Op zoek naar insecten

Voordat Jetske en ik elkaar bij de pluizenbollen van de paardenbloemen weer tegen het lijf liepen, tipte zij me over het fluitenkruid langs het pad naar de dobbe. Jetske had daar wat waterjuffers voor de lens gehad …

Die waterjuffers waren kennelijk gevlogen tegen de tijd dat ik daar even rond keek. De mooie witte schermbloemen waren leeg en ze bleven leeg. Helemaal vruchteloos was mijn zoektocht echter niet. Op een bramenstruik zag ik een bloedcicade lopen. De doornen weerhielden me ervan om hem beeldvullend in beeld te krijgen …

Jetske had intussen blijkbaar aan de zuidkant weer wat gevonden. Ze was vast niet voor niks weer in het gras naast het pad neergeknield …

Ik richtte mijn aandacht eerst nog even op een boterbloem met een spuugbeestje. Ik kan er niks aan doen, maar zodra ik het schuim van een spuugbeestje zie, moet ik onwillekeurig denken aan “Het spuugbeestje in de achtertuin van Jan Wolkers”

Omdat ik een spuugbeestje uiteindelijk toch minder interessant vind dan Jan Wolkers, voegde ik me al snel weer bij mijn fotomaatje. Zij bleek druk bezig te zijn om een Sint Jacobsvlinder te portretteren. We zijn gewend om dergelijke vondsten met elkaar te delen, maar zekerheidshalve probeer ik op zo’n moment vaak al een paar foto’s te maken, voordat Jetske plaats voor me maakt. Dat bleek in dit geval maar goed te zijn ook, want amper twee tellen later vloog de bijzondere vlinder op om vrijwel meteen uit beeld te verdwijnen …

In de pluisjes

Terwijl Jetske zich nog enige tijd met de brede orchissen vermaakte, nam ik even plaats op het eerste echte Afanja-bankje langs het pad. Terwijl ik de omgeving nog eens in me opnam, kwam ik opnieuw tot de conclusie dat het tegenwoordig eigenlijk maar een dooie boel was in het Weinterper Skar. Waar je enige jaren geleden de insecten bij wijze van spreken van je af moest slaan, moest je ze tegenwoordig zoeken …

Een loopje naar het begin van het pad leverde dan ook weinig meer op dan wat uitgebloeide paardenbloemen. Omdat je er altijd het beste van moet zien te maken, streek ik even bij een paar pluizenbollen neer …

Ik heb het in de loop der jaren al vaker geschreven, maar ik vind de paardenbloem nog altijd één van de meest ondergewaardeerde bloemen van ons land. Zeker wanneer je er eens goed voor gaat zitten, zijn ze in alle fasen het bekijken waard

Intussen had mijn fotomaatje blijkbaar haar fotosessie met de orchissen afgerond, want terwijl ik geconcentreerd bezig was om wat van de pluisjes te maken, zag ik haar ineens weer in beeld verschijnen …

Plussen en minnen

Het was weer zwaar werk in het Weinterper Skar gisteren. Mogelijk als gevolg van de droogte leken er minder orchissen in bloei te staan dan voorgaande jaren. We moesten ze bijna met een lampje zoeken …

Maar hier en daar wisten we er toch één te vinden. Dankzij diezelfde droogte was het geen probleem om er eens goed voor te gaan liggen in het lange, kruidenrijke gras …

En zo leverden de plussen en minnen van de droogte uiteindelijk toch weer mooie plaatjes op van de brede orchissen die het Weinterper Skar elk voorjaar sieren …

Mijn eerste waterhoen

Zo, we zijn weer een persconferentie verder. Langzaam, maar zeker worden de teugels wat gevierd. Stapje voor stapje komt er meer ruimte om ons leven binnen de anderhalvemetersamenleving op te pakken. “We mogen vertrouwen hebben, maar moeten waakzaam blijven,” aldus onze Premier in Crisistijd. Voor mij persoonlijk betekenen de versoepelingen die in juni ingaan nog geen verruimingen. Maar gelukkig kunnen we hier nog steeds rustig de natuur in, en dat probeer ik ook nog steeds een paar maal per week te doen …

