Bij een dijkcoupure

Bij het Lauwersmeer viel het wat tegen met de hoeveelheid vogels. Ja ganzen, die waren er genoeg, maar die hebben ze tegenwoordig in België ook wel. Dat vond Dirk dan ook geen tussenstop waard. Ik stelde voor om nog even naar Peazens-Moddergat te rijden. Onderweg konden we dan nog mooi een tussenstop maken bij een dijkcoupure in de oude Waddenzeedijk bij Ljussens (Google Maps). Ik vermoedde, dat Dirk hier wel aan zijn trekken zou komen …


Op de bovenstaande foto zie je akkerland dat tussen de oude en de nieuwe Waddenzeedijk ligt. De donkergroene streep in de verte is de nieuw Waddenzeedijk. Wanneer we ons omdraaien, zien we achter ons een coupure of dijkcoupure in de oude dijk, die de kust moest beschermen, voordat de nieuwe Waddenzeedijk er lag. De direct achter de oude dijk staande boerderij bevinden zich bij zogenaamde dijkcoupures …

Achter de dijk liggen de oude schotbalken waarmee de dijkcoupure gesloten kon worden. Men liet de balken bij storm- en overstromingsgevaar dan van bovenaf in de gleuven in de stenen dijkhoofden zakken. Tussen de twee rijen balken werd vaak zandzakken geplaatst, ook werd er wel paardenmest gestort om de afsluiting meer waterdicht te maken …

Nadat Dirk en ik ons enige tijd hadden vermaakt met de dijkcoupure en de balken, richtten wij ons op het kale land tussen de twee dijken. Aafje en Hilda hielden het zo te zien ook ditmaal weer probleemloos pratend bij de coupure …

– wordt vervolgd

In het Lauwersmeergebied

Dirk van het weblog ‘Fotografie als een rode draad door mijn leven had me voorafgaand aan hun vakantie ook gevraagd of ik hem en zijn vrouw Hilda iets kon laten zien van de overvloed aan vogels waar Fryslân bekend om staat. Dat zou wel eens lastig kunnen worden, want begin mei is niet de beste tijd om grote groepen vogels bijeen te zien …


Het Lauwersmeergebied leek me nog de beste kans te bieden, en dat werd bevestigd door mijn fotomaatje, die zoals bekend net wat meer vogelaar is dan ik. Toen we op de afgesproken dag bij het Uitkijkpunt Ezumakeeg Noord (Google Maps) arriveerden, waren er zoals min of meer verwacht maar weinig vogels te zien. De zoomlens kwam eraan te pas om in de verte wat vogels te kunnen zien …

Alleen een kuifeend, die verwoede pogingen leek te doen om zijn verwaaide kuif in de plooi te houden, kwam even wat dichterbij …

De fotograferende Vlaamse medeblogger leek zich ondanks het gebrek aan vogels prima te vermaken. Ik had gehoopt dat hij wel getroffen zou worden door de bijna oneindige ruimtelijkheid in dit gebied. Hier kun je het landschap in feite heel snel terugbrengen tot één enkele lijn, de horizon …

De vrouwen vermaakten zich overigens ook wel. Ook zij genoten van het landschap en ze hielden het wel pratend, toen ze even later op een van de riante banken met uitzicht neerstreken …

– wordt vervolgd

Een primeurtje: de blauwborst

Nadat we een tip hadden gekregen dat het Stroïnkgemaal open was voor publiek, hebben Jetske en ik in het kader van de Nationale Molendag zaterdag een bezoek gebracht aan het Stroïnk gemaal bij Blokzijl en spinnenkopmolen de Wicher bij Kalenberg. Verslag en foto’s daarvan zullen op enig moment hier wel verschijnen. Vandaag beperk ik het tot de primeur, waarmee de dag werd afgesloten. Omdat ze eerder in de week al wat verkennend werk had gedaan, wist Jetske me te verblijden met de blauwborst. We zaten al een tijdje tactisch opgesteld te wachten, toen hij zich plotseling liet zien …

“Daar is hij, Jan …,” hoorde ik Jetske fluisteren …


“Ja, ik heb hem al gezien, maar wat heeft hij een vervelend donker plekje opgezocht …,” reageerde ik zachtjes …


