Vervolg van ’n licht winters ritje

Ik had nog maar net de deur van de vogelkijkhut achter me dichtgetrokken, toen ik iets verderop een paar vogels tussen de wilgentakken zag. De eerste herkende ik al snel als een koolmees. Bij de tweede duurde het wat langer. Het was me al snel duidelijk dat het een klein vogeltje was, maar het duurde even voordat hij zo in een wilg ging zitten, dat ik het kenmerkende geel-zwarte petje van het goudhaantje herkende …

Hem herkennen was één ding, hem vervolgens ook nog op de foto krijgen, was weer een tweede. Het kleine snelle vogeltje bleef maar van tak naar tak schieten. Ik heb talloze foto’s gemaakt, maar er zat niet één scherpe foto bij. En ik ben bang dat dat niet alleen aan mij lag, maar ook aan mijn camera …

Ook van de rest van de dag heb ik heel wat onscherpe foto’s linea recta naar de prullenbak moeten verwijzen. Zoiets heeft mijn camera me onlangs ook al eens geflikt, dus ik ben bang dat er sprake is van serieuze scherpstellingsproblemen. Maar gelukkig bleven er nog genoeg bruikbare foto’s over, zoals deze van het deels ondergelopen land achter de Hooidammen (Google Maps). Hier kan vaak al snel geschaatst worden, maar er stond nu gek genoeg maar weinig water op het land …

Terug in de omgeving van Oudega en Earnewâld kwam ik langs een weiland, waar behalve een stuk of wat schapen ook een ooievaar op zoek was naar een lekker hapje. Mogelijk doet hij een poging om hier te overwinteren …

Een laagje ijs in de polder

Het verschil kan nauwelijks groter zijn nu regen en wind het weerbeeld weer bepalen, maar we gaan toch weer even terug naar de zonnige donderdagochtend. Nadat ik een tijdlang had genoten van de reeën, die in alle rust met zijn vijven in een weiland stonden te grazen, ben ik doorgereden naar de Jan Durkspolder. Daar stond bij aankomst een blauwe reiger aan de noordkant bij de Lytse Mar …

Ik parkeerde de auto en liep naar de grote vogelkijkhut. Ik had er alle ruimte, want ik was er alleen. In alle rust heb ik beurtelings aan alle drie de kanten een tijdje rond zitten kijken. Vogels waren er niet te zien, in de verte lieten alleen wat fluiteenden zich af en toe horen. Daarom heb ik rondgaand van west naar oost, alleen wat foto’s gemaakt van de prachtige ijsvlakte die de plas lag. ’t Is alleen wel jammer dat hij amper een centimeter dik was en intussen weer is verdwenen …

Ik sluit mijn rondblik over de Jan Durkspolder af met kijkje in noordoostelijke richting. Daar staat de windmotor aan de Westersanning als een baken over de ijzige vlakte te wuiven …

Reeën bij Earnewâld

Het was gisteren een frisse, maar zonnige ochtend in Drachten en omgeving. Na de koffie ben ik in de auto gestapt om een ritje te maken naar de vogelkijkhut in de Jan Durkspolder. Nog voordat ik aan de hut toe was, kon ik de camera al uit de tas halen om een sprong reeën te fotograferen …

Zodra ik de ranke dieren zag, liet ik de auto rustig in de berm uitrollen. Een vijfkoppige sprong reeën stond rustig te grazen in een weiland. Af en toe keken één of twee van de dieren even op om te kijken of er gevaar dreigde. Ik vormde geen enkele bedreiging in mijn mobiele kijkhut. En ook de jonge vrouw die in de verte voorbij holde, bracht ze niet in beweging …

Het was een fijn fotografisch begin van de dag.

Smeltende sneeuw

Rond één uur ben ik afgelopen nacht nog even de tuin in gelopen om wat foto’s te maken van de verse sneeuw. Op dat moment lag er ruim anderhalve centimeter sneeuw op de lampionnetjes. Daar was vanmorgen nog maar weinig van over gebleven …

Hier en daar ligt nog wat sneeuw op de beplanting, maar het meeste is inmiddels als sneeuw voor de zon verdwenen. Mussen zoeken alweer naar zaadjes tussen sneeuwresten en herfstblaadjes. Op de hortensia zie ik behalve wat sneeuw nog een laat insect tussen de bloemblaadjes lopen. Langzaam gaan sneeuw en ijs weer over in hun gebruikelijke waterige gedaante …

