Vorige week zondag schreef ik hier: “Terwijl de regen ook vandaag weer gestaag tegen de schuifpui klettert, prijs ik me rijk, dat ik nog steeds met veel plezier kan terugblikken op het ritje dat ik dinsdag 17 januari met Johan heb gemaakt. Ik kan nog dagen vooruit, voordat de winter mogelijk opnieuw een speldenprikje komt uitdelen …”
Even afgezien van het feit, dat het genoemde ‘speldenprikje’ wel eens een echt koude (en wat langere) winterperiode zou kunnen worden, komt die voorspelling aardig uit. Ik heb nog zeker voor een dag of drie, vier foto’s van die dinsdag in het archief zitten. Donderdag liet ik hier het lijnenspel zien, dat door een deel van de oeverbescherming aan het oostkant van het Tjeukemeer wordt gevormd. Vandaag zal ik een poging doen om die oeverbescherming wat meer in het landschap in te bedden …
Door de foto’s van boven naar beneden te bekijken, laat je je blik in feite van het zuiden via het westen naar het noorden over het Tjeukemeer glijden …
Rondom wordt het Tjeukemeer op de meeste plaatsen omzoomd met een brede rietkraag. Hier aan de oostkant, waar de golfslag het hevigst is, ligt een scheef aflopend talud met een laag asfalt …
De beschermende rij houten paaltjes voor het talud gaat zowel in zuidelijke als in noordelijke richting door in de vorm van een robuuste stenen dam …
Terwijl de regen ook vandaag weer gestaag tegen de schuifpui klettert, prijs ik me rijk, dat ik nog steeds met veel plezier kan terugblikken op het ritje dat ik dinsdag met Johan heb gemaakt. Ik kan nog dagen vooruit, voordat de winter mogelijk opnieuw een speldenprikje komt uitdelen … 🙂
Nadat we de deur van de vogelkijkhut zo zacht mogelijk achter ons hadden gesloten -en dat valt bij de “Skieregoes” net als bij de meeste vogelkijkhutten nog lang niet mee- liepen we over het pad terug richting parkeerplaats. Onderweg wierp ik nog eenmaal een blik op de hut…
Halverwege het pad vloog een groepje ganzen luid gakkend over. Kijk, die had ik door de smalle kijkgaten in de hut waarschijnlijk weer gemist, maar nu kon ik ze net even vangen in een mooi zacht tegenlicht …
Op de sloot langs het pad lag nog steeds een fragiel laagje ijs …
Waar het ijs was gesmolten, werd het riet weerspiegeld op een zacht rimpelende waterspiegel …
Op de sloot die andere kant van het pad haaks op de eerste sloot loopt, viel bijna geen ijs meer te bespeuren …
Nadat we het Nannewiid achter ons hadden gelaten, waren we al snel bij het eigenlijke doel van ons dagtripje: de ongeveer 7 kilometer verderop gelegen vogelkijkhut ‘de Skieregoes’ in het Easterskar (kaarte Google Maps) bij Rotsterhaule. Het Easterskar is me wel bekend, omdat ik in mijn tienerjaren regelmatig in deze omgeving kwam. De vogelkijkhut is echter nieuw voor me. Johan kende hem wel en wilde hier graag met me naar toe, omdat hij bereikbaar is zonder al te ver te hoeven lopen …
Dat wil echter niet zeggen dat we al snel bij de hut waren. Aan de schaduwkant van het paadje dat naar de hut leidt, lag nog vrij veel rijp op het gras en riet. Een deel van dat schitterende kristalwerk moest eerst natuurlijk nog wel even op de foto worden gezet, want het zou best eens de laatste kans kunnen zijn om dat deze winter te kunnen doen. Verder commentaar lijkt me overbodig, de beelden spreken voor zich …
Er was weinig te beleven op en rond De Leijen gistermiddag. Er zaten een paar aalscholvers op een strekdammetje in de richting van het paviljoen bij Rottevalle en er vloog af en toe een meeuw langs. Meer vogels waren er niet te zien …