Maandag heb ik weer even een ritje naar de Jan Durkspolder gemaakt. Ook ditmaal was het er weer heerlijk rustig. Er stond zelfs geen auto geparkeerd bij het paadje naar de grote vogelkijkhut. En dus besloot ik voor het eerst sinds het begin van het coronatijdperk maar weer eens in de hut te kijken …

Hoewel het echt een grote hut is, waarin je prima met een man of 4 op anderhalve meter van elkaar kunt zitten, zit ik er momenteel toch liever niet tegelijk met anderen. Het voelde goed om er voor het eerst sinds een paar maanden weer van het vertrouwde uitzicht te genieten …

Ik zat er nog maar net, toen ik links van de hut een zwarte vogel door het water zag stappen. Vermoedelijk een meerkoet, dacht ik, maar toen ik er goed naar keek, zag ik dat het een waterhoen was. En het was niet zomaar een waterhoen … Het klinkt misschien raar, maar in bijna 15 jaar bloggen, was dit het eerste waterhoen dat ik voor de lens kreeg. Een primeur dus …

Tot mijn grote verdriet bleef het beperkt tot één goede foto, want het dier stapte naar de kant en verdween daar tussen gele lissen. ’t Had zo mooi kunnen zijn …

 

Klappertjes in halfzon/halfschaduw

Aafje heeft achter in de tuin nieuwe klappertjes gezaaid …

Onlangs heb ik mijn camera daar eens even op losgelaten …

Na de lunch

Nadat we Sparjebird achter ons hadden gelaten, maakten we – op zoek naar een plekje om onze boterham te eten – een ritje door de omgeving. Dat viel ditmaal nog niet mee. Het was dan wel mooi zonnig weer, maar er stond een koude noordoostelijke wind. En dus moest het een plekje in de zon, en vooral ook in de luwte worden. Na enig zoeken wisten we uiteindelijk toch een mooi en lekker plekje te vinden …

Terwijl ik me na onze eenvoudige lunch nog even lekker uitstrekte op mijn klapstoeltje, duurde het niet lang voordat Jetske haar camera weer ter hand nam. Ook dat is vaak een herkenbaar patroon tijdens onze gezamenlijke fotokuiers. Na het eerste deel van de dag vinden mijn door MS geplaagde benen het vaak wel lekker om wat langer te zitten. Jetske heeft wat minder zit in ’t gat. “Een libel …,” fluisterde ze me toe, terwijl ze naar het struikgewas liep …

En daar geniet ik op zo’n moment dan weer van: lekker zitten en van een afstandje toekijken hoe Jetske met haar macrocamera langs het struikgewas struint. En het mooie is, als ze wat vindt dat voor mij mogelijk ook de moeite loont om even overeind te komen, dan krijg ik steevast een seintje. Zo ook nu …

De libel bleek haar te zijn ontsnapt. Maar Jetske bleek achter de ons beschermende bosjes wel een mooi vennetje te hebben ontdekt. Een vennetje waar twee van mijn minder favoriete watervogels ronddobberden: nijlganzen. In tegenstelling tot hun normale gedrag bleven ze nu eens heerlijk rustig …

Een juffer bij Sparjebird

Aan mijn toppentuursessie kwam een eind, toen ik aan het geklik van haar camera hoorde dat Jetske vlak achter het bankje in de weer was. Dat is meestal het sein dat er weer wat te beleven valt …

Ze bleek een vuurjuffer te hebben ontdekt op een hulstblad. Een mooie combinatie van groen en rood, die me zowaar even aan kerst deed denken …

Toen we even later weer naast elkaar op het bankje zaten en Jetske haar Whatsapp aan het bijwerken was, streek dezelfde waterjuffer op haar hand neer. Dat deed me dan weer denken aan een middag bij Jetske op de camping vorig jaar. Daar werden Aafje en Jetske beurtelings door libellen gebruikt als prettige landingsplaats. En dat vind ik toch een aangenamere associatie dan die aan kerst …

En zo eindigde deze kuier door Speelbos Sparjebird langs een aantal houten dieren uiteindelijk toch nog met een aantal foto’s van een echt beestje. Ik denk, dat er nog wel eens een vervolg komt.   🙂