Rond het vogelbad

Ik heb mezelf altijd een ‘kind van de winter’ genoemd. Het kon me niet koud genoeg worden, ik heb altijd van ijs en sneeuw gehouden. Vandaag de dag voel ik me nog steeds een ‘kind van de winter’, ik heb alleen wat meer tijd nodig om aan de kou te wennen. Als gevolg van de MS is mijn inwendige thermostaat helaas defect geraakt. Dat betekent dat ik ’s zomers meer tijd nodig heb om aan hitte te wennen en ’s winters heb ik meer tijd nodig om aan kou te wennen. De afgelopen dagen ben ik daarom nog niet verder gekomen dan de tuin …

Daar is het voor de vogels ook wennen aan de licht winterse omstandigheden. Voer is er genoeg voor ze hier, dat is het probleem niet. Ze moeten alleen hun bad missen, terwijl daar tot halverwege deze week dagelijks door diverse vogels gebruik van gemaakt werd. Om te voorkomen dat ze er bij lichte dooi toch een duik in nemen, heb ik er gisteren een steen in gelegd. De mussen en mevrouw merel keken er eerst wat vreemd tegenaan, maar ik geloof dat ze de boodschap wel hebben begrepen …

Vanmorgen lag er een heel dun laagje minuscule ijskorreltjes in de tuin. Intussen ligt de temperatuur rond het vriespunt. Straks maar eens een laagje lauw water rond de steen gieten, dan kunnen de vogels hun snaveltjes er weer in dippen als ze daar behoefte aan hebben …

Sierlijk winterweer

Hoewel de meteorologische winter vandaag pas begint, kon ik gisteren al een winterse dag noteren in de tuin. Het bleef de hele dag licht mistig en met een maximumtemperatuur van -0,2°C was het een echte ijsdag …

Toen ik het gordijn van de slaapkamer opende, zag ik meteen dat er een mooi spinnenweb met een laagje rijp aan het weerstation hing. Het is de hele dag sierlijk zacht in zuchtjes wind blijven wapperen …

Wat lager in de tuin hingen de lampionnetjes met een fijn laagje rijp. Van de lampionnetjes verlegde ik mijn aandacht vervolgens naar een spinnenweb in aanbouw dat aan één van de terrasstoelen hing …

Toen ik het hart van dat spinnenweb in beeld isoleerde, leken de ijskristallen op fonkelende edelstenen. Jammer dat de zon er niet even door kwam om het beeld feestelijk af te maken …

Een verwaarloosde klokkenstoel

Bij de kerk van Wapserveen staat een klokkenstoel, de enige historische klokkenstoel in Drenthe. De eerste vermelding van deze stoel dateert van 1776. De oorspronkelijke klok was in dat jaar gegoten door Claudius Fremy. Het opschrift luidde ‘Claudius Fremy me Fecit’, wat betekent ‘Claudius Fremy heeft mij gemaakt’

In 1943 werd de klok door de Duitse bezetter in beslag genomen. Na de oorlog werd er een nieuwe klok gegoten in Heiligerlee. Als opschrift heeft de klok aan de ene zijde ‘Ik ben in 1948 voor Wapserveen gegoten, toen kerkvoogden waren: R. Hessels, J. Kuiper en E. Kinds’ en aan de andere zijde ‘De vorige klok van 1776 werd 5-2-43 door de Duitsers voor oorlogsdoeleinden weggehaald’. Verder de namen van de klokkengieters: ‘Gebr. Van Bergen, Heiligerlee’

Eind vorige eeuw werd de klok gerestaureerd. Grote zwerfkeien werden uit de grond gehaald en dienen tegenwoordig weer als fundering, zoals dat ook bij de veel andere klokkenstoelen gebruikelijk is. De 390 kg zware klok schijnt nog steeds te worden geluid bij kerkdiensten en begrafenissen …

Of dat laatste momenteel nog verantwoord is, valt te betwijfelen, want een deel van het onderstel is zwaar verrot, zoals hierboven te zien is. Het zal wel weer een geldkwestie zijn, maar ik vind het eerlijk gezegd schandalig hoe die mooie oude klokkenstoel erbij staat! Heel slordig om op deze manier met zo’n prachtig stuk cultureel erfgoed om te gaan. Tijd voor actie Wapserveen!