Mooie optrekjes

Oranjewoud staat bekend om zijn mooie landhuizen en andere aardige stulpjes. Dit optrekje met oprijlaan en snelle dure auto staat tegenover het landgoed dat we hier gisteren hebben bekeken …

Aan het eind van de Lindelaan staat het statige Landgoed Oranjestein. Op de plek waar eens de rentmeesterswoning van het stadhouderlijk lusthof zich bevond, liet de Leeuwarder koopman Pieter Cats in 1820 een buitenplaats bouwen. Het oude gedeelte van de prachtige tuin die het neoclassicistische huis omringt, werd in 1822 ontworpen door de gisteren ook al genoemde tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard

Oranjestein staat aan de Marijkemuoiwei. Een stukje verderop aan die straat passeren we dit kleine huisje in het bos. Klein, maar fijn. Maar verkijk je er niet op, want er zit wel een EIGEN WEG bij …

En nog weer wat verderop staat de Oranjerie van Oranjestein. Na een wandeling door de tuin is hier gelegenheid om te aandacht te besteden aan de inwendige mens. Dat zat er nu niet in, want de Oranjerie was gesloten en heeft maar beperkte openingstijden …

Enkele minuten later reden we Brongergea binnen, tussen de 14e en de 16e eeuw was het een kerkdorp, dat van groter belang was dan Oranjewoud. Na verloop van tijd verloor Brongergea aan betekenis en werd het dorp voorbijgestreefd door dorpen als De Knipe en Mildam. Tegenwoordig is Brongergea een kleine buurtschap onder de rook van Oranjewoud …

wordt vervolgd

Spinrag en kardinaalsmuts

Nadat ik me voorzichtig langs de nieuwe bekleding op een hellend vlak had gewerkt, vervolgde ik mijn weg in de Ecokathedraal. Al snel was ik aangekomen op mijn rustplekje op ‘de tempelberg’ …

Op één van de vertrouwde muurtjes zittend keek ik eens om me heen. Ik zat niet ver van een muurtje waar spinrag en kleine ronde gaatjes verrieden dat er allerlei beestjes tussen de duizenden spleten en kieren in de Ecokathedraal huizen. Toen ik even wat aan één van de stenen morrelde zag ik nog net een pissebed wegglippen …

Nadat ik verderop nog even had rondgeneusd bij de gevallen zuilen en de kardinaalsmutsen, ben ik via de koepel teruggegaan naar voren. Daar heb ik nog even lekker in de zithoek gezeten, voordat ik via ommelandse wegen terug naar huis ben gereden. Ik had nog wel verder naar achteren kunnen dwalen, maar het leek me verstandiger nog wat kracht over te houden voor de volgende dag. ook dan leek het namelijk nog goed weer te blijven …

Een andere ingang

De afgelopen dagen heb ik meteen volop kunnen profiteren van de eindelijk weer wat lagere temperaturen. Om te beginnen heb ik maandag heb ik weer eens een kijkje genomen in de Ecokathedraal bij Mildam. Het werd in alle rust een fijne fotokuier …

Deze keer ben ik nu eens niet door de majestueuze Porta-Celi naar binnen gegaan. Ik heb gekozen voor een zijingang. Nadat ik me via een smalle doorgang tussen twee wat jongere bouwwerken door had gewerkt, kwam ik terecht op een open ruimte die me naar rechts leidde. Daar kwam ik uiteindelijk uit bij nieuwe bekleding voor een al wat ouder deel van de Ecokathedraal …

– morgen het vervolg

Teloorgang van de Kninepôle

Midden in het meertje de Leijen staat een eenzame boom. Het is het laatste restant van ‘de Kninepôle’, ook wel het Tike-eilân genoemd. Het eilandje ligt op ongeveer 230 m afstand van de vogelkijkhut de Blaustirns aan de westkant van de Leijen. Jarenlang was het een beeldbepalend landschapselement …

In de jaren 70 was het een eiland van zo’n 40 bij 60 meter. Maar door de wind en stroming waaide en dreef er meer en meer zand weg. Daardoor is er bijna niets meer van de Kninepôle over. Een aantal bewoners van De Tike heeft onlangs het plan opgevat om het eilandje te herstellen. De omwonenden krijgen er 18.000 euro voor uit het Iepen Mienskipsfûns

Om ervoor te zorgen dat het eiland na het herstel niet meteen weer ‘wegwaait’, is het plan om eerst stenen te storten. Die stenen moeten het nieuwe zand bij elkaar houden. Dat zand komt uit de Leijen zelf, van plekken in het meer die bijna droogvallen. Ook moet er ter bescherming van het eilandje meer begroeiing om het eiland heen komen. En dat is dan ook weer goed voor de biodiversiteit …

De uitbreiding van de Kninepôle is volgens de initiatiefnemers een mooi begin van het herstellen van de natuur en de biodiversiteit van de Leien. “Als wij, Wetterskip Fryslân en Staatsbosbeheer allemaal ons best doen, dan kunnen we hier echt een stuk andere natuur krijgen. Met schoner water, met meer waterdieren en andere vissen …”