Amper een halve minuut later vloog hij op om een paar meter verderop neer te strijken op een af en toe flink heen en weer waaiende rietstengel. Ruim vijf minuten liet hij zich bewonderen, daarna verdween hij uit ons zicht …

Korte tijd later liet ook het vrouwtje zich nog even zien. Van haar heb ik maar één acceptabele foto kunnen maken, zodat ik nog eens in de herkansing zal moeten. Maar dat is over het algemeen geen straf …

Klimmen en dalen

Nadat we de metershoge steile wand in het achterste deel van de Ecokathedraal hadden bekeken, beklommen we de ruïnes van ‘de oude citadel’ aan de andere kant …


Daar bevonden we ons uiteindelijk naar schatting een meter of vier boven het maaiveld. De berenklauw tiert nog steeds welig daarboven, zodat we ons behoedzaam door de kleine woestenij heen moesten werken …

Op de terugweg, die langs een andere route voerde, passeerden we onder ander de tegelmuur. Deze muur bestaat deels uit stoeptegels waarvan je gecirkelde onderkant ziet. Die cirkels zorgen vaak voor mooie schaduweffecten …

Nadat we op- en afgaand nog verschillende andere bouwwerken hadden bekeken, eindigde de rondgang uiteindelijk nadat we twee uur hadden rondgezwalkt, bij de tegelkoepel naast de majestueuze Porta-Celi

Ik heb het verslag wat ‘ingedikt’, omdat ik sinds die woensdag alweer wat nieuwe avonturen heb beleefd, waarvan nog verslag gedaan moet worden. Aan het eind van de wandeling stelde ik voor om nog even wat na te praten op het terras bij het lokale café. Dat was echter buiten de waard gerekend, want die was vertrokken en had zijn etablissement leeg achtergelaten. Het terras van ‘het Witte Huis’ bij Olterterp bood echter een waardig alternatief …


Ter afsluiting aan dit bezoek aan de Ecokathedraal wil ik jullie nog even wijzen op de podcast-serie ‘Platte Grond’. De verhalen van Platte Grond gaan over de kracht van architectuur en over plannen voor de toekomst. Over torenhoge ambities en over het spoor soms volledig bijster zijn. Over beton, staal en stenen. Over groen, erfgoed en ontwerp. Maar vooral: over mensen.

Voor aflevering van 19 van 1 mei jl. getiteld ‘Duizend Jaar Stapelen’ ging Platte Grond op bezoek in de Ecokathedraal. Onderwerp van gesprek is Louis Le Roy, die in de jaren ‘70 met zijn ideeën onze manier van naar de natuur kijken volledig op zijn kop zette. Het moest allemaal wilder, organischer en minder geordend.

Je vindt ‘Platte Grond‘ op Spotify en Apple Podcasts, maar je kunt het ook beluisteren via: https://plattegrondpodcast.nl/seizoen-3.

Belgen in de Ecokathedraal

Enkele weken geleden kreeg ik een mailtje van medeblogger Dirk van Fotografie als een rode draad door mijn leven. Hij en zijn vrouw hadden het plan opgevat om in de eerste week van mei een paar door te brengen in Earnewâld. Hij vroeg of ik er wat voor zou voelen om hen te begeleiden bij een wandeling door de Ecokathedraal bij Mildam. Nadat ik in het verleden met de Vlaamse bloggers Matroos Beek en Oma Baard al positieve ervaringen had opgedaan met Vlaamse bezoekers in de Ecokathedraal, kon ik dat Dirk zeker niet weigeren …


Vorige week woensdag was het zo ver. Omdat wandelen met twee fotografen en twee vrouwen een betere match is dan twee fotografen met één vrouw, vroeg ik Aafje of ze zin had om mee te gaan. En dat had ze wel, want Aafje was ook al een paar jaar niet meer in de Ecokathedraal geweest. Eenmaal in de Ecokathedraal nam ik het gezelschap na de passage van de ‘Porta-Celi’ (foto boven) meteen mee naar ‘de Twee Torens’ (foto linksonder), ongeveer halverwege het project. Daar achter die torens bevindt zich de rustplaats, die Louis Le Roy, de initiatiefnemer van de Ecokathedraal, daar ooit voor zichzelf had gecreëerd …