Mijn gedachten dwaalden terug naar de vlaggen in het rietland achter me. Waar zouden die toch voor dienen? Voor zover ik weet, zie ik die vlaggen elk jaar eigenlijk alleen hier bij Doktersheide in het riet verschijnen …
Het leek me niet erg waarschijnlijk dat ze dienen als routemarkering voor de rietsnijders, dat ze om de bomen heen moeten rijden, zal ook zonder die vlaggen duidelijk zijn …
Even om het hoekje van het prieeltje gluren … Kijk, daar kwamen de mannen net weer aan. De bak zat nog niet helemaal vol, daarom reden de rietsnijders de zon nogmaals tegemoet …
Omdat het nooit lang meer zou kunnen duren voordat de bak vol was, besloot ik alvast terug te lopen naar de weg. Voetje voor voetje schuifelde ik over het vlonderpad, dat hier en daar nog bedekt was met een verraderlijk laagje ijs …
Toen ik weer vaste, maar nog steeds glibberige grond onder mijn voeten had, maakte ik onderweg nog even een tegenlichtopname van een boom en de steeds donkerder wordende bewolking …
Even later kwam de rupsmaaier me zacht ronkend voorbij. De bak was vol, de 100 bossen riet werden -in afwachting van verder vervoer- in de achteruit naar de weg gebracht …
Bij de weg werden de losse bossen riet bijeengebonden tot een grote rol, die daarna uit de bak werd gekiept. Toen de mannen de bak hadden geleegd, knoopten we even een praatje aan …
Al snel kwam het gesprek op de film over de rietcultuur waar ik aan werk. De interesse van de beide mannen was meteen gewekt, en er ontspon zich een aardig gesprek. Na enige tijd kwamen ook de vlaggen in het rietland ter sprake …
Die vlaggen dienen -zoals Wieneke al vermoedde- als vogelverschrikkers. Om nog wat preciezer te zijn: ze worden -zoals Klaas al dacht- gebruikt om te voorkomen dat grote groepen (kolonies) spreeuwen het riet als rustplaats gebruiken. Hier en daar een vogeltje als de rietzanger of de kleine karekiet in het riet kan geen kwaad, maar als er een grote groep spreeuwen in het rietland neerstrijkt, dan knakt en breekt het riet, dat daarmee zijn waarde verliest …
Zo lang het om niet al te grote groepen spreeuwen gaat, zal er best een afschrikwekkende functie van die vlaggen uit gaan. Maar als honderdduizenden spreeuwen hun avonddans opvoeren en vervolgens een plekje voor de nacht zoeken -zoals dat in het voorjaar van 1994 het geval was bij Jubbega- dan is er geen houden aan … Dan helpen nog geen honderd vlaggen …
Tot slot nog even dit: het spreekt voor zich, dat Klaas als geboren rietsnijder buiten mededinging deelnam. De hoofdprijs -een gratis voettocht rond De Leijen- gaat dan ook naar Wieneke. 🙂
Ook vandaag was de lucht hier een groot deel van de dag weer staalblauw. Alleen enkele vliegtuigstrepen brachten aan het begin van de middag hier en daar wat tekening aan …
Omdat ik mijn benen ook vandaag nog niet helemaal vertrouwde, besloot ik even naar De Tike te rijden. Het prieeltje dat bij Doktersheide (kaartje) met zijn voeten in het water van De Leijen staat, zou net bereikbaar zijn, leek me zo …
Dat viel nog niet eens mee, want het eerste deel van het pad langs het rietland lag er knap drassig bij met glibberige sporen van rupsbanden. Zo te zien waren er rietsnijders aan het werk …
Het leek wel feest in het rietland. Waar ik ook keek, overal hingen kleurige wapperende en ritselende vlaggetjes …
Straks maar eens even aan die mannen vragen wat daar de bedoeling van is, want ik heb de laatste twee jaar al heel wat geleerd over de rietcultuur, maar hier weet ik het fijne nog niet van …
Eerst maar eens even mijn benen rust geven in het prieeltje. En natuurlijk even genieten van het uitzicht over De Leijen en van de gouden gloed die over de rietkragen werd gelegd…