Passage van de Pijpbrug

Nadat de mast was gestreken, werden op de Sterke Jerke de trossen los gegooid om onder de Pijpbrug door te varen. Door hun tactisch gekozen ligplaats was de vaarweg tijdens het strijken van de mast geblokkeerd voor de andere skûtsjes en de pramen. Zij sloten aan nadat de Sterke Jerke de draai naar stuurboord had gemaakt. Met de nodige voorzichtigheid voeren ze in de richting van de brug. Het zou tenslotte zonde zijn om die harde betonnen rand nog even mee te pakken …

In een langgerekt konvooi werden de boten één voor één met de vaarboom onder de brug door geduwd. Aan de andere kant van de brug zou ’s avonds langs het Moleneind een jaagwedstrijd worden gehouden over een afstand van 700 m. Daar ben ik echter niet meer bij geweest. Net zo min als bij de wedstrijd van zaterdag, waarbij een route langs de dorpen Opeinde, Rottevalle, Smalle Ee, Oudega en De Veenhoop werd gevaren …

Mijn persoonlijke tankje energie was leeg na een actieve eerste week op de Joiny. Ik sluit deze serie af met een paar korte videofragmenten van de wedstrijd op vrijdagmiddag en van de droneshow waarmee de vijfde editie van de Turfrace zaterdagavond werd afgesloten. In die show werd de geschiedenis Drachten en de skûtsjes verbeeld …

Nadat ik de eerste boten onder de brug had zien verdwijnen, ben ik vol gas naar huis gereden. Ik was precies op tijd thuis, terwijl ik de voordeur achter me dicht trok, barstte een felle onweersbui los.

Het strijken van de mast

Terwijl de eerste skûtsjes hun zeilen intussen hadden opgeruimd, voer er door de smalle Drachtstervaart nog steeds een lange stoet van boten van Buitenstvallaat naar de Pijpbrug …

Op de ‘Sterke Jerke’ werd de mast intussen gestreken. De mast is aanzienlijk langer dan het skûtsje. Daarom werd het publiek, dat tot dat moment vlak achter het skûtsje had gestaan, met het oog op de eigen veiligheid vriendelijk, maar dringend verzocht om wat achteruit te gaan …

Om de eerste skûtsjes te zien passeren, reed ik nog even naar boven om de passage vanaf de brug te kunnen bekijken. Intussen begon de lucht vanuit het zuidwesten akelig donker te kleuren …

‘Sterke Jerke’ loopt binnen

Bijna een uur nadat ik hem Buitenstvallaat had zien verlaten, liep het skûtsje de ‘Sterke Jerke’ de nieuwe toeristenhaven bij de Pijpbrug binnen. Er werd gezocht naar de beste ligplaats om de boot klaar te maken voor het laatste deel van de etappe van vandaag …

Nu kwam het op teamwerk aan. Om te kunnen finishen moesten de deelnemers doorvaren naar de Parkhaven in de centrum van Drachten. Daarvoor moest nu eerst de mast worden gestreken om onder de Pijpburg door te kunnen varen …

Ieder bemanningslid weet wat zijn taak is. Het grootzeil werd netjes opgerold rond de giek. Ook de fok werd opgerold, waarna hij benedendeks werd opgeruimd. De schipper maakte zich intussen op om de mast te strijken …

Aankomst bij de Pijpbrug

Van Buitenstvallaat zoefde ik in een klein kwartiertje naar de Pijpbrug bij de nieuwe toeristenhaven ter hoogte van de Zuiderhogeweg. De eerste skûtsjes waren intussen in de verte te zien, maar het zou nog wel even duren, voordat ze hier waren. Ik reed de kade op en vond een mooi plekje met goed zicht op de ruim 2.200 m lange Drachtstervaart. Bankjes stonden er (nog) niet, daarom bleef ik op de Joiny zitten. Dat viel na verloop van tijd nog niet eens mee, want het zadel is om er langere tijd stil op te zitten toch aan de harde kant. Maar niet gemopperd, ik zat tenslotte toch eerste rang …