Behalve waarde voor de natuur heeft het eilandje ook historische betekenis voor de dorpen eromheen, vooral voor De Tike. In de oorlog is het namelijk veelvuldig gebruikt als vluchthaven als de Duitsers een razzia hielden. De initiatiefnemers vinden het ook daarom belangrijk dat de plek blijft bestaan, helemaal omdat volgend jaar 80 jaar bevrijding wordt gevierd. “Dan willen we niet bij Doktersheide staan huilen dat het eiland weg is, maar staan te juichen dat we het hebben behouden …”

Bron: Omrop Fryslân

Tussen natuur en beton (4)

Ik zat nog wat te mijmeren op de tweede rustplek. Er klonk van alle kanten vogelgezang op dit mooie stukje wereld en her en der bloeiden wat bloemen. Maar net als in onze tuin zag ik ook hier bar weinig insecten. Ook rond de akkerkool bleef het stil …

Ook deze keer ben ik weer niet zo gek ver doorgedrongen in de Ecokathedraal. De laatste keer dat ik tot in het achterste en oudste deel ben gekomen, is intussen ruim een jaar geleden. Maar ik ben blij dat ik er weer even geweest ben. De terugweg vanaf het punt tot waar ik ben gekomen, is kort en gemakkelijk. De massieve ‘Porta Celi’ met de driehoekige doorgang is al snel te zien. Vlak voor de poort ga ik naar rechts om daar de achterkant van de nieuwe bouwwerken vóór in de Ecokathedraal nog even te bekijken …

Terug in ‘het voorportaal’ van de Ecokathedraal lacht de zithoek me toe. Hij is opnieuw bekleedt met een paar strakke groene planken. Een prima plekje om nog even te zitten, voordat ik weer op huis aan ga …

Intussen heb ik al een afspraak staan voor een volgende bezoek aan de Ecokathedraal

Tussen natuur en beton (3)

Hopelijk is intussen duidelijk, dat het niet de bedoeling is dat de Ecokathedraal een opgeruimde en nette indruk maakt. Het is juist de bedoeling om de natuur zoveel mogelijk zijn gang te laten gaan over en tussen de bouwwerken. Het gaat om het samenspel tussen natuur en cultuur. De vrijwilligers grijpen in principe alleen in om de paden begaanbaar te houden en bij potentieel gevaarlijke situaties.

Na de tussenstop bij de tempel dalen over een trap in oostelijke richting af. Hoe verder we in de Ecokathedraal doordringen, hoe groener het lijkt te worden. We gaan het duister tegemoet …

Ik vind het elk keer weer mooi om me onderaan de trap even om te draaien. Nu kijk je vanuit de duisternis het licht tegemoet. Een stukje verderop komen we na nog een volgende afdaling uiteindelijk weer op maaihoogte uit. Het enorme bouwwerk waar we zojuist bovenop stonden heeft aan de oostelijke wand een altijd weer intrigerende gekleurde band van gele en rode stenen …

Het pleintje met de paaltjes en zuilen aan de voet van dat grote bouwwerk is net als een tempel wat verderop op een prachtige wijze opgenomen in de omringende natuur. Tijd voor een volgend rustmomentje om te genieten van de vele vogelgeluiden rondom. ‘Merlin Bird ID’ wist me te vertellen dat zelfs de wielewaal er zat te zingen. Dan denk je ‘die zal toch wel opvallen met zijn gele verenpak in het groen …’. Maar hoe ik ook zocht, hij liet zich niet zien …

– wordt nog één keer vervolgd

Tussen natuur en beton (2)

“Het ziet er allemaal netjes en opgeruimd uit,” was gisteren een veel voorkomende reactie. En zo is het ook. Het ziet er in de voorste deel van de Ecokathedraal eigenlijk altijd netjes uit. Maar dat komt niet zozeer door opruimwerk, maar door de nog steeds voortdurende bouwwerkzaamheden in dit gedeelte. De natuur heeft er nog geen kans gehad om steen en beton te vergroenen …

Dat wordt vanaf nu heel anders. De zuidwestelijke hoek, die tegenover tegenover ‘de Koepel’ ligt, is een stuk ouder dan wat in deel 1 te zien was. Er liggen een paar paden tussen bouwwerken van een kleine meter hoog. Hoe verder we lopen, hoe hoger de bouwwerken worden, en hoe meer de natuur terugpakt wat hem toebehoort. Op en tussen de los op elkaar gestapelde stenen vestigt zich na verloop van tijd een keur aan planten. Daarnaast bieden de kieren en spleten huisvesting aan vele insecten en spinnen …

Aan het eind van een van de paden gaan we linksaf. Daar beklimmen we een heuvel van een paar meter hoog. Bovenop die heuvel staat de tempel die op de laatste foto hierboven te zien is. Het is niet voor niks dat ik dit ‘de Tempelberg’ ben gaan noemen. Bij die tempel staat een muurtje waar ik meestal even ga zitten om mijn onderdanen wat rust te geven. In dit geval had ik daar zicht op bloeiend oranje havikskruid …

– wordt vervolgd