In onze omgeving een stuk minder bijzonder dan de tapuit, scharrelde nauwelijks honderd meter verderop aan de overkant van de weg een ooievaar rond …
Ik stop dan ook niet voor iedere ooievaar om er foto’s van te maken, maar dit exemplaar had iets over zich wat hem de moeite waard maakte. Kijk maar eens naar de prachtige pose, die hij voor me aannam …
En het werd nog mooier, toen hij even later een slootje overstak en vervolgens zijn weg tussen de paardenbloemen voortzette, terwijl de zon flauwtjes probeerde door te breken …
Terwijl ik het weiland met paardenbloemen in de verte aan het fotograferen was, vloog er op een bepaald moment een klein vogeltje voor me langs. Vanuit een ooghoek zag ik dat hij op een dampaal iets verderop landde. Meteen zette ik de achtervolging in, waarna ik mijn camera op hem richtte …
Zodra ik hem in de zoeker had, meende ik hem te herkennen. Het leek een tapuit te zijn (heidehipper in het Fries), en daarmee had ik weer eens een primeurtje. Ik heb het nog even nagekeken, tot dat moment had ik – voor zover bekend – 85 vogelsoorten in mijn fotoarchief. De tapuit is dus nr. 86. Nadat ik twee foto’s van de tapuit op die grote dampaal had gemaakt, leek hij het welletjes te vinden en vloog hij naar een hek een stukje verderop …
De tapuit staat sinds 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Het is een kleine insectenetende zangvogel, die zich bij voorkeur ophoudt in heidegebieden, duinen en zandverstuivingen. Hier tussen de weilanden leek hij me niet direct op zijn plek, maar mogelijk houdt hij zich normaal gesproken op bij de zandwinput op een flinke steenworp afstand …
Hoe dan ook, ik was en ben blij met de foto’s die ik van deze sterk bedreigde vogel heb kunnen maken …
Bollenvelden hebben we in de buurt van Drachten niet. Daarvoor moet ik naar de Noordoostpolder of naar het noorden van de provincie, waar hier en daar ook nog wel eens een veldje te vinden is …
Maar als jij onder juiste omstandigheden ergens rondom Drachten door de weilanden rijdt, kun je toch hier en daar de indruk krijgen in de verte een veld narcissen of gele tulpen te zien …
Maar dichterbij gekomen blijkt het dan toch niet te gaan om tulpen of narcissen, maar om paardenbloemen. En laat dat in mijn optiek nu net één van de meest onderwaardeerde bloemen zijn …
Hoe mooi een paardenbloem is, zie je pas door een macrolens, zoals op de foto hier rechtsboven. En zelfs als hij uitgebloeid is, is het één en al schoonheid …
Dinsdag ben ik weer eens naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ op de oever van het meertje de Leijen gewandeld. De laatste keer was half februari, toen er nog een laagje ijs en sneeuw op de Leijen lag …
Het was er nu weer een stuk aangenamer en groener dan in februari. Terwijl het in de winter gemaaide riet alweer mooi groen kleurde, lag er naast het pad een vergeten bosje riet weg te kwijnen …
Vanuit de vogelkijkhut viel niet veel te zien. Bij het boomeilandje lang een vissersbootje afgemeerd en er vloog een paar maal een zwarte stern (blaustirns in het Fries) voorbij, dat had ik al snel bekeken …
Vanaf de andere kant van de hut hoorde ik op dat moment ergens vanuit het riet verschillende keren de ‘misthoorn’ van de roerdomp klinken. En dus heb ik aan de andere kant een luikje geopend, maar hoezeer ik ook in het rond spiedde wanneer hij zich liet horen, hij liet zich niet zien …
Dat deden een paar teruggekeerde boerenzwaluwen wel. Terwijl ik de roerdomp zocht, hoorde ik achter me plotseling het geruis van vleugeltjes en het kenmerkende gepiep van de zwaluwen (sweltjes in het Fries). Het was duidelijk dat ze graag de hut in wilden, om op de gebruikelijke plek een nestje te bouwen, maar dat ze problemen hadden met die grote gedaante van ondergetekende …
Omdat de roerdomp zich niet liet spotten en omdat er verder ook niet veel te beleven viel, besloot ik me terug te trekken uit de hut, zodat de zwaluwen rust en ruimte hadden om hun werkzaamheden uit te voeren …
Onderweg naar de auto heb ik nog een poging gedaan om een rietzanger aan de andere kant van de vaart te kieken, maar ik was veel te traag. Zodra ik hem in de kieker had, schoof de rakker steeds weer een stukje op. Maakt niet uit, de aanblik van de zwaluwen en het geluid van de roerdomp hadden mijn dag voldoende kleur gegeven …
Water is een voorwaarde voor leven. En water brengt ook altijd extra leven in onze tuin. Vorige week zag ik b.v. een pimpelmeesje dat zich even kwam opfrissen in het pierenbadje achter de vijver …
Nadat we zaterdagavond laat wandelende salamanders hadden aangetroffen op de keukendeur en op het terras, kreeg ik zondag aan het eind van de middag een kansje om voor het eerst dit jaar een foto van een salamander in de vijver te maken …
Het moet gezegd, buurvrouw heeft een mooie prunus in de tuin. Onlangs heb ik al eens getoond hoe mooi de volle roze bloesems soms afgetekend staat tegen een helderblauwe lucht. Maar ook onder een dreigende grijze lucht zoals vandaag mag hij gezien worden …
Hij heeft alleen één klein nadeeltje, zodra de bloei over haar hoogtepunt heen is, laten de bloemblaadjes los. En daarvan zijn er heel veel, en dat is vooral bij zuidwestelijke wind tamelijk vervelend. Vanmorgen waren de tuin en de vijver bedekt met roze bloemblaadjes van de prunus en hier en daar een geel blaadje van de dotterbloem …
Maar ach, de temperatuur ligt boven de 15°C en dat maakt het buitenleven alweer een stukje aangenamer. Het vegen van de tuin en het voorzichtig opvissen van de bloemblaadjes beschouw ik maar als mijn sportschool …
Tot nu toe heb ik dit voorjaar in de vijver nog maar één keer een salamander gezien. Maar met de lage temperaturen heb ik ook nog niet zo vaak lekker aan de kant gezeten. En voor de salamanders zal de lage watertemperatuur ook niet echt een pretje zijn, lijkt me …
Sterker nog, ik verdenk ze ervan, dat ze op zoek naar warmte het water ontvluchten. Daar deed de scène van gisteren in ieder geval sterk aan denken. Nadat Aafje gisteravond laat nog even buiten was geweest om iets in de afvalcontainer te gooien, riep ze me naar de bijkeuken. ‘Kijk nou eens,” zei ze …
Op de buitenkant van de deur was een salamander bezig met een steile wandwandeling. Blijkbaar hebben die beestjes flinke zuignapjes onder hun poten. Op het terras zag ik er later ook nog eentje zitten. Ik mag ’s avonds in de tuin wel gaan opletten waar ik loop …