Zilverreiger vangt een muis

Aan het eind van het landweggetje waarover ik reed, ben ik even gestopt om een overzichtsfoto te maken van een groep brandganzen en enkele kolganzen. Op de achtergrond staan hier en daar nog wat kieviten in het weiland …

Ik had daarna nog amper honderd meter op de Alle Om Slachte (Google Maps) gereden, toen ik wat verderop aan de linkerkant van de weg een grote zilverreiger langs een groepje kolganzen zag paraderen. Opnieuw liet ik de auto in de berm uitrollen, ditmaal kon ik door de geopende zijruit fotograferen …

Nadat de zilverreiger voorbij de laatste gans was, draaide hij zich om en begon hij aan de weg terug. Al na enkele stappen schoot zijn lange nek naar voren. Een moment later stond hij rechtop met een heftig spartelend muisje in zijn lange scherpe snavel …

Hij schudde het muisje een paar maal flink heen en weer, waarna hij zonder tegenwerking van belang toehapte. En weg was het muisje …

Een torenvalk in een boom

Ik had de schapen en de ooievaar nog maar net achter me gelaten, toen ik iets verderop een torenvalk in een boom langs de weg zag zitten …

Meteen liet ik het gas los. Stapvoets liet ik de auto tot vlak blij de boom uitrollen. Bijna onder de boom kwam de auto zachtjes tot stilstand. Dat leverde het probleem op, dat ik door de enigszins gekleurde voorruit moest fotograferen. De torenvalk zag er wat bleekjes uit, maar het viel me niet tegen. De vogel keek me eens een paar maal aan en keek daarna weer rustig om zich heen, terwijl hij tussentijds zijn veren schikte. Hoe dan ook, ik was er blij mee, want er waren me dit jaar al meerdere torenvalkjes ontkomen …

Vervolg van ’n licht winters ritje

Ik had nog maar net de deur van de vogelkijkhut achter me dichtgetrokken, toen ik iets verderop een paar vogels tussen de wilgentakken zag. De eerste herkende ik al snel als een koolmees. Bij de tweede duurde het wat langer. Het was me al snel duidelijk dat het een klein vogeltje was, maar het duurde even voordat hij zo in een wilg ging zitten, dat ik het kenmerkende geel-zwarte petje van het goudhaantje herkende …

Hem herkennen was één ding, hem vervolgens ook nog op de foto krijgen, was weer een tweede. Het kleine snelle vogeltje bleef maar van tak naar tak schieten. Ik heb talloze foto’s gemaakt, maar er zat niet één scherpe foto bij. En ik ben bang dat dat niet alleen aan mij lag, maar ook aan mijn camera …

Ook van de rest van de dag heb ik heel wat onscherpe foto’s linea recta naar de prullenbak moeten verwijzen. Zoiets heeft mijn camera me onlangs ook al eens geflikt, dus ik ben bang dat er sprake is van serieuze scherpstellingsproblemen. Maar gelukkig bleven er nog genoeg bruikbare foto’s over, zoals deze van het deels ondergelopen land achter de Hooidammen (Google Maps). Hier kan vaak al snel geschaatst worden, maar er stond nu gek genoeg maar weinig water op het land …

Terug in de omgeving van Oudega en Earnewâld kwam ik langs een weiland, waar behalve een stuk of wat schapen ook een ooievaar op zoek was naar een lekker hapje. Mogelijk doet hij een poging om hier te overwinteren …

Een laagje ijs in de polder

Het verschil kan nauwelijks groter zijn nu regen en wind het weerbeeld weer bepalen, maar we gaan toch weer even terug naar de zonnige donderdagochtend. Nadat ik een tijdlang had genoten van de reeën, die in alle rust met zijn vijven in een weiland stonden te grazen, ben ik doorgereden naar de Jan Durkspolder. Daar stond bij aankomst een blauwe reiger aan de noordkant bij de Lytse Mar …