Wie een strijd met bolle zeilen en scheef hangende skûtsjes verwacht, komt in de smalle wateren rond en in Drachten komt van een koude kermis thuis. Boven de smalle, ruim 2 km lange Drachtstervaart stond vrijwel geen wind, zodat niet er alleen gezeild maar ook geboomd moest worden. Hoewel het geen harde strijd was, was het wel spannend …

De ‘Sterke Jerke’ en de ‘Grutte Pier’ lagen tot vlak voor de ingang naar de toeristenhaven boord aan boord. Uiteindelijk wist de ‘Sterke Jerke’ – slalommend tussen een boot aan de ene wal en een bouwhek aan de andere kant – als eerste de haven binnen te lopen …

Daar konden de bemanningsleden beginnen met de volgende opdracht …

Recht in de lens

Het was koud en donker, toen ik 18 mei rond half elf ’s ochtends de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder binnen stapte. De grote plas lag er verlaten bij, er zaten alleen wat grauwe ganzen die beschutting zochten tussen de gele lissen aan de oostkant van de hut. Het had geen zin om er lang te blijven zitten, want ik voelde mijn benen al snel verstijven …

Ik reed een rondje door de omgeving zonder veel bijzonders te zien. Na enige tijd reed ik over de doodlopende Hooiweg om daar ter hoogte van een dam en een hek een stop te maken, zodat ik even een stukje koek kon eten. Daar kwam ik echter nog niet meteen aan toe. Eerst kreeg ik de nog kans om een paar foto’s te maken van een graspieper, die vanaf een dikke paal aan de rechterkant van de weg even recht in de lens keek …

Niet veel verderop stond korte tijd later links van de weg een grutto op me te wachten. Erg waakzaam en alert was hij niet. Waarschijnlijk waren er nog geen rondscharrelende kuikens in het land, anders was hij wel luid krijsend opgevlogen. Ik vond het prima. De beide paalzitters hadden mijn dag mooi opgefleurd …

De geur van hooi, toen en nu

Maandag hebben Aafje en ik voor het eerst sinds vorig jaar augustus weer eens samen een ritje gemaakt. Aafje op de fiets en ik op de Joiny, het kon nu tenslotte weer. Bij het bruggetje over het Verbindingskanaal ten zuiden van Drachten vroeg ik Aafje om even te stoppen …

Er zijn bruggetjes in de omgeving die een mooier uitzicht bieden, maar hier hoort een kijkje naar beide kanten over het water. Op de zuidelijke oever was een boer aan het werk om het hooi in mooie rijen op het land te leggen, zodat het in de loop van de dag binnen gehaald kan worden …

Toen we er 2,5 uur later op de terug weer langs kwamen, was de boer inderdaad bezig om het hooi van het land te halen. Kennelijk was er een kink in de kabel gekomen, want hij was bovenop de grote balenpers geklommen om een of ander euvel te verhelpen. We bleven even staan om een paar foto’s te maken en de heerlijke hooilucht nog eens op te snuiven. Het is een geur die we allebei van jongs af aan kennen, en die nog altijd een nostalgische heimwee oproept. Ik hoef bij die geur mijn ogen maar even te sluiten, dan ben ik 60 jaar terug in de tijd, toen hooien er nog heel anders uitzag …

‘It rûkt mar wer lekker,’ zei ik, toen de boer even later naar ons toe kwam lopen. ‘Dat kin ek hast net oars no, mei sok moai waar en sa’n prachtich stik lân …,’ antwoordde hij lachend. Hij had moeten kiezen vertelde hij, een vrije dag nemen of tijd in zijn hobby steken. Het was het laatste geworden, want dat was tenslotte hobby en het leverde nog wat geld op ook. We hoefden geen medelijden met hem te hebben, lachte hij. Met airco en stereo muziek aan boord was het goed uit te houden. Gerustgesteld namen we afscheid en ging ieder zijns weegs …

Een fontein op zonne-energie

Van mijn fotomaatje en haar eega kregen we enige tijd geleden een relatiegeschenk in de vorm van een kleine fontein op zonne-energie. Vooral als het zonlicht ’s middags tussen de bladeren door speelt, levert dat een leuk effect op. Een prima plekje voor een rustdag met dit weer …