Oude liefde

‘Oude liefde roest niet’, zo luidt het gezegde. Het zal best, maar de glans gaat er na verloop van tijd wel wat af. Dat bedacht ik me, toen ik gistermorgen tussen de buien door voor het eerst dit jaar weer eens een fotokuiertje maakte in het Weinterper Skar …

In de periode 2005-2015 maakte ik – zeker in deze vaak groeizame en bloemrijke tijd het jaar – vrijwel dagelijks even een kuiertje in dit kleine natuurgebied ten zuiden van Drachten. Daar is een eind aan gekomen na het verwijderen van het landweggetje de Nije Heawei uit het gebied in 2016 …

De mooiste plekjes zijn sindsdien een stuk minder gemakkelijk bereikbaar, omdat de actieradius van mijn benenwagen beperkt is. Maar het slootje met de Waterviolier (wetterpinksterbloem in het Fries) bij de parkeerplaats kost me geen moeite. Er leken meer van die mooie roze-witte bloemetjes dan ooit in bloei te staan, alleen jammer dat er geen zon was om het even mooi uit te lichten …

Nu ik er toch was, stelde ik me niet tevreden met alleen wat foto’s van de Waterviolier. Daarom besloot ik toch maar even door te lopen naar ‘mijn‘ bankje, zou ik meteen even kunnen zien hoe het er met ’t blauwgrasland voor stond …

Onderweg daar naar toe, kon ik niet om deze half verzopen paardenbloemen heen …

  • wordt vervolgd

Tussen de paardenbloemen

In onze omgeving een stuk minder bijzonder dan de tapuit, scharrelde nauwelijks honderd meter verderop aan de overkant van de weg een ooievaar rond …

Ik stop dan ook niet voor iedere ooievaar om er foto’s van te maken, maar dit exemplaar had iets over zich wat hem de moeite waard maakte. Kijk maar eens naar de prachtige pose, die hij voor me aannam …

En het werd nog mooier, toen hij even later een slootje overstak en vervolgens zijn weg tussen de paardenbloemen voortzette, terwijl de zon flauwtjes probeerde door te breken …

De tapuit – nr. 86

Terwijl ik het weiland met paardenbloemen in de verte aan het fotograferen was, vloog er op een bepaald moment een klein vogeltje voor me langs. Vanuit een ooghoek zag ik dat hij op een dampaal iets verderop landde. Meteen zette ik de achtervolging in, waarna ik mijn camera op hem richtte …

Zodra ik hem in de zoeker had, meende ik hem te herkennen. Het leek een tapuit te zijn (heidehipper in het Fries), en daarmee had ik weer eens een primeurtje. Ik heb het nog even nagekeken, tot dat moment had ik – voor zover bekend – 85 vogelsoorten in mijn fotoarchief. De tapuit is dus nr. 86. Nadat ik twee foto’s van de tapuit op die grote dampaal had gemaakt, leek hij het welletjes te vinden en vloog hij naar een hek een stukje verderop …

De tapuit staat sinds 2004 als bedreigd op de Nederlandse rode lijst. Het is een kleine insectenetende zangvogel, die zich bij voorkeur ophoudt in heidegebieden, duinen en zandverstuivingen. Hier tussen de weilanden leek hij me niet direct op zijn plek, maar mogelijk houdt hij zich normaal gesproken op bij de zandwinput op een flinke steenworp afstand …

Hoe dan ook, ik was en ben blij met de foto’s die ik van deze sterk bedreigde vogel heb kunnen maken …

In plaats van bollenvelden

Bollenvelden hebben we in de buurt van Drachten niet. Daarvoor moet ik naar de Noordoostpolder of naar het noorden van de provincie, waar hier en daar ook nog wel eens een veldje te vinden is …

Maar als jij onder juiste omstandigheden ergens rondom Drachten door de weilanden rijdt, kun je toch hier en daar de indruk krijgen in de verte een veld narcissen of gele tulpen te zien …

Maar dichterbij gekomen blijkt het dan toch niet te gaan om tulpen of narcissen, maar om paardenbloemen. En laat dat in mijn optiek nu net één van de meest onderwaardeerde bloemen zijn …

Hoe mooi een paardenbloem is, zie je pas door een macrolens, zoals op de foto hier rechtsboven. En zelfs als hij uitgebloeid is, is het één en al schoonheid …

Sweltsjes bij de ‘Blaustirns’

Dinsdag ben ik weer eens naar de vogelkijkhut ‘Blaustirns’ op de oever van het meertje de Leijen gewandeld. De laatste keer was half februari, toen er nog een laagje ijs en sneeuw op de Leijen lag …

Het was er nu weer een stuk aangenamer en groener dan in februari. Terwijl het in de winter gemaaide riet alweer mooi groen kleurde, lag er naast het pad een vergeten bosje riet weg te kwijnen …