Op dat plekje achter die twee torens zit ik tegenwoordig ook graag even. Zo ook die middag. Nadat ik onderweg hier naar toe al het een en ander had verteld over het ontstaan van de Ecokathedraal, gaf ik mijn gasten in dit mooie deel van de Ecokathedraal even de vrije hand …

Nadat mijn benen even wat rust hadden gehad, trokken we verder naar achteren. Daar beklommen de vrouwen even later de ruïnes op de heuvel al. Ik nam Dirk eerst even mee over een paadje, dat ons in het achterste deel naar basis van de Ecokathedraal voerde. Hier is Louis Le Roy omstreeks 1970 begonnen aan de bouw van de Ecokathedraal …

Dit is een mooi moment om een programma van Omrop Fryslân uit 2005 over Louis le Roy – ‘de Billy Graham van het onkruid’ – in herinnering te roepen. In deze documentaire vertelt Le Roy uitgebreid over zijn filosofie en zijn manier van werken in en aan de Ecokathedraal. We zien hem daarbij op verschillende momenten ook aan het passen, meten en slepen van zwaar materiaal …


Sinds 1970 werkte Le Roy hier in alle rust op zijn eigen grond aan zijn Ecokathedraal. Op een weiland van drie hectare plantte hij wat jonge bomen en liet hij al het overtollige bouwpuin van de gemeente Heerenveen storten. Hier bouwde hij tweeënveertig jaar aan een stelsel van paden en gebouwen die zijn opgetrokken uit gestapelde bakstenen, trottoirtegels, stoepranden en ander overtollig materiaal. Meer dan vijfentwintighonderd vrachtwagens vol puin heeft hij in zijn leven verwerkt en gestapeld, met niet meer dan een paar werkhandschoenen, een schep, een kruiwagen en een rubberen hamer. Louis le Roy is overleden in 2012, maar sympathisanten, verenigd in de Stichting Tijd, stapelen tot op de dag van vandaag lustig door.

Ook filmisch zit deze documentaire mooi in elkaar.
Laat je niet afschrikken door de korte Friestalige inleiding, dat is slechts ter introductie. Voor het begrip van de rest van de documentaire is het niet van belang, omdat Le Roy Nederlandstalig is.

– wordt vervolgd

Een dagje rust

De dag na de fotosessie met de ringslangen op de Delleboersterheide heb ik in alle rust in huis en tuin doorgebracht. De volgende dag stond er namelijk weer een pittige fotokuier op het programma. Ik had een Vlaamse medeblogger beloofd om op die dag te zullen ‘gidsen’ in de Ecokathedraal bij Mildam …


De tuin lag er oogstrelend bij en de huismussen zorgden met hun gekwetter rond de pot met pindakaas en in de voederhoek bij de hazelaar voor de nodige gezelligheid. Kortom: het was een prima dagje …

Ringslangen – de apotheose

Nog een laatste blik over het idyllisch gelegen ven op de Delleboersterheide en nog even wat wegdromen bij de weerspiegelingen, dan is het tijd om tot een afronding van dit ringslangenavontuur te komen …


Ik sluit de serie van deze prachtige ochtend af met nog eens 5 foto’s van voorbij zwemmende ringslangen. Ik was met alleen de eerste ringslang ook tevreden geweest, maar er leek die dag geen eind aan te komen. Ze bleven maar voor de vlonder langs zwemmen. Jetske had de eerste keer dat ze er was veel minder zwemmers gezien, dus we konden deze ochtend met een uiterst tevreden gevoel afsluiten …

Op de wandeling van een kleine 350 m terug naar de parkeerplaats was ik wel blij dat ik Jetske op de vlonder had getroffen. De afstand was niet groter dan op de heenweg, maar de stappen wogen toch weer een stukje zwaarder. Samen lopen maakt het dan net weer een stukje lichter. Het is me daar overigens prima bevallen, dat moge duidelijk zijn. Als het even kan, wil ik er op een goeie dag nog eens naar toe proberen te gaan, dan om wat videoshots te maken van de zwemmende ringslangen …