming, die ik die middag helemaal zelf heb gedaan: een sprinkhaan – waarschijnlijk een boomsprinkhaan – die op één van de neerklapbare luikjes zat. Misschien wat minder spectaculair dan de watersnippen en de sperwer, maar daarom niet minder mooi. En bedenk hierbij ook: ‘wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd …’

Grillige stronken en …

Anderhalve week nadat ik bij de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder een paar grillige stronken aan de waterkant had gefotografeerd was ik er weer, ditmaal weer met Jetske. Het was wisselend bewolkt weer. Zon, wind en wolken zorgen samen voor een mooi lichtspel op het water …


Veel meer was er op dat moment ook niet te zien aan de kant van de hut waar ik zat. Daar kwam verandering in, toen Jetske me even later bij zich riep. Zij zat aan de andere kant van de hut en wees naar de stronken, die daar lagen. “Ja, die heb ik vorige week al gezien,” zei ik lachend …


“Ja, maar zie je wel wat er bij die stronken zit ..?” vervolgde ze. Toen ik nog eens keek, zag ik pas wat ze bedoelde …

Pas als je klikt, zie je het echt goed. 🙂

  • morgen meer

Nazomer in de Ecokathedraal (2)

Na een korte pauze op ‘de Tempelberg‘ zette ik mijn tocht door de Ecokathedraal voort. Om te beginnen ben ik via de trap tussen de twee muren afgedaald naar een niveautje lager …


Dat ik daar meteen weer op een andere tempel stuitte, is bijna onontkoombaar in de Ecokathedraal. Terug op de begane bosbodem ben ik nog even doorgelopen naar het atelier van Louis le Roy. Daarmee had ik mijn grens weer bereikt voor die dag, tijd om terug te gaan. Op weg terug naar de uitgang heb ik nog even een paar foto’s gemaakt van de uitgebloeide kaardenbol en de pas verschenen rozerode zaaddoosjes van de kardinaalsmuts …

In tegenstelling tot op de heenweg ben ik nu weer gewoon onder de machtige ‘Porta Celi’ door gelopen. Voordat ik daar aan toe was, zag ik het zithoekje al lonkend aan de andere kant van de poort staan. Ik heb deze korte rondgang door het voorste deel van de Ecokathedraal afgesloten op het bruine bankje van de zithoek in het voorportaal. Dat zithoekje heeft zijn beste tijd overigens gehad, dakpannen leken als kussens over het gebroken latje te zijn gelegd …

Pootjebadende kieviten

Nadat ik de laatste restanten van de jeugdsoos had gefotografeerd, ben ik even doorgereden naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Er stond een groepje kieviten op het drooggevallen stuk aan het eind van de strook met gele lissen scheef voor de hut …

Recht voor de hut stonden nog meer kievieten en een aantal ganzen in het ondiepe water. Je kunt ze momenteel ook aantreffen in weilanden waar ze zich verzamelen voor de trek naar het zuiden …

Omdat er op dat moment verder weinig te zien was, heb ik mijn bezoekje aan de Jan Durkspolder afgesloten met een paar foto’s van deze verweerde stronken vlak naast de hut. Wat ik toen nog niet wist, is dat die stronken bij een volgend bezoek aan de Jan Durkspolder een belangrijke rol zouden spelen …

Een ode aan de wolf

Gisteren vertelde ik al, dat ik het ‘hartfilmpje’ had gevonden op het oude, adellijke landgoed van de familie Van Boelens in Olterterp. Het originele landhuis is in 1907 vervangen door het huidige optrekje. Tegenwoordig heeft de provinciale natuurbeschermingsorganisatie It Fryske Gea haar hoofdkwartier in dit stijlvolle landhuis, dat ook in een prachtige parktuin ligt …

Het ‘préhistorische hartfilmpje’ was in werkelijkheid een stenen kunstwerk van de Drachtster beeldhouwer Anne Woudwijk. Woudwijk was kennelijk al enige tijd bezig met de (terugkeer van) de wolf naar ons land, voordat daar echt sprake van was. De titel van het kunstwerk is ‘Wanneer de maan het landschap verandert, huilen de wolven’. Samen met nog twee andere kunstwerken, die Park Huize Olterterp in één rechte lijn verbinden met de natuurgebieden het Ketliker Skar en de Lendevallei vormt het een ‘Ode aan de wolf’...

Het tweede kunstwerk uit deze serie heb ik in 2003 al eens gefotografeerd in het Ketliker Skar, toen ik er toevallig langs kwam. Eigenlijk zou ik die plek nog eens weer moeten opzoeken. Op de rechterhelft van dit monument is een roedel om elkaar heen draaien wolven te zien. De linkerhelft vraagt om nader onderzoek. Maar ik heb geen idee van de exacte locatie, dus het is maar de vraag of het nog wel bereikbaar is voor mij. …

De locatie van het derde deel van deze ‘Ode aan de wolf’ heb ik intussen gevonden. Dat ligt in Jetskes’ rayon, dus daarover moeten we nog maar eens in overleg. Morgen eerst een tweede spoor waar ik door het weerzien met het ‘hartfimpje’ op werd gezet.

Een teek en wat pluis

Aan vers fotomateriaal wordt hier momenteel gewerkt, maar dat gaat maar mondjesmaat de laatste tijd. Binnenkort meer daarover, vandaag eerst nog maar een paar plaatjes uit het archief.

Deze foto’s heb ik gemaakt in september 2008. Het was een saaie, wat grijze herfstdag, waarop ik één van mijn toen nog dagelijkse fotokuiertjes maakte in het Weinterper Skar. De dagen konden indertijd niet saai genoeg zijn of ik kwam wel met een aantal foto’s thuis. Zo ook die dag …

Tijdens een korte rookpauze op het bankje tussen de twee vennetjes (Google Maps) ten zuiden van de toenmalige Nije Heawei zag ik tegenover het bankje een pluisje wapperen in de wind. Nadat ik de eerste foto had gemaakt, verscheen er plotseling nog wat meer beweging in beeld dan alleen het spel van de wind met het wapperende pluis. Een teek liet zich afzakken naar het pluizige spul. Nog voordat ik een derde foto kon maken, kreeg een windvlaag vat op het pluis, dat met teek en al werd weggeblazen …

Klikken om te vergroten mag ook vandaag …

Pronkende pantserjuffer

Deze pantserjuffer, een houtpantserjuffer om wat preciezer zijn, streek eind augustus op één van de warmste dagen op een geopend zaaddoosje van de blauwe iris neer. Daar ging hij mooi in de zon zitten pronken …

Klikken om te vergroten is toegestaan