Ik parkeerde de auto en liep naar de grote vogelkijkhut. Ik had er alle ruimte, want ik was er alleen. In alle rust heb ik beurtelings aan alle drie de kanten een tijdje rond zitten kijken. Vogels waren er niet te zien, in de verte lieten alleen wat fluiteenden zich af en toe horen. Daarom heb ik rondgaand van west naar oost, alleen wat foto’s gemaakt van de prachtige ijsvlakte die de plas lag. ’t Is alleen wel jammer dat hij amper een centimeter dik was en intussen weer is verdwenen …

Ik sluit mijn rondblik over de Jan Durkspolder af met kijkje in noordoostelijke richting. Daar staat de windmotor aan de Westersanning als een baken over de ijzige vlakte te wuiven …

Lit ús dreame

Aan het begin van de coronacrisis raakten theaterregisseuse Karina Kroft en technisch ontwerper Remko Smids een deel van hun werk kwijt. Om actief te blijven, kwamen ze met het plan om met een beamer teksten te projecteren op gebouwen. Zeventig avonden lang verscheen er, net na zonsondergang, op gebouwen ergens in Leeuwarden en omgeving een verbindend, troostend, hoopgevend, aanmoedigend of grappig citaat …

Sindsdien hebben beide kunstenaars onder de naam K&S in binnen- en buitenland naam gemaakt met hun projecties. Kroft & Smids vormde ook de artistieke leiding van het lichtfestival ‘Licht op Drachten’. Zij hebben alle kunstwerken verzameld en een route uitgestippeld. Aan de route hebben zijn een tiental van hun projecties en overpeinzingen toegevoegd. Tegenover het veld met de konijnen werd bij de passantenhaven de mooie en hoopvolle tekst ‘Lit ús dreame’ (‘Laten we dromen’) geprojecteerd op een gebouw aan de andere kant van de Drachtstervaart …

Tegenover schouwburg ‘de Lawei’ werd een fragment van Lewis Caroll’s ‘Alice in Wonderland’ geprojecteerd op een gebouw …

Reeën bij Earnewâld

Het was gisteren een frisse, maar zonnige ochtend in Drachten en omgeving. Na de koffie ben ik in de auto gestapt om een ritje te maken naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Nog voordat ik aan de hut toe was, kon ik de camera al uit de tas halen om een sprong reeën te fotograferen …

Zodra ik de ranke dieren zag, liet ik de auto rustig in de berm uitrollen. Een vijfkoppige sprong reeën stond rustig te grazen in een weiland. Af en toe keken één of twee van de dieren even op om te kijken of er gevaar dreigde. Ik vormde geen enkele bedreiging in mijn mobiele kijkhut. En ook de jonge vrouw die in de verte voorbij holde, bracht ze niet in beweging …

Het was een fijn fotografisch begin van de dag.

Schoorvoetend naderende schapen

Na het eerste deel van mijn fotokuier nestelde ik me op het bankje bij het middelste vennetje in het Weinterper Skar. Het water lag erbij als een spiegel. Als onderdeel van de poëzieroute die door het gebied loopt, staat er aan de rand van het vennetje een bordje met daarop het gedicht ‘Aan een vijver’ van Rutger Kopland …

Intussen hoorde ik hoe er in de verte cijfers werden opgenoemd. De schapen waren kennelijk samengedreven om te ze kunnen controleren en inventariseren. Toen de hekken enige tijd later werd opengezet, kwam de kleine kudde schoorvoetend dichterbij. Ze vertrouwden me duidelijk niet en verzonnen een list. Door de droge greppel en over de daarachter liggende wal langs de boskant liepen ze zekerheidshalve met een wijde boog om me heen …

Terwijl grijze wolken intussen langzaam weer de overhand kregen in de lucht, begaf ik me op weg terug naar de auto. Bijna op de helft heb ik bij het zuidelijke ven nog even weer halt gehouden om nog even te genieten van het roerloze wateroppervlak. Een kwartiertje later was ik terug bij de auto. Blij toe, want langer had deze kuier ook niet moeten zijn …