Vanuit de vogelkijkhut viel niet veel te zien. Bij het boomeilandje lang een vissersbootje afgemeerd en er vloog een paar maal een zwarte stern (blaustirns in het Fries) voorbij, dat had ik al snel bekeken …

Vanaf de andere kant van de hut hoorde ik op dat moment ergens vanuit het riet verschillende keren de ‘misthoorn’ van de roerdomp klinken. En dus heb ik aan de andere kant een luikje geopend, maar hoezeer ik ook in het rond spiedde wanneer hij zich liet horen, hij liet zich niet zien …

Dat deden een paar teruggekeerde boerenzwaluwen wel. Terwijl ik de roerdomp zocht, hoorde ik achter me plotseling het geruis van vleugeltjes en het kenmerkende gepiep van de zwaluwen (sweltjes in het Fries). Het was duidelijk dat ze graag de hut in wilden, om op de gebruikelijke plek een nestje te bouwen, maar dat ze problemen hadden met die grote gedaante van ondergetekende …

Omdat de roerdomp zich niet liet spotten en omdat er verder ook niet veel te beleven viel, besloot ik me terug te trekken uit de hut, zodat de zwaluwen rust en ruimte hadden om hun werkzaamheden uit te voeren …

Onderweg naar de auto heb ik nog een poging gedaan om een rietzanger aan de andere kant van de vaart te kieken, maar ik was veel te traag. Zodra ik hem in de kieker had, schoof de rakker steeds weer een stukje op. Maakt niet uit, de aanblik van de zwaluwen en het geluid van de roerdomp hadden mijn dag voldoende kleur gegeven …

Tulpen voor Marlou

Vorige week ben ik voor het eerst sinds hij in februari wit besneeuwd was weer eens naar de Ecokathedraal gereden. In het voorportaal werd weer volop gebouwd, dat was meteen te zien …

Maar nog meer dan dat vielen de tulpen op, die in volle glorie bij de ingang stonden te bloeien. En iets verderop stonden een paar bloembakken waarin viooltjes stonden te pronken. Zo kleurrijk had ik het hier nog niet eerder gezien, maar het paste wonderlijk goed bij het doel van mijn bezoek …

Ik was namelijk naar de Ecokathedraal gereden om het verjaardagsfeestje van een medeblogster luister bij te zetten. Maar eerst nam ik zoals meestal even de klim naar ‘de Tempelberg’ rechtsvoor in het complex. Daar ben ik eerst even lekker in de zon gaan zitten. Kan ik jullie mooi even vertellen dat Marlou vandaag haar 75e verjaardag viert. Dat had ze natuurlijk graag samen met haar verloofde en vele anderen op grootse wijze willen vieren. Maar ja, corona … Daarom was ik hier naar toe gereden om Marlou een groet te brengen …

Eind maart was het de bedoeling dat ik Marlou en haar verloofde een rondleiding zou geven in de Ecokathedraal, maar kou, regen en harde wind gooiden dat weekend roet in het eten. Toen ik vorige week van dochter Roos het verzoek kreeg of ik een persoonlijke felicitatie voor Marlou zou willen filmen, besloot ik dat daarom in de Ecokathedraal te doen. Omdat ik dat bij de koepel en de indrukwekkende Porta Celi of Hemelpoort wilde doen, daalde ik ‘de Tempelberg’ aan de andere kant af …

Daar wachtte me een verrassing. Niet ver van de koepel zag ik een grappig steenmannetje staan. Toen ik dichterbij kwam, zag ik meteen Marlou in dat vrolijke typetje. Er omheen lopend, ontdekte ik ook nog dat ze in gezelschap was van haar verloofde, die op schematische wijze linksachter Marlou was opgetrokken. Ik heb wel vaker gezegd, dat er soms vreemde krachten actief lijken te zijn in de Ecokathedraal, dat leek ook die dag weer echt het geval te zijn …

Nadat ik mijn groet en felicitatie aan Marlou korte tijd later had gefilmd, ben ik linea recta onder de Porta Celi door naar de uitgang gelopen. Daar ging voor mij het licht zo ongeveer uit. Mijn benen hebben in het koude voorjaar flink aan kracht ingeboet, zodat ik aan deze korte rondgang meer dan genoeg had. Maar goed, het doel was bereikt …

Tot slot …

Hey Marlou, ook via deze weg van harte gefeliciteerd. Maak er een machtig mooie dag van! Enne … eens komt de dag dat we elkaar hier ontmoeten. Tot dan!

Tútsje derop?

Onderweg naar de Jan Durkspolder zag ik maandagmiddag in een weiland aan de ‘Alle om Slachte’ een aantal paarden staan …

Ik liet de auto even in de berm uitrollen om een paar foto’s te kunnen maken. De meeste paarden stonden rustig te grazen aan de linkerkant van het boompje, een stukje naar rechts stonden nog een paar paarden …

Ik denk, dat het gevlekte paard ergens last van had en troost zocht bij de ander. Die wendde zich vervolgens naar het gevlekte paard … ‘Tútsje derop …?’ Kusje erop …?