Terwijl ik onderweg was van de Leijen naar de auto, had ik al een paar maal een haas in het weiland gezien, zoals ik hier gisteren al schreef …
Tot mijn geluk begonnen de hazen pas echt te lopen, toen ik terug was bij de auto. Eerst tegen de auto leunend en even later erin zittend, zag ik één voor één meer hazen verschijnen in de weilanden naast de auto. In totaal heb ik er zeven geteld. Spectaculaire bokspartijtjes waren er niet te zien, maar de meesten waren duidelijk in een speelse bui. Voorjaar … machtig mooi …
Nu de definitieve uitslagen van de verkiezingen van gisteren binnenkomen, rest alleen nog de vraag of de natuur het haasje is? Ik ben er hier in Fryslân niet gerust op, nu BBB zowel Provinciale Staten als in het waterschap de grootste partij is geworden … ;-(
Na de winterse onderbreking pak ik de draad maar weer op waar ik hem vorige week had laten liggen, namelijk bij het uitzichtpunt aan de Leyensloane. Aan alles komt een eind, zo ook aan het aangename uurtje dat ik daar had doorgebracht. Ik verheugde me er niet echt op, maar uiteindelijk werd het toch tijd om de lange terugweg aan te vangen …
Gelukkig werd de lange rechte kuier een paar maal onderbroken door een paar lokale bezienswaardigheden. Om te beginnen stond er ergens halverwege een aantal Canadese ganzen aan de overkant van het kanaal. Mogelijk waren het de ganzen, die ik op de heenweg al was tegengekomen, toen ze vanaf de Leijen deze kant op kwamen …
In het weiland aan deze kant van het kanaal stond ergens een bordje dat het bekijken waard was. ‘Ik dongje rûch – Grutsk op ús Greidefugels’ luidt het opschrift. Vrij vertaald betekent het dat de boer ruige mest of stromest gebruikt om zijn land te bemesten, omdat hij trots is op onze weidevogels. Net als nattigheid en een kruidenrijke vegetatie helpt ruige mest de weidevogels. Het zorgt voor meer en ander bodemleven. Meer informatie hierover kun je lezen op de website Grutsk op ús Greidefûgels …
Voor de weidevogels was het nog te vroeg, maar hazen leken zich er op dat moment al thuis te voelen. Ik was de auto al mooi genaderd, toen ik een haas in het weiland zag zitten. En al snel zag ik er ook een tweede, gelukkig verscheen de rest van het gezelschap pas toen ik weer bij de auto was. Maar dat is voor morgen …
Ik begin het beeldverslag van de zaterdag waar ik vrijdag ben geëindigd, bij de hazelaar en de prunus achter in de tuin. De takken staken belegd met een laagje sneeuw prachtig af tegen de helder blauwe lucht …
Er laag naar schatting 5 tot 6 cm sneeuw in de tuin. Op de takken en twijgjes was maar een dun laagje sneeuw blijven liggen. Al snel begonnen de takjes bij het minste of geringste zuchtje wind ‘uit te sneeuwen’. Fijne ijskristallen dwarrelden naar beneden, fonkelend in het zonlicht deden ze even aan poolsneeuw denken. Maar dat was het natuurlijk niet, daarvoor was het lang niet koud genoeg …
De blik wat lager richtend kwam ik uit bij een paar uitlopers van de kerria, die mooi waren omhuld door een laagje ijs. Vooral een knop, die op het punt van open gaan leek te zijn, zag er prachtig uit. De eerste narcissen hadden een zwaar etmaal achter de rug, maar in de loop van de dag richtten ze zich stoer weer op …
Tot slot nog weer even terug naar de takken van de bomen. Knopjes van zowel bladeren als bloesem schemeren door het laagje sneeuw heen of liggen al bloot. Een duif streek even in een van de bomen neer. Hij liet zich niet storen door een kraai die in een boom verderop aan de straat zat te krassen, en kneep even een oogje dicht …
Het was weer een wonderlijk weerweekend. Ik zie me daarom genoodzaakt om het vervolg over de kuier bij de Leyensloane even uit te stellen. Vrijdag stond er een fotokuier met mijn fotomaatje Jetske op het programma. Omdat er voor de hele dag regen en natte sneeuw werd verwacht, stelde ik voor om weer eens naar de Orchideeënhoeve bij Luttelgeest te gaan …
Zo gezegd, zo gedaan. Nauwelijks gehinderd door natte sneeuwbuien reed ik naar Jetskes’ huis, waarna we samen onze weg vervolgden. De overgang van de vieze kou buiten naar de subtropische jungle binnen was groot, vooral de cameralenzen hadden de nodige tijd om te wennen aan de nieuwe omstandigheden. Een tijdlang zwierven we over soms moeilijk begaanbare paden en bruggetjes. We vermaakten ons prima en onze camera’s werkten op volle toeren …
Na verloop van tijd was het voor mijn onderdanen echter genoeg geweest. Terwijl ik een paar maal een plekje zocht om even te zitten, zette Jetske daar vandaan haar zwerftocht naar onbekende delen korte tijd voort. De omstandigheden noopten ons om eerder dan gehoopt huiswaarts te keren, maar het waren een paar mooie en gezellige uurtjes. In de polder waren de weersomstandigheden op de terugweg nog ongewijzigd, maar onderweg naar huis begon de A7 al aardig wit te kleuren. Voordat de sneeuw tegen de avond echt bleef liggen, was ik gelukkig al thuis …
Vanaf het eind van de middag tot halverwege de avond sneeuwde het lekker door. Als gevolg daarvan droeg de tuin al snel een fraai winterkleed. Ik vond het maar niks, na die mooie omstandigheden aan de Leyensloane zat ik helemaal niet meer te wachten op sneeuw …
Maar ja, je bent een kind van de winter of je bent het niet. En dus begon het ’s avonds toch wel dusdanig te kriebelen dat ik nog even een rondje met de camera door de tuin heb gemaakt. Ik sluit af met dit winterse beeld van de hazelaar. Morgen open ik met de besneeuwde hazelaar tegen een helder blauwe lucht …
Na de onderbreking met de Canadese ganzen kreeg ik mijn bestemming in zicht. Nog even doorstappen dus …
Ik naderde het punt waar het Opeinder Kanaal uitmondt in de Leijen en ik kon het uitkijkplatform al zien …
Even een blik op het ‘mondaine’ strandje van de Leyensloane, waar ik in juli 2009 de foto van de lichtende nachtwolken heb gemaakt, die ik hier gisteren liet zien …
Het uitkijkpunt op de landtong bestond toen nog niet, daar ben ik vorige week voor het eerst naar toe gelopen …
En dit is dan het uitzicht in noordoostelijke richting vanaf het platform …
Zoals ik gisteren al vertelde, kwamen de Earnewâldster rietsnijders steeds dichterbij terwijl ik bij het ooievaarsnest stond. Meestal breng ik in het vroege voorjaar samen met mijn fotomaatje Jetske een bezoekje aan rietsnijders in De Weerribben. Dat was er dit jaar nog niet van gekomen, daarom was het mooi om deze mannen nu hier aan het werk te zien …
Weldra kwamen de rietsnijders op hun ronkende machine met de brede vol scherpe tanden uit het rietland tevoorschijn. De rupsmaaier werd gekeerd, waarna de lading pas gemaaid riet naast het pad werd gelost …
Nadat de bak geleegd was, kwamen de mannen naar me toe lopen. Al snel ontspon zich een gezellig gesprek over het fantastisch mooie weer dat het werk voor de mannen een stuk makkelijker en aangenamer maakte. Tot nu toe waren ze niet ontevreden over de oogst, dat was wel eens anders geweest. De stengels waren misschien wat aan de korte kant, maar daar was tegenwoordig ook wel vraag naar …
Corona is gunstig geweest voor de riettelers. Er was vooral minder aanvoer uit m.n. China, en dat had een positieve invloed op de prijsontwikkeling gehad. Hoe genoeglijk we ook stonden te praten over de rietteelt, na enige tijd moest er weer gewerkt worden. De machine werd gestart en nadat de laadbak weer was gesloten, reden ze tussen rondzwevende pluisjes het rietland weer in …
De Friese naam van de ooievaar is ‘earrebarre’ (spreek uit als: jerrebarre). Voordat ik vanaf de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder koers naar huis zette, wilde ik nog even bij de earrebarren bij Earnewâld kijken. Daarom besloot ik nog even langs het rietland en de ooievaarsnesten ten noorden van Earnewâld te rijden. Gewoon even een relaxed ritje ter afsluiting van de dag …
Op de paal tegenover de gaswininstallatie aan de Dominee Bollema Van der Veenweg (Google Maps) zat een ooievaar mooi te zijn. Het hek van It Fryske Gea stond open, daarom besloot ik even om het nest heen te lopen, zodat ik ze nog even vanaf de andere kant zou kunnen portretteren …
Terwijl ik aan de paal voorbij liep, bleef de ooievaar me met zijn blik volgen. Zodra ik mijn camera aan de andere kant weer op de ooievaar richtte, draaide ze haar kop en nek weer keurig in profielpositie. Intussen kwamen de rietsnijders, die achter me in het rietveld werkten, langzaam dichterbij met een nieuwe lading riet …
Nadat ze hun vracht even later hadden gelost, raakten we aan de praat. Terwijl we met zijn drieën stonden te praten, landde ook de tweede ooievaar weer op het